+ Meer informatie

Op surveillance

3 minuten leestijd

Na de kerkdienst op zondagmorgen is het wat vreemd om je uniform aan te trekken om in de avonddienst te gaan. Het eerste uur heb ik bureaudienst, daarna mag ik twee uur gaan surveilleren. Voor het zover is, gebeurt er iets dat ik niet voorzien heb. Met algemene stemmen wordt beslist dat er die avond gechineesd wordt. „Herman, wat wil jij eten? „Geen chinees." „Lust je geen chinees?" „Jawel, maar ik heb brood bij me." „Daar zijn toch vogeltjes goed voor?" Geen belangstelling mijnerzijds voor chinees dus. Een collega komt erop terug. Of ik het soms niet mag van mijn geloof. Het hart bonkt mij in de keel. Op deze discussie had ik mij niet voorbereid. Ik maak een grote fout. Ik draai er wat omheen. Dat zal mij later deze middag nog opbreken.
Hans en ik rijden klokslag drie uur de wijde wereld in. Het is echt Hollands weer. De regen striemt vlagerig tegen de voorruit. Ondanks deze weersgesteldheid zien we een auto door het rode licht rijden. Hans besluit de bestuurder lid te gaan maken van de vereniging, zoals hij het verbaliseren pleegt uit te drukken. Op het moment dat Hans op de passagiersstoel van de auto plaats neemt, worden wij voor de eerste keer die middag opgeroepen door de centrale meldkamer. Of wij ons willen begeven naar een grote recreatiepias, vijf kilometer verderop. Er is daar een zeilboot omgeslagen en de opvarenden liggen nog onder de boot. Ook andere hulpdiensten worden gestuurd en wat wel heel uniek is, wij krijgen toestemming om met zwaailicht en sirene die kant op te gaan. Nou, dit is het dan. Hier heb ik dan jaren van gedroomd. Maar ik verlies wel terstond de controle over mezelf In plaats van de meldkamer door te geven het bericht begrepen te hebben doe ik onmiddellijk de toeter aan en spring de auto uit. Hans springt ook uit de auto waarin hij zijn prent zit te schrijven en ik hoor de man van de centrale meldkamer maar vragen of ik het nu begrepen heb of niet. Als Hans naast mij springt, roep ik alleen maar dat er een boot is omgeslagen. En Hans maar vragen: „Waar dan, waar dan?" Dan besefik dat ik Hans wat meer moet vertellen en geef hem informatie. Hoewel mijn knieën knikken, vind ik het toch heel erg leuk om zo loeiend onderweg te zijn naar dit waterongeval. Ter plaatse blijkt alles mee te vallen. Na wat gegevens genoteerd te hebben, vertrekken we weer. De reis gaat nu regelrecht naar de chinees. Hans vraagt of ik geld bij me heb, dan kan ik de bestelling doen. Tja, nu wordt het toch tijd om iets over principes te gaan vertellen. Reactie van Hans: „Geen probleem joh, haal ik het zelf wel even." Drie kwartier later zitten een aantal bulkende agenten bij de overschotten van de altijd ruim bemeten chinese afhaalmenu's. „Herman, neem gerust wat hoor; we mikken alles wat over is toch weg". Hoewel het water me in de mond loopt, hou ik het toch maar bij m'n boterhammen. Ik vrees dat het anders allemaal niet meer uit te leggen is. Met lede ogen zie ik de overschotten in de container verdwijnen. Bij dit probleem had ik echt niet stilgestaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.