+ Meer informatie

PREEK OVER MARKUS IO VERS 29-30

22 minuten leestijd

Zusters en broeders, in alle vier gemeenten die ik tot nu toe diende, heb ik homoseksuele leden mögen leren kennen. In mijn huidige Goese gemeente is homoseksualiteit al een aantal jaar - ik mag zeggen: op een fijne manier - onderwerp van bezinning. Zo zelfs dat sommigen zeggen: Nu maar weer eens wat anders.

Dat het onderwerp enkele jaren terug nadrukkelijk aan de orde kwam, had een pastorale aanleiding: het uit de kast komen van een jonge breeder. Recent heb ik de belofte ingelost om, nadat de synode een uitspraak zou hebben gedaan, nog een themapreek aan homoseksualiteit te wijden, die ook op wijkavonden besproken kon worden.

Na enige eigen overweging en na overleg met het comité, heb ik besloten vanmorgen voor u die preek te houden, zij het iets aangepast. In het buitenland is het heel gebruikelijk dat er op ambtsdragersconferenties ook wordt gepreekt. Op deze conferentie is het dat niet, daarom wil ik die keus kort voor u verantwoorden.

Het eerste motief is een praktisch. Begin volgende maand start een serie regionale ambtsdragers-avonden naar aanleiding van de kerkelijke uitspraak over homoseksualiteit en het studierapport dat daaraan ten grondslag ligt. Volgende week ontvangen de kerkenraden het rapport in druk. Omdat ik zelf betrokken was bij de totstandkoming van dat rapport, zou mijn bijdrage vandaag, vrees ik, weinig anders worden dan een samenvatting van de pastorale handreiking. Een samenvatting, die u volgende week ook in druk wordt toegestuurd. Een themapreek kan voor vandaag een eigen inzet geven en misschien, hopelijk, een geschikte opmaat voor de regionale avonden.

Er is ook wel een principieel motief te noemen voor een preek. In de pastorale handreiking gaat het in hoofdstuk 5 over het pastoraat inzake homoseksualiteit in de plaatselijke gemeente. De eerste paragraaf handelt dan over de prediking. In die paragraaf wordt een belangrijke lijn in het hele rapport opgehaald: onze seksualiteit - homo- en heteroseksualiteit - is een belangrijk onderdeel van onze identiteit. En het wonder van het geloof is dat een mens, in zonde ontvangen en geboren, een nieuwe, eigen, heilige identiteit vindt ‘in Christus’.

Zowel voor het geboren worden als voor de ontwikkeling van die identiteit is de prediking - en pastoraat is ook Woordbediening! - van levensbelang. Het gepredikte Woord is volgens de brief van Petrus, zoals u weet, zaad van de wedergeboorte én groeizame melk.

Inzetten met een preek maakt het in de derde plaats vandaag ook spannend. Het zet de bezinning zogezegd pastoraal op scherp. De prediking is sowieso wel eens ‘een waagstuk’ genoemd maar dat geldt zeker bij een thema als dit. Een gevoelig pastoraal thema. Ook een gevoelig kerkelijk thema. Hoe kan er over homoseksualiteit gepreekt worden met het gezag van: Zo spreekt de Here?

Best mogelijk dat u straks zegt: er moet in onze kerken of in onze gemeente in elk geval niet zo over homoseksualiteit worden gepreekt. Een preek geeft dus ook wel iets van kwetsbaarheid. Bij u en bij mij.

Ik vind overigens dat wij die kwetsbaarheid tegenover elkaar ook moeten durven hebben. We zoeken bij dit tere onderwerp als kerken onze weg. Het is nu al duidelijk dat DV ook de synode van 2016 zich er weer over zal buigen. En zeker op een conferentie van ambtsbroeders moet je kunnen zeggen: Gij hebt allen een zalving van de Heilige. Mijn preek moet dus aanleiding tot navraag en desnoods voorwerp van kritiek kunnen zijn. En zou ik trouwens moeite hebben met deze kwetsbaarheid, als ik denk aan die van mijn homoseksuele zusters en broeders?

De Schriftlezing op die mooie zondag was het gedeelte dat de voorzitter bij de opening van deze vergadering las: Markus 10:17-34. Over de ontmoeting van de Here Jezus met de rijke jongeling. Ik lees uit dat gedeelte nu alleen nog de verzen 29 en 30 en daarna volgt de preek: ‘Jezus antwoordde: Voorwaar Ik zeg u: er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de wereld die komt, het eeuwige leven.’

Broeders en zusters,

Een brief van een meisje van 19: ‘Lieve pa en ma, ik had het jullie liever persoonlijk willen vertellen maar ik vind het zo moeilijk. Daarom doe ik het per brief. Ik hoop dat jullie dat begrijpen. Al een paar jaar loop ik met een probleem rond. Ik voelde me altijd al meer aangetrokken tot meisjes dan tot jongens. Om te bewijzen dat ik echt wel ‘normaal’ was, ben ik aan de verkering met Guido begonnen. Gisteren hebben we het uitgemaakt. Het lukte gewoon niet. Samen praten en dingen doen was fijn maar zoenen of aanraken deed me niks. Ik wil er nu eerlijk voor uitkomen dat ik lesbisch ben. Ik weet dat jullie hiervan schrikken en het er erg moeilijk mee zullen hebben. Gelooft u mij: voor mijzelf is het nog veel zwaarder. Ik heb er zo vaak voor gebeden maar ik kom er niet uit. Vroeger, als mama me naar bed bracht, dan zei ze altijd: Ga maar rustig liggen, kindje, want de Here God ziet je en Hij zorgt voor je. Geldt dat nu niet meer? En jullie, kunnen jullie nog van mij houden? Ik houd van jullie, Lies

Dat meisje is geen lid van onze gemeente. Niet een dochter, zus, vriendin van een van ons. Dat had wel gekund. En wat zeg je dan? Als je kind ermee komt. Een vriend: Hé, ik moet je wat vertellen: Ik val op jongens… Wees niet bang, niet op jou, maar toch… En wij als gemeente? Zullen broeders en zusters, jongeren die bij zichzelf een homoseksuele gerichtheid ontdekken, zich bij ons veilig voelen om ermee voor de dag te komen? Zullen ze zich aanvaard weten? Voortgeholpen op de weg die God als de hemelse Vader met al zijn kinderen gaat? De weg waarop de Here Jezus voorgaat.

Want daarom heb ik voor dit Bijbelgedeelte gekozen. Homoseksualiteit wordt er niet genoemd. Maar omdat het gaat over het volgen van Jezus. Volgeling worden van hem. Dat is het meest wezenlijke dat je kunt zeggen over kinderen van de Vader. Kinderen van Gods Koninkrijk. Dat dát dan meer dan wat ook je identiteit als mens op aarde bepaalt: dat je volgeling bent van de Here Jezus. Dat is de weg, de enige weg, om in het eeuwige leven te delen. Elke andere weg leidt tot de dood. Elke andere identiteit, hoe authentiek ook, heeft geen toekomst. Dat móet je identiteit zijn - volgeling van Jezus - om het Koninkrijk te kunnen binnengaan. Wat en hoe je verder ook bent.

Ik heb dit gedeelte dus gekozen omdat het ons dichtbij de Here Jezus brengt. En ook omdat het ons dichtbij elkaar houdt. Zolang dat tenminste ons verlangen is: achter Jezus aan Gods Koninkrijk in. Dat gaat namelijk bij niemand van ons vanzelf. Dat is voor ons allemaal genade. Wij zijn allemaal geneigd om tevreden te zijn met wat we als onze eigenheid ervaren. Wie we zijn in relatie met anderen. En met wat we van huis uit hebben. Aan middelen en mogelijkheden. Daar zijn we aan gehecht. Ook als we de Here Jezus volgen, willen we daar graag zoveel mogelijk van meenemen.

Er kwam een jongeman bij Jezus. Je kon zo zien dat hij goed verdiende: jasje, dasje, tasje. Maar goudeerlijk. En gelovig, hè? Niet op een goedkope manier, hoor. Heel serieus. Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te erven? Mooie vraag toch? Hebt u dat eigenlijk al wel eens aan de Here Jezus gevraagd? Wat moet ik doen… En dan krijgt hij van de Here inderdaad als antwoord wat iedereen moet doen: één ding, volgeling worden van Mij. Nou, hij hield van God. En Markus schrijft hier dat Jezus hield van hem. Je zou zeggen: wat staat er in de weg? Zijn geld.

Want wat dat volgen in de praktijk betekent, dat wordt dan wel weer heel persoonlijk. Wat jij moet doen? Ga gauw alles wat je hebt verkopen, geef het geld aan de armen, neem het kruis op en volg Mij - ja, en dan is dét teveel gevraagd. Die jongeman ging bedroefd weg want hij had veel bezittingen. Zijn bezittingen stonden hem in de weg om Jezus te volgen. Nou ja, zijn bezit… hoe hij ermee ómging. Welke plaats zijn bezit had. In hoeverre dat de zekerheid van zijn bestaan was. Zijn leven uitmaakte. Zijn identiteit bepaalde.

Petrus heeft dat zo eens aangezien. En de Meester horen zeggen: Hoe moeilijk kunnen rijke mensen het Koninkrijk binnengaan. En gedacht: Tja, dan houd je van God en je komt naar Jezus - maar verwacht Hij dan werkelijk van iedereen dat je echt alles helemaal opgeeft? Al je aardse zekerheid? Wie komt er dan ooit?

De Here Jezus maakt precies duidelijk wat het punt is. In de Herziene Statenvertaling komt dat heel duidelijk uit. In de verzen 23, 24 en 25 zegt de Here Jezus drie keer voor wie het moeilijk is om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Eerst in vers 23: voor hen die rijkdommen bezitten. En dan in vers 24: het is moeilijk voor hen die op rijkdommen vertrouwen. Dat gaat verder, hè? Maar dan vers 25: het is moeilijk binnen te gaan voor een rijke. Dat is hier iemand met een leven dat ten diepste door zijn bezit wordt bepaald. Zijn denken, zijn handelen, zijn keuzes. De weg die hij gaat. Zijn rijkdom is zijn identiteit.

Voor zo iemand is het moeilijk, niet omdat hij niet binnen mag. Graag zelfs. De Here had hem lief. Maar omdat hij zo geen kruis achter de Here aan kan dragen. Hij zit zo tot zijn nek in het geld, dat daar geen kruis meer op past. En zo kan die jongen nooit al zijn rijkdom en vreugde en zekerheid te vinden in Jezus. Volgeling zijn van Jezus, dat kun je er niet bij doen. Het kan niet een onderdeel zijn van je leven. Een aspect van je identiteit. Jezus zélf al je rijkdom en vreugde, de grond van je bestaan en heel je hoop op het eeuwige leven - dat is radicaal. Hij wil uw alles zijn maar dan kan het van onze kant ook niet met minder toe.

Dan mag Hij zeggen wat er van je natuurlijke bestaan meekan in zijn Koninkrijk maar ook wat je op moet geven of wat er anders moet, omdat het je totale toewijding aan hem bemoeilijkt. Alles wat je hebt en wie je bent, je banden en je bezittingen - dat wil je niet buiten je relatie met hem houden maar daarin onderbrengen. Of, als het een te grote plek heeft, achterlaten.

En dan de vraag: is je homoseksualiteit iets dat je op moet geven? Op de een of andere manier zien kwijt te raken? Dat meisje van 19 had dat best gewild. Gebeden of God het weg wilde nemen. Ik heb zelf wel eens een jongen gesproken die zei: Was er maar een pilletje tegen… Neemt u maar gerust aan dat de meesten die zo’n ontdekking doen, daar niet blij mee zijn. Op z’n zachtst gezegd niet blij… En daar hoef je niet eens gelovig voor te zijn. Maar in de meeste gevallen kun je er niet vanaf. Er is nog veel onduidelijk over het ontstaan van homoseksualiteit maar vaak ben je zo geboren. Of het is op de een of andere manier later ontstaan maar intussen zo met je persoonlijkheid verweven dat je gewoon zo bent…

Nou ja, ‘gewoon’… Wat zegt de Bijbel over homoseksualiteit? Kijk, het moeilijke is dat de Bijbel een paar keer met zoveel woorden over homoseksualiteit spreekt maar dan eigenlijk altijd op zo’n manier dat homobroeders en -zusters zich daar helemaal niet in herkennen. Het gaat dan om te beginnen altijd over homoseksueel gedrag. En geen enkel mens wil alleen beoordeeld worden op zijn seksuele gedrag. En dan gaat het in de Bijbel ook nog over homoseksueel gedrag in een totaal verdorven omgeving: het heidense Sodom, het Kanaän van de Baäl, het oude Rome van de keizers, het oude Griekenland waar ze ook wel van wanten wisten. Woorden als ‘gruwel’ en ‘schandelijkheid’ vallen dan.

Die jaarlijkse Gay-pride in Amsterdam, die heeft daar wat van weg. Dat opzichtige, uitdagende, ordinaire - ik walg ervan. Niet van de mensen maar van het evenement. De meeste homoseksuelen die ik ken, doen dat ook. Dat zijn goudeerlijke mannen en vrouwen, die worstelen met hun gevoelens. Of er vrede mee hebben gevonden. Die verlangen naar een samenzijn met een ander in liefde en trouw. Net als u en ik. Of daar geen vrijmoedigheid toe hebben.

Nee, die gevoelens en die gerichtheid - dat kan echt iets van jezelf zijn. En ik zeg niet dat het nooit zin heeft om een therapie te volgen, soms kan het goed zijn de mogelijkheid van verandering te verkennen - maar het is onbarmhartig om van verandering uit te willen gaan of daar altijd bij uit te willen komen. Een homoseksuele gerichtheid is geen ziekte die te genezen is. Het is ook geen zonde waarvan je je bekeren moet. Maar het is, zoveel is vanuit de Bijbel duidelijk, ook weer niet ‘gewoon’. Gewoon een variatie, zoals de homobeweging zegt.

God schiep de mens, mannelijk en vrouwelijk. Adam en Eva, niet Adam en Evert. Of: Ada en Eva. Nee, mannelijk en vrouwelijk. En dat zijn homoseksuelen natuurlijk ook: mannelijk of vrouwelijk. Maar de eerste twee mensen werden geschapen in een wezenlijke gerichtheid op elkaar. En in de verscheidenheid van hun manen vrouw-zijn gaf God de mens een taak: kinderen voort te brengen en samen met hun kinderen de aarde te bewerken en bewaren. En zo de Schepper te eren.

Om hun samenzijn blij te bezegelen én gezegend te zien met nageslacht, gaf God de seksualiteit. In de bedding van hun huwelijk dat dan ook direct wordt ingesteld: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en zij zullen tot één vlees zijn. Zij, die twee, één man en één vrouw. En God zag dat het goed was.

Maar de mens stond op tegen God, ruilde voor zijn geluk de Schepper in voor het schepsel. Het gevolg was ziekte en dood, gebrokenheid en nood. Ieder van ons ervaart die op enige manier aan den lijve. Een gevolg is ook: een seksuele gerichtheid op iemand van hetzelfde geslacht. Mag je misschien spreken van een handicap? Hoe dan ook een pijnlijk gevolg van de zonde. Niet de zonde van de homoseksueel maar van ons allemaal.

Intussen blijft de Here ons mensen wel aan zijn oorspronkelijke bedoeling houden. Daarom blijft in de Bijbel de seksuele gemeenschap gekoppeld aan het huwelijk van één man en één vrouw. Om te beginnen alle heteroseksuele afwijken daarvan, wijst de Here in zijn Woord als zonde af.

En dat is ook de diepste achtergrond, waar de Bijbel spreekt over homoseksueel verkeer. Met name in Leviticus 18 en 20 en in Romeinen 1. Het gaat nu te ver om dat precies duidelijk te maken. Misschien mag ik daarvoor verwijzen naar het rapport waarop de kerkelijke uitspraak is gebaseerd. Daar wordt in elk geval uitgelegd dat in die teksten niet alleen de heidense, bandeloze homoseks - zonder liefde en trouw - wordt afgewezen maar toch ook homoseksueel verkeer en homoseksuele relaties op zichzelf. Uitgaande van de wil van de Schepper moet ook dat zonde heten.

En dan vraagt de Here Jezus aan ons allemaal: Wat moet jij loslaten, achterlaten om mij te volgen? Er is sinds de zondeval zoveel heteroseksuele zonde waarvan meer geluk wordt verwacht dan van de Here Jezus. Voorafgaand aan het huwelijk en buiten het huwelijk en ín het huwelijk. Je moet het loslaten om achter de Here Jezus aan het Koninkrijk binnen te kunnen gaan! Echt, zo ernstig ligt het.

Er is trouwens ook zoveel heteroseksuele gebrokenheid, waar geen mens wat aan kan doen. Die als een kruis gedragen wordt. Door alleenstaanden die ook hun gevoelens en verlangens hebben. Misschien maakt lichamelijke of psychische ziekte van je man of vrouw seksueel verkeer onmogelijk. Dan draag je beide een kruis. Een kruis van onthouding.

Met de inzichten die we op dit moment in Gods Woord en wil en weg hebben, denken we als kerken dat de Here Jezus aan homoseksuelen vraagt: Ben jij bereid je te onthouden van seksueel verkeer en af te zien van een seksuele relatie?

Een heel zwaar kruis. Onderschat het nooit, hè. Dat dat er nog bijkomt. Bij de onmogelijkheid om ‘gewoon’ te trouwen en kinderen te krijgen. Ik weet wel dat dat in onze samenleving kan maar volgens de Bijbel niet. Je ouders niet blij te zien worden met kleinkinderen. Geen acceptatie soms in de familie, tussen vrienden, op de voetbal. Want ons volk is o zo tolerant maar bij volkssport nummer 1 valt het al tegen. Eenzaamheid dreigt.

Waarom zou je het doen? Dat zware kruis van onthouding opnemen? Omwille van mij en het Evangelie, zegt de Here Jezus. Omwille van hem, dat allereerst. Om hem te kennen die jou liefheeft, zoals geen mens het kan. Om bij hem zijn die je dieper aanvaardt dan wie ook. Om hem te hebben als vriend en wat voor een. ’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten maar nooit een vriend als Jezus is.

Welk een vriend is deze Jezus, die in onze plaats wil staan? Wie zegt dat Híj nooit naar een huwelijk, naar seksualiteit heeft verlangd? Hij was een gewoon mens, ons in alles gelijk, behalve de zonde. Hij heeft zich het huwelijk ontzegd om zich helemaal te kunnen toewijden aan het zoonschap van zijn Vader en aan vriendschap met u en jou en mij.

We hoorden hoe de Here Jezus zijn lijden en sterven aankondigde. We gaan naar Jeruzalem. Op Golgotha gaat Hij het voor al zijn volgelingen goedmaken met God. Het eeuwig Koninkrijk openleggen. Voor allen die hem volgen, zijn belofte gelovend. In het vertrouwen dat ze door niets of niemand zo gelukkig worden als door hem.

Ik zei al, dat volgen dat kan in dit gebroken bestaan voor niemand zonder een eigen kruis. Voor de een, dat is waar, zwaarder dan voor de ander maar zonder kan het niet. Het kan zelfs niet zonder dat je met hem sterft. Aan je oude mens, je oude natuur, je oude identiteit. Zie, zegt de Here Jezus, wij gaan op naar Jeruzalem. Ik, maar jullie met mij. Je zult met mij sterven. Om met mij ook weer op te staan. Niet om het zelf goed te maken met God. Nee, dat doe Ik voor jullie. Maar wel om een nieuw leven te vinden, door de dood heen.

Sterven en weer opstaan. ‘Uit de kast komen’ is wat, ‘uit de kist komen’ nog veel meer! Dat klinkt een beetje macaber en ik hoop dat ik niemand die rouwt met dat beeld bezeer, maar daar komt het op neer: ‘uit de kist komen’. Opstaan uit het graf van je oude mens-zijn. Een nieuw mens-zijn ontvangen. Door wedergeboorte en bekering een nieuwe schepping worden. Met een nieuwe identiteit: eeuwig kind van de Vader.

Kun je dat ook homoseksueel zijn? Jazeker. Straks in de hemelse heerlijkheid, dan ligt het wat huwelijk en seksualiteit betreft ook weer voor ons allemaal helemaal anders. We zullen, als God het ons geeft, wel zien hoe anders. Maar voor nu en hier, zeker kun je een homoseksuele volgeling van de Here Jezus zijn. Graag zelfs! Je nieuwe identiteit in Christus kan je zelfs helpen om die gerichtheid beter te aanvaarden. Inclusief de homoseksuele gevoelens die je hebt en vast ook houdt. Die mogen nu opgenomen zijn in je nieuwe identiteit in Christus.

Dat helpt ons uit boven dat verlammende ‘je mag het wel zijn maar niet doen’. Want ‘zijn’? Wélk ‘zijn’? Mijn ‘zijn’ wordt niet meer bepaald door mijn seksualiteit, of het nu hetero- of homoseksualiteit is. Dat is in onze samenleving wel heel sterk zo, hè? De seksualiteit is door de loskoppeling van de voortplanting in de eerste plaats een geluksfactor geworden.

Zeker, Adam en Eva mochten er van de Schepper al van genieten maar zij zouden toch nooit hebben gesproken over ‘seks hebben’. ‘Hij heeft seks gehad met die of die’. Alsof het een ding is, dat op zichzelf staat en dat je moet kunnen bezitten. En dat niemand je af mag pakken want zonder seks word je gezien als nog geen half mens. ‘Wat, jij bent 22 en heb jij nog geen seks gehad?’

Nee, mijn ‘zijn’ wordt niet meer zo bepaald door seks als schijnbaar het ‘zijn’ van veel anderen. Dat wil ik in elk geval niet. Ik heb Christus leren kennen. Jezus is de dood van mijne dood en nu is hij het leven van mijn leven. Dat maakt het verschil. Dat maakt mij ook anders. Het maakt ook mijn anders-zijn anders.

Dichtbij de Here Jezus en door zijn Geest kun je bewaard worden voor zonde en kracht ontvangen om je kruis te dragen. Het is de Geest die je in die nieuwe identiteit geboren doet worden. De vrucht van de Geest is o.a. zelfbeheersing. Nogmaals, daarmee wordt dat kruis niet minder zwaar. Al is het mogelijk - er is al bij je doop om gebeden - dat je leert je kruis vrolijk achter Jezus aan te dragen. Vrolijk omdat Hij vooropgaat, die je leven is. Je vreugde.

Maar ben je dan niet toch veroordeeld tot levenslange eenzaamheid? In Genesis 2 staat toch ook al: Het is niet goed dat de mens alleen is? De méns moet niet alleen zijn! Nee, en volgens de Here Jezus geldt dat ook voor zijn volgelingen. Ook voor zijn homoseksuele volgelingen.

Voorwaar Ik zeg u: er is niemand die huis of broers of zusters, of vader of moeder of vrouw. of kinderen. of akkers verlaten heeft omwille van mij en van het Evangelie, - of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers - mét vervolgingen, mét een kruis - en in de wereld die komt, het eeuwige leven.

Wij kunnen als gemeente de nood van homoseksuele broeders en zusters niet wegnemen maar dit moeten ze toch bij ons kunnen vinden: veiligheid, geborgenheid, zorg, liefdevolle relaties, gastvrije huizen, kostbare vriendschappen. In dat rapport staat dat de kerk er eens over door moet denken op welke manier we homoseksuelen kunnen helpen zuivere vriendschappen te onderhouden met elkaar. Zoals die van David en Jonathan. David zei dat hij Jonathan nog meer liefhad dan met de liefde van vrouwen. Daarmee bedoelde hij: meer nog en dieper dan liefde die ook seksueel wordt beleefd, in een huwelijk.

Zijn wij een gemeente waar we wel dankbaar zijn voor huwelijk en gezin maar die niet als het hoogste geluk beschouwen? Niet je man of je vrouw is het einde, het eeuwige samenzijn met de Here Jezus is het einde. Met hem die veel schoner is dan het mooiste en liefste mensenkind.

Zijn wij een gemeente die opvangt en die vertroost? Homoseksuele broeders en zusters maar ook hun vaders en moeders en broers en zussen. Zijn wij een gemeente, die ieder een plaats geeft om met eigen gaven tot zegen te zijn voor anderen? Ook homobroeders en zusters met hun eigen gaven.

Zijn wij een gemeente, die ook vermaant als het moet? We worden zo makkelijk meegezogen in het denken van onze tijd en cultuur. En je gunt zo’n jongen toch een lieve vriend, zo’n meisje een vriendin? Jawel, maar ik gun het zo’n jongen of meisje niet een weg te gaan die aan het Koninkrijk voorbij leidt.

Kunnen wij dat trouwens nog wel, vermanen? Heeft de kerk dat niet vaak op een verkeerde manier gedaan? Zonder liefde, zonder trouw? Selectief. Hypocriet. Denk aan de verhalen die naar buiten komen. Alleen vermanen als het om het zevende gebod ging. Seksuele zonde heeft in de Bijbel een prominente plaats maar volgens Paulus is de wortel van alle kwaad de geldzucht. En Paulus noemt in Romeinen 1 bijvoorbeeld ook roddel als een zonde die je buiten het Koninkrijk houdt. Vermanen wij elkaar ook dáárom?

Een van de besluiten van de synode is dat ook over dat vermanen verder moet worden nagedacht. Want het blijft wel Bijbels. Een gemeente moet voor mensen een veilige gemeente zijn maar als gemeente van de Here ook en eerst een heilige gemeente. Een gemeente die de heiligheid van God en zijn gebod eerbiedigt en die het verschil wil maken in de wereld.

Maar door te vermanen raak je toch mensen kwijt? Nou dat moet je als kerk zolang mogelijk voorkomen. Het mag niet aan de kerk of aan kerkmensen liggen. Maar toch kan het niet het hoogste doel zijn om als kerk iedereen vast te houden. De Here Jezus had die rijke jongeman lief. Hij zal met tranen in zijn ogen hebben gezien hoe die zich omdraaide en ging. Maar hij moest hem wel laten gaan…

Zijn wij een gemeente die weet van genade? Die geduld heeft met hen die struikelen en vallen? Een waargebeurd verhaal nog. Een van de collega’s vertelde het tijdens de bespreking van dit onderwerp op de synode. Met zijn toestemming vertel ik het u door.

In een kerk, ergens in Canada vertelde een jongen, Brant, na jarenlang zwijgen tegen zijn ouders dat hij op jongens viel. Zijn vader wees hem de deur: Eruit jij en nooit meer erin! Via omzwervingen kwam Brant in Toronto terecht. In de homoscene. Hij ging helemaal op in dat leven. Tot hij het ziekenhuis terechtkwam. Het bleek aids te zijn. Toen nog dodelijk. Hij takelde snel af en hij wist dat hij zou sterven. Op een dag zag hij over de gang een figuur in het zwart voorbijgaan. In een impuls riep hij: Hé dominee! Zo kwam het tot een gesprek. En er volgden er meer. En Brant heeft zijn schuld beleden en zijn hart aan de Here Jezus gegeven.

Hij verlangde ernaar om voor zijn sterven zijn vader en moeder terug te zien. Dat heeft de dominee geprobeerd voor elkaar te krijgen. Maar de vader zei: Eens een homo altijd een homo. En zijn vrouw verbood hij naar Toronto te gaan. Iedereen die ervan hoorde, veroordeelde die vader. Behalve Brant. Want die had geleerd wat genade is. En hij had nu een Vader in de hemel. Die ook homo’s liefheeft en ze graag, achter zijn Zoon aan, ziet binnenkomen in zijn Koninkrijk. En Die zegt: Erin jij en nooit meer eruit! Amen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.