+ Meer informatie

‘Uw NAAM WORDE GEHEILIGD’

8 minuten leestijd

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie over bijbelse kernwoorden die bij ons niet altijd de aandacht krijgen, die ze verdienen en die goed voor ons zou zijn. Het hoeft geen betoog, dat de ‘Naam’ van God in de Bijbel een heel belangrijke term is. In Exodus 3 maakt de HERE zijn Naam aan Mozes bekend, en in Handelingen 4:12 zegt Petrus, dat er ‘geen andere Naam onder de hemelen is’ dan die van Christus, en dat wij ‘door die Naam behouden moeten worden’.

Toch heeft het spreken over de ‘Naam’ van God onder ons geen prominente plaats. Dat geldt vermoedelijk nog meer van de uitdrukking ‘heiliging van de Naam’. Dat het daarin om heel wezenlijke zaken gaat, kunnen we daaruit afleiden, dat het de inhoud is van de eerste bede die Christus zijn discipelen leert! Wat is de betekenis van die bede, juist ook vandaag?

‘HERSTEL VAN WAARDEN EN NORMEN

In de laatste jaren laait de discussie over een al dan niet gewenst ‘herstel van waarden en normen’ telkens op. Met name christenen zijn ervoor in de bres gesprongen, en hebben er de nodige kritiek voor te verstouwen gekregen. Inmiddels lijkt het tij toch wat te keren. Hoe dan ook, het zal onder de abonnees van Ambtelijk Contact niet echt een vraag zijn, hoe hierover te denken. Ben je een zwartkijker, als je denkt dat computerspelletjes met excessief geweld invloed hebben op de hele manier van in het leven staan? Mag het echte vrijheid heten, als je je lichaam vernielt met drank?

Het is verheugend, dat men in Den Haag de gevaren van het ideaal van onbegrensde vrijheid ziet en er iets tegen onderneemt. Toch heb ik niet de neiging om de vlag uit te steken. We moeten nuchter vaststellen, dat de menselijke keuzevrijheid in de breedte van de samenleving nog altijd zó hoog in het vaandel staat, dat men de wind pal tegen heeft, als men iets aan de uitwassen tracht te doen. Het gaat niet maar om ‘waarden en normen’, maar — dieper — om wat echte vrijheid mag heten.

HET ‘LEGE MIDDEN

Dat zien we ook in de andere discussie die er speelt: die over het ‘midden’ van onze cultuur. Geconfronteerd met een strijdbare islam zien we bij opinionleaders de neiging om op alle mogelijke manieren een verwijzing naar God, Bijbel of geloof uit de publieke ruimte weg te houden. Het zou één van de grote ‘verworvenheden’ van onze westerse cultuur zijn, en zelfs de enige betrouwbare basis voor een vreedzaam samenleven. Men gaat er dan van uit, dat men van huis uit over echte vrijheid beschikt, en dat geloof hier buiten staat. Nu is het stellig zó, dat bij deze mensen geen plaats is voor een positief-christelijke invulling van geloof. Maar dat wil niet zeggen, dat er geen sprake is van enigerlei vorm van geloof! Het valt niet moeilijk te verstaan, waarom men dit ‘geloofs’-aspect van onze dominante westerse cultuur graag aan het oog onttrekt. Men heeft er belang bij het zó voor te stellen, dat echte vrijheid inhoudt bevrijd te zijn van allerlei ‘achter-haalde’ geloofsvoorstellingen — zoals ‘schepping’ — en ‘achterlijke’ normen — zoals over seksualiteit. We vergissen ons danig, als we denken dat de eigenlijke strijd over ‘herstel van waarden en normen’ gaat. Er is in onze westerse wereld meer aan de hand.

DANKBAARHEID

Terug naar het thema van dit artikel: ‘Uw Naam worde geheiligd’. Wat is de strekking van deze bede? Gaat het om een pleidooi niet alleen op te treden tegen drankmisbruik en seksuele verwording, maar ook tegen godslastering?

Boven dit gedeelte van mijn artikel heb ik ‘dankbaarheid’ geschreven. Dat was niet om nog eens mijn dankbaarheid over de recente ontwikkelingen uit te meten, maar om te verwijzen naar het derde deel van de Heidelbergse Catechismus Dat draagt als opschrift ‘over de dankbaarheid’. Daarin worden niet alleen de Tien Geboden behandeld, maar óók het Onze Vader. De heiliging, waarover het hier gaat, is dus niet enkel een zaak van gebod, maar ook van gebed. Sterker nog: al in de uitleg van het vierde gebod laat Ursinus uitkomen, dat de diepste inhoud van Gods geboden gelegen is in een ‘rusten van onze boze werken en God door zijn Geest in ons laten werken’ (vr. 103).

Ons doen en laten wordt niet maar ‘aangevuld’ door het gebed, zoals velen zullen horen in het bekende woordpaar ‘bid en werk’. Het gaat niet om een naast elkaar, of een ‘roeien met twee riemen’, maar om het wezen en de diepste bron van het nieuwe leven. Het gebed is het ‘voornaamste deel’ van de dankbaarheid die wij de HERE verschuldigd zijn. Hij wil zijn genade en zijn Geest immers ‘alleen geven aan hen, die Hem met een hartelijk verlangen zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken’ (vr. 116).

Dankbaarheid als kernwoord voor het nieuwe leven brengt ons zo bij wat er van huis uit in ons leven mis is. Dat is: dat we ons hebben losgemaakt van de HERE. Het gevólg — zoals Genesis 4 als onmiddellijk volgend op Genesis 3 op sprekende wijze laat zien — is haat en verwijdering tussen mensen, met als dieptepunt de doodslag. Maar het begint bij een — zoals Luther in zijn uitleg op Genesis 3 schrijft — ons laten losweken van God, door over Hem te spreken en te denken buiten wat Hij zelf zegt om. Er is dan van ons uit geen weg terug. Alleen de HERE kan die gescheidenheid ongedaan maken, en Hij heeft het gedaan in Christus en Hij eigent dat mensen toe door zijn Geest. Maar dat is nooit een gepasseerd station. Het nieuwe leven hebben we alleen in een ‘zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken’.

CHRISTENDOM

In de vele eeuwen, dat het christendom dominant was in onze cultuur heeft er een zekere heiliging van het publieke leven gestalte gekregen. In de Middeleeuwen had Europa zijn geestelijke kern in Rome, met de nodige politieke macht! Het gevaar van veruiterlijking lag echter op de loer en was nauwelijks te ontgaan. De Reformatie heeft met de overheersing van de kerk gebroken, maar heeft de ontwikkeling in de richting van verdere veruiterlijking niet kunnen stoppen. Inmiddels is het geestelijke ‘midden’ in West-Europa ‘leeg’ geworden. Het heeft iets van de gelijkenis, die Jezus vertelt: van het huis, dat gereinigd was van een boze geest, maar bij terugkeer van de geest na een omzwerving door de chaos en onherbergzaamheid van de woestijn leeg bleek te zijn. Met zeven andere geesten trok hij er weer in, en het werd met die mens in het einde erger dan in het begin (Matt. 12:43–45; Luc. 11:24–26).

Wie vandaag opkomt voor verwijzing naar God in de Europese grondwet of voor christelijke ‘waarden en normen’ loopt het gevaar het eigenlijke punt te missen. Echte vernieuwing is niet een zaak van de buitenkant. Toen de boze Christus in de woestijn verzocht, bood hij Hem aan, dat alle koninkrijken van de aarde van Hem zouden zijn. Dat wil zeggen: ze zouden Christus’ naam dragen, maar het zou enkel een uithangbord zijn en de binnenkant zou leeg blijven. Christus begroette dat aanbod niet als overwinning, maar ontmaskerde het als een verzoeking. Het leven van ons mensen zou immers tot in alle eeuwigheid vreemd aan God en zijn Geest blijven.

OPKOMEN VOOR DE HEILIGING VAN GODS NAAM

Er is alle reden om in onze samenleving niet enkel te protesteren tegen de lastering van Gods Naam, maar positief op te komen voor de heiliging van Gods Naam. Met deze bede opent niet zonder reden het gebed dat Christus zijn discipelen heeft geleerd: ‘Uw Naam worde geheiligd’. De Heidelbergse Catechismus vat de betekenis van deze bede trefzeker samen in twee aspecten. Het eerste is het gebed, dat de HERE ons geeft dat wij Hem op de rechte wijze kennen, en Hem in al zijn werken erkennen en eren. Het leven is vol raadsels. Ons denken is verblind en mist het rechte zicht. Door de HERE op de juiste wijze te kennen krijgen wij een ‘bril’ op, die ons het rechte zicht geeft op de wereld én op onszelf. We zingen niet mee in het koor van de verheerlijking van een vrijheid die ons aangeboren zou zijn, maar zoeken de vrijheid vàn de zonde om te leven op de adem van Gods stem.

Het tweede is het gebed, dat Hij Zelf in ons bewerkt, dat heel ons leven op de heiliging van zijn Naam is gericht. Vóór alle inspanningen op maatschappelijk en politiek terrein uit ligt daar deze bede, die ons erbij bepaalt dat alle heiliging van Hem uitgaat. Wie bidt ‘Uw Naam worde geheiligd’ vraagt erom, dat zijn of haar leven in het teken zal staan van de ijver voor de eer van God. Daarin ligt de erkenning opgesloten, dat het pas echt goed komt, als de kennis van de HERE de aarde vervult, zoals de wateren de bodem van de zee bedekken (Jes. 11:9). Het sluit de bereidheid in om voor de Naam van Christus te lijden. Dat is ook de invulling die Paulus aan de heiliging van de Naam geeft (Hand. 21:13). Maar waarom zou het alleen een zaak van het verleden zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.