+ Meer informatie

Op straat krijg ik geen hand meer

3 minuten leestijd

Wat gaat de tijd toch snel! De school is naar mijn gevoel nog maar nauwelijks begonnen of de rapporten zijn er alweer. Vanmorgen kwam Robert trots als een pauw aangestapt, zwaaiend met zijn rapport. Omdat het zijn eerste rapport van de "grote school" is, staan er geen cijfers op, alleen achter het psalmversje prijkt netjes een 10. Het ziet er prima uit. Veel v-tjes. Waar ik wel van sta te kijken is dat hij voor gedrag op het lijntje staat tussen goed en voldoende. Daar had ik zonder meer op "goed" gerekend. „Ik praat te veel", verklaart hij nader, zelfs voordat ik er ook maar iets over gevraagd heb en met een scheve grijns. „Zo zo", zeg ik quasi ernstig, „'t Is fraai, ik dacht dat jij zo'n bedeesd jongetje was." Hij lacht me stralend toe alsof het juist iets heel geweldigs is.

Gisteren viel me ook iets op waaraan ik goed kan merken dat de tijd vliegt en dat kleine kindertjes groter worden. Gezellig hand in hand liepen Robert en ik 's avonds naar de kerk. Opeens zag hij uit een zijstraat een knul van een jaar of achttien aankomen. Alsof hij zich schaamde liet hij pardoes m'n hand los, deed een stapje opzij en liep verder naast me of ik er eigenlijk niet bij hoorde. Geamuseerd zag ik dat hij, toen de jongen gepasseerd was, weer dichter bij me kwam lopen. Even dacht ik dat we weer hand in hand verder zouden gaan, maar helaas... Ondertussen was de parkeerplaats in beeld gekomen en daar zaten ook van die "grote jongens" in hun auto's te wachten. Die kans was dus verkeken, hij voelde zich daar opeens veel te groot voor. Vragend naar de bekende weg zei ik, om hem wat te stangen: „Hee Robert, krijg ik geen hand meer?" „Neu", mompelde hij. „Ik loop nu liever zó." En hij stak z'n overcomplete handen diep in z'n zakken. Al moest ik er een beetje om lachen, een weemoedig gevoel bekroop me ook. 't Is toch eigenlijk symbolisch: loslaten. Steeds kleine stapjes verder van je vandaan, hard op weg om een, nu nog, kleine zelfstandige te worden. Net als de zoen voor oma. Opeens was het over. Een hand kan nog net bij het welterusten wensen of bij het afscheid nemen, maar de kus is definitief voorbij. Hoe spijtig het ook is voor oma, het ziet er niet naar uit dat hij nog terug zal komen op zijn genomen besluit.

Om even op het woord afscheid terug te komen; ook met Freddie is het voorbij. De laatste weken werden de afspraken met weinig animo gemaakt. Steeds meer moesten wij moeders de afspraken regelen, zo'n beetje over hun hoofden heen, zo groot was hun enthousiasme nog. „Ik heb tegen Freddie gezegd dat ik het niet meer doe", deelt Robert op een dag mee, „en vanmiddag ga ik met Jeroen spelen." ,Ja maar...", protesteer ik, want wat is er idealer dan een vast vriendje. Bovendien is Freddie een leuk ventje. En in gedachten zie ik alweer toestanden van halve afspraken en een frequent wisselende vriendenschaar. Verder kom ik trouwens niet met m'n protest, want hij lost alle onuitgesproken problemen op met de vastbesloten mededeling dat Jeroen nu écht zijn vriendje wordt. „Voor altijd!", voegt hij er nadrukkelijk en plechtig aan toe. Ik zucht en denk er het mijne van.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.