+ Meer informatie

DE KERKELIJKE APPELPROCEDURE (I)

8 minuten leestijd

Wie als kerkenraadslid wordt afgevaardigd naar een kerkelijke vergadering kan het zo maar meemaken; de behandeling van een appelschrift. Voor de meeste afgevaardigden, en trouwens ook voor de appellant, is dat geen onverdeeld genoegen. Lange vergaderingen waarin vaak maar een paar afgevaardigden aan het woord zijn, schorsingen om stukken te lezen, discussies over procedures en uiteindelijk een uitspraak die vaak lastig te begrijpen is, al was het maar omdat deze vaak geformuleerd is in de indirecte rede (‘constaterende dat (…), overwegende dat(…)’ enzovoort). Nee, als je al voor je plezier naar een kerkelijke vergadering zou gaan, zou je dat plezier bij de behandeling van een appel snel vergaan.

In vier afleveringen van Ambtelijk Contact zal ik ingaan op de kerkelijke appelprocedure. Niet omdat het een verheffend onderwerp is. Als het tot een kerkelijke procedure komt, zijn er alleen maar verliezers. Wel omdat het onderwerp er toe doet. De geschiedenis heeft geleerd dat er bij kerkelijke procedures veel mis kan gaan, veel schade kan worden opgelopen. Door het geschil zelf natuurlijk, maar ook door de wijze waarop het geschil in de kerkelijke procedure is behandeld. Het is dan ook belangrijk dat de procedure zorgvuldig verloopt en er aan bijdraagt dat alle betrokkenen recht wordt gedaan.

Ik zal in deze artikelen de door de laatste generale synode vastgestelde appelregeling bespreken. Voor ik dat doe, ga ik in dit eerste artikel in op de achtergrond van deze regeling en schets ik de belangrijkste uitgangspunten.

PROCEDURELE RECHTVAARDIGHEID

In het ‘wereldlijk’ recht is de laatste decennia steeds meer aandacht gekomen voor de psychologische mechanismen die een rol spelen bij een geschil. Zo ging het in de letselschadepraktijk, waar ik als advocaat actief in was en als rechter in ben, vroeger vooral om de omvang van de schade. De advocaat die er voor zijn cliënt de maximale schadevergoeding uithaalde, had het goed gedaan. Zijn cliënt had gekregen waar hij recht op had. De laatste jaren zijn we ons er van bewust dat het slachtoffer niet alleen aanspraak heeft aan een adequate schadevergoeding, maar evenzo - en misschien nog wel meer - behoefte heeft aan erkenning. Het is belangrijk dat degene die de schade heeft veroorzaakt erkent dat hij fout zat en excuses maakt. Net zo belangrijk is dat het slachtoffer op de hoogte wordt gehouden van de afwikkeling van zijn schade en daarin inspraak heeft. Het slachtoffer wil - ook letterlijk; denk aan het spreekrecht van het slachtoffer in strafzaken - gehoord worden.

Het gaat niet alleen maar om de inhoudelijke rechtvaardigheid (de adequate schadevergoeding), maar ook om het proces waarin die inhoudelijke rechtvaardigheid tot stand komt. Ook de procedure moet rechtvaardig zijn, het slachtoffer recht doen. Uit onderzoek blijkt dat die procedurele rechtvaardigheid bijdraagt aan herstel van het slachtoffer. We weten uit onderzoek ook dat wanneer een procedure transparant was voor de procesdeelnemers en zij de indruk hebben gekregen dat zij serieus zijn genomen - bijvoorbeeld dat zij hen zegje hebben kunnen doen en dat er toen ook naar hen is geluisterd - zij een beslissing gemakkelijker accepteren, ook als die negatief voor hen is. De motivering van een beslissing speelt daarbij ook een belangrijke rol. Het is belangrijk dat die beslissing duidelijk maakt dat de argumenten van de partijen in de procedure serieus zijn genomen. Als duidelijk is dat de argumenten zijn gewogen, maakt dat het gemakkelijker te accepteren dat ze te licht zijn bevonden, dan wanneer dat uit de uitspraak helemaal niet blijkt.

DE SLAGSCHADUW VAN DE BURGERLIJKE RECHTER

De ‘kwestie Zeewolde’ heeft in onze kerken heel wat losgemaakt. In die zaak is tot aan de Hoge Raad toe geprocedeerd over de afzetting van een predikant. In een betrekkelijk vroeg stadium van die zaak is een beslissing van de classis door de president in kort geding geschorst. Een ingrijpende beslissing, die de vraag opriep of de burgerlijke rechter zo maar mocht ingrijpen in het kerkrecht. Wat later kende de kantonrechter de afgezette predikant een ontslagvergoeding ten laste van de classis toe. Deze laatste beslissing is door het hof Arnhem vernietigd en het arrest van het hof bleef bij de Hoge Raad in stand.

Wat deze uitspraken duidelijk maakte was, dat een kerkelijke procedure maar zo bij de burgerlijke rechter kan eindigen. Toch, blijkt uit een analyse van de rechtspraak van de burgerlijke rechter, staat die bepaald niet te trappelen om kerkelijke geschillen te gaan behandelen. Integendeel, wanneer een kerk een adequate regeling heeft voor de beslechting van kerkelijke geschillen, laat de burgerlijke rechter de beslechting van geschillen aan de kerk zelf over. De burgerlijke rechter fungeert slechts als vangnet. Alleen wanneer de kerkelijke procedure tekortschiet in rechtsbescherming, is er een taak voor de burgerlijke rechter weggelegd. Dat tekortschieten doet zich voor wanneer in de kerkelijke procedures de fundamentele beginselen van een goede procedure niet zijn gewaarborgd. Het gaat dan om vooral om het beginsel van hoor- en wederhoor en om de onpartijdigheid van de colleges die moeten beslissen, maar - naar mijn mening; je kunt daar anders over denken - ook om de plicht tot een zorgvuldige motivering van de beslissing.

Een kerk die wil voorkomen dat haar kerkelijke geschillen bij de wereldlijke rechter worden uitgevochten, doet er dan ook goed aan een geschillenprocedure in het leven te roepen en te houden die voldoet aan die fundamentele beginselen van een goede procesorde.

DE LAPPENDEKEN AAN KERKELIJKE PROCEDURES

In onze Kerkorde is artikel 31 gewijd aan het recht van appel. Deze bepaling is erg summier en bevat nauwelijks regels over de procedure. Op basis van deze bepaling had zich veel gewoonterecht ontwikkeld. Kerkelijke appelprocedures verliepen vaak langs dat gewoonterecht. Aan het eind van de vorige eeuw en aan het begin van deze eeuw werden wat regels vastgelegd voor verschillende situaties. Zo was er een voorlopige handleiding voor kerkelijke tuchtprocedures en bevatte de kleine letters van de kerkorde wat bepalingen over de kennisgeving van besluiten en over het recht van revisie. Een integrale regeling voor de behandeling van kerkelijke geschillen ontbrak echter.

EEN INTEGRALE REGELING

Het is tegen deze achtergrond dat de GS van 2010 deputaten kerkorde en kerkrecht opdracht gaf een integrale regeling voor de appelprocedure aan de volgende GS (die van 2014 dus) voor te leggen. Deputaten hebben zich van hun opdracht gekweten en de GS van 2014 heeft de door deputaten opgestelde regeling ook vastgesteld.

in de regeling is zoveel mogelijk overgenomen van de bestaande regelingen, maar zijn ook wel belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Die wijzigingen houden verband met de wens om de procedure te stroomlijnen, maar veel meer nog met de noodzaak om de eerder genoemde fundamentele beginselen van een goede procesorde te verwerken. Wanneer dat het geval is en het kerkelijke geschil vervolgens volgens de regels wordt behandeld, wordt de burgerlijke rechter buiten de deur gehouden. En dat is ook de bedoeling van de regeling. Maar dat niet alleen, en zelfs niet als eerste. De kerk zal zoveel in haar vermogen ligt recht willen doen, ongeacht hoe daar buiten de kerk over wordt gedacht. De nieuwe regeling wil daaraan bijdragen. In de volgende artikelen zal de regeling besproken worden en zal ook aandacht geschonken worden aan de belangrijkste wijzigingen.

ENKELE UITGANGSPUNTEN

Hoewel de appelregeling geen inleidende paragraaf bevat waarin de belangrijkste uitgangspunten worden beschreven, is het wel mogelijk enkele uitgangspunten te benoemen. Die uitgangspunten zijn, dat is althans de bedoeling, tot uitdrukking gebracht in de regeling. Ik noem er enkele.

Het eerste uitgangspunt is dat het appelrecht een ambtelijke verantwoordelijkheid is. Er is bewust voor gekozen dat appelzaken worden behandeld door de kerkelijke vergaderingen, en niet door - zoals in de PKN gebeurt - geschillencommissies die los van de kerkelijke vergaderingen opereren. Die keuze heeft wel een praktisch nadeel. Een kerkelijke geschillencommissie kan veel efficiënter en vaak ook effectiever opereren dan een kerkelijke vergadering. Een geschillencommissie bestaat vaak uit leden die beroepshalve ervaring hebben met het beslechten van geschillen en het voeren van procedures. Bovendien is het nu eenmaal gemakkelijker om met drie of vijf personen te beslissen dan met 20 of meer personen. Dat nadeel wordt in de regeling ondervangen doordat wordt voorzien in de benoeming van een commissie die het besluit van een kerkelijke vergadering voorbereidt. Het besluit op een appel blijft echter het besluit van een kerkelijke vergadering. Een tweede uitgangspunt is dat hoor en wederhoor worden gewaarborgd. In alle fases van de kerkelijke procedure wordt er op gelet dat beide partijen schriftelijk - en zo nodig mondeling - hun visie kunnen geven en kunnen reageren op de stellingen van de ander. Op die manier wordt voorkomen dat wordt beslist op stellingen van de een die de ander niet kent. Een derde uitgangspunt is dat onnodige formalismen worden vermeden. Het is de bedoeling van de procedure dat de kerkelijke vergadering beslist over de vraag waar het echt om gaat. Die vraag moet ter tafel komen en worden beantwoord. Het nieuwe appelreglement biedt daartoe wel handvatten, maar het is aan de kerkelijke vergaderingen zelf om die ook te gebruiken. Als dat zou gebeuren, zou dat winst zijn, niet in het minst voor de appellant die ongelijk krijgt, maar dan tenminste weet waarom hij ongelijk heeft gekregen.

Mr. Bert de Hek is ouderling van de kerk te Genemuiden en heeft zitting in het deputaatschap deputaat Kerkorde en Kerkrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.