+ Meer informatie

‘DE GULDEN KETEN’

8 minuten leestijd

Over de orde van het heil

EEN NIEUWE SERIE

Het ligt in de bedoeling van de redactie om in de komende tijd regelmatig een artikel te publiceren over de zogenoemde ‘heilsorde’.

Zeker oudere lezers zullen op de catechisatie geleerd hebben wat dat woord inhoudt: ‘de weg waarin de verhoogde Christus door zijn Geest het door Hem verworven heil uitdeelt en toepast’. En u leerde het bekende rijtje: roeping, wedergeboorte, bekering, geloof, rechtvaardiging, heiligmaking, heerlijkmaking. Nu zou de vraag bij meerdere lezers kunnen opkomen: heeft het zin om het daarover in Ambtelijk Contact te hebben? Gaat het dan niet over een begrippenmateriaal dat sterk verouderd is? Heb je er in het huidige tijdsgewricht nog wel wat aan? We leven toch in een heel andere tijd met heel andere vragen: de vraag naar het bestaan van God, naar de relatie tussen God en het lijden, naar de plaats van christenen in de hedendaagse cultuur. Moet je je dan nog gaan bezighouden met vragen die de meeste mensen niet meer stellen: hoe je deel krijgt aan het heil? Bovendien: hebben we al niet genoeg ellende gezien van een vergaande systematisering van het werk van de Heilige Geest, waardoor mensen alleen maar belemmerd worden in hun geestelijk leven?

Die vragen poetsen we niet weg. Integendeel, oude schatten (die overigens nooit vergaan!) kunnen alleen maar opnieuw tot schittering komen wanneer we ze confronteren met de tijd waarin we leven, en omgekeerd. Vandaar dat we beginnen met een

KLIMAATSVERKENNING

Het is langzamerhand een open deur intrappen om te zeggen dat we leven in een ervaringscultuur. Ervaringen van allerlei soort moeten dienen om het verlangen naar geluk te realiseren. Het gaat om ‘het goede gevoel’. En zeker westerse mensen menen recht te hebben op een zo groot mogelijke portie genot.

Christenen leven bepaald niet op een eiland. Op allerlei manieren sijpelt, nee, stroomt dit denken de kerken binnen. Noem het ‘ervaringsreligiositeit’. Er moet in de kerk wat te beléven zijn, anders haken we af. De preek moet mij aanspreken en een warm gevoel geven, zodat ik er in de week weer tegen kan. Alleen via een sprankelend aanbod van anekdotes en vooral ik-verhalen van de verkondiger is er nog toegang te verkrijgen tot de hoorder. De subjectieve ervaring is de maatstaf waaraan kerkdienst en preek gemeten worden. Zelfs bij ‘aanbidding’ (hoog in het vaandel bij velen, en daar zijn op zichzelf Bijbelse redenen voor aan te geven!) is het de vraag of dat soms niet sterk ‘ik-gerichte’ aanbidding is, waarbij ik me goed en ‘high’ moet voelen.

RELEVANTIE

In een wereld vol (hang naar) spirituele ervaringen is het de vraag wat de essentie van de Bijbelse geloofservaring is. ‘Ervaring’ is niet hetzelfde als ‘geloof’. Tegelijk moet gezegd: het geloof kent zijn eigen ervaring. De Schrift is er vol van — denk alleen maar aan de Psalmen en de vele woorden in de Schrift waarin gevoelscomponenten meespreken, zoals liefde, berouw, blijdschap. Maar het kon wel eens meer dan ooit nodig zijn om aan te geven hoe de Heilige Geest werkt wanneer Hij een mens doet delen in het heil — voor zover de Schrift over dat ‘hoe’ opening van zaken geeft. Met deze zin worden twee dingen gezegd.

a. Er is vanuit de Schrift zeker het een en ander te zeggen over de manier waarop de Heilige Geest te werk gaat in de uitdeling en toepassing van het werk van Christus. En omdat de Schrift dat doet, zullen ambtsdragers in prediking en op huisbezoek dat na hebben te spreken, naar wat ieder persoonlijk nodig heeft. Zo kan ook het waarheidsgehalte van allerlei ervaringen die we tegenkomen worden getoetst aan Gods Woord.

b. We dienen te waken voor een zo ver doorgevoerde schematisering, dat tekort wordt gedaan aan het eigene van het werk van de Heilige Geest. Hij heeft zijn eigen ‘ambtsgeheim’— Jezus wijst daarop in Johannes 3.

In zijn prachtige artikel over ‘geestelijke leiding in de prediking’ heeft wijlen prof. Kremer er op gewezen dat de prediking ook een heilsordelijk karakter dient te dragen. Wat hij opmerkt kan echter ook op een bepaalde manier van toepassing worden geacht op het huisbezoek. Ik citeer: ‘Zal de gemeente rondgeleid worden in het paleis der waarheid tot ontdekking, geloof, blijdschap, zekerheid, liefde, hoop, beschaming, enz., dan moeten haar de ‘stukken’ getoond worden, niet als op een veiling, waar wel alles getoond wordt, maar intussen het huis een chaos is, waarin niemand begeert te wonen. Christus zegt zo schoon, dat de Schriftgeleerde in het koninkrijk der hemelen een wèl onderwezen iemand is, die ‘een schat’ heeft. Populair gezegd: hij heeft wat achter de hand en zet niet alles tegelijk op tafel. Hij bedient naar behoefte en naar gelegenheid’ (Priesterlijke prediking, p. 24).

Wanneer we de twee genoemde elementen voor ogen houden, kan het nadenken over de orde van het heil van grote betekenis zijn voor de manier waarop we als ambtsdragers geestelijke leiding geven in een ervaringscultuur.

Deze belangrijke kernen van het geloofsleven wortelen in de Schrift en geven stevigheid aan de geloofsbeleving, tegenover veel ‘zweverigheid’ zonder fundament.

BEGRIPSBEPALING

Het gaat in de orde van het heil om de vrucht van het werk van Christus, dat Hij tijdens zijn verblijf op aarde verricht en volbracht heeft. Christus heeft door zijn leven, lijden en sterven het heil voor zondaren verworven (verdiend). Dat heil bestaat uit alles wat Hij geeft in leven en in sterven, tot in eeuwigheid toe. Het avondmaalsformulier vat dat prachtig samen: ‘al zijn goederen, het eeuwige leven, de gerechtigheid en de heerlijkheid’.

Het is de Heilige Geest die het uit Christus neemt en het zondaren verkondigt (Joh. 16:14). Hij geeft ons deel aan al het heil. Kort gezegd: de verwerving vraagt om de toepassing; de heilsfeiten vragen om de heilsorde. Anders gezegd: wat er in Christus aan heilgoederen ligt ‘opgeslagen’ wordt door de Heilige Geest bij mij ‘thuisgebracht’.

Voor twee gevaren zullen we moeten waken:

a. Je kunt alle nadruk leggen op de verwerving van het heil door Christus, en daarbij vergeten dat de toepassing daarvan in het hart van een zondaar niet mag ontbreken. Dan gaan we er in de praktijk van uit dat de hele gemeente al deelt in het heil. Maar zonder de toepassing door de Geest zal het werk van Christus geen nut hebben in ons leven.

b. Je kunt omgekeerd alle nadruk leggen op de toepassing door de Geest en daarbij de verwerving door Christus verwaarlozen. Dan worden alle kaarten gezet op de bevinding. Maar de grond voor de zaligheid is niet het werk van de Geest in mij, maar het werk van Christus buiten mij.

We worden geroepen om het evenwicht te bewaren, in onze persoonlijke beleving èn in het geven van geestelijke leiding aan de gemeente. Dat is het evenwicht waarvan de Schrift getuigt: Christus uoor ons en Christus in ons (zie bijv. Gal. 3:13 en Efez. 3:16 en 17). Er valt ook nog te spreken van Christus door ons, maar dat kan in dit verband nog even buiten beschouwing blijven.

Het woord ‘heilsorde’ bevat de aspecten ‘heil’ en ‘orde’.

Heil heeft alles te maken met de Heiland, de Zaligmaker. Hij verlost van de zonde en verzoent vijanden met God. Door zijn bloed te geven overbrugde Hij de kloof die door de zonde geslagen was.

We spreken over orde, omdat God een God van orde is. Dat blijkt in de structuur van de schepping (denk alleen al aan de manier waarop de scheppingsdagen 1 en 4, 2 en 5, 3 en 6 op elkaar betrokken zijn!) en ook in de herschepping: de vernieuwing van de mens en uiteindelijk ook van de aarde. Orde geeft aan: wat de Heilige Geest bewerkt, kun je niet allemaal door elkaar gooien. Er is een innerlijke samenhang tussen de verschillende weldaden (zie bijvoorbeeld Rom. 8:30, Mark. 1:15 en 1 Cor. 6:11). Zo volgen geloof en bekering op de roeping en niet omgekeerd, en gaat de rechtvaardiging aan de heiliging vooraf. Maar we waken voor een te strakke tijdsorde die als een belevingsorde wordt opgelegd. Alleen al het voorbeeld van de moordenaar aan het kruis behoedt ons daarvoor.

OPZET

Wie her en der wat over de heilsorde leest, komt uiteenlopende ‘ketens’ tegen. We kiezen voor de meest gevolgde, met toevoeging van een enkel element: roeping, wedergeboorte, geloof, bekering, rechtvaardiging, de aanneming tot kinderen, heiliging, volharding, verheerlijking.

Bij de Puriteinen komen we aparte aandacht tegen voor de aanneming tot kinderen, nauw gelieerd aan de rechtvaardiging, maar toch ook daarvan onderscheiden. Dat blijkt een waardevolle aanvulling te zijn ten opzichte van het onder ons gebruikelijke.

We luisteren in deze serie in de eerste plaats naar de Schrift en de belijdenissen van de kerk.

We verbinden, dan wel confronteren wat we in de schat van de kerk vonden vervolgens met ‘ervaringen’ in het postmoderne levensgevoel. Positief zoeken we invulling te geven aan de belevingskant van het heil in het perspectief van de gereformeerde vroomheidsbeleving. Daarbij proberen we waar mogelijk toepassingen te geven met het oog op de praktijk van het huisbezoek.

Op deze manier hoopt de redactie oude schatten opnieuw te doen schitteren, zodat we er onze winst mee kunnen doen, persoonlijk en ambtelijk.

ZATERDAG 5 APRIL:

LANDELIJKE AMBTSDRAGERSCONFERENTIE IN NIJKERK

Onderwerp: ‘eenheid en verscheidenheid in de CGK — mede met het oog op de generale synode’

in te leiden door ds. J. Jonkman te Drachten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.