+ Meer informatie

Judas en de onbekeerde ten Avondmaal?

3 minuten leestijd

Men vroeg mij om eens te antwoorden in het gemeenteblad op de vraag of Judas aan het Heilig Avondmaal is geweest en of nu ook een onbekeerd mens ten Avondmaal gaan mag?

Op het eerste deel van deze vraag is mijn antwoord: ja. Zo oordeelt ook onze belijdenis. In art. 35 der Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen we: „dat de goddeloze wel het Sakrament ontvangt tot zijn verdoemenis, maar hij ontvangt niet de waarheid van het Sakrament; gelijk als Judas en Simon de Tovenaar beiden wel het sakrament ontvingen, maar niet Christus, Die door datzelve betekend wordt”.

Hieruit blijkt duidelijk, dat onze belijdenis het er voor houdt, dat Judas ook het Heilig Avondmaal ontvangen heeft. Tevens leren we hieruit, dat wij iemand maar niet van het Avondmaal moeten heenzenden, omdat wij hem onbekeerd achten; dat deed de Heere Jezus ook niet, die toch zeker Judas wel als een onbekeerde en verrader kende.

Maar dit wil nu niet zeggen, dat Judas en voorts de onbekeerden van hart het rechtzouden hebben ten Avondmaal te gaan. Integendeel: dat hebben zij niet. Zij eten en drinken zichzelf een oordeel; zij ontvangen het sakrament tot hun verdoemenis. Dit vreselijk oordeel, dat over hun Avondmaalsviering wordt uitgesproken, moest hen er zich voor doen wachten. Iedere prediker is geroepen in de voorbereidingspredikatie op ernstig zelfonderzoek aan te dringen.

Een ieder heeft zich te toetsen aan de kenmerken, die door de rechte Avondmaalganger gekend moeten worden en die volgens Gods Woord en de belijdenisgeschriften zijn; ten eerste, dat wij onszelf wegens onze zonden mishagen en ons daarover voor God verootmoedigen; ten tweede, dat wij de vergeving onzer zonden en de gerechtigheid alleen in Christus zoeken; ten derde, dat wij van harte begeren tegen ons ongeloof en de zonde te strijden en voor de Heere wensen te leven. Indien nu het kerkelijk toezicht over leer en leven getrouw gehouden wordt en de leraar zich vrij maakt van het bloed zijner hoorders, dan ligt het voor ieders rekening hoe hij Avondmaal viert. Om aan het Heilig Avondmaal te gaan heeft een onbekeerde geen recht of grond, ook al is hij een in belijdenis en wandel onbesproken lid der kerk; zijn aangaan en wegblijven is evenwel tot zijn verantwoording.

Het Avondmaal is alleen voor de oprechte gelovigen, en dient tot versterking van het geloof. Waar nu geen geloof is, kan het niet versterkt worden; dus ligt aan het gebruik van het Heilig Avondmaal het ware geloof ten grondslag. En de Heere heeft Zelf in de inzetting des Avondmaals het toegezegd, dat Hij de gelovigen wil spijzen en laven met Zijn lichaam en bloed, zo zekerlijk als zij van dit gebroken brood eten en van deze drinkbeker drinken.

Uit: Ons Gemeenteblad, 8e jrg. no. 10.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.