+ Meer informatie

Deze zal ons troosten... want een mens kan 't niet

4 minuten leestijd

Zijn we eraan gewend geraakt dat we „nu eenmaal in een liefdeloze tijd leven"? Accepteren we dat? Mensen in rouw en verdriet krijgen soms harde adviezen. De ware troost zullen ze bij hun medemensen niet vinden.

Wat zijn mensen toch hard! Dat is waarschijnlijk de ervaring van velen. Erger is het echter, wanneer deze ontdekking ook binnen de kerk gedaan wordt. Wat een hardheid, kilheid en onbewogenheid kan er binnen de gemeente worden ontmoet. Wat ontbreekt het dikwijls aan medeleven, omdat men gewoon langs elkaar heen leeft. Of al zo ongevoelig is geworden voor de noden en zorgen van de naaste binnen dezelfde gemeente, dat men niet eens de moeite wil nemen om daarbij stil te staan. Is deze houding haast niet kenmerkend geworden voor het kerkelijke leven? Kunnen wij zo gemakkelijk aan deze "geaccepteerde" zonde voorbij leven? Verontrust het ons nooit, dat dit een van de tekenen is waarover de Heere Jezus gesproken heeft en waaraan de tijd, die aan Zijn wederkomst voorafgaat, te herkennen zal zijn? „Zo zal de liefde van velen verkouden"! (Mt. 24:12a)

Minste weerstand
Een briefschrijfster gaat hieronder gebukt. Zij stelt eigenlijk twee vragen aan de orde, die min of meer terug te leiden zijn tot de bovenomschreven situatie van liefdeloosheid en onbegrip. Zij komt kennelijk uit een onkerkelijk milieu en nu raden gemeenteleden haar aan om met haar familie te breken. Typisch een "advies" van mensen die overal een pasklaar antwoord voor schijnen te hebben. Het is de weg van de minste weerstand. Deze wordt ons nergens in het Woord geleerd. Ik lees wel wat anders: „Red degenen. die ter dood gegrepen zijn, want zij wankelen ter doding zo gij u onthoudt" (Spr. 24:11). Wat schieten wij hier allen in te kort. Zeker wanneer wij elk contact met onze familie maar gemakshalve vermijden, want zij weten nu eenmaal niet beter. Stillen velen zo hun geweten? Dieper grijpt de tweede vraag in. Tot tweemaal toe kwam er, kort achter elkaar, rouw in het leven van onze briefschrijfster. Zij leed gevoelige verliezen en kan deze niet verwerken. Zij zoekt steun bij mensen, maar krijgt het gevoel dat zij haar in de kou laten staan. Zij moet het zelf maar zien te klaren(!). Maar dat is juist haar grote nood. Zij voelt zich zo hulpeloos en haast ten einde raad. Zij ziet het geestelijk „niet meer zitten", zo drukt zij het zelf uit.

Onbegrip
Wat komt hier de grenzeloze onbarmhartigheid van de natuurlijke mens schrijnend naar voren. Of is het een uiting van verlegenheid? Zelf geen raad weten met de rouw en het verdriet van anderen! Hoevelen stuiten op dezelfde muur van onbegrip? Hoe weinig wordt erbij stilgestaan, dat wij daarmee het leed van de rouwdragenden nog meer verzwaren. Totdat... de rouw in onze eigen woning komt? Mensen zijn moeilijke vertroosters. Toch blijft het onze dure roeping om de helpende hand te bieden waar dit nodig is. Wat kan ertegenop gezien worden. Wie is tot deze dingen bekwaam? Geen mens, maar een warm hart en een enkel woord, waarin het medeleven doorklinkt, kunnen al zoveel betekenen. Wie het rouwproces van binnenuit kent, weet waar de gevoeligheden liggen. Wat moet er veel doorgemaakt worden. Onze gevoelens lopen zo uiteen: verdriet, verslagenheid, verbittering, vertwijfeling en dat altijd maar knagende waarom! „Waarom toch, o God! waarom?"

Troost
Uiteindelijk komen alle rouwdragenden er achter, dat het beter is tot de HEERE de toevlucht te nemen, dan op de mens te vertrouwen (Ps. 118:8). Mensenwoorden kunnen de geslagen levenswonden zo (onnadenkend) openscheuren met de "beste" bedoelingen. Want het is niet waar dat de tijd alle wonden heelt. Wat doet het zeer wanneer wij die gedachte bij de ander, die probeert te troosten, opmerken. Teleurstellingen kunnen ons verdriet vergroten. Zij kunnen ons ook uitdrijven tot de HEERE! Tot Hem, van Wie La
mech al profeteren mocht bij de geboorte van zijn zoon Noach: „Deze zal ons troosten." Hij heelt gebrokenen van harte en Hij verbindt ze in hunne smarte. Mag deze troost in de adventstijd, die wij weer mogen beleven, het deel zijn van de rouwdragenden, de alleenstaanden, de bejaarden. U die God zoekt in al uw zielsverdriet, houd aan in het gebed en vraag het deze Trooster maar: „Geef ons in kruis Uw vreugd weerom; vertroost het neergebogen hart en heel in gunst der kranken smart."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.