+ Meer informatie

Doeboek tegen maakbaarheid kind

5 minuten leestijd

Met hun boek over opbrengstgericht leren lijkt het alsof Dick Both en Bram de Muynck naadloos aansluiten bij de heersende trend om scholen eenzijdig af te rekenen op resultaten. Maar schijn bedriegt. „Opbrengstgericht leren is meer dan presteren.

Het onderwijs grossiert in afkortingen. Twee betrekkelijk nieuwe zijn: ogw en hgw. Ze staan voor opbrengstgericht werken en handelingsgericht werken. Ze overspoelen het basisonderwijs. Elke zichzelf respecterende juf of meester moet er iets mee, maar wat? Het stimuleerde drs. Dick Both en dr. Bram de Muynck, beiden werkzaam bij Driestar Educatief in Gouda, er „een doeboek” voor het basisonderwijs aan te wijden.

Both: „Ik hoorde een directeur zeggen: We zijn eerst drie jaar met hgw bezig geweest, nu starten we met ogw. Dan schieten de tranen in m’n ogen. Zo moet het dus niet. In ons boek pleiten wij voor een integrale aanpak. De titel, ”Opbrengstgericht leren, meer dan presteren”, is er een met een knipoog.”

Waar gaat het over?

De Muynck: „Opbrengstgericht werken is ontstaan in Amerika als methode om de kwaliteit van zwakke basisscholen omhoog te krijgen. Leerkrachten werden gestimuleerd meer gebruik te maken van het leerlingvolgsysteem, waarin veel informatie over de prestaties en ontwikkeling van leerlingen staat. Door het gericht inzetten van die informatie in de dagelijkse lespraktijk verbetert het onderwijs. Handelingsgericht werken is in Nederland bedacht door orthopedagogen als manier om individuele leerlingen doelgericht verder te helpen.”

Welke positieve kanten zitten eraan?

De Muynck: „Dat leerkrachten zich de vraag stellen: Wat wil ik bereiken met mijn onder- wijs? Een juf of meester die doelgericht lesgeeft, boekt betere resultaten.”

Both: „Vraag je als leerkracht geregeld af: Op welk punt is deze leerling in zijn ontwikkeling? Maar ook: Waar staat de klas als geheel op dit moment? Leerkrachten hebben niet meer dan 25 uur per week. In die tijd moet het gebeuren. Dat vereist een efficiënte aanpak.”

Wat zijn de zwakke punten?

Both: „Je loopt het risico dat schoolleiders en besturen opbrengstgericht en handelingsgericht werken gaan gebruiken om eenzijdig te kijken naar de resultaten bij rekenen en taal. Die benadering hebben we ook gezien bij de behandeling van de onderwijsbegroting in de Tweede Kamer. De overheid, maar ook de inspectie kijkt veel te zakelijk naar de output: Wat zijn de leerresultaten van deze school? Goed onderwijs is meer dan een hoge Cito-score.”

De Muynck: „We pleiten ervoor om op een holistische wijze naar leerlingen te kijken. Een kind is geen optelsom van testgegevens. Ook zijn sociaal-emotionele ontwikkeling doet ertoe. Bovendien zijn niet alle resultaten meetbaar. Wat een juf of meester observeert –in de klas, in de gang, op het plein– is net zo goed belangrijk. Ons boek is geen methode om de schoolscore te verhogen, wel om het onderwijs te verbeteren. Leerkrachten moeten betere leerkrachten worden. Dat beogen wij met ons boek. Niet: Heb je als school je punten gehaald? Daar worden leerkrachten alleen maar angstig van.”

Wat kunnen reformatorische scholen ermee?

De Muynck: „Het boek is voortgekomen uit een speurtocht naar het spanningsveld tussen de nieuwe onderwijsconcepten en de identiteit van reformatorische scholen. Het diepste doel van deze scholen is kinderen op te voeden voor Gods aangezicht. In die visie mag je dankbaar zijn voor resultaten. Je mag ze zelfs koesteren. De leerkracht die iets positiefs verwacht van zijn leerlingen, boekt positievere resultaten. Die houding verdient meer aandacht. Als je zo met opbrengstgericht werken bezig bent, gaat de spanning eraf.”

Both: „Vorige maand presenteerden we het boek voor 180 leraren, van wie 70 procent niet op een reformatorische school werkte. We stelden de vraag: Is de school een plaats om voor maximale resultaten te gaan, zoals de onderwijsinspectie wil, of een plek waar kinderen zich in brede zin kunnen ontwikkelen? De tweede optie kreeg onverwacht veel bijval. Ook reformatorische scholen plaatsen het ontwikkelen van talenten vaak in een economisch kader. Bijbels gezien moet je het in een pedagogisch kader plaatsen.”

Zijn er knelpunten?

De Muynck: „Ja. Ik noem dat het profetisch moment in ons boek. Dat is onze kritiek op het Babeldenken. Moderne onderwijsconcepten gaan uit van de maakbaarheid van het kind. Ook de inspectie lijdt daaraan. Ze heeft het over maximalisatie van leerresultaten. Daar word ik niet warm van. In Amerika is er een beweging tegen toetsen op gang gekomen. Er worden zelfs demonstraties gehouden. In ons land ligt het wat genuanceerder, maar hier zit wel een knelpunt.”

Hoe zijn de eerste reacties op uw boek?

Both, lachend: „Het verkoopt goed.” Serieus: „Leerkrachten willen de samenhang zien tussen nieuwe onderwijsconcepten. Ik ken nog geen scholen die helemaal door het boek heen zijn gekropen, maar ik hoor dat leerkrachten ons pleidooi herkennen. Vooral op twee punten: het antibeheersingsdenken en de holistische visie op het kind. Driestar Educatief maakt daar als kenniscentrum een speerpunt van.”

Hoe kunnen scholen ermee aan de slag?

De Muynck: „Het is een leer- én een doeboek. Het liefst hebben we dat een school het tijdens teamvergaderingen bespreekt. Een van de leerkrachten zou een hoofdstuk kunnen voorbereiden, waarna het voltallige team ermee aan de slag kan. Elk hoofdstuk bevat informatie op drie interactieniveaus: van de leerkracht, de groep en de school.”

Both: „Door het hele boek loopt een praktijkcasus met de fictieve meester Martin in de hoofdrol. Zijn ervaringen zullen veel herkenning oproepen. Het boek is ook geschikt voor pabostudenten. Naast Driestar Educatief hebben verschillende andere hogescholen het op de boekenlijst gezet, onder andere de pabo’s van de Hogeschool Arnhem Nijmegen en de Hogeschool Rotterdam en de Marnixpabo in Utrecht.”

De Muynck: „Mijn advies aan de scholen: Ga erover in gesprek. Inspireer elkaar. Dan is ons doel bereikt.” Both: „Vanuit het voortgezet onderwijs klinkt de vraag om een soortgelijk boek. Dat wordt ons volgende project.”

”Opbrengstgericht leren, meer dan presteren”; door Bram de Muynck, Dick Both en Elsbeth Visser-Vogel (red.); uitg. Coutinho, Bussum; 2013; ISBN 978 90 469 0340 7; 190 blz.; € 22,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.