+ Meer informatie

JOHN G. PATON

Reizen en trekken op hoge leeftijd.

5 minuten leestijd

Uit het rijke leven van Paton, de apostel der Hebriden, zou nog heel wat te vertellen zijn, maar we jmopten ons fraan bekorten, en slechts enkele belangrijke voorvallen aanstippen.

Enige malen was hij naar Groot-Brittanië geweest om gelden te verzamelen voor een nieuw zendingsschip. In 1894 vertrok hij weer naar het zendingsterrein. De zeventigjarige zendeling sprak bij zijn afscheid: „Morgen vertrek ik weer naar Australië, en hoop dan naar Aniwa te gaan en daar enige tijd te blijven. En dan, als ik geen zendeling kan krijgen voor de westkust van Tanna, is het mijn plan met enige Aniwaanse Christenen er heen te gaan en te trachten zelf de grond te leggen voor het werk Gods onder de kannibalen daar."

Het eiland Tanna was hij nog steeds niet vergeten. Hoe gelukkig gevoelde Paton zich, toen hij vernam, dat zijn zoon Frank gekozen werd. Zo spoedig mogelijk ging de vader een bezoek brengen aan Tanna, om een plaats te zoeken, waar Frank het best zijn zendingspost zou vestigen. Helaas, dit zou een poosje moeten uitgesteld, want er waren twee stammen met elkaar in oorlog. De overwinnende stam vierde feest en op dat feest werden een man en twee vrouwen opgegeten.

Het beste was dus maar, om eerst naar Aniwa te gaan. Vanuit dit eiland schreef hij: „Onze weeskinderen van jaren geleden zijn nu mannen en vrouwen, de vaders en de moeders van het eiland. Zeventig aardige kleine jongens en meisjes stonden om me heen, met stralende gezichten, toen ik hun ieder een nieuw kledingstuk gaf uit de zendingskist, die ik mee had gebracht, 't Is héérlijk om weer op Aniwa te werken."

Fred. een andere zoon van Paton, werkte als zendeling op het eiland Malekula. Ook dit eiland bezocht de grijze zendeling. Over dit bezoek schreef Fred: , .We hadden de grootste moeite te zorgen, dat mijn vader zich niet overwerkte. Op een goede dag kwam er een inboorling verontwaardigd naar me toe met de vraag, waarom ik een oud man zo hard liet werken. Ik ging er op af en vond mijn vader op het strand uit al zijn macht aan het hout zagen. Ge moet namelijk weten, dat slechts de helft van de kerk zitplaatsen had, en nu wilde mijn vader nog wat makkelijke blokzetels maken vóór hij wegging."

In April 1896 zou nogmaals een poging gewaagd worden om op Tanna een zendingspost te vestigen. Met de nieuwe Dayspring kwamen Paton en zijn zoon Frank met zijn vrouw op het eiland aan. Bij de landingsplaats stond een groepje beschilderde inboorlingen in volle wapenrusting. Voorzichtigheid was de boodschap. In 't kort werd het doel van de komst bekend gemaakt. Na lang wikken en wegen werd tenslotte goed gevonden, dat de zoon van de zendeling met het witte haar (zoals ze Paton noemden) onder hen wonen mocht om hun te vertellen van de God van zijn vader.

Tot Patons grote blijdschap kon Frank op Tanna worden geïnstalleerd.

In 1899 zien we de zendeling weer op Aniwa. Hij moest er een groot geschenk brengen: de vertaling van het hele Nieuwe Testament in het Aniweens. Hoor de oude man opgetogen schrijven in een brief van 3 Maart van dat jaar:

„Mijn vurig verlangen, mijn lieve bekeerlingen nog eens te zien en ieder, die lezen kan (en dat kunnen allen boven de kinderleeftijd) het N. Testament te geven, is vervuld. Ik ben weer op Aniwa! Wè.t een welkom was dat! We hadden 's Zondags, vóór de grote gebeurtenis, eerst een dankstond. Niemand kan zich

ijn overstelpende blijdschap voorstellen, toen ik aan en ieder een exemplaar uitreikte van dat Boek, welks oddelijke lering hen van hun vroeger heidendom had erlost. Ze waren onuitsprekelijk blij met hun gechenk, Jaren lang hadden ze er om gebeden, en geerkt om het drukken en binden te kunnen betalen. n mij was het voorrecht geschonken om het te veralen en het grote werk voleindigd te zien. En nu en ik hier vol blijdschap bezig er uit te lezen en te rachten hun begrijpelijk te maken, wat nog nieuw oor hen is."

En hoe was het ondertussen met Frank gegaan op zijn nieuwe zendingspost te Tanna? Twee en een half jaar waren voorbij gegaan sinds de vader zijn zoon daar had geïnstalleerd. De oude Paton ging met zijn eigen ogen zien hoe het stekje er was gegroeid. Er ging weer een brief naar het vaderland. Laten we naar een stukje van die brief luisteren.

„Onze eerste dienst werd bijgewoond door tweehonderd twintig behoorlijk geklede inboorlingen, die allen even aandachtig luisterden. Ze hebben een gedrukte vertaling van het Evangelie van Mattheüs en Marcus; en na de godsdienstoefening zaten ze in groepjes elkander te onderrichten in het lezen er van. Wat een verschil met de naakte, bschilderde wilden met de geladen geweren van vóór twee en een half jaar, toen we er Frank en zijn vrouw achterlieten'. Ditmaal was er geen enkele naakte man of vrouw te zien, behalve één oud opperhoofd. Nu, na vijftig jaren tegenstand, schijnt Gods tijd gekomen om Tanna het licht en de blijdschap te schenken van het Evangelie, die kracht Gods tot zaligheid een ieder die gelooft, in elk land!"

M. NIJ3SE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.