+ Meer informatie

Het Wekeromse Zand

6 minuten leestijd

Zandverstuivingen zijn geliefde bestemmingen voor dagjes-uit. De schoonheid ervan is in elk jaargetijde anders. Vroeger was men minder ingenomen met die stuifzanden; landbouwgronden en dorpjes verdwenen soms geheel onder het zand. De regering besloot ten slotte het verstuiven te bestrijden. Op het Wekeromse Zand blijkt dat dat nooit helemaal is gelukt.

De lucht is rood gekleurd en het zand voor me is ietwat wit bevroren. Het is de eerste nacht dat het deze herfst onder nul is geweest. Boven mij zijn nog wat heldere sterren te zien en in de verte staan wat vliegdennen als eenzame standbeelden te wachten totdat de zon aan de horizon zal verschijnen. Op de grote zandvlakte van het Wekeromse Zand is het stil en verlaten. Geen vogel laat zich horen.
De afdrukken van hoeven verraden de aanwezigheid van zoogdieren, moeflons in dit geval. Heel in de verte hoor ik de mensenwereld tot leven komen, terwijl voor mij de zon de toppen van de bomen oranjerood doet kleuren. Een mooie herfstdag breekt aan.
Het Wekeromse Zand ligt tussen Lunteren en Otterlo bij het plaatsje Wekerom. Het omrasterde, 481 ha grote gebied is eigendom van het Geldersch Landschap. Het meest karakteristieke van het beschermde natuurgebied is wel het stuivende zand. De laatste jaren groeide het stuifzand steeds meer dicht door o.a. mossen, buntgras en andere planten. Daarom heeft het Gelders Landschap een aantal jaren geleden veel bos, voornamelijk grove den, gekapt om zo het gebied open te houden.

„Eene zandwoestijn"
Tegenwoordig wordt er veel energie in gestoken om het stuifzand aan het stuiven te houden. Vroeger dacht men daar echter heel anders over. Toen waren op de Veluwe veel stuifzanden, zoals bijvoorbeeld het Reemster Zand en het Rozendaalse Zand. Tot halverwege de vorige eeuw konden er op de Veluwe ware zandstormen woeden. De arme keuterboertjes hadden het zwaar. Hard werken en weinig inkomsten, onder de bedreiging van het altijd in beweging zijnde zand. Soms werden honderden hectaren landbouwgrond in beslag genomen of een geheel dorp verdween onder het oprukkende zand. Het bekendste voorbeeld hiervan is wel de nederzetting bij het plaatsje Kootwijk, die in de jaren zeventig is blootgelegd. De bekende dominee Otto Gerhard heeft in een van zijn reisverhalen over de Veluwe geschreven: „Het was bijna onmogelijk tegen den ruw waaienden wind, die mij telkens met het stuifzand in het aangezicht geeselde, voort te dringen. Hoe menigwerf zeide ik tot mij zelven: men hoeft waarlijk niet naar Afrika te reizen om zich een denkbeeld van eene zandwoestijn te vormen."

Niet van belang...
In die tijd werd duidelijk dat wanneer de mens niet ingreep, het stuivende zand zich alleen maar zou uitbreiden. Daarom werden er tegen het einde van de 18e eeuw zandgraven aangesteld die het zand in bedwang moesten houden. De toestand verbeterde door het aanplanten van grove den. In 1818 deden de Gelderse bestuurders een beroep op de minister van binnenlandse zaken, maar deze vond "de lijdende streken van de Veluwe niet van genoegzaam belang om er gelden uit de rijksschatkist voor te besteden". Toen volgde een beroep op de koning, wat Gelderland 5000 gulden opleverde. De voorwaarde was wel dat er een nieuwe verordening op de stuifzanden werd afgekondigd, waarin de eigenaren en gebruikers van de gronden opgedragen werd de stuifzanden bij voortduring te bestrijden. Dat men het stuifzand nooit helemaal onder controle heeft gekregen is nu te zien in het Wekeromse Zand.

Moeflons
De zon komt nu boven de bomen uit en werpt lange schaduwen over het zand. Een oud autospoor wordt hierdoor extra benadrukt. Ook door de wind ontstane zandstructuren geven een lange schaduw. Het zand is omsloten door grove den, waarschijnlijk nog uit de tijd dat het stuivende zand bestreden werd. Hier en daar staan ook wat berken. Sommige bomen hebben het niet overleefd in het droge mulle zand. Hun kale grillige takken staan te verrotten onder invloed van het weer.
In het zand staan talloze afdrukken. Naast de afdrukken van schoenen zijn er ook moeflonpoten te zien en een enkele prent van een ree. Nu het lichter begint te worden, zullen de dieren de open zandvlakte gaan mijden. Daarom zoek ik de bosrand op om zo de kans op een ontmoeting met een moeflon te vergroten. Moeflons komen oorspronkelijk van Corsica en Sardinië en zijn naar Nederland gehaald voor de jacht. Nu lopen er in het Wekeromse Zand ongeveer 50 exemplaren. Ze moeten de vegetatie op de hei en aan de randen van het stuifzand zo kort mogelijk houden.

Dierenwereld
Net als bij de schapen wordt het mannetje ram en het vrouwtje ooi genoemd. De lammetjes worden geboren in het vroege voorjaar en de bronsttijd van de dieren valt in het herfst. Om het bezit van een ooi wordt soms stevig geramd. De twee rammen stoten net zo lang met de koppen tegen elkaar totdat een van beide het voor gezien houdt. Ze gaan zo'n 15 meter uit elkaar, om vervolgens zo hard mogelijk naar elkaar toe te lopen en de tegenstander een flinke klap uit te delen.
Moeflons zijn schuw. Ze beschikken over een goede neus en een uitstekend gehoor. Ik loop dan ook zeer voorzichtig zonder een takje te breken. Even later zie ik een aantal moeflons tussen de dennen. Ze lopen vrij rustig van mij vandaan. Zouden ze toch wat in de peiling hebben? Met een grote boog probeer ik ze weer tegemoet te lopen en het lukt me in de buurt te komen.

Een ooi met een jong komt mij tegemoet. Onbeweeglijk wacht ik af wat er gaat gebeuren. Het jong loopt richting het open veld en blijft aan de bosrand wachten. Kijkt of alles veilig is en loopt dan verder. Ik maak een geluidje. Het jonge dier blijft in het mooie ochtendlicht staan en ik druk af. Na het horen van de sluiter draait het dier zich om en kijkt nu recht in de lens. Mijn film is helaas vol! Ik kan nog een paar seconden genieten van de jonge moeflon; dan sprint het dier naar het volgende bosje.

Stuwwal
De herfstzon warmt het bos verder op en alleen in de schaduw is het wit van de afgelopen nacht nog zichtbaar. Ik wandel verder richting het oostelijk deel van het natuurgebied. Ik laat het mulle zand achter mij en kom in een wat meer gevarieerd bos. Beuk, eik, berk, krenteboompjes die al mooi beginnen te kleuren en een lijsterbes staan hier tussen de grove den. Even later stuit ik op een enorme stuwwal. Er staan reusachtige oude beuken op. Een kronkelend paadje brengt mij naar boven en aan de andere kant van de wal zie ik het raster van het gebied met daarachter het akkerland van de boeren. De wal is vroeger aangelegd en moest de akkerlanden tegen het stuivende zand beschermen. Het paadje op de stuwwal kronkelt verder in zuidelijke richting. Rechts het bos met daarachter de stuifzanden en links de akkerlanden. Een mooi stukje cultuur en natuur.

Korstmossen
Ondanks de voortdurende beweging van het stuifzand groeien er toch nog planten. Planten die overigens nauwelijks als zodanig te herkennen zijn, zoals korstmossen, waarvan maar liefst 27 soorten zijn ontdekt. De korstmossen slagen erin zandkorrels tot ronde schijfjes bijeen te houden. In het voorjaar zijn ze prachtig groen, maar in de zomer verdrogen ze tot bruine puntjes in het hete zand. Andere planten van het stuifzand zijn buntgras en heidespurrie. Bunt is een oud Nederlands woord voor slechte grond. Grond die dankzij de wind het Wekeromse Zand heeft gevormd tot wat het nu is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.