+ Meer informatie

D. UITSPRAKEN VIA INSTRUCTIES

9 minuten leestijd

1. BETREFFENDE DE VERZEKERING VAN FINANCIEEL RISICO BIJ ARBEIDSONGESCHIKTE PREDIKANTEN

De synode besloot:

De instructie betreffende de verzekering van financieel risico bij arbeidsongeschikte predikanten niet te aanvaarden.

2. BETREFFENDE DE KERKVISITATIE

De synode deed de volgende uitspraak:

De generale synode,

kennis genomen hebbende van

1. de instructie van de particuliere synode van het Westen d.d. 14 mei 2003;

2. het rapport van haar commissie;

overwegende

1. dat het de intentie van de instructie is te bevorderen dat de kerkvisitatie beter aan haar doel beantwoordt;

2. dat het doel van de kerkvisitatie duidelijk omschreven wordt in art. 44 K.O.;

3. dat het reglement op de kerkvisitatie het broederlijk gesprek zoals bedoeld in art. 44 K.O. niet wil verhinderen maar dienen;

4. dat het reglement bedoeld is als een handleiding die de lijn aangeeft waarlangs de kerkvisitatie dient te verlopen;

5. dat het daarom niet nodig is dat alle vragen van het reglement bij elke kerkvisitatie met zoveel woorden worden gesteld;

6. dat een deel van de vragen van te voren schriftelijk kan worden beantwoord, waarbij visitatoren kunnen kiezen op welke zaken zij willen terugkomen, zodat er ter vergadering meer gelegenheid is om over andere zaken breder door te spreken;

7. dat naar aanleiding van vragen en gegeven antwoorden dieper kan worden doorgesproken en dat het niet de bedoeling van de vragen is dat men zich beperkt tot een zo kort mogelijk en weinig zeggend antwoord;

8. dat de bedoeling van het reglement op de kerkvisitatie in de praktijk niet altijd goed wordt begrepen, al wordt die in de algemene bepalingen wel aangegeven;

van oordeel

1. dat het van groot belang is voor de kerken dat de kerkvisitatie functioneert naar de bedoeling van art. 44 K.O.;

2. dat moet worden bevorderd dat het reglement op de kerkvisitatie wordt gehanteerd zoals het is bedoeld, n.l. om aan art. 44 K.O. uitvoering te geven;

3. dat niet het reglement op de kerkvisitatie wijziging behoeft maar het gebruik ervan zoals dat soms plaatsvindt;

besluit

1. de instructie niet te aanvaarden;

2. aan de intentie van de instructie recht te doen door aan de ‘algemene bepalingen’ van het reglement, lid 7, een korte uitbreiding te geven waardoor nog duidelijker wordt hoe het reglement gezien moet worden en gebruikt kan worden;

3. de uitbreiding van lid 7 vast te stellen als volgt:

4. “Het reglement op de kerkvisitatie is bedoeld als handleiding die de lijn aangeeft waarlangs de kerkvisitatie dient te verlopen. Het is derhalve niet noodzakelijk dat alle vragen van het reglement bij elke visitatie met zoveel woorden worden gesteld. Naar aanleiding van de vragen en de daarop gegeven antwoorden kan dieper worden doorgesproken in het kader van een geestelijk getoonzet gesprek.

5. De aan de orde te stellen onderwerpen… (enz.).…

3. BETREFFENDE KERKELIJK WERKERS

De synode nam het volgende besluit:

De generale synode,

kennis genomen hebbend van

1. de instructie van de particuliere synode van het Westen d.d. 14 april 2004;

2. het rapport van haar commissie,

constaterend

1. dat uitgaande van de financiële situatie waarin kleine kerken kunnen geraken, in de instructie gevraagd wordt het bepaalde in art. 3 sub 8 K.O. met betrekking tot een kerkelijk werker zo te verruimen dat die geen belijdend lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken behoeft te zijn;

2. dat daarbij gedacht wordt aan iemand die een deel van de werkzaamheden verricht die, als men het kon betalen, verricht zouden worden door een eigen predikant;

3. dat niet alleen het vertrekpunt van de instructie maar ook het doel financieel van aard lijkt te zijn, n.l. om voor de kosten van deze niet christelijk-gereformeerde kerkelijk werker financiële steun van deputaten OB&A te kunnen krijgen;

overwegende

1. dat het in de bepalingen bij artikel 3 K.O. steeds gaat over een broeder of een belijdend lid der kerken en dat de voorgestelde aanpassing een ingrijpende principiële wijziging behelst;

2. dat de instructie niet duidelijk maakt waarom een kerkelijk werker, die om financiële redenen in plaats van een predikant wordt aangetrokken wel lid van een ander kerkverband kan zijn, terwijl dit voor een predikant niet mogelijk is;

3. dat de overweging van de particuliere synode, dat adequaat opgeleide broeders en zusters ook te vinden zijn buiten de Christelijke Gereformeerde Kerken, geen argument mag zijn om het daar te zoeken;

van oordeel

1. dat een praktische situatie niet mag leiden tot een dergelijk ingrijpende principiële wijziging van het bepaalde in art. 3 sub 8 K.O.;

2. dat niet is aangetoond op grond waarvan een kerkelijk werker in de zin van art. 3 sub 8 K.O. lid van een ander kerkverband moet kunnen zijn, waardoor de instructie een onmisbaar stuk onderbouwing mist;

3. dat iemand met een dergelijke positie in de gemeente belijdend lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken dient te zijn;

4. dat de noodzaak van de gevraagde verruiming van art. 3 sub 8 K.O. niet is aangetoond;

besluit

de instructie van de particuliere synode van het Westen niet te aanvaarden.

4. BETREFFENDE ARBEIDSONGESCHIKTHEID PREDIKANTEN EN TERUGKEER IN ACTIEVE DIENST

De synode besloot:

1. de instructies niet te aanvaarden;

2. artikel 13 K.O. lid la aan te vullen met: ‘In deze attesten dienen de geneesheren ook aan te geven in hoeverre er in de komende jaren medisch gezien nog uitzicht is op gehele of gedeeltelijke terugkeer in de ambtelijke dienst en/of deelname aan het arbeidsproces op andere wijze’;

3. artikel 13 K.O. lid ld aan te vullen met: ‘Door deputaten emeritikas wordt ingaande het jaar 2005 elke drie jaar bij de betreffende classes nagegaan of deze bepaling wordt toegepast. De desbetreffende classes dienen daartoe op aanvraag van deputaten emeritikas een schriftelijke verklaring in omtrent de uitkomst van het periodieke onderzoek. Een geneeskundig onderzoek door een of meer door de classis aangewezen geneeskundigen kan onderdeel van het onderzoek uitmaken. De betreffende predikant is verplicht aan het geneeskundig onderzoek mee te werken. De kosten daarvan komen ten laste van de emeritikas’.

5. BETREFFENDE DE NIEUWE BIJBELVERTALING (NBV)

De synode nam het volgende besluit:

De generale synode,

kennis genomen hebbend van

1. de instructie van de particuliere synode van het Noorden met het verzoek aan de generale synode zich te bezinnen op de vraag of de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) kan worden vrijgegeven voor het gebruik in de erediensten;

2. de instructie van de particuliere synode van het Oosten met het verzoek aan de generale synode om

a. een studiedeputaatschap in te stellen dat de kerken dient met een gefundeerd voorstel inzake het gebruik van de NBV in de kerken;

b. de kerken te verzoeken om, hangende het onderzoek door het deputaatschap, in de erediensten geen gebruik te maken van de NBV;

constaterend

1. dat in oktober 2004 een nieuwe bijbelvertaling, hierna genoemd NBV, beoogd voor het gehele Nederlandstalige gebied, zowel als kansel-, gezins- en schoolbijbel, gereed komt;

2. dat in de afgelopen jaren delen van deze vertaling reeds verschenen zijn als ‘Werk in Uitvoering’ deel 1, 2 en 3;

3. dat enkele broeders uit onze kerken hun bijdrage geleverd hebben aan het tot stand komen van de NBV;

4. dat het Nederlands Bijbelgenootschap deze nieuwe vertaling de kerken aanbiedt;

5. dat er binnen onze kerken tot dusver geen deputaatschap is dat de generale synode van advies kan dienen inzake het al of niet gebruiken van de NBV;

6. dat steeds meer kerkleden, met name jongeren, te kennen geven dat zij de standaardvertalingen Statenvertaling en Vertaling 1951 qua taal en stijl moeilijk te begrijpen vinden;

7. dat in gemeenten in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van een parafraserende vertaling;

8. dat er kerken zijn in ons kerkverband die reeds gebruik maken van deze NBV, ook tijdens erediensten;

overwegend

1. dat in het licht van constatering 6 en 7 en vanwege de missionaire roeping van de kerken het door velen van groot belang geacht wordt dat er een betrouwbare vertaling is in hedendaags Nederlands;

2. dat de beoordeling van een nieuwe bijbelvertaling met het oog op het eventueel vrijgeven voor gebruik in de eredienst bij uitstek een zaak is die behoort tot de competentie van een generale synode;

3. dat elke nieuwe vertaling uiteenlopende, zowel positieve als negatieve reacties oproept en dat dit met betrekking tot de NBV niet anders is;

4. dat de NBV zich aandient als een vertaling die onder andere brontekstgetrouw en doeltaalgericht wil zijn;

5. dat de kerkenraden gediend zijn met een gefundeerd oordeel inzake de NBV;

6. dat de generale synode van 1992 de brief van het Nederlands Bijbelgenootschap inzake de ‘Vertaling-2000’ voor kennisgeving aangenomen heeft (art. 255 Acta 1992);

7. dat onze kerken vanaf 1992 een effectief middel hebben laten liggen om te komen tot een gefundeerd voorstel voor besluitvorming inzake de NBV;

8. dat de totstandkoming van de NBV weliswaar een breed draagvlak gevonden heeft in de Nederlandse samenleving, doch niet in het geheel van de gereformeerde gezindte;

van oordeel

1. dat het niet gewenst is dat binnen gemeenten sprake is van een toenemend gebruik van een parafraserende vertaling;

2. dat de NBV die eind oktober 2004 zal worden gepresenteerd, die tot op heden nog niet in haar volle omvang beschikbaar was en dus ten dele onbekend is, vraagt om een evenwichtige beoordeling door een (breed samengesteld) studiedeputaatschap;

3. dat de kerken gediend zijn met een gefundeerd oordeel alvorens een vertaling kan worden vrijgegeven binnen de kerken;

4. dat de kerken die blijkbaar reeds enkele jaren het verlangen hebben deze NBV te gaan gebruiken zich hadden dienen te realiseren langs welke kerkelijke weg dat verlangen mogelijkerwijs gerealiseerd zou kunnen worden;

5. dat daarom van de generale synode niet verwacht mag worden dat ze een ontwikkeling die zich toch reeds heeft ingezet zonder gefundeerd oordeel nu reeds sanctioneert;

6. dat daarom in het algemeen gesproken aan de kerken verzocht kan worden de NBV nog niet in de erediensten te gebruiken zolang er geen gefundeerd oordeel ligt vanuit de kerken;

besluit

1. een studiedeputaatschap in te stellen dat de kerken dient met een gefundeerd voorstel inzake het gebruik van de NBV in de kerken;

2. dit deputaatschap de opdracht te geven om:

a. zich een gefundeerd oordeel te vormen over de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de NBV door middel van:

- het beoordelen van de vertaalprincipia;

- enkele ‘pilot-studies’ van verschillende tekstsoorten en van zowel bekende als

- minder bekende gedeelten;

- bestudering van alle terzake doende literatuur inzake de NBV;

b. alle kerkenraden aan te schrijven met een aantal doelgerichte vragen met het verzoek om voor 31 december 2005 hun reactie aan dit deputaatschap te zenden;

c. deze reacties zodanig te verwerken dat inzicht verkregen wordt in de wijze waarop de NBV binnen onze kerken ontvangen wordt en hoe deze door de kerken wordt beoordeeld op betrouwbaarheid en bruikbaarheid;

d. op grond van de uitkomst van hun studie en meewegend de reacties van de kerkenraden, alsmede de reacties die vanuit de breedte van de kerken van de gereformeerde gezindte zijn gegeven, aan de generale synode 2007 een gefundeerd voorstel te doen t.a.v. het gebruik van de NBV in onze kerken;

3. de kerken te verzoeken om:

a. hangende het onderzoek door het deputaatschap in de erediensten geen gebruik te maken van de NBV;-.

b. hun medewerking te verlenen aan het door het deputaatschap in te stellen onderzoek;

4. de kerken van dit besluit op de hoogte te stellen en daarbij in een afzonderlijke brief uitleg te geven over de achtergrond waartegen deze beslissing genomen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.