+ Meer informatie

VOOR ONZE Militairen

7 minuten leestijd

BELANGRIJK.

Nu ik niet verder kan schrijven over „Krijgsman" omdat ik eerst het resultaat wil afwachten van m'n laatste artikel moet ik maar over wat anders schrijven, |vat ik in m'n diensttijd heb meegemaakt. Ieder mens heeft levenservaringen en deze nemen in aantal toe naarmate onze jaren vermenigvuldigen. Het is alleen maar zo moeilijk ze behoorlijk onder woorden te brengen en ze te onthouden. Daar komt nog bij dat we sommige dingen op 't moment dat wij ze meemaken helemaal niet belangrijk vinden. Die belangrijkheid komt soms pas veel later. Daar zat ik eens over na te denken over het woord „belangrijk." Weet je wel dat deze eigenschap een verschrikkelijk grote rol speelt in ons leven? Ik herinner mij een gesprek wat ik eens had op een bureau over zich „belangrijk" voelen. Dat ging er nog al scherp naar toe. Ik poneerde de stelling dat ieder mens zich geweldig „belangrijk" acht. Het ligt er maar aan op welke plaats men de mens zet. Zich „belangrijk" voelen is een vrucht van de hoogmoed. Nu geloof ik, dat daar de meeste mensen niet vrij van zijn. De hoogmoed, zich meer gevoelen dan onze naaste, och wie is daar helemaal vrij van. Ik had toen niet veel aanhangers. Ook dat is logisch, omdat we er allemaal mee behept zijn, de een meer, de anderminder. Ik stelde voor, de proef eens op de som te nemen. We hadden op ons bureau zitten een eenvoudige korporaal. Je weet wel een die zo stilletjes z'n gang gaat. Hij zat in een verloren hoekje van ons bureau, en was belast met het schrijven van vervoerbewijzen en verlofpassen. Hij zat te schrijven aan een doodgewoon houten tafeltje. Met die jongen zou ik mijn stelling trachten te bewijzen.

! Ik begon niet hem op een zekere morgen een echt, een heus schrijfbureau te geven. Jongen, dat was een verandering voor hem. Ik had dat bureau gewoon recht tegen de muur laten plaatsen. Daar kwam hij binnen. Hij keek naar z'n tafeltje, maar daar stond een schrijfbureau. Hij kleurde er van. Ik zeg, Jansen dat is nou jouw bureau. Hoe vindt je dat? Geweldig, majoor. Juist dat dacht ik ook. Jansen was al veranderd. Het duurde maar even en hij had van z'n eigen centen al een onderlegger en een staand kalendertje gekocht. Hij had nu toch een schrijfbureau! Z'n „belangrijkheid" nam toe. De vervoerbewijzen en de verlofpassen, die anders in een klein kastje waren geborgen, werden nu opgeborgen in het schrijfbureau en de sleutel had Jansen aan z'n sleutelring. Was hij in „belangrijkheid" niet toegenomen?

Hij, hij alleen had de sleutel van dat bureau en hij alleen kon bij de verlofpassen. Was dit alles niet heel belangrijk? Toch zou hij nog veel belangrijker worden. Lees maar eens verder.

Ik had mijn schrijfbureau schuin in de hoek staan en hij gewoon recht tegen de muur. Dat moest veranderen.

„Dat kastje majoor, waar de verlofpassen in lagen hebben we nu niet meer nodig, zal ik dit maar op laten ruimen? "

Ik had hem wel door en ik zei: „Zeker Jansen, doet dat maar weg dan krijgen we meteen meer ruimte. Hij glunderde. De majoor had lekker niks in de gaten. Het kastje was spoedig weg en de volgende morgen stond z'n bureau ook schuin op de plaats van het kastje. Weer nam z'n „belangrijkheid" toe. Zijn bureau net als dat van cle majoor, schuin in de hoek. Hij kon nu tenminste ook direct zien wie er zo al binnen kwamen. M'n collega's begonnen mij al een heel klein beetje feelijk te geven. Was dat nog wel diezelfde Jansen van achter dat kleine houten tafeltje?

Och jongens, wat is toch de mens hé? Grootst achter een rijksschrijftafel! Zijn belangrijheid zou nog meer toenemen. Ik wilde het duidelijk voor ieders ogen stellen. Op een morgen riep ik hem bij mij. Ik zei: „Jansen, je moet eens even luisteren. Ik krijg veel mensen op bureau voor alle kleine wisse-wasjes. Dit houdt mij erg op. Zou jij de mensen die op bureau komen niet eerst willen vragen wat ze komen doen en is het niet belangrijk, doe het dan zelf maar af, maar belangrijke zaken zal ik afdoen. Moet ik je precies beschrijven, hoe Jansen toen achter z'n bureau zat?

Neen maar, het was de chef de bureau gelijk. Z'n bureau schuin en eerst bij Jansen en dan zou hy beoordelen of ze naar de majoor mochten. Je kende Jansen van achter dat kleine houten tafeltje niet meer J: erug. Toch was zijn taak nog bijna dezelfde, nl. vervoerbewijzen en verlofpassen schrijven. Hij was nu een heel andere Jansen. M'n collega's gaven me dan ook volkomen gelijk. Ik had een aanschouwelijke les gegeven, hoe je een mens in belangrijkheid kunt doen toenemen, terwijl er in wezen o zo weinig veranderd is. Het hek was van de dam. Wat waren nu nog belangrijke zaken? Wanneer je een schuin bureau hebt, dan kun je alles zelf wel afdoen. Dat nam soms zulke vormen en afmetingen aan dat er op bureau maar één belangrijk persoon was en dat was hij. Hij achtte zich onmisbaar.

Dat was korporaal Jansen maar daar zijn op de wereld veel van die korporaals Jansen. Weet U dat wel? Het komt er maar op aan hoe we ons schrijfbureau zetten. Zo lang we het recht tegen de muur laten staan, en we ons bepalen tot de plaats die God voor ons gesteld heeft, dan gaat het nog wel, maar o wee als we ons schrijfbureau schuin gaan plaatsen. Dan kunnen we ons zo echt groot en gewichtig gevoelen, terwijl we

toch maar verlofpassen-schrijver zijn. Ik wil hiermee niet zeggen dat in het schrijven daarvan geen verdienste ligt, verre van dat te beweren, maar ik bedoel maar dat we ons niet voor wat anders moeten uitgeven dan wat we werkelijk zijn. Het beste plekje is nog altijd dat, waar men tegen u zegt: „Vrind, kom wat hoger op zitten."

Met hartelijke groeten,

„KRIJGSMAN".

Als gerepatrieerd werd door de legerveldpostdienst opgegeven: Marn. III C. G. Bregman, Stb, nr 60457. Willen de ouders of andere betrekkingen van Bregman ons even melden, of dit gegeven juist is?

Namens de Syn. Commissie,

H. HOOGENDOORN,

R. v. Catsweg 244a, Gouda.

OVERGESCHOTEN BROKKEN

Op de laatste contactavond te BATAVIA hebben de vrienden aan J. v. cl. Meer verzocht het overgeschoten geld aan mij te zenden.

Toen ik dan de brief met het geldbedrag, groot ƒ 400.— ontving, was dat voor mij iets groots. Gezien, welke geldelijke offers onze jongens daar brachten om gemeenschappelijk te kunnen samenkomen, waren dat geen diensten, waarin „3 centen" als offers werden gebracht, want dan zouden er geen „overgeschoten brokken" kunnen zijn.

Wij danken dan ook allen hartelijk voor deze gaven en hopen aan hun verzoek te voldoen om het de door hen begeei'de bestemming te geven.

Benevens die ƒ 400.— welke ik ontving, werd in een bijgevoegd schrijven medegedeeld, dat het gehele overschot bestond uit ƒ 600.—. Zij hebben daarvan ƒ 200.— afgestaan voor de aankoop van Maleise Bijbels.

De bovengenoemde ƒ 400.— zijn als volgt verdeeld, naar dc door hen zelf bepaalde bestemming:

Syn. Comm. Militairen ƒ 110.—• Opleiding Krabbendijke ƒ 135.— Theologische school ƒ 40.— Stille armen ƒ 40.— Tehuis voor ouden van dagen ƒ 40.— Erneritering ƒ 35.— ƒ 400.—

Laat dit beschamend voorbeeld voor vele van onze jonge mensen tot aansporing zijn, om de dienst des Heeren met onze stoffelijke gaven te dienen.

Als wij er op letten, wat uitgegeven wordt voor allerlei genotmiddelen, dan mag des Heeren zaak toch zeker wel boven alles gaan.

Ds A. VERHAGEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.