+ Meer informatie

HET IS VOLBRACHT

6 minuten leestijd

Johannes 19 : 30b

De zeven kruiswoorden worden wel eens genoemd de zeven rozen aan het dorre hout. Maar rozen verdorren, doch het Woord Gods is in der eeuwigheid. En Gods woorden zijn daden. Deze woorden zijn ook wel eens genoemd de zeven donderslagen voor het rijk der hel, maar ook zeven klokketonen voor het rijk des vredes en der zaligheid.

Dit zesde kruiswoord is een triomfwoord. Het spreekt van Jezus’ vervulling van Zijn diepe vernedering. Het werk is afgedaan. En daarom, op hetzelfde ogenblik buigt Hij het hoofd en wordt vervuld: Hij heeft Zijn ziel uitgestort in de dood, en klinkt het straks: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. Voorwaar een groot werk is volbracht. Het is de voleinding van het grote verzoeningswerk van de Zaligmaker. De Vader is voldaan, de schuld is betaald. Gehoorzaamheid betoond aan de wet Gods. Het handschrift der zonde aan het kruis genageld. Het offer is gebracht. De strijd is volstreden. God is verheerlijkt, de satan onttroond.

Geen woord daarom, de Vader meer verheerlijkend, de engelen zoeter, de zondaar zaliger, de duivelen schrikkelijker dan dit woord, dat eenmaal klonk van Golgotha’s kruis. Uitgeroepen met de stervende lippen van de Middelaar.

Het woord naar zijn oorspronkelijke betekenis wil zeggen: Ik heb het doel bereikt.

En dit woord is alleen duidelijk, wanneer wij het zien in het licht van de Persoon, Die het uitspreekt.

Dit woord spreekt ons van de majesteit van Zijn Persoon, van de grootheid van Zijn werk. Dit woord is een terugslag op hetgeen de Heere aan de vooravond van Zijn lijden uitsprak in Zijn hogepriesterlijk gebed, nl. Vader, Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij hebt gegeven, om dat te doen. Te weten het werk van verzoening door voldoening, om Gods deugden te verheerlijken, de eisen der wet te vervullen, en alzo een eeuwiggeldende gerechtigheid aan te brengen. Om Sion te verlossen door recht en zijn wederkerige door gerechtigheid.

Ja, dit grote doel is bereikt. De eerste Adam heeft dat doel nooit bereikt. Christus als de tweede Adam is in Zijn plaats getreden, en heeft niet alleen in Zijn lijdelijke gehoorzaamheid de schuld van de eerste Adam betaald, maar ook door Zijn dadelijke gehoorzaamheid de eisen van Gods wet vervuld en daarin het grote werk, de verheerlijking van Gods deugden, vervuld.

Ja, ten opzichte van deze voldoening kon de dichter zingen: de genade en de waarheid zullen elkander ontmoeten, de gerechtigheid en de vrede zullen elkander kussen, Psalm 85. Ja, voor de tijden der eeuwen stond dit werk Hem voor ogen, dat deze deugden met elkander verenigd moesten worden. Want: Gerechtigheid hield aan om straf, genade dong om vrijgeleide. Hier trad de wijsheid tussenbeide. Die ze allebei voldoening gaf.

Ja, dit is in Christus, de eeuwige wijsheid, volbracht.

Het woord der profetie is vervuld: Ik kom, o Mijn God, om Uw welbehagen te doen en Uw wet is in het binnenste van Mij.

Ja, hier is vervuld, wat Petrus zegt, dat de profeten door de Geest v.’n Christus hebben gesproken van Zijn lijden, maar ook van de heerlijkheid, daarna volgend.

Ja, Zijn lijden is reeds door de dichters profetisch uitgeklaagd.

Psalm 22: Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij, verre zijnde van de woorden Mijns brullens? Op U hebben onze vaderen vertrouwd, maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen en veracht van het volk.

Het is volbracht. Het lijden is geëindigd. De profetieën zijn vervuld.

Maar ook een vijandelijke heirmacht is overwonnen. Ja,


De satan, wereld, hel en dood
Zijn Uw verwonnelingen.


De satan is overwonnen. Reeds toegezegd in het Paradijs, zijn kop is vermorzeld op Golgotha, door de Leeuw uit Juda’s stam. Zeker kan hij nog geducht met zijn staart te keer gaan en ook Gods volk benauwen, maar de eindoverwinning is aan vorst Immanuël, daarom sprak de Heere Jezus: En de poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen.

Hij is de rots der eeuwen, Wiens werk volkomen is. Ja Hij is geslagen met de staf van Mozes en is gescheurd, doch


Vanuit die zij, door ons doorstoken
Vanuit dat bloed, door ons vergoten
Daalt Zijn ontferming op ons neer.


Want deze gekloofde steenrots is de spelonk van Adullam, de gerechtigheid Zijns volks. De verberging voor Zijn volk. Wantdevloekspraken der wet zijn op Hem neergekomen. De eisen der wet heeft Hij vervuld. Hij is voorgesteld in Zijn bloed tot een betoning van Gods rechtvaardigheid. Een uitgewerkte zaligheid voor een uitgewerkt volk. Ja: in ‘t kruis zal ’k eeuwig roemen en geen hel zal mij verdoemen.

De grote vraag nu, voor wie heeft „Het is volbracht” op Golgotha geklonken?

Zeker, van Gods zijde bezien allen die van eeuwigheid zijn voorgekend, maar zullen wij voor onszelf daar de troost van hebben, dan is het nodig dat wij Hem in Zijn Persoon in Zijn volbracht werk kennen. Want dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen.

Dat is een zaligmakende geloofskennis. Dan weten we waarom we zulk een Middelaar nodig hebben. Dan zijn we aan het eind met onze werken, met onze deugden, met onze beweegoffers. Dat is een volk gans hulpeloos en reddeloos.

De wet zegt: naar de hel met dezen. Christus zegt: naar het Paradijs met hen. Ik heb U liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Gij met uw goddeloosheid en vroomheid hebt Mij in het aangezicht geslagen, doch Ik geef u de kus der liefde. Gij hebt Mij een kroon van doornen op het hoofd gezet, maar Ik heb voor U een kroon der heerlijkheid verworven. Gij hebt Mijn zijde doorstoken, maar vanuit die zij, door u doorstoken, daalt Mijn ontferming op u neer. Mijn dood is de dood voor uw dood. Ik geef hun het eeuwige leven en zij zullen niet verloren gaan. Gij hebt Mij een spotmantel aangedaan, maar Ik heb de mantel der gerechtigheid voor u verworven. Ik heb u gevonden toen gij Mij niet zocht.

O, welk een wonder, wat een ruiling. Welk een zielzaligende wisseling. Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

Het is volbracht. Christus het einde der wet. En die dat leerde, verstaat de dichtervanouds:


O, ’k zie nu ’t geen ik zocht weleer
’k Geniet nu al mijn zielsbegeer.
Ik smelt van Jezus’ liefdegloed
Die ‘t ganse hart ontvonken doet.
O hemels vuur, o zalige brand
Het eind der wet volmaaktheidsband
O zoet verkwikken, wat is ‘t schoon.
Te minnen Jezus, Godes Zoon.
’t Is Jezus, Die de ziel vermaakt
’t Is Jezus, daar de ziel naar haakt.
O, daar mijn roem, mijn heil in leidt,
’t Is Jezus, ‘s werelds zaligheid.


S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.