+ Meer informatie

Op je zelf wonen

9 minuten leestijd

Het zij U van harte toegestemd, dat bovenstaande vier woorden geen fraaie titel vormen. Evenmin is het mooi nederlands nog afgezien van de vraag of het goed nederlands is.

Maar het opschrift is wél typerend voor de instelling van hen, die het ouderlijk huis verlaten en op kamers gaan wonen.

Omdat deze groep mensen eigen, specifieke vragen en noden heeft, dienen we ook iets van de instelling van deze (jonge) mensen te weten om de zo noodzakelijke pastorale zorg aan deze groep gemeenteleden te besteden.

U weet, dat wij bij „pastorale zorg” niet alleen denken aan het werk van de predikant maar evenzeer aan dat van de ouderlingen, terwijl we zelfs de gedachte aan pastorale-diaconale zorg hier niet helemaal uit ons hoofd willen zetten.

Wanneer maatschappelijke zorg - om het voorzichtig te zeggen - aanrakingsvlakken heeft met het diaconaat, dan heeft de diaconale zorg te maken met de zorg voor deze mensen. De jeugdouderling zal bij dit onderwerp ambtshalve (dus vanwege het ambt, waartoe hij geroepen is) bijzonder geïnteresseerd zijn, maar wanneer U de gedachte zou krijgen, dat dit artikel alleen maar aanduidingen bevat, die voor de jeugdouderling van belang zijn, dan ben ik er niet in geslaagd mijn bedoelingen bij U te doen overkomen.

Dan nog een tweede opmerking om de groep gemeenteleden waarover we schrijven, wat nader te bespreken en nauwkeuriger te bepalen: We denken hier niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats aan hen, die „op kamers gaan wonen” omdat ze in een andere plaats moeten verblijven wegens hun studie of hun werk.

Het is bekend dat Studenten, verpleegsters en andere alleenwonenden veelal niet de gemakkelijkst te bearbeiden groep gemeenteleden vormen.

Over hen of liever over deze arbeid is al meer geschreven.

Ditmaal wilde ik vanuit een andere hoek de zaak benaderen.

Het is namelijk een opmerkelijk verschijnsel, dat steeds meer jongeren (en hierbij denk ik aan een categorie leden in de leeftijd van 18-25 jaar) zonder aanwijsbare noodzaak het huis verlaten. Ze hoeven niet weg!

Hun werk noodzaakt hen daartoe niet. Soms komen ze door hun verhuizing uit het ouderlijk huis nog verder van hun werk of onderwijsinstelling te wonen dan voorheen.

Dit is niet zoals het behoort te zijn.

„Het is niet goed, dat de mens alleen zij”. Dit woord, dat gesproken is met het oog op het huwelijk, zou ik van toepassing willen doen zijn op deze groep gemeenteleden, daarbij verdisconterend, dat - zoals er t.a.v. het huwelijk uitzonderingen zijn, deze regel ook in dit opzicht niet generaal genomen kan worden. Soms is het wél goed, dat die mens alleen gaat wonen, maar de uitzonderingen bevestigen vooral hier de regel.

Tussen haakjes zij opgemerkt, dat hier ook nog een sociaal aspect aanzit, namelijk het onnodig(?) in beslag nemen van woonruimte; wie bedenkt, dat in een stad als ’s-Gravenhage kortgeleden - de laatste cijfers zijn me niet bekend - slechts 2,2 mensen per wooneenheid woonden, zal beseffen, dat hier ook in sociaal opzicht een grote verantwoordelijkheid voor ons ligt. Het zou teveel plaatsruimte en enige deskundigheid vereisen om hier nader op in te gaan, maar wel wil ik er in ’t voorbijgaan op wijzen, dat juist een christen ook oog voor deze kant van de zaak dient te hebben. Wie beseft, dat een wooneenheid een „driekamerflat” kan zijn maar ook een uit-drie-verdiepingen-bestaand-huis, gaat misschien iets begrijpen van de problematiek die hier ligt.

Ook van de problematiek van de grote stadskerken; en dat geldt dan wel in het bijzonder voor de gereformeerde en hervormde kerken, waarvan - in de stad dus - het ledenaantal dikwijls maar nauwelijks tweemaal het adressenaantal is.

Maar, wáárom gaat iemand op zichzelf wonen?

Omdat men het - steeds sterker - als min of meer onmogelijk gaat ervaren in-de-kring, meestal de familiekring te blijven wonen.

De reden daarvan kan een openlijke en duidelijke conflictsituatie zijn.

Maar meestal ligt het toch nog wat anders. Er zijn jongelui, die het ouderlijk huis verlaten omdat ze de voortdurende aanwezigheid van hun ouders (en soms van hun broers en zusters, die ouder zijn) aanvoelen als een belemmering voor hun gezonde drang naar zelfstandigheid. Het bijvoeglijk naamwoord „gezond” schreef ik hier opzettelijk tussen. Er is namelijk ook een ongezonde - U mag ook zeggen een onchristelijke - drang naar zelfstandigheid. Het maakt een groot verschil of we te maken hebben met een natuurlijk groeiproces of met een onbijbels revolutionair sentiment.

Hier zijn ook weer geen absolute onderscheidingen te maken, want ieder van onze jongeren groeit op in en wordt beinvloed door deze tijd.

In ieder geval is er een niet te miskennen drang - bij velen - naar zelfstandigheid. Misschien kunnen we nog beter zeggen een drang naar het zichzelf-zijn. Omdat men - soms niet geheel bewust -aanvoelt dat thuis niet te kunnen, gaat men dan op zichzelf wonen.

Zoals allerlei organisaties, zo zijn ook vele mensen vandaag op zoek naar hun eigen identiteit. Zoals velen vroeger eens een halve dag alleen moesten zijn, om tot zichzelf te komen, zo gaan vandaag velen alleen wonen omdat men thuis het gevoel heeft zichzelf niet te kunnen vinden.

In de oorzaken hiervoor zijn weer allerlei gradaties aan te brengen.

Ouders kunnen te bezorgd zijn. Ook op ongelovige wijze.

Alles moet dan voor de grotere kinderen geregeld en in orde gemaakt worden. Hun bedje is altijd gespreid, terwijl ze het zelf wel eens willen spreiden en dan ook op eigen manier.

Er zijn ook ouders (U mag hier ook steeds weer aan oudere broers of zusters denken), die te veel domineren. Het is niet zo eenvoudig dit te omschrijven maar U kunt hierbij denken aan een zekere heerszucht, hoewel dat lang niet altijd door de ouders bewust zo wordt gezien.

Iets wat dikwijls voorkomt is, dat ouders de kinderen bij het opgroeien aan zich willen binden. Ook dat is vaak iets, dat men zich niet bewust is of niet bewust wil zijn, maar dat door de kinderen als zeer hinderlijk wordt ervaren.

Wanneer je aan de jongeren, die dan -o.i. onnodig - op zichzelf gaan wonen, vraagt of ze het thuis niet goed hadden, krijg je dikwijls ten antwoord: „O ja, véél te goed zelfs!” „Maar ik moest het ook wel voelen en weten, dat ze zo goed voor me waren”.

Er zijn ook ouders die menen, dat hun kinderen net zo denken en spreken moeten als zijzelf altijd gedaan hebben.

Natuurlijk hebben ouders de plicht hun kinderen op te voeden in de vreze des Heren. Maar dat houdt niet automatisch in, dat gehoorzame kinderen nu ook in alles zo denken als de ouders of dat ze alles op dezelfde manier zeggen.

Ook hier kan bij de kinderen het verlangen zich openbaren, zichzelf te zijn. Tenslotte - om niet meer te noemen -zou ik willen wijzen op de beklemmende sfeer, die er in veel gezinnen heerst. Er zou een apart artikel voor nodig zijn, uiteen te zetten waarom deze sfeer ook -soms juist - in christelijke gezinnen voorkomt.

Kinderen trachten dan aan die beklemming te ontkomen door op zichzelf te gaan.

Mogelijk vraagt U zich af, waarom we zo breed op die huiselijke situaties zijn ingegaan.

Mijn antwoord is: Omdat vooral hier geldt: Voorkomen is beter dan genezen. Bij de bezoeken aan onze gezinnen moeten we trachten te peilen hoe de sfeer is en de verhoudingen zijn.

Huisbezoek kan in dit opzicht voor de jongeren, maar niet minder voor de ouderen ontdekkend zijn.

En dan ook ontdekkend in de echt bijbelse zin, nl. in die zin, dat men er het onchristelijke van gaat inzien.

Dan moet ook het evangelie van de verlossende kracht van het Woord en van Gods genade gebracht worden. Ook in dit opzicht.

Ik geef direct toe, dat dit verre van gemakkelijk is.

Meestal komen we te weinig bij de mensen om dit te ontdekken.

Wanneer zulk een proces aan de gang is, zijn de kinderen soms niet thuis met huisbezoek of men weet de ware situatie voor een enkel uur handig te camoufleren. Toch moeten we hier ook acht geven op elkander; en dat geldt niet alleen de ambtsdragers.

Wanneer ik zulke dingen zeg, vraagt men mij wel eens, of alles dan zo anders is dan vroeger. Toen ging men toch ook niet onnodig de deur uit.

Ik zou daar kort dit op willen antwoorden:

1. Soms werd het vroeger door de kinderen ook wel als nodig ervaren, maar kwam het eenvoudig niet in hun hoofd op om aan dat verlangen gehoor te geven.

2. Inderdaad ben ik van mening dat conflictsituaties (wanneer U dat woord niet te zwaar wilt laden) méér voorkomen. Om allerlei oorzaak.

3. De mogelijkheden zijn groter! Financieel o.a. En ook wat woningen betreft. Hoeveel woningzoekenden er ook zijn onder de alleenstaanden, men krijgt toch wel eens de indruk, dat ze nog makkelijker aan woonruimte komen, dan gehuwden. Het hoe en het waarom laten we maar rusten.

4. Het wordt steeds minder ongewoon. En de gewoonte is nog steeds een sterke zedenvormende factor.

Men zal er dus goed aan doen het onnodig op zichzelf gaan wonen te voorkomen. Is men er toch toe overgegaan dan zal aan die „alleenwonenden” extra aandacht moeten worden gegeven.

Daarvoor is allereerst nodig, dat men de oorzaak weet. Bovenstaande kan U daarbij helpen, wanneer U tenminste niet dit nummer van Ambtelijk Contact meeneemt als U bij deze mensen op bezoek gaat. U komt niet om een enquête te houden en te informeren of men onder groep II of groep IV valt. Meestal zullen ze er wel ergens tussenin zitten.

Het is misschien goed hier ook terug te komen op de groep, die vanwege hun beroep „op kamers woont”.

Men kan namelijk noodgedwongen van huis gegaan zijn omdat het ziekenhuis (of welk ander arbeidsterrein ook) nu eenmaal in een andere plaats was.

Het omgekeerde is ook mogelijk, namelijk dat men het werkterrein in een andere plaats heeft gezocht om een acceptabele reden te vinden om het huis uit te gaan.

Ook hier bedriegt vaak de schijn.

Wanneer het inderdaad zo is, dat men echt op zichzelf wil wonen, dan zal dit bij de open bijbel besproken moeten worden. Ik kan daar geen recept voor geven.

Soms zal men aan moeten dringen op een terugkeer naar het gezinsverband, hoewel men daar, wanneer men eenmaal op zichzelf gewoond heeft, heel voorzichtig mee moet zijn.

Soms zijn de spanningen van dien aard, dat men van twee kwaden het minst kwade moet kiezen.

Het is ook goed de gevaren van het alleen zijn te bespreken.

Men kan daarbij denken aan de gevaren die liggen op het terrein van het 7e gebod, maar we moeten niet vergeten dat er ook vele andere gevaren zijn.

Bij deze opmerkingen wil ik het voor ditmaal laten.

Omdat het artikel al lang genoeg is, maar vooral, omdat naar mijn mening een goede diagnose al de helft van de therapie is. Tenminste in deze gevallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.