+ Meer informatie

Het zal je kind maar wezen

Over aandacht voor ouders van kerkverlaters

10 minuten leestijd

De tijd waarin jongeren als vanzelfsprekend de keuzen van hun ouders volgden is voorbij. Jongeren maken hun eigen keuzen. En de keuzemogelijkheden zijn enorm. Er is een bijna onbegrensd aanbod van levensstijlen en muziekculturen, van zingeving en geloof.

Stil verdriet

Ondertussen leven veel ouders met een stil verdriet. Het dragen van een piercing of een tattoo kom je wel te boven. Maar als je dochter niet meer naar de kerk gaat… Of als je zoon zegt: ‘Mam, ik geloof niet meer… .’

Vaak weten ouders niet hoe ze daarmee om moeten gaan. Dus zwijgen ze erover. Hetzelfde geldt voor de gemeente. Er is in de gemeente volop aandacht voor kinderen die gedoopt worden en voor jongeren die belijdenis doen. Maar als iemand ongemerkt wegglijdt uit het geloof en stilletjes verdwijnt, schort het aan aandacht.

Vragen

Kinderen die wegglijden uit het geloof en uit de kerk verdwijnen, dat roept vragen op. Niet alleen bij ouders, maar ook bij grootouders. Margriet van de Kooi en Wim ter Horst hebben in hun boekje Als kinderen andere wegen gaan… (Uitgeverij Filippus, ISBN 9789076890272) enkele van die vragen benoemd. En ze hebben geprobeerd om er – heel invoelend – stukjes van een antwoord op te geven.

Om welke vragen gaat het? Ik noem er een paar. Veel ouders vragen zich af: wat hebben we toch verkeerd gedaan? Een andere vraag is: moet ik er met mijn kind over blíjven praten of mag ik het na verloop van tijd ook loslaten? Maar ook: kan een kind van veel gebed verloren gaan? Over elk van die vragen wil ik – kort – iets zeggen. Om vervolgens uit te komen bij de vraag: wat kunnen we als gemeente doen om ouders van kerkverlaters tot steun te zijn?

Wat hebben we toch verkeerd gedaan?

Eli en Samuël hebben allebei twee zonen. De zonen van Eli zijn nietswaardige jongens, lees je in 1 Samuël 2 vers 13. Ze rekenen niet met de HERE, noch met het recht van de priesters tegenover het volk. De opvoeding van Eli heeft daarin een rol gespeeld. In de nacht zegt God immers tegen Samuël: ‘… zijn zonen brachten een vloek over zich en hij heeft hen niet eens berispt’ (1 Samuël 3 : 13). De conclusie lijkt voor de hand te liggen: een slappe opvoeding leidt tot slecht resultaat. En misschien is het omgekeerde dan ook wel waar.

Maar vergis je niet! Ook Samuël heeft twee zonen. Als hij oud geworden is en er een opvolger wordt gezocht, blijkt geen van de jongens daarvoor in aanmerking te komen. ‘Zijn zonen wandelden niet in zijn wegen’, zegt 1 Samuël 8 : 3. ‘Zij waren op winstbejag uit, namen geschenken aan en bogen het recht.’ En dat terwijl Samuël in zijn ontmoetingen met Saul altijd recht toe recht aan gezegd had waar het op stond! Zou hij het in zijn opvoeding anders hebben gedaan? Blijkbaar leidt een goede opvoeding niet altijd tot een goed resultaat.

Hoe dat kan? Omdat niet alleen de opvoeding een rol speelt in de keuze die kinderen maken. Ook andere factoren zijn van invloed. Wat denkt u van het karakter van een kind? Of van ingrijpende gebeurtenissen zoals het overlijden van een klasgenoot? Om nog maar te zwijgen van vriendschappen waar je als ouder nauwelijks invloed op hebt. En dan is er natuurlijk ook nog de eigen verantwoordelijkheid van het kind.

En als je dan tóch fouten gemaakt hebt in de opvoeding? Je sprak té vaak krenkende woorden. Je strafte herhaaldelijk onredelijk hard. Of je was altijd voor iedereen beschikbaar behalve voor je eigen kind. Probeer het bespreekbaar te maken. Belijd het als tekort, vraag naar wat je hebt aangericht en zoek naar de ruimte die er misschien is voor vergeving. Al was het maar dat de omgang met elkaar uiteindelijk niet langer beheerst hoeft te worden door verwijten en dat je kind zich in zijn bestaanszekerheid bevestigd voelt.

Vasthouden of loslaten?

Een tweede vraag die ouders zich stellen als hun kinderen andere wegen gaan heeft te maken met vasthouden en loslaten. Moet je het altijd weer aan de orde stellen? Moet je blijven aandringen? Of mag je je kinderen na verloop van tijd ook ruimte laten en er voor kiezen om je geloof vooral uit te stralen?

Ouders bevinden zich in de opvoeding van hun kinderen in het spanningsveld tussen vasthouden en loslaten. In de eerste levensjaren ligt de nadruk op vasthouden. Maar al gauw moet je leren om ze ook los te laten. Denk maar aan Job. In Job 1 : 1 – 5 lees je dat Job elke keer als zijn (inmiddels volwassen!) kinderen een feestje hadden gevierd hen bij zich riep. Hij sprak dan met hen en bracht voor hen een offer. Waarom? Omdat Job vroom genoeg was om niet naïef te zijn. Hij dacht: ‘Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en in hun hart God vaarwel gezegd.’ Toch gunde hij hun de ruimte, zonder hen in zijn hart los te laten. Tegelijk hield hij het gesprek gaande.

Als het gaat over vasthouden en loslaten, schrijft Margriet van der Kooi over ‘open armen en gevouwen handen’. Ik vind dat een ontspannen beeld. Het geloof in God is niet iets dat je als ouders aan je kind kunt geven. Het is een geschenk van God zelf! Pas als je daar langzamerhand oog voor krijgt, kun je er stukje bij beetje naar toe groeien om je kind in Gods hand te leggen. Om het niet langer krampachtig vast te houden, maar het in vertrouwen los te laten. Het is immers niet alleen jóuw kind, maar ook Góds kind! Zongen we niet bij de doop (LvdK 334 : 3):

Niemand die ons helpen kan,
niemand kan ons kind beschermen.
Wie zijn wij? Neem Gij het dan,
draag het in uw groot erbarmen.

Kan een kind van veel gebed verloren gaan?

Dáár kun je wakker van liggen! Hoe zal het straks zijn als mijn kind blíjft gaan op de weg die van de HERE afvoert? Zal het dan niet behouden worden of is Gods genade zó groot dat Hij zich toch ontfermt?

Scherper dan in het liedje Papa van Stef Bos kan het niet gezegd worden.

Jij gelooft in God
dus jij gaat naar de hemel.
Maar ik geloof in niks…
dus we komen elkaar na de dood,
na de dood nooit meer tegen.

Vaak wordt in het gesprek over eeuwig wel of wee van niet gelovende kinderen het gebed van Monica genoemd. Haar zoon Aurelio deed alles wat God verboden had. Toen ze haar hart uitstortte bij bisschop Ambrosius, bemoedigde die haar met de woorden: ‘Een kind van zoveel gebed kan niet verloren gaan.’ Enkele jaren later kwam Aurelio tot bekering. Vandaag kennen we hem als Augustinus, de grootste kerkvader uit de geschiedenis van de christelijke kerk.

Zo’n verhaal bemoedigt! Het laat zien hoe belangrijk het is dat loslaten gepaard gaat met open armen en gevouwen handen. Maar het laat ook zien dat het waar is wat Jacobus schrijft: ‘Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt’ (Jacobus 5 : 16). Als je met je kinderen niet meer over God kunt praten, kun je nog altijd met God over je kinderen praten!

Heel nuchter wil ik echter ook de vraag stellen: heeft bisschop Ambrosius tegen moeder Monica niet teveel gezegd? Is het wérkelijk zo dat een kind van veel gebed niet verloren kan gaan? In de Bijbel kom ik die belofte nergens tegen! Zeker, God wil het heil van onze kinderen en niet hun ondergang. Op verschillende plaatsen in de Bijbel wordt dat ontroerend mooi verwoord. In Jesaja 65 : 2 bijvoorbeeld: ‘De ganse dag breidde Ik mijn armen uit naar een opstandig volk, dat volgens eigen overleggingen wandelde op een weg, die niet goed is… .’ Maar nergens lees ik dat God het gelovig gebed van elke ouder voor zijn of haar kind zó verhoort, dat dit kind altijd op de weg van Hem zal terugkeren.

Wíl God dat gebed dan niet verhoren? Zeker wel, maar Hij doet het niet buiten de geloofsovergave van onze kinderen om. Dat is immers de consequentie van het verbond. Gód sluit het verbond met ons en onze kinderen en Híj bepaalt de regels. Daarna houdt Hij zich van zijn kant aan de gemaakte afspraken, maar Hij verwacht van óns dat wij hetzelfde doen. En in zekere zin respecteert Hij daarbij de keuze die wij maken. Hij dwingt niet. Hij forceert niet. Hij dringt aan.

Voor ouders van kinderen die andere wegen gaan betekent dit, dat ze voor hun kinderen bidden vol verwachting, in het geloof dat God trouw is aan zijn verbond. Maar het betekent ook dat ze de verhoring van hun gebed in zíjn handen leggen. En als voor hun besef dat gebed niet wordt verhoord, dan geloven ze: God zal zich met mijn kind wel redden. Het is immers niet alleen míjn kind. Het is ook en vooral zíjn kind. En niet alleen ik, maar ook mijn kind moet het hebben van zijn barmhartigheid!

Ik heb ook zelf een kind dat andere wegen gaat. Troostvol vind ik steeds weer wat ik lees in Genesis 22, de geschiedenis van Abrahams offer van Izaäk. God wil weten of Abraham het aandurft om te vertrouwen op zijn belofte, ook als Hij de vervulling van die belofte ongedaan maakt. Het is alsof Hij vraagt: is je geloof zó sterk dat alleen mijn belófte je genoeg is? Anders gezegd: heb je de moed om eenvoudigweg gehoorzaam te zijn en om de uitkomst aan Mij over te laten?

Ik denk dat we zó de namen van onze kinderen in Gods handen mogen leggen. Je zou zo graag zíen dat je gebed verhoord wordt. En gelukkig: er zijn ouders die dat meemaken! Mensen die als Monica ervaren: de HERE heeft mijn kind weer thuis gebracht. Maar als gebedsverhoring uitblijft, nóg uitblijft, durf je dan toch te zeggen: God weet wat Hij doet? Zoals Hij op de berg Moria zorgde voor een ram, die Abraham in plaats van Izaäk mocht offeren, zo zal Hij ook voorzien in wat voor het behoud van mijn kind nodig is… !?

Wat kunnen we als gemeente doen?

Ik wil nog een paar dingen zeggen over wat we als gemeente kunnen doen. Het zijn maar wat ideeën. Ze kunnen gemakkelijk met andere worden aangevuld.

Gemeenteleden kunnen na een doopdienst een kaartje sturen aan ouders van kinderen, die andere wegen gingen. Zoek naar fijngevoelige woorden en zeg dat je voor hen én hun kinderen bidt. Je kunt hetzelfde doen na een belijdenisdienst. Je móet het misschien wel doen na een dienst waarin werd meegedeeld dat een kind van gemeenteleden zich heeft onttrokken of werd uitgeschreven.

Vraag aan de dominee dat hij regelmatig bidt voor kinderen die op een tweesprong staan: ga ik door of haak ik af? Maar vraag ook dat hij bidt om wijsheid en fijngevoeligheid voor de ouders van deze kinderen.

Je kunt ook aan de dominee vragen dat hij in een preek ingaat op de vragen in verband met kerkverlating. Zelf hield ik ooit een serie van vier preken over het thema: Als kinderen andere wegen gaan… Veel gemeenteleden kochten het boekje van Margriet van der Kooi en Wim ter Horst. Na de vierde dienst was er een broodmaaltijd. Tijdens de maaltijd deelden ouders met elkaar hun ervaringen. Het bleek heel waardevol te zijn!

Bespreek eens met de kerkenraad dat hij de IZB uitnodigt om de cursus Als kinderen andere wegen gaan aan te bieden. Meer informatie over deze cursus is te vinden op http://www.izb.nl/izb-focus/als-kinderen-andere-wegen-gaan.

Tot slot

Ga ik kritiekloos om met het boekje dat ik bij herhaling noemde? Zeker niet. Ik vind bijvoorbeeld dat de auteurs te gemakkelijk afstand nemen van de traditionele kerkdiensten. Ook de opmerking ‘het is om het even wáár ze (de jongeren) het verhaal van God horen’ gaat me wat te kort door de bocht. Een lezer met een open, kritische houding zal in het boekje echter veel vinden dat verder helpt.

Drs. A.P. van Langevelde is predikant in Zoetermeer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.