+ Meer informatie

OFFERS

4 minuten leestijd

liet spijsoffer

In tegenstelling met de offeranden, waarbij één of ander dier geslacht moest worden, en dus noodzakelijk bloed moest vloeien, spreekt men van het spijsoffer als van een niet-hloedig offer.

liet gaat in het spijsoffer om het bezit van de mens, clat hij van zijn God ontvangen heeft en waarmee hij tot zijn God gaat. Nu is het aardse bezit van een mens wel niet het hoogste en het eerste, mag het althans niet zijn, maar „het komt er bij, " en clat het wel degelijk onze ziel kan beroeren, bewijst de praktijk van elke dag.

liet bezit in de Bijbel wordt als zodanig niet veroordeeld, alleen dan wanneer een mens er „zijn ziel op zet, " wanneer het a.h.w. een muur gaat worden tussen God en de ziel. Ditzelfde is ook mogelijk met cle armoede. Luister slechts naar Agur: IJdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels; opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene en zegge: ie is de Heere? of dat ik, verarmd zijnde, clan niet stele en de Naam mijns Gods aantaste." (Spreuken 30 : 8 en 9).

In het spijsoffer komt cle offeraar tot zijn God om te „gedenken hoe voor dezen hem de lieer heeft gunst bewezen." Maar hij komt ook niet minder met het gebed: „Heere, gedenk mijner." Het feit, dat hij „bezit, " dankt hij ootmoedig aan Gods zegen, clat hijzelf niet de minste rechten kan laten gelden. Tegelijk met het brengen van het spijsoffer had hij kunnen zingen:

Niets, niets is mijn, Naar alles Gods geschenken.

Hiermee hangt ten nauwste cle vraag samen: „Waartoe heb ik gekregen, wat

ik bezit? Elke gave is een opgave. De ware offeraar van liet spijsoffer zal dus zijn volkomen staat van afhankelijkheid tegenover de Schepper gevoelen.

We willen nu gaan zien, wat er gebracht en hoe dat gebracht werd. De offeraar komt eenvoudig met een kleine hoeveelheid meelbloem, waarop hij olie gegoten en een weinig wierook gelegd zal hebben. Wanneer we het woord „meel" hier gebruikt zien, denken we ogenblikkelijk aan brood en de bede: „Geef ons heden ons dagelijks brood." Dat is: „Wil ons met alle nooddruft des lichaams verzorgen, opdat wij daardoor erkennen, dat Gij de enige oorsprong alles goeds zijt en dat noch onze zorgen en arbeid, noch uwe gaven, zonder uw zegen ons gedijen en dat wij derhalve ons vertrouwen van alle schepselen aftrekken en op U alleen stellen." (Zondag 50).

In de olie zien we hier het symbool van overvloed. Hiermee is dankbaar erkend, dat God meer geeft, dan strikt noodzakelijk is, ja dat Hij Zijn kinderen in overvloed geeft.

Een tenslotte de wierook. Denken we aan wat we in één der vorige artikelen over het reukofferaltaar hebben gezegd, waarop de wierook het symbool van het gebed is, dan lijkt het ons niet moeilijk de bestemming van deze wierook te veronderstellen.

Het geheel wordt zo de Priester aangeboden als de bemiddelaar tussen God en mens. Deze neemt nu een handvol van het offer, een enkele greep en legt dit op het altaarvuur.

De rest mag door de Priester gehouden worden voor zichzelf en zijn zonen als een bewijs, dat de goederen en de vreugden van het leven slechts priesterlijk genoten mogen worden, als men de volle Godszegen wil verwachten.

In Lev. 2 lezen we verder nog, dat een andere vorm van het spijsoffer mogelijk is, n.1. „gebakken in een oven" of „gekookt in een pan." In het op deze wijze brengen van het offer zijn wij geneigd, een uiting van meer toewijding, meer zorg te zien.

Alle zuurdesem was verboden. „Want het zuurdesem is een beeld van het gistende zelfbesef, van de bezitsjacht, waartegen vooral bij de uittocht uit Egypte door God zo werd gewaarschuwd, toen Hij voor Zijn volk het feest der ongezuurde broden instelde." (Dr. W. Boom in „Bloed en vuur ') ten

Zout was echter geboden. Zout is een verderfwerend middel en het Verbond, dat God met Israël gemaakt heeft, wordt genoemd een „zoutverbond, " dat is: hiermee ligt de onschendbare vastheid verankerd van Gods kant, het is een „eeuwig verbond." „Bergen zullen wijken en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond Mijns Vredes zal niet wankelen, zegt de Ileere, uw Ontfermer." (Jes. 54 : l'O).

Eindelijk willen wij er nog op wijzen dat soms bij het spijsoffer ook gevoegd werd het drankoffer, dat bestond uit een weinig wijn. Op zichzelf genomen werd wijn nooit geofferd. In Lev. 7 wordt het onder de offeranden dan ook niet mee opgeteld.

7c Zal gedenken, hoe voor dezen Ons de Heer heeft gunst bewezen; 'k Zal de wond'ren gadeslaan, Die Gij hebt van ouds gedaan. (Ps. 77 : 7a;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.