+ Meer informatie

Hoe houdt de kerk de jeugd erbij? (2)

Ds. B. van der Heiden: „In talloze gezinnen wordt nooit één woord over God en Zijn di enst gesproken"

17 minuten leestijd

'' Hoe krijgen we ze erbij?''. Onder deze titel bracht de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten (JBGG) een brochure uit, waarin mogelijkheden worden aangereikt om meer jongeren bij het jeugdwerk te betrekken. Een van de suggesties is het organiseren van open avonden, waarop ontspanning, in de zin van ontmoeting, centraal staat. Het sociale aspect van het jongerenwerk lijkt ook in de Gereformeerde Gemeenten meer aandacht te krijgen dan voorheen. Een groeiende groep jongeren bevindt zich aan de rand van het kerkelijk leven en voelt zich niet aangesproken door de prediking en het bestaande verenigingswerk. Wat is de oorzaak? En wat de remedie? In gesprek met ds. B. van der Heiden, voorzitter van de JBGG.

Voor het in 1985 door de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten uitgegeven boekje "Over jong-zijn gesproken" schreef de Woerdense predikant B. van der Heiden een bijdrage onder de titel; "Wat betekent de kerk voor jou?" Daarin sprak hij onder meer zijn zorg uit over de verontrustende kerkverlating en concludeerde: ,,Dekerkiseen minderheidsgroepering geworden, die aan de rand van de samenleving nog een plaatsje krijgt. De geseculariseerde mens heeft met de kerk en de christelijke waarden en normen afgerekend. Het gaat om het " hier en nu". Steeds sterker klinkt de vraag naar het nut; wat is nuttig voor het wonen en werken op deze aarde? En deze geest van secularisatie of verwereldlijking gaat aan kerkmensen, ook onze jonge mensen, niet voorbij."

Eenvoudig
discipelen gezegd;,,Predikt het Evangelie aan alle creaturen." Allen hebben hetzelfde nodig. Wel is het denk ik goed, dat de boodschap die gebracht wordt, verstaanbaar is. De Heere Jezus heeft geen moeilijke prediking gebracht. Hij gebruikte heel wat eenvoudige beelden; een landman, een visser, spelende kinderen. Ieder kon het begrijpen, hoewel de diepe inhoud alleen door het geloof verstaan kan worden. Als er moeilijke woorden in een tekst staan, moeten die toegelicht worden. Maar we moeten bewaard worden voor een stuk krampachtigheid. Ik geloof niet dat een preek speciaal voor de jeugd moet worden gemaakt. Ik heb een boodschap aan de hele gemeente." Jongeren hebben een eigen taalgebruik. Moet daarop in de prediking worden ingespeeld? , , De prediking heeft een bepaalde stijl. Ik pleit er niet voor om die zo alledaags te maken, dat het bijna platvloers is. Ik zou het ook een verlies vinden, als de termen die in onze kring bekend zijn en door onze vaderen gebruikt werden, verloren gingen. Maar ze moeten wel begrepen worden. Als gesproken wordt over "alle geestelijke en lichamelijke nooddruft'', dan is nooddruft een woord datje moet toelichten. Het is het derven, het missen van wat nodig is.''

Catechese
,,lk heb er onvoldoende zichtopom dat te bestrij 'den. In mijn eigen gemeente heb ik niet direct de indruk, dat ik over de hoofden van jongelui heen spreek. Ik vraag me wel eens af: is het niet begrijpen van jongeren wérkelijk niet begrijpen? We spreken toch geen Frans? Ik heb iemand onder m'n gehoor die uit een onkerkelijk milieu komt. Die begrijpt mijn preken moeiteloos. Anderen zijn geboren en getogen onder het Woord van God en klagen erover dat ze soms zo moeilijk zijn. Maar als ik ze vanaf de preekstoel aankijk, zie ik hun ogen tamelijk wazig staan." Destudiepleit voor aanpassing van de catechese, waarbij de monoloog (alleenspraak) van de catecheet plaatsmaakt voorde dialoog (samenspraak) tussen catecheet en catechisanten. Vindt u die aanpassing wenselijk? ,,Als hetenigzins mogelijk is, behandel ik de leerstof in gespreksvorm. Wanneer ik het hele uur alleen aan het woord geweest ben, is het voor mijn gevoel niet prettig gegaan. Ik leg een vraag in het midden. Jan antwoordt, Piet reageert en op zo'n manier kom je tot een gesprek. Op een gegeven ogenblik moet wel een aantal lijnen worden getrokken. Dan ga ik over van de dialoog naar de monoloog en zeg: jongelui, jullie hebben nu dit en dat gezegd, maar zo staat het in het Woord van God."

Ambtelijk onderwijs
Uziet de dialoog niet als een gesprek tussen twee gelijkwaardige partners? „Nee. Catechese is een stuk ambtelijk onderwijs, dat de Heere aan Zijn kerk gegeven heeft. Er zal kennisoverdracht moeten zijn. Waarbij ik wel duidelijk aangeef dat ze me van alles en nog wat mogen vragen. Als het maar zinnig is en de hele groep er wat aan heeft. Anders zeg ik: ,,Joh, dat is een goede vraag, maar die beantwoord ik na afloop." De eeriijkheid gebiedt wel te zeggen, dat het in de praktijk nog wel meevalt met die vraagstelling door jongeren. Men roept vandaag de dag om meer ruimte voor gesprek, maar ik krijg echt niet elke week zo veel vragen." Kole en Van Driel constateren, dat vooral binnen de Gereformeerde Gemeenten in de catechese de "informatie-overdracht" centraal staat. Ontbreekt niet te veel de persoonlijke toepassing? ,, Ik kan moeilijk beoordelen hoe collega's het doen. Toen ik ging functioneren in het kerkelijk leven, ben ik zelf catechisatie gaan geven. Daarbij heb ik altijd geprobeerd om naar een persoonlijke spits toe te werken. Achteraf zeg ik wel: had ik het maar meer gedaan. Het lij kt net of, nu ik wat ouder wordt, de nood nog meer gaat drukken en jongeren nog meer op m' n levensweg worden geplaatst. Misschien omdat ik als predikant, veel meer nog dan toen als ouderiing, geconfronteerd wordt met ontwikkelingen waarover je bezorgd bent."

Preekbespreking
,, Ik ga de vragen van jongeren niet uit de weg. Minstens twee keer per jaar hou ik een preekbespreking. Toen ik daaraan begon, werd ik door een oudere man gewaarschuwd. Hij had me er niet voor over. Ik zie er ook altijd tegenop. Toch vind ik het een goede zaak. Het levert soms best een beetje vuurwerk op, maar je hebt een goede gelegenheid om dingen aan de orde te stellen, die in de prediking wat minder makkelijk gezegd kunnen worden. Ik heb een prekenserie gehouden over Nehemia. In een van die preken kwam naar voren, dat het volk ging staan toen Ezra de wet las. In dat verband heb ik gezegd, dat het een goede zaak is, als mannen gaan staan onder het gebed. Een stuk eerbied en stijl. Dezelfde avond was er preekbespreking. Het is er stevig op los gegaan.,, Waarom ziet u dat zo. Waarom is dat nog nodig?" En waarom moeten wij blijven zitten?'', vroegen de meisjes. Op zo' n moment heb je een prachtige gelegenheid om aan te wijzen hoe geseculariseerd en geëmancipeerd we denken. Dan ga ik ook problemen als de broekrok en haardracht niet uit de weg en probeer de jongelui te confronteren met wat de Bijbel van ons vraagt. Wat ze ermee doen weet ik niet, maar we zijn tot nog toe goed uit elkaar gegaan."

Kwetsbaar
Ziet u de preekbespreking als een waardevol middel om jongeren bij de kerk te houden? ,, Ja, maar ik moet wel zeggen: er zit een stuk risico in. In een preekbespreking begin je jezelf wat kwetsbaar op te stellen. Dat moetje aandurven. Je moet ook goed weten waar je naartoe wilt. Ze kunnen over van alles en nog wat discussiëren, maar ik heb een duidelijk doel voor ogen. Dat wil ik mijn jongeren op die avond meegeven. Het kan langs veel omwegen geschieden, maar die boodschap van het Woord van God moet overgedragen worden. Als ik dat niet voor mekaar krijg, ga ik mismoedig naar huis." Wat verstaat u onder kwetsbaar opstellen ? „Aan het begin van het catechisatieseizoen zeg ik tegen m' n catechisanten: ,, Als jullie ergens mee zitten, mag je dat altijd ter sprake brengen. Maar ik geef niet de garantie dat ik alles weet.'' Dat zeg ik hen eerlijk. En dat gebeurt ook meermalen. Dan zoek ik in die week naar een antwoord. Als dat antwoord me niet bevredigt, zeg ik de volgende keer: ,,Ik kom er niet uit. Dit heb ik erover gelezen, zelf denk ik er dat van, maar je moet van mij nog geen afgerond antwoord verwachten. Ik neem het als huiswerk mee."

Voorbeelden
Wat is de reden dat jongeren in toenemende mate de kerk verlaten? ,, Het eerste wat ik wil noemen is een gemis aan geestelijk leven. Waar Gods Geest het hart verlicht, komt een betrekking op God, Zijn dag. Zijn Woord en Zijn inzettingen. Het breken met de kerk is een teken dat dat ontbreekt. In de tweede plaats denk ik, dat onze jongeren opgroeien in een wereld waarin ouderen die als voorbeelden dienen steeds meer gaan ontbreken. In mijnjonge leven kon ik met mijn vragen naar kinderen van God toe. Die mij ook begrepen. Zou dat niet de nood van onze tijd zijn? Ik vraag wel eens aan jongeren: ,,Jongens, kennenjullie kinderen van God? Komen jullie daar ook? Praat j e er wel' s eerlij k mee? Hebben ze tijd voor je? Begrijpen ze je en begrijp jij hen?" Als ik iemand mee wil krijgen naar Zwitserland, dan moet ik hem er warm voor maken en zeggen: ,,Joh, die bergen zijn zo schitterend. Eerlijk, daar zul je iets zien, wat je hier in Nederland niet vindt." Ontdekken jongeren bij ouderen nog iets waardoor ze zeggen: het is goed om God te vrezen. Of is het een last? Een knellend juk? Het derde wat ik zou willen zeggen is, dat de grenzen tussen kerk en wereld zo sterk vervagen. Het gezag boet enorm aan waarde in. De gezagscrisis in de maatschappij gaat ons niet voorbij. De kerk loopt niet vooraan, maar ze loopt wel mee."

Ontstellende zaak
Deelt u de opvatting van de kerkverlater en godsdienstsocioloog Piet van der Ploeg, dat de oorzaak van kerkverlating niet bij de jeugd moet worden gezocht, maar veel meer bij de ouderen die een leeg testament overdragen? ,, Dat is een zorg die ik deel. Ik zal een voorbeeld geven. Ik geloof niet, dat de drempel van onze pastorie hoog is. Vooral na avondmaalsbedieningen komen hier nogal wat mensen. Een poosje geleden was er een student, die door een ander was meegebracht. Na afloop had ik nog even een praafle met hem, waarin hij me zei:,, Ik heb vroeger wel eens gehoord dat mensen samenkwamen om over het werk van God en Zijn Woord te spreken, maar ik wist niet dat dat nu nog voorkwam." Dat tekent een stuk nood. Als jonge mensen deze dingen alleen weten uit een boekje, maar er nooit zelf bij gezeten hebben, dan is dat een ontstellende zaak. Vooral in doopzittingen en bij doopsbedieningen zeg ik vaak: „Ouders, spreek toch met uw kinderen over het ene nodige, want u bent als eerste daarvoor verantwoordelijk." Koelman heeft gezegd: wij moeten onze kinderen zien in het gevaar van verloren te gaan. Als we daar iets van zien, voelen we de noodzaak van bekering en hebben we God nodig, ook voor de dingen van het dagelijks leven."

Zorg
Wordt de situatie die u schetst voldoende onderkend? „Ik heb meer dan eens contact met collega-predikanten die deze zaak herkennen en dezelfde zorg hebben. Of dat in z' n algemeenheid geldt, durf ik niet te zeggen. Ik hoop het wel." Hoe moet die zorg tot uitdrukking komen in de prediking? „Eï moet duidelijk worden gewezen op de taak die ouders hebben ten opzichte van hun kinderen, maar ook die kinderen hebben ten opzichte van de ouders. Ik wil het probleem niet alleen naar de ouders toeschuiven. Ik zeg wel eens tegen de jongens:,, Jullie willen in alles mondig zijn, maar als het gaat over catechisatie en belijdenis doen, dan zegje: Ik stel het nog maar een paar jaar uit. Je kunt wel zeggen: mijn vader maakt er zich niet zo druk om, maar je bent zelf vijftien, zestien, zeventien jaar. Je hoort Gods Woord van zondag tot zondag. Als vader en moeder er nooit over spreken, begin er dan zelf eens over."

Bezinning
U hebt de indruk dat collega's uw zorg delen. Toch preken velen of de gemeente grotendeels bestaat uit heilbegerige zielen en ouders die dagelijks met hun kinderen op de knieën gaan. Staat menige predikant niet buiten de werkelijkheid? ,,Ja, dat is misschien wel zo. Mijn vrouw komt uit een domineesgezin. Toen wij verkering hadden, kwam daar bijna zondagavond aan zondagavond wel iemand die over de Heere en Zijn dienst sprak. Dat waren mensen die er niet altijd óver, maar ook uit spraken. Dat legt een stempel op je. Verschillende familieleden waren leesbare brieven van Christus. Nu zeggen we weleens tegen elkaar: onderkennen wij voldoende de situatie, dat in talloze gezinnen nooit één woord over God en Zijn dienst wordt gesproken?" Welke waarde kent u toe aan jeugdverenigingen? , , De jeugdvereniging is een plaats van bezinning en ontmoeting. Dat zijn de twee hoofdelementen die naar voren moeten komen. Een belangrijke taak is, om juist die jongeren in wie het proces van kerkverlating zich gaat voltrekken, er nog bij te trekken. Het bestuur van een jeugdvereniging moet veel om zich heen kijken in de gemeente."

Open activiteiten
In de brochure "Hoe krijgen wezeerbij?" wordt gepleit voor uitbreiding van het jeugdwerk met open activiteiten, waarin ontspanning centraal staat. Moet ik dat beschouwen als een concessie om zogenaamde randjongeren bij het verenigingsleven te betrekken? ,, De uitbreiding van activiteiten moet u zien in het kader van jongeren die steeds gemakkelijker kerkdiensten en catechisatie verzuimen, maar nog niet met de kerkgebroken hebben. Toch zal ook op deze avonden gesproken moeten worden over het Woord van God. Er mag een ontspannend element in zitten, de pauzes mogen best langer zijn, maar aan het eind van die vergadering moet toch duidelijk de bijbelse boodschap zijn meegegeven." De brochure zelf geeft aan, dat ontspanning en ontmoeting in de open activiteiten centraal staan. Bestaat niet het gevaar, dat het sociale aspect van het jeugdwerk het wezenlijke aspect verdringt? ,,Ontspanning mag nooit de hoofdzaak worden. De kerkeraad moet instemmen met alle activiteiten. Ze moeten bijbels verantwoord zijn. Altijd zal het doel moeten zijn om jongeren bij of wéér bij de kerk te betrekken. De bezinning moet daarom in die open activiteiten een plaats houden. Een activiteit die jongeren niet confronteert met het Woord van God, is mislukt."

Dropping
De bezinning moet een plaats houden, zegt u. Wat moet ik dan met een door een jeugdvereniging georganiseerde dropping? ,, Daar ga je je inderdaad afvragen: is dat nog de taak van een kerkelijke vereniging? Ik denk dat grote voorzichtigheid geboden is. De open activiteiten moeten grondig voorbereid worden. De uiteindelijke bedoeling moet zijn, om jongeren die van de kerk af dreigen te raken, weer te betrekken bij de jeugdvereniging, de kerk, de catechisatie. Als die open activiteiten ervoor in de plaats komen, is het middel erger dan de kwaal. Anderzijds moetje niet vergeten dat wij in een geseculariseerde wereld leven. Vroeger was het merendeel van de mensen godsdienstig. Nu leven onze kinderen eigenlijk op eilanden. Waar vinden ze in de straat een vriendje of vriendinnetje dat nog naar een kerk gaat, bidt en dankt? Juist in deze tijd is het gevaar van ondersneeuwen zo groot. De waarde van deze incidentele open activiteiten is vooral het stuk binding en de brug als het ware naar het kerkelijk gebonden jeugdwerk."

Sociale factor
Ontstaat zo niet een wat gespleten beeld van de kerk: de saaie kerk van zondag met" ouderwetse" preken en de gezellige van doordeweeks met sprankelende activiteiten? „We moeten waken voor ouderwetsheid zonder inhoud enerzijds en een onheilig activisme anderzijds. Alleen het Woord en het werk van de Heilige Geest kan het hart inwinnen en overwinnen. We moeten jongeren confronteren met de boodschap van de noodzaak en de mogelijkheid van bekering. Vraag twee is: hoe bereik ik zo veel mogelijk jongeren op een verantwoorde wijze, om deze boodschap over te dragen. Welke middelen zijn daarvoor bruikbaar. Dan hoeven we de sociale factor ook niet te onderschatten. Talloos veel keren hoor ik in de gezinnen: ,, Als-ie nou maar eens een goeie vriend kreeg." Op catechisatie zeg ik soms tegen jongelui: ,,Joh, jij hebt contact met die of die. Probeer ' m eens mee te slepen naar de jeugdvereniging.'' Een andere vriend zegt wellicht:,, Waar zullen we naartoe gaan, naar 't voetbalveld?" ,,Nee, dat mag ik niet." "Joh, wat maakt dat nou uit. Kom op, ga gezellig mee.'' Zo gaat het in de praktijk. Daarom acht ik die sociale factor best van grootbelang. Als ik die jongen of dat meisje weer op de vereniging, op de catechisatie of in de kerk heb, dan zijn ze weer onder het visnet. Dan blijft alleen over: Heere, zend Uw licht en Uw waarheid."

Aandachtstrekkers
kerkblad een aankondiging wordt geplaatst van wat gebeuren zal. Ik heb er geen moeite mee, als voor zo' n open activiteit het ontspannende element wat meer wordt belicht. Mits het doel maar blijft jongeren terug te krijgen op de gewone verenigingsavonden." "Hoe krijgen we ze erbij?" wekt de indruk dat het lidmaatschap van een jeugdvereniging uan essentieel belang is. Wordt de waarde van het verenigingsleven niet overschat? ,, Het aantal leden mag geen doel op zich zijn. Met onsjeugdwerk bereiken we een dertig procent van de jongeren. Dat betekent gelukkig niet, dat de overige zeventig procent onverschillig is. Er zijn jonge mensen die nooit een vereniging bezoeken, vrienden en vriendinnen hebben en hun zaterdagavond op verantwoorde wijze invullen. Prachtig. Toch zouden juist die jongeren iets kunnen betekenen voor hun leeftijdgenoten in de gemeente. Ik geloof, dat de jeugdvereniging een belangrijk middel is om jongeren in aanraking te brengen met het Woord van God. Wel zullen we ervoor moeten waken, dat op de vereniging een andere boodschap wordt gebracht dan in de prediking. Daarom moet er een directe lijn naar de kerkeraadzijn."

Zaterdagavond
De vulling uan de zaterdagavond is voor veel jongeren eenprobleem. Watzietu als de oplossing? ,, Wij pleiten sterk voor kerkelijk gebonden jeugdwerk op de zaterdagavond. Het is waar dat de ouders in de eerste plaats een taak hebben. Ik denk dat wij in onze kerken moeten oppassen voor een teveel aan organisatie en mogelijkheden om buiten het gezin te zijn. Als je als gezin alle verenigingsavonden zou bijwonen, is het dan nog wel eens een avond compleet? Ik vraag me ook af: is het buiten de verenigingsavonden compleet? En stel eens, dat ik enige zoon ben, of we zijn maar met z' n tweeën. Dan kan ik een ontzettend lieve vader en moeder hebben, maar om nu op zaterdagavond bij pa en moe te gaan zitten, dat is natuuriijk nogal wat. Als er dan een mogelijkheid is om bij elkaar te komen, dan is dat fijn. Ik hoop echter ook, dat de jeugd buiten de verenigingsavonden op zaterdagavond in de gezinnen een plaats vindt. Je moet beide zaken niet tegen elkaar uitspelen."

Toekomst
Hoe ziet u de toekomst voor de kerk? ,, Als ik naar beneden zie, dan is er bange vrees in m' n hart. Als ik let op de ontwikkelingen en de middelen waarvan de satan zich bedient, dan zeg ik: wat zal er van de kerk overblijven? Dat heeft me nog niet zo lang geleden in grote geestelijke nood gebracht. Toen heeft de Heere me twee dingen laten zien. Vorig jaar is een man van 82 jaar gestorven, die op een bijzondere wijze uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht is gebracht. Toen mensen hem niet meer bereiken konden, heeft God in zijn leven vervuld, dat Hij bij het naderen van de dood volkomen uitkomst kan geven. Die man heeft nog veertien dagen geleefd, om de grote werken Gods aan jongeren en ouderen te vertellen. Het heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Dat was het eerste. Niet zo lang daarna staat er een jongen voor de deur. Die vraagt of hij even binnen mag komen. In het gesprek dat ik met hem had, stelde hij de levensvraag: ,,Zouervoormij nog genade zijn?" God had hem stilgezet. Hoe het verder zal gaan weet ik niet. Dat laat ik aan de Heere over. Maar door die twee dingen ben ik wel op bijzondere wijze bemoedigd. God haalt Zijn kerk eruit. De poorten der hel zullen Zijn gemeente niet overweldigen. Zolang de zon en de maan er zijn, zal Zijn Naam van kind tot kind worden voortgeplant. Wel zal de jeugd het steeds moeilijker krijgen. Er zal steeds minder plaats komen voor hen die bijbelgetrouw willen zijn en naar het Woord van God begeren te leven. De afval en innerlijke afkeer van het Woord van God zullen toenemen. In dat opzicht zijn we misschien wel verder dan we bevroeden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.