+ Meer informatie

Verwarring over Jona in de vis

Dr. Paul: Er is genoeg gereformeerd materiaal om vragen van moderne bijbelwetenschap te weerleggen

8 minuten leestijd

Jona in de vis. De sprekende slang. Zes scheppingsdagen. Veel waarheden van de Heilige Schrift lijken ter discussie te staan, ook in de gereformeerde gezindte. Dr. M. J. Paul is beducht voor allerlei verwarring doordat theologen in eigen kring vaststaande zaken vragenderwijs ter discu ssie stellen. "Dat is verwarring die niet nodig is. Er is zo veel goed exegetisch materiaal dat uitgaat van het gezag van de Heilige Schrift. En het gaat lastige vragen zeker niet uit de weg."

De recente lezing van dr. A. Noordegraaf voor de jaarlijkse predikantencontio van de Gereformeerde Bond over "Hermeneutische vragen in de omgang met de Heilige Schrift" leidde tot veel discussie. Niet alleen tijdens de vergadering zelf, maar ook achteraf, in menige huiskamer en consistorie. Het zoveelste geval van voorzichtige schriftkritiek? Of was het een poging om de resultaten van het moderne bijbelonderzoek te gebruiken? Werkt de door dr. Noordegraaf gevraagde "ruimte van de Geest" niet grensverleggend?

Dr. Paul, docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), zegt in reactie op de huidige discussie dat gereformeerde exegeten al vele jaren gebruikmaken van methoden van moderne bijbelwetenschap, bijvoorbeeld Gispen en Noordtzij in de Korte Verklaring, en de gereformeerd vrijgemaakt e B. Holwerda. In sommige opzichten is gebruik ervan inderdaad winst, zo geeft Paul de spreker op de predikantencontio toe.

Bronnensplitsing

Hij wijst dan op recente inzichten op het gebied van archeologie en taalwetenschap en op de ontdekking van literaire structuren in de Bijbel. "De laatste jaren is de situatie voor de reformatorische schriftbeschouwing zelfs gunstiger dan een halve eeuw geleden. Toen werd de nadruk gelegd op de ontstaansgeschiedenis van de bijbelse geschriften, waardoor men direct kwam tot bronnensplitsing. Nu gaat het meer over de eindgestalte van de tekst. Vergis je overigens niet: De moderne bijbelwetenschappen zijn niet minder kritisch geworden en velen geven de historiciteit van veel geschiedenissen op. De gangbare wetenschap blijft uitgaan van een niet-gelovige benadering van de Bijbel. Maar hoe dan ook, er is tegenwoordig meer aandacht voor de boodschap van de tekst."

Orthodoxe exegeten keken eigenlijk altijd al veel buiten de eigen kring. "Dat is niet nieuw. Maar vroeger was er meer onderlinge afstemming, zoals rond de Korte Verklaring binnen de Gereformeerde Kerken. Nu is er onder ons niet één vaste, gemeenschappelijke overtuiging, of een gezamenlijke werkkring aan een christelijke universiteit, maar zijn het individuele exegeten die iets doen of die iets roepen. Er is verschil van inzicht over de mate waarin men gangbare theorieën en inzichten aan de universiteiten kan gebruiken om in het wetenschappelijke debat mee te doen. Dat kan gemakkelijk te ver gaan. Zo betreur ik het dat iemand als dr. G. H. van Kooten in zijn proefschrift louter literaire methoden gebruikt, waarbij hij ten aanzien van het auteurschap van Paulus tegen het bijbelse getuigenis ingaat. Dat vind ik te ver gaan. Welke gevolgen heeft de inspiratie van de Schrift voor de methoden die je hanteert?"

De onrust rond het schriftgezag in eigen kring op dit moment is volgens dr. Paul vooral het gevolg van de grotere publiciteit. "Er wordt nu veel openlijker met elkaar over gesproken, waarbij de een veel verder gaat dan de ander. De kwesties als zodanig zijn echter niet nieuw, maar zijn reeds in de gehele twintigste eeuw onderwerp van gesprek geweest. Dr. Noordegraaf haalde in zijn lezing voor de predikanten van de Gereformeerde Bond overal wat vandaan wat hij kon gebruiken. Dat doe ik ook, voorzover dat niet strijdt met mijn principes. Maar in de verslaggeving kwam niet zo duidelijk uit de verf dat hij wel degelijk een weg wees en wilde toerusten. Wellicht was dat te abstract voor de krantenlezers en was daarom een concrete aanvulling voor gemeenteleden op zijn plaats geweest. Nu laat je mensen in verwarring achter."

Zoals over de vraag of Jona nu werkelijk in de vis heeft gezeten.

"Laat ik het Wuppertaler commentaar nemen, daar wordt eerlijk ingegaan op de problemen rond het boek. Is het een soort gelijkenis of moeten we het verhaal als geschiedenis opvatten? Dr. Maier verdedigt de historische benadering. Als je ervan uitgaat dat er wonderen en bovennatuurlijke verschijnselen kunnen bestaan, dan moet je dat ook in dit bijbelboek respecteren. Het is een uitgangspunt dat je bij voorbaat inneemt als je zo'n boek gaat exegetiseren. De oosterse geschiedschrijving is natuurlijk niet de westerse geschiedschrijving. Het is goed om daarmee rekening te houden, maar de boodschap die de schrijvers met de feiten wilden aanduiden, mag niet ten koste gaan van de feiten zelf."

Perspectief

Vragen van de moderne bijbelwetenschap hoeven orthodox-gereformeerde exegeten niet te negeren. Dr. Paul verwijst naar het Commentaar op het Nieuwe Testament (Van Bruggen, Van Houwelingen, en anderen), de Studiebijbel Nieuwe Testament, de Wuppertaler Studienbibel, de NIV Application Commentary en de New International Commentary. "Al deze boeken gaan in op alle vragen waarmee wij worden geconfronteerd en die om antwoord vragen. Er leven veel vragen in de bijbelwetenschappen en er zijn veel lastige kwesties. Predikanten hebben geen tijd om dat allemaal uit te zoeken. Daarom is het zo nodig om te kunnen beschikken over goede studies, die uitgaan van de Bijbel als het door God geïnspireerde Woord. En die literatuur is er gewoon in overvloed."

De Edese oudtestamenticus zegt veel steun te hebben gehad van allerlei archeologische ontdekkingen in recente tijd. "Over Jericho wordt sinds de jaren zestig gezegd dat de stad al verwoest was toen Israël het land Kanaän binnentrad. Het verhaal zou dan niet meer dan een inkleding zijn, een symbolische vertelling. Als je uitgaat van het zelfgetuigenis van de Schrift, zul je grote moeite hebben met zo'n theorie. Al moet je de argumenten wel serieus nemen. Ik vind het verwonderlijk dat men de laatste tien jaar vanuit de archeologie tot heel andere inzichten is gekomen. Nu blijkt dat er grote fouten zijn gemaakt in de interpretatie en dat gegevens over het hoofd zijn gezien. De huidige stand van zaken klopt geheel met het verslag in het boek Jozua. De ingestorte muren, de grote verwoesting en de verbrandingslaag worden nu rond 1400 gedateerd, de tijd van Jozua. Ook is opvallend dat er vaten met graan gevonden zijn. Dat past bij een kort belegerde stad waaruit niets meegenomen mocht worden door de Israëlieten."

Nieuwe ontdekkingen maken aannemelijk dat Sodom en Gomorra echt hebben bestaan en dat een vuurzee verantwoordelijk is geweest voor de vernietiging van de beide steden. "Er werd lange tijd gedacht dat de Filistijnen niet voor de twaalfde eeuw hebben bestaan. Nu zijn er aanwijzingen voor een eerdere aanwezigheid, ook in de tijd van de aartsvaders. De opgravingen van de laatste twintig jaar in Gosen hebben allerlei informatie verschaft over de leefomstandigheden van de Israëlieten in Egypte. Zo kan ik nog een tijd doorgaan. Op veel kritische vragen van een halve eeuw geleden hebben we nu antwoorden, of er zijn ten minste alternatieven."

Fundamentalisme

De gedachte dat gereformeerde exegeten per definitie fundamentalistisch zijn, bestrijdt dr. Paul. "Ik ken niemand die bijbelcommentaren publiceert en die voldoet aan de karikatuur van een fundamentalist. Exegeten die hun vertrekpunt nemen in het zelfgetuigenis van de Schrift houden serieus rekening met historische problemen en tekstverschillen. Exegeten moeten zich ook inlaten met bestaande kwesties, maar dan wel mede vanuit hun geloof. Dr. Van Kooten mag daarom het verschijnsel van de pseudepigrafie, het schrijven van werken op de naam van een andere auteur, niet zonder meer als een feit accepteren. In mijn proefschrift over de Pentateuch-kritiek heb ik uiteengezet dat een dergelijk verschijnsel wel aanwezig was in de Grieks-Romeinse wereld, maar dat het absoluut niet geoorloofd was als het ging om een bewuste vervalsing van officiële documenten. Op zo'n vergrijp stonden zware straffen. Dus je moet de mogelijkheid van pseudepigrafie wel onderzoeken; misschien was het wel een aanvaardbare methode. Maar ik denk van niet, en dan is het beter het zelfgetuigenis van de Brieven te accepteren."

Dr. Paul wijst er ook op dat de huidige historisch-kritische bijbelwetensc hap versplinterd is. Er zijn inmiddels allerlei richtingen en stromingen ontstaan. "Tot de jaren zeventig en tachtig moest je per se meedoen met de Pentateuch-kritiek als je iets gepubliceerd wilde krijgen in de leidinggevende tijdschriften. Nu is er niet meer één gangbare visie op dit punt. Er is een diversiteit gekomen en daarom kunnen wij nu gemakkelijker meedoen. Maar de principes van de historisch-kritische bijbelwetenschap zijn wel dezelfde gebleven. En die strijden met het gezag van de Schrift. Op rijksuniversiteiten mag je er niet van uitgaan dat God spreekt vanuit de hemel, of dat er wonderen gebeuren. Dat mag je wel privé geloven, als je het maar niet laat doorwerken in je methodiek."

Samenwerking

Een hechte samenwerking tussen reformatorische exegeten is heel belangrijk. "Laten we uitkijken voor versnippering. Er is veel materiaal op topniveau dat uitgaat van de historische betrouwbaarheid van de Schrift, maar dat tegelijkertijd ook in discussie gaat met andere stroming en. Ik heb sinds de jaren zeventig veel steun gehad van het Tyndale Fellowship in Cambridge, waar zo'n 250 behoudende geleerden constructief ingaan op allerlei moderne vragen. Er zijn daar ook verschillen, net als bij ons. Er is verwarring, maar er is ook een weg. Ik denk dat we als gereformeerde exegeten ook in Nederland samen moeten zoeken naar een begaanbare weg. Niet elke discussie daarover is echter direct geschikt om naar buiten gebracht te worden."

Dr. Paul signaleert een vreemd verschijnsel in eigen kring. "In de gereformeerde gezindte is altijd gezegd dat de Bijbel Gods Woord is. Maar de meeste kerkgenootschappen deden weinig aan exegese en er was weinig aandacht voor de bijbelwetenschappen. Als je dan daaraan wel actief meewerkt, moet je jezelf ook rekenschap geven van allerlei lastige vragen. Je kunt je wel terugtrekken in de dogmatiek, maar gezien je geloofsovertuiging moet je toch terug naar de bron. Uiteindelijk is dat het meest verrijkend, want daarin spreekt God Zelf. We mogen bidden om Zijn Geest, dat Die in alle waarheid zal leiden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.