+ Meer informatie

Ziekenhuisraad en bonden in conflict

CAO-OVERLEG GESTRUIKELD

2 minuten leestijd

UTRECHT — De voltallige werknemersdelegatie die is betrokken bij de onderhandelingen over de CAO voor het ziekenhuiswezen heeft het overleg over de herziening van de CAO per 1 januari 1978 woensdag afgebroken.

Ze vindt dat de werkgeversorganisatie, de Nationale ziekenhuisraad, onvoldoende aan haar verlangens tegemoet komt. Onder deze CAO vallen ongeveer 170.000 werknemers in de particuliere ziekenhuizen.

De werknemersdelegatie heeft een verklaring afgelegd, waarin ze de NZR om een ,,handreiking" vraagt. De voorstellen die de NZR woensdag heeft gedaan, kunnen volgens haar niet als zodanig worden beschouwd. Met die voorstellen achten de werknemers (de bonden van overheidspersoneel, de organisaties van verpleegkundigen, de Federatie van hoger personeel in ziekeninrichtingen en het Gemeenschappelijk overleg beroepsorganisaties) verder constructief overleg niet mogelijk. De werknemersdelegatie stelt, dat de herziening van de CAO hierdoor ernstig in gevaar wordt gebracht.

Hangijzers

Knelpunten bij het overleg zijn onder meer de betaling van de pré-klinische periode (drie maanden) aan leerlingen in opleiding, waar de NZR niet aan wil en verbeteringen in bereikbaarheids- en aanwezigheidsdiensten. Verder willen de werknemers dat leerlingen arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd krijgen en dat voor het overige personeel arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd tot de hoge uitzonderingen gaan behoren.

Een woordvoerder van de Nationale ziekenhuisraad (NZR) zei over het afbreken van de sinds september gevoerde CAO-onderhandelingen, dat men het wel eens is geworden over een groot aantal verbeteringen pp het gebied van de arbeidsvoorwaarden.

Met betrekking tot de meerkosten voor de gezondheidszorg, die door de invoering van een cao ontstaan, merkte hij op, dat de werkgevers en werknemers destijds hadden besloten die kosten te spreiden over 1979 en 1980.

Geen ruimte

De NZR huldigt het standpunt, dat er nu geen ruimte is voor een materiële verbetering die uitgaat boven het trendbeleid van de rijksoverheid. En, zo voegde de woordvoerder eraan toe, werkgevers en werknemers waren ook voor 1977 overeengekomen om dit trendbeleid te volgen.

Over een aantal sterk kostenverhogende punten, „dus, ook van principiële aard", is het overleg volgens hem tenslotte echter gestruikeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.