+ Meer informatie

Rijkswaterstaat, wil gaan "samenwerken"met de zee

De strijd tegen het water kentert

10 minuten leestijd

Op het Indonesische eiland Sumatra konden zeeschepen een bepaalde haven niet bereiken. Het tekenen van een kaart was zinloos, want de geulen veranderden elke dag. Maar de ver landinwaarts gelegen haven kon toch bereikt worden door middel van een aantal dolfijnen, die de schepen, geheel vrijwillig, door de diepe geulen loodsten. Tot aan het eind van de jaren veertig, toen er op de dolWaar land en zee elkaar ontmoeten, bevindt zich de kust. Het is het gebied van de altijd durende verandering en de strijd tussen water en land. Kusten zijn nooit stabiel. Ze breken of schuren af, het zand verstuift en ergens anders vormt de zee weer een nieuw stukje land. Kusten worden gemaakt door wind, getijden, afzettingen en geulen, die doorlopend in beweging zijn. De Hollandse kust is grotendeels mensenwerk. Als we de zee zijn gang lieten gaan zou Amersfoort op den duur aan zee liggen. Maar te veel menselijk ingrijpen is ook fijnen geschoten werd en de zoogdieren voorgoed uit deze wateren verdwenen. Sindsdien kon de haven niet meer bereikt worden en stortten de havenactiviteiten in.

Deltaplan
Nederland ligt ook aan zee. Onze geschiedenis is doordrenkt van verhalen over het grote water. Onze verre voorouders wilden er kennelijk graag wonen, ondanks het geEens lag dit fort achter de duinen aan de oevers van de Rijn. Griend In de Waddenzee ligt het eiland Griend, in de middeleeuwen nog een stadje, nu vrijwel overstroomd. Op Rottumeroog stonden in de vijftiende eeuw nog pakhuizen, omringd door akkers. In de zestiende eeuw kromp het tot zo'n tien kilometer lengte, een eeuw later was het nog maar de helft. In 1965 verliet de strandvoogd het eiland. Als het aan de natuur ligt is dit eiland binnenkort van de kaart geveegd. Vlieland krimpt met een snelheid van vier meter per jaar. Op Texel eist de zee aan de zuidwestkant zo'n dertien meter per jaar op en acht tot negen meter aan de noordpunt. Maar terwijl de zee het land verwijdert, legt ze het elders weer neer. Aan de oostkant van Ameland en Schiermonnikoog, bij voorbeeld. Of voor de kusten van Zeeland en Zuid-Holland, waar nu een uitgestrekt, wad-achtig gebied ontstaat. Ondertussen houdt de overheid een oogje in het zeil. Zoals de Dienst Getijdenwateren van Rijkswaterstaat, die met een uitgebreid apparaat aan ambtenaren en onderzoekers het Nederlandse volk moet behoeden, dat het ooit weer natte voeten krijgt.

Een stuk natter
Wat gebeurt er als we Nederland aan de zee overlaten? Volgens een folder van Rijkswaterstaat zouden er dan „omstreeks de eeuwwisseling enkele honderden hectares land zijn verdwenen en over honderd jaar naar schatting tweeduizend hectare." Er zou „gevaar ontstaan voor het achterliggende land." Als ik de vraag op het kantoor van de Dienst Getijdenwateren van Rijkswaterstaat nog eens aan Erik Bouwmeester voorleg, antwoordt hij behoedzaam en droogjes dat het „een stuk natter zal worden." De civiel-ingenieur is projectleider van "Kustgenese", een project dat zich bezig houdt met de natuurlijke ontwikkeling van de kust. De Dienst ontpopt zich steeds meer als een soort milieugroep, waarbij men nu spreekt over "samenwerken met de zee" in plaats van over strijd. Samen met collega Theunis Louters, kustmorfoloog, bestookt Bouwmeester me met een jargon dat voorheen vooral bij milieugroepen te beluisteren viel. Er moet „ingespeeld worden op de natuurlijke dynamiek van de zee", „we moeten meedoen met het spel", „het karakter van de kust behouden" en „de zee begrijpen."

"Overal waar je komt, herken je 't niet meer." Henk Koning, gepensioneerd onderwijzer en bewoner van Schiermonnikoog, tuurt over de kaart en vertelt over het eiland, waar hij bijna z'n hele leven heeft gewoond. Aan het — begin van de jaar telling moeten er al duinen in het Waddengebied zijn geweest. Volgens sommige verhalen zouden monniken toen zandschermen hebben gebruikt om het stuivende zand tegen te houden en zo het eiland te laten groeien. Volgens Henk Koning is dat onzin. Die stuifschermen zijn pas iets van de laatste zeventig jaar. Voor die tijd was er gewoon geen geld om dat wilgehout uit Nederland aan te voeren. De eerste rijshoutschermen werden uit het eigen, pas aangelegde bos gehaald. Het had grote invloed op het eiland. Er ontstonden lange, tamelijk eentonige stuifduinen aan de noordkant en wat ruigere, wilde duinen in het westen. Nu kon eindelijk voorkomen worden dat het eiland nog verder naar het oosten zou verwaaien. Op de plaats

 Veiligheid
Natuurlijk moet allereerst de veiligheid van de Nederlanders gewaarborgd worden. Dat is duidelijk, maar de manier waarop verandert. Er was een tijd  dat "harde maatregelen" als strekdammen, dijken en zeeweringen populair waren. Louters en Bouwmeester pleiten voor een andere kustbescherming; met zand. Bouwmeester: „Neem de Hondsbosse Zeewering, vorige eeuw aangebracht. Dat stukje kust steekt als een puist naar buiten. Terwijl de kust is teruggegaan, ligt dat stukje nog vast en geeft het aan de randen ontzettende problemen." Louters vult aan. „Je legt de kust op dat moment vast, zonder dat er een speling mogelijk is. Maar die speling zit wel in de natuur." In Engeland bestaat de kust veelal uit beton en asfalt. Het lijkt ijzersterk, maar ook hier graaft de zee volgens Louters onder de "seawall". Vandaar dat de twee wetenschappers aan "zandsuppletie" werken, een op het eerste gezicht bijna aandoenlijke poging om de langzaam in zee zakkende duinen met nieuw zand op te spuiten. Het zand wordt, ver uit de kust, met een zandhopper opgeslobberd en aan de meest bedreigde plaatsen aan de Nederlandse kust weer uitgespuugd. Reacties op deze spuiterij zijn veelal negatief „Eén storm en het is weg." Dat is niet helemaal juist. Bij een storm heeft het aangebrachte zand de duinen beschermd en speelt het onder water nog een belangrijke rol bij het breken van de branding. Theunis Louters: „Onder water vindt het zand het lekker om onder een bepaalde helling te liggen. Die helling is natuurlijk. Als je nu zand suppleert, herstel je die helling, waardoor dat zand lekker op die helling ligt en de kust ook goed in stand blijft."

Handhaven Twee jaar geleden besloot de overheid „de kustlijn te handhaven, waar die in 1990 ligt." Daarin past geen beleid dat „zeewaarts is gericht. Dus geen plannen voor woningbouw, recreatie en "natuurgebieden" a la Waterman voor de Scheveningse kust. Louters en Bouwmeester achten het „technisch wel mogelijk", maar vrezen dan een „verandering van de hele kust", met aanzandingen, grotere getijstromingen en erosie. Met de inpolderingen van vroeger heeft het niets te maken. Bouwmeester: „Vroeger was het terugwinnen, nu is 't meer een PietHeingevoel. Jongens, we gaan de zee in." De plannen om zeewaarts te gaan zijn voorlopig allemaal afgeblazen. Ook de voorstellen voor een eiland voor de Belgische kust met aan de ene kant woningen en hotelbouw en aan de andere kant een park van kerncentrales zijn voorlopig van de baan.

Nieuwe stranden Ondertussen creëert de zee haar eigen land. Voor de kust van Zeeland en Zuid-Holland, waar een wad-achtig gebied van slikken en zandbanken ontstaat. Het land valt met eb deels droog en steekt dan zo'n halve meter tot een meter boven zee uit. Het nieuwe land, de Voordelta, is door geen mens ooit aangelegd of voorspeld, maar toch door een menselijke ingreep in het landschap even verderop ontstaan: de Deltawerken. Hierdoor veranderden en verminderden de getij stromen, waardoor meer zand voor de kust kon bezinken. In de monding van de Grevelingen wordt er jaarlijks bijna drie miljoen kubieke meter zand en vijf miljoen kubieke meter slib afgezet. De stranden langs de kust van Schouwen en langs de Brouwersdam worden langer, allerlei geulen worden ondieper en zandplaten groeien aan. Het gebied is rijk aan plankton, kreeftjes, mosselen en kokkels, die ook weer vele vogelsoorten als zee- en toppereenden aantrekken. Er komen ook al zeehonden voor.

Grote plannen
En iedereen ziet weer mogelijkheden in de Voordelta. De recreatiewereld zou het toerisme wel willen ontwikkelen. Meer trailerhellingen, waar je vanaf je trailer met je motorbootje zo in het water kan laten glijden. Meer parkeerterreinen, een plan voor een jachthaven op Neeltje Jans en een sluis door de Brouwersdam, zodat schepen van de Grevelingen de Voordelta kunnen bereiken. De visserij ziet watertandend de enorme toename van mosselen en kokkels en de natuurorganisaties willen dat iedereen er ver vandaan blijft. Thijs Kramer, coördinator van het Delta-overleg van verschillende natuurorganisaties, houdt z'n hart vast: „Wat de Voordelta verdient, is rust. De mens moet zich terughoudend en bescheiden opstellen en we moeten niet vooruit lopen op een gebied waar we de horizon niet eens van kunnen zien."

Stijging
Maar terwijl het land in de Voordelta omhoog komt, stijgt overal het water. Dat gebeurde de laatste eeuw al „min of meer natuurlijk", met zo'n twintig tot dertig centimeter per eeuw. Ook het land is in beweging. Terwijl Scandinavië langzaam rijst, zakt Nederland (en met name Groningen) zachtjes omlaag. En dan is er nog het broeikaseffect. Niemand weet precies of de verwarming van de atmosfeer (gemiddeld 0,6 graad deze eeuw) zal doorzetten, maar de gevolgen zijn een verdere verhoging van de zeespiegel. Tijd om alarm te slaan? Bouwmeester en Louters zien geen enkele reden voor paniek. „Als je voldoende zand kunt blijven suppleren is er niets aan de hand." Volgens Bouwmeester zullen de Waddeneilanden meer zuidwaarts naar de kust trekken en is Rottumeroog ten dode opgeschreven. Dat eilandje in de verre noordoosthoek stond dit jaar nog in het nieuws vanwege acties om het eiland te behouden. Dat gebeurt nu. Er zullen stuifschermen worden geplaatst en misschien wordt er hier en daar een strekdammetje aangelegd. Maar de zee heeft de tijd. En daarom zal het eiland niet binnen dertig, maar over zo'n zestig jaar in de peilloze diepte van de Westereems verzinken. Het zand dat ooit ter hoogte van Ameland, later Schiermonnikoog en nu op Rottumeroog ligt, zal daarna weer ergens anders te voorschijn komen. Of het blijft gewoon op de bodem van de zee...

waar nu Schiermonnikoog ligt, was vroeger de zee. Die monniken woonden rond 1200 heel ergens anders. Westelijk van het huidige dorp lag een paar honderd jaar geleden Westerburen, „een halfuur gaans" van het nieuwe dorp. Er woonden tussen de 600 en de 1000 mensen en men wist dat men de zee niet kon tegenhouden. Dus brak men het dorp af, liep een halfuur in oostelijke richting en bouwde daar alles weer op. De westelijke afslag wordt nu vertraagd door zandbanken voor de kust. Het eiland, dat nu de vorm van een garnaal heeft, krimpt niet meer. Integendeel, het groeit in het oosten zo'n 27 meter per jaar. Wie zich aan een lange voettocht richting De Balg waagt, komt terecht in een volstrekt verlaten en lege wereld van zand en zee, die op die plaats vroeger nooit heeft bestaan. Henk Koning herinnert zich nog dat het gebied oostelijk van de Kobbeduinen niets anders was dan stuivend zand. Nu is het een groene kwelder en groeit er van alles. Het eiland heeft z'n aanwas deels te danken aan de inpoldering van de Zuiderzee. Diepe geulen slibden dicht en het zand bezonk voor de kust met de minste weerstand. De meeste stormen komen uit het noordwesten. Daar ligt nu een zandbank, die straks door midden zal splijten. De zee zal het eiland dan weer heviger aanvallen en de vorm zal opnieuw veranderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.