+ Meer informatie

COLUMN: HET MAG WEL WAT BREDER…

5 minuten leestijd

Ik heb overwogen om deze column als titel mee te geven: ‘Toe-eigening van het heil’. Ik heb het niet gedaan, omdat ik vreesde door de kop alleen al een aantal lezers kwijt te zijn die ik toch wel graag erbij wil hebben. Ik vrees dat ik er niet ver naast zit als ik vermoed dat er plekken in ons kerkelijk leven zijn waar men die term nauwelijks nog kan horen. Vergis ik mij niet, dan heeft de wrevel die de uitdrukking ‘toe-eigening van het heil’ bij sommigen opwekt te maken met het gebruik ervan in kerkelijke discussies. In de afgelopen decennia is deze uitdrukking vaak gebruikt waar het ging om tegenstellingen in ons eigen kerkverband, en ook in de richting van de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Zoals dat dan gaat met zulke termen, krijgen ze iets van een sjibbolet, dat de geesten kan helpen onderscheiden.

Eerlijk gezegd zou ik het zeer betreuren, als het daar zou eindigen. Om enkele redenen. De eerste is, dat het een kernachtige formulering is in ons doopsformulier. Van de Heilige Geest wordt gezegd dat Hij ons toe-eigent wat we in Christus hebben. Dat is een geweldig iets. Het geloof kun je jezelf niet aanpraten, of het besluit nemen het te gaan doen. Zó werkt het niet. God Zelf zoekt ons, en Hij laat het niet aan ouders, aan ambtsdragers, aan een christelijke cultuur of wat dan ook over - Hij doet het Zelf. Het kan ook niet anders, want de bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat het grote probleem nu juist is, dat we als mensen ons eigen heil vierkant in de weg staan. Het Evangelie is daarom ook echt goed nieuws, omdat het ons niet alleen verkondigt dat God in Christus Zelf de zonde der wereld wegdraagt, maar dat Hij óók onze harten en hoofden opent voor dat goede nieuws, en zó ons erin doet delen. Dat zit in dat zinnetje, dat de Heilige Geest ons toe-eigent wat we in Christus hebben. Onopgeefbaar dus.…

De tweede reden, waarom ik zeer hecht aan wat in de term ‘toe-eigening van het heil’ ligt uitgedrukt, is dat er meer in zit dan we misschien denken. Ik kan dat toelichten aan de hand van de manier waarop de term ‘wedergeboorte ‘ in onze belijdenis voorkomt. In de Dordtse Leerregels (III/IV, art. 11 & 12) wordt die term gebruikt voor de verborgen werking van de Heilige Geest, die niets minder is dan een ‘nieuwe schepping, opwekking uit de doden en levendmaking, (…) die God zonder ons in ons werkt’. Dat zou je de kern van de toe-eigening van het heil kunnen noemen.

Maar de kern heeft ook een omtrek, die we niet mogen vergeten. Calvijn schrijft in Institutie 111,3 als een samenvattende titel voor zijn uiteenzettingen over hoe het heil in Christus ons deel wordt: ‘dat wij worden wedergeboren door te geloven’, en de NGB sluit daar in art. 24 bij aan. Daarmee is gezegd, dat geloven een levenslang vernieuwd worden is.

‘Wedergeboorte’dus niet als gelovig worden, maar een leven lang door te geloven gereinigd worden van de zonde om de Here te dienen. Die vernieuwing kan niet tot ons binnenste beperkt blijven. Bijbels gezien is dat een onmogelijkheid. Wie de brieven van het Nieuwe Testament op zich in laat werken, beseft dat. De zonde zit overal, en de vernieuwing door de Geest van Christus wil ook in al die hoeken doordringen. Door de Geest van de Here Jezus Christus kwam telkens een vernieuwing van het leven tot stand, die naar buiten toe uitstraalde en doorwerkte. Wanneer wij vandaag spreken over ‘toe-eigening van het heil’ doen we er daarom goed aan dat ook niet tot het innerlijk van de mens te beperken, maar te besef-fen dat wij geroepen zijn onze voeten heel concreet te laten richten op de weg van de vrede. Hoe? Nu, de vragen en opgaven van de eigen tijd brengen ons als het goed is telkens weer bij de Schrift, en in de gelovige omgang met de Schriften gaan wij Gods wegen zien, en ontvangen we kracht om die wegen te gaan. Daarom moet de ‘toe-eigening van het heil’ breder, willen we niet ook innerlijk vreemd zijn en blijven aan Gods genade.

Daar komt bij: de Heilige Geest wil in onze tijd onze kinderen en andere mensen bij Christus brengen doordat ze aan ons zien hoe wij ons het heil in Christus gelovig toe-eigenen. Dat doen we door terug te keren van dwaalwegen, en ook de ander om vergeving te vragen; door niet aan het geld vast te zitten, maar met vreugde te delen. En vooral doen we het door de Schriften te lezen, en de vragen van vandaag mee te nemen in het vaste vertrouwen dat Gods Woord ook vandaag levend en krachtig is, en dat wie zó zoekt en vraagt vindt en ontvangt.

Als we ons Gods heil zó toe-eigenen kunnen we de term ‘toe-eigening van het heil’ niet als sjibbolet hanteren Misschien moeten we iets minder de term zelf gebruiken, maar iets meer de zaak waarom het in die term gaat zoeken en in praktijk brengen. Dat laatste is blijvend nodig en vandaag maar al te urgent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.