+ Meer informatie

De engel van Izmir

De weggenomen kandelaar. Slot van een driedelige serie over de zeven gemeenten in Klein-Azië

12 minuten leestijd

Voor archeologen heeft Izmir weinig te bieden. Het oude Smyrna werd in de Grieks-Turkse oorlog bijna volledig verwoest. Bezoekers vinden er nu een moderne havenstad. Toch neemt juist deze plaats een bijzondere positie in onder de zeven gemeenten. Terwijl historische resten nagenoeg ontbreken, worden hier weer levende stenen toegevoegd aan de onzichtbare tempel die naar Gods vast bestek verrijst. Een ontmoeting met de "engel" van de Turkse christen-gemeente in Izmir.

Als een reusachtig hoefijzer ligt Izmir rond een baai in de Egeïsche zee. Een groot deel van de miljoenenstad is in amfitheatervorm neergevleid tegen de hellingen van de Kadifekale. De top van de 180 meter hoge heuvel biedt een weids panorama over het voormalige Smyrna, dat uitgroeide tot de belangrijkste exporthaven van Turkije.

Van het oude Smyrna is zo goed als niets overgebleven. Wat aan het begin van deze eeuw nog restte, werd in 1922 tijdens de Grieks-Turkse oorlog vernietigd. Een marktplaats uit de hellenistische tijd is een van de weinige overblijfselen. Aan de achterzijde grenst het terrein aan een moderne parkeergarage. Daarbovenuit torent het Hilton-hotel.

Weinig herinnert aan het zegenrijke verleden van Smyrna. Toch staat juist in deze stad weereen gouden kandelaar, als bewijs van Gods trouw en lankmoedigheid. Hij blijft Dezelfde, en werkt op plaatsen waar je het niet zou verwachten, zoals een moderne havenstad in een islamitisch land.

Bekering
De ingenieur die sinds tien jaar leiding geeft aan de jonge Turkse christengemeente, verkiest de anonimiteit. „Ik heb er geen behoefte aan om mijn naam vermeld te zien. Het gaat om de naam van God." Hij groeide op in een islamitisch gezin, maar kwam in 1972 tot bekering in Engeland.

„Ik studeerde daar al geruime tijd eer ik in aanraking kwam met de Bijbel. Je kunt in een zogenaamd christelijk land wonen, zonder dat je ook maar iets hoort van Christus. Maar na verloop van tijd kreeg ik vrienden die met mij spraken over het christelijk geloof en me een Bijbel gaven. Wat ik daarin las, liet me niet los.

Ik voelde dat het tot een beslissing moest komen, maar schrok ervoor terug. Mijn familie zou er totaal van ondersteboven zijn. Ondanks m'n bezwaren kwam steeds sterker het woord van Jezus op me af: „Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven." En de belofte van God dat Hij het leven wil veranderen van ieder die in Hem gelooft. Dat was voor mij de toets.

Als Hij mijn leven veranderde, moest de Bijbel de waarheid zijn. Kort daarna bracht de Heere me ertoe Hem werkelijk aan te nemen. En Hij veranderde mijn leven totaal."

Politiek
Zijn familie reageerde zoals hij had verwacht. Uitermate geschokt. „Niet in de eerste plaats omdat ik in hun ogen een valse god was gaan dienen en daarom verloren zou gaan. Hun ontsteltenis had veel meer een nationalistische achtergrond. Het hoort bij de traditie van ons volk dat je islamitisch bent. Je kunt onmogelijk een christen en tegelijk een goede Turk zijn.

Die gedachte leeft ook bij een groot deel van de overheid. In 1988 zijn verschillende leden van onze gemeente opgepakt en door de politie ondervraagd, omdat men de indruk had dat we een politiek genootschap vormden. In de gedachtengang van een Turk is de christelijke religie niet in de eerste plaats een geloof, maar een vijandige politieke overtuiging.

Vanuit de historie is dat ook wel te verklaren. Denk aan de kruistochten, de ottomaanse oorlogen, de Eerste Wereldoorlog... De eeuwen door heeft de kerk helaas maar weinig het beeld van Christus vertoond. De christenen die hier leefden behoorden tot etnische minderheden, die meer dan eens hebben gestreefd naar onafhankelijkheid.

Ook de Armeense en Grieks-orthodoxe kerk raakten daarbij betrokken. Al dat soort zaken hebben ervoor gezorgd dat aan het christelijk geloof voor een Turk een politieke, anti-Turkse geur hangt. Voor de familie komt daar nog de schande bij, als je christen wordt. Je verbreekt daarmee een eeuwenoude traditie. Dat was ook voor mijn ouders een zeer bittere pil.

Geleidelijk hebben ze erin berust dat ik christen ben geworden, maar echt geaccepteerd hebben ze het nooit. Nimmer hebben ze willen praten over wat me bewoog. Dat onderwerp was taboe."

Gods roepstem
Na zijn studie keerde hij terug naar zijn vaderland en werkte een aantal jaren in de petroleumindustrie in Zuidoost-Turkije. Tot hij een innerlijke drang voelde om daar te vertrekken. „Het was geen hoorbare stem. God spreekt op veel manieren. Hij bewerkte een gevoel in ons hart dat het tijd was om te verhuizen. Dan moet je gaan.

Je kunt niet zeggen dat je een christen bent en tegelijk Gods roepstem onbeantwoord laten. Dan ben je als de gemeente van Laodicea. Koud noch heet. Zo kwamen we in Izmir terecht. Familie of bekenden hadden we hier niet, maar we voelden dat dit de plaats was waar God ons wilde hebben. In het begin van de jaren zeventig woonden in deze stad twee Turkse gelovigen.

Toen wij ons hier vestigden was er een kleine gemeente, die zo'n twaalf personen telde. Leiding was er niet. Dat werd als een groot gemis ervaren. Na een week van bijbelstudie en gebed zijn kort na onze aankomst drie ouderlingen gekozen. Ik was een van hen en kreeg het verzoek om voorganger te worden. Dat heb ik aanvaard."

Het feit dat hij geen theologische opleiding heeft gehad, ervaart de ingenieur niet als een bezwaar. „Als het om oudsten en voorgangers gaat, zegt de Bijbel niet dat het mensen moeten zijn met een academische studie, maar mensen die vol zijn van geloof, en betrouwbaar. Dat is wat God van ons vraagt."

Zelfstandig
Het karakter van de gemeente valt nauwelijks te definiëren. „Geen enkele Turkse voorganger ziet het als zijn taak om een denominatie te stichten. We noemen onszelf protestants en dat is genoeg. We geloven in de Bijbel als het Woord van God en proberen dat wat wij daarin lezen in praktijk te brengen.

Op grond van de Bijbel praktizeren wij bijvoorbeeld de doop na belijdenis, door onderdompeling. Maar dat betekent niet dat we een baptistenkerk zijn in de westerse betekenis van het woord. We hebben geen clerus, geen hiërarchie, geen overkoepelende organen. Als hier een buitenlandse gastspreker komt, is z'n achtergrond voor ons van geen enkel belang. Het enige wat weegt is dat hij niets verkondigt buiten wat het Evangelie zegt.

En dat hij bepaalde middelmatige zaken niet op de spits drijft. In Engeland heb ik geleerd dat de meeste kerksplitsingen plaatsvinden vanwege ondergeschikte punten."

Kinderstadium
Hoewel hij steun vanuit het Westen waardeert, zit de Turkse voorganger niet te wachten op groepen van buitenlandse christenen. „De protestantse kerk in Turkije verkeert nog in het kinderstadium. We zijn op zoek naar een eigen identiteit. Dan geeft het alleen maar verwarring als je geconfronteerd wordt met allerlei christenen die elk hun eigen traditie hebben.

We proberen in alles zo dicht mogelijk bij de Bijbel te blijven. Zo wordt bij ons gebeden met opgeheven handen. Niet omdat we charismatisch willen zijn, maar omdat we in de Bijbel de oproep lezen om te bidden met opheffing van heilige handen. Dat is trouwens in de cultuur van het Midden-Oosten heel vanzelfsprekend. In het Westen is men vaak zo rationalistisch. En theoretisch.

Dat viel me ook altijd op in de discussies tussen voor- en tegenstanders van de charismatische beweging. Hier zit je gewoon met de praktijk. Je krijgt mensen aan de deur die je vragen of je voor hen wilt bidden, omdat ze ziek zijn. Of omdat ze zich achtervolgd voelen door demonen. De macht en aanwezigheid van satan is hier nog een realiteit."

Tongentaal
„Het komt zelfs voor dat er moslims bij je aankloppen, met de boodschap dat ze gestuurd zijn door hun imam die er geen raad meer mee weet. Die je smeken voor hen te bidden om verlossing van de demonen waarmee ze zich bezet voelen. Moet ik dan zeggen: Daar begin ik niet aan, want ik heb er theologische bezwaren tegen?"

Het spreken in tongen, binnen de charismatische beweging kenmerk van het ware, is voor de Turkse voorganger van ondergeschikt belang. „Zo zag Paulus het volgens mij ook. Ik ontken niet dat mensen deze gave kunnen hebben. De Bijbel spreekt erover. Als we maar bedenken dat God ook deze gave heeft gegeven tot opbouw van de kerk, niet als een soort extatische ervaring voor jezelf.

In onze diensten heeft tongentaal geen plaats. Wel zijn er die thuis soms in tongen spreken. Daar heb ik geen moeite mee, mits ze het niet tot het middelpunt van hun leven maken. Dan ben je als een kind dat van z'n ouders een veelheid aan geschenken ontvangt, maar voor één cadeau al het overige veracht. Dat is het dwaaste wat je doen kunt."

Reisbureau
De financiële middelen van de protestantse gemeente in Izmir zijn beperkt. De voorganger moet in zijn eigen levensonderhoud voorzien. Begin dit jaar begon hij, samen met een gemeentelid, een christelijk reisbureau dat reizen langs de zeven gemeenten van Klein-Azië organiseert.

„Er komen hier veel christenen uit het buitenland, vanwege de kerkhistorie, maar de seculiere reisbureaus besteden daar nauwelijks aandacht aan. Ze voeren mensen snel langs wat historische plaatsen en daar blijft het bij. Wij proberen in alle rust een goed beeld te geven van wat vandaag nog te vinden is in de zeven gemeenten. In de hoop dat de geestelijke nood van Turkije bij mensen op het hart gebonden wordt en zij dit land in hun gebeden blijven gedenken.

Daarnaast is het bureau voor ons een middel van bestaan. Ik hoop dat het in de komende jaren uitgroeit, zodat meer leden van de gemeente aan werk kunnen worden geholpen. Want de economische situatie is momenteel erg slecht."

Niet forceren
De gemeente komt elke zondagmorgen samen in een gehuurd pand en telt inmiddels zo'n 35 leden. Bijna uitsluitend bekeerde moslims. Voor een deel van hen betekende de overgang tot het christendom een definitieve breuk met de familie. Er zijn er ook die in het geheim de samenkomsten bezoeken.

„Jezus aannemen als je Zaligmaker en Hem volgen als discipel zijn twee verschillende dingen", is de overtuiging van de voorganger. „Daar kan enige tijd tussen zitten. God geeft mensen gelegenheid om te groeien in het geloof, zodat ze na kortere of langere tijd openlijk durven belijden waar ze staan. Dat moet je niet forceren.

De reactie van de familie is vaak fel. Later zie je die houding nogal eens veranderen. Als ze ons ontmoeten, merken ze dat we geen fanatieke sektariërs zijn. Ons uitgangspunt is dat we niet geroepen zijn om de islam te bestrijden. Je vertoont niet het licht door andermans religie onder vuur te nemen, maar door Christus te volgen en naar Gods Woord te leven.

Moslimvrienden vragen me wel eens hoe ik de islam zie. Dan is mijn antwoord: Wanneer ik ervan overtuigd ben dat wat Jezus zegt de waarheid is, en dat Gods Woord is afgerond met de Openbaring aan Johannes, hoe kan ik dan geloven in iets dat zeshonderd jaar later kwam? Jezus zegt dat Hij de Weg is. En ik geloof dat. Maar ik hoef niet te oordelen. God is rechtvaardig en tegelijk barmhartig. Geen mens kan die twee verenigen, maar Hij wel."

Geen martelaren
Openlijk evangeliseren is in Turkije niet mogelijk. Formeel is het een seculiere staat, met een grondwet die vrijheid van godsdienst en meningsuiting garandeert. Maar het is wat anders om daar in de praktijk uitdrukking aan te geven in een land dat voor 99 procent islamitisch is. 

„Als je op straat gaat preken, zullen de autoriteiten zeker ingrijpen. Evangelisatie vindt hier plaats door vriendschappelijke contacten. De laatste jaren is het ook mogelijk om in kranten te adverteren met schriftelijke bijbelstudies. Wel moet je voortdurend voorzichtig blijven. Waarmee ik absoluut niet wil suggereren dat wij martelaren zijn.

Die indruk wordt helaas wel eens gewekt door christelijke bladen in het buitenland. Dan worden bepaalde gebeurtenissen volledig uit hun proporties getrokken. Het is niet altijd eenvoudig om hier als christen te leven. Er zijn er die hun baan verloren toen ze tot geloof kwamen, of gedegradeerd werden. Maar zo heeft elk land z'n moeilijkheden.

In het Westen is de verleiding groot om compromissen te sluiten. Je kunt er op een comfortabele manier christen zijn. Daarin schuilt een groot gevaar. Hier word je vroeger of later gedwongen een radicale keuze te maken."

Van binnenuit
De kloof wordt nog breder door de opkomst van het moslim-fundamentalisme. „Het mohammedanisme is in Turkije in het algemeen zeer tolerant en sterk geseculariseerd, maar we moeten niet de ogen sluiten voor het feit dat het fundamentalisme ook hier terrein wint.

In het algemeen zijn de fundamentalisten schrandere en volhardende lieden. Ook financieel staan ze sterk, door de steun van Arabische landen. Ze infiltreren in organisaties en ministeries en proberen met name jongeren te winnen voor hun ideeën. Aan de andere kant moeten we ons als christenen niet te veel blind staren op de bedreiging van buitenaf.

Er ligt wat dat betreft een belangrijke les opgesloten in de brief aan Smyrna en die aan Filadelfia. Beide hadden veel te maken met aanvallen van buiten, maar ze ontvingen van Christus enkel goedkeuring. De bestraffingen die je in alle andere brieven vindt, betreffen uitsluitend aanvallen van binnenuit. Daarin schuilt het grote gevaar voor de kerk. Toen, en nu nog."

Mensen
„Dat pas ik ook toe op m'n eigen gemeente. We moeten niet al te benauwd zijn voor wat buitenstaanders ons aandoen. Het gaat erom dat we de interne verzoekingen weerstaan, net als de gemeente van Smyrna in de dagen van Polycarpus. En dat we trouw blijven.

Zoals God de Assyriërs en de Babyloniërs toestond de Joden weg te voeren, vanwege hun ontrouw aan God, zo kan dat ook de kerk overkomen. De kandelaar kan worden weggenomen. Dat is in deze streek bewezen. Gelukkig kan God het oordeel ook weer afwenden, zoals we in deze tijd zien. In zekere zin is de kandelaar nooit helemaal weg geweest.

Er zijn altijd Griekse en Armeense christenen gebleven en ik ben ervan overtuigd dat er onder hen waren die de Heere oprecht dienden. Maar onder de Turkse bevolking vond je geen christendom. Dat is nu voorbij. Goddank. Waarbij we wel moeten beseffen dat het de Heere uiteindelijk niet om christendom gaat. Zijn hart gaat niet uit naar religie, maar naar mensen. Mensen die Hem dienen. En die heeft Hij onder alle volken, naties en tongen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.