+ Meer informatie

HET GETUIGEND OPTREDEN VAN DE KERK IN EEN GESECULARISEERDE SAMENLEVING SAMENLEVING

6 minuten leestijd

Be Heere Jezus heeft van de gemeente gezegd, dat zij het licht van de wereld is (Matth. 5 : 14). Voorwaar geen geringe opdracht. Immers bevatten deze woorden een opdracht aan de gemeente, dio rondom het Woord Gods vergaderd wordt. Met nadruk wijzen we op dat „rondom het Woord" vergaderd zijn. Het licht, dat in de wereld moet schijnen, is in de gemeente zelf ontstoken door de Heilige Geest, Die immers de „verlichting tot de kennis van de heerlijkheid Gods" schenkt. Dit een „licht zijn" behoort tot de aigemeene roeping van elke gelovige. Het is aan het „ambt aller gelovigen" onlosmakelijk verbonden. Dit een „licht-zijn" in een wereld, die in het boze ligt moet beoefend worden in een wandel in godsvrucht en in een getuigenis van de vreze des Heeren. „Laat Uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij Uw goede werken mogen zien, en Uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. Matt. 5 : 16." Je leest hier dus duidelijk een verband tussen „licht" en „goede werken". Van zulk een „lichtschijnen" is in cle eerste tijd van de christelijke gemeente zo'n wervende kracht uitgegaan. Wanneer we in een tijd van groot verval als waarin wij nu leven de situatie van de Christelijke gemeente in de wereld bezien, moeten wij aan die van de oud-christelijke gemeente terugdenken. De gemeente leefde toen in een heidense omgeving. Het Romeinse wereldrijk had zelfs de „keizer-cultus" tot een religieuze fundering van de staatkundige eenheid gemaakt. Het Romeinse Rijk bevond zich in de ontstaanstijd van cle christelijke religie als wereld-godsdienst midden in een geweldige cultuur-crisis. Het geestelijke oriëntatiepunt is door syncretisme en a-religieuze-bewegingen weggevallen, de keizer-cultus is een pseudo-religie die een nieuwe oriëntatie zoekt te bieden in een wereld, waarin oude waarden in diskrediet geraakt zijn. Een geweldig religieus verval gaat gepaard met een grenzeloze zedelijke achteruitgang. Wie ziet niet een parallel met deze tijd? En dan de opdracht: aat Uw licht schijnen! Goede werken!

Tegenover sexuele ontsporingen de reine kuisheid.

Tegenover mateloos materialisme het pelgrimsleven, dat zich in wereld-verzaking openbaart.

Tegenover afgodische mens-verheerlijking de christelijke deemoed.

En zo zouden vele andere tegenstellingen kunnen genoemd worden. Juist door zulk een leven heeft cle christelijke gemeente een geweldige aantrekkingskracht uitgeoefend. Het getuige-zijn moet dus allereerst individueel beoefend worden. Het is een wezenlijk deel van het christelijk leven.

Ook als kerk

Maar onderscheiden van dit meer individuële optreden moet worden het getuigen van de gemeente Gods door cle dienst van de ambten, die de Heere in de gemeente instelde. We willen dus denken aan de kerk als „instituut". Zij openbaart zich in een plaats door de bijeenkomsten van de gemeente rondom cle prediking; door haar barmhartigheidsbeoefe-

ning, welke zowel de noden in de gemeente zoekt te lenigen, als ook die buiten de gemeente. Bij het laatste spreken we van het diakonaat, tegenwoordig weet men van de wereld-wijde dimensies ervan. De kerk predikt dus allereerst het Woord, maar met dat Woord staat zij ook midden in de wereld. Onder de schijnwerpers van het Woord Gods komt de gehele gemeente, maar ook de samenleving van volk en volkeren; de maatschappij met haar in onze tijd demonische ontwikkelingen; de overheid eri haar bijzondere opdracht. We spreken dan van de aposiolaire opdracht: het apostolaat.

Nu kan het met dat apostolaat een geheel verkeerde kant uitgaan. De Hervormde Kerk heeft na de tweede wereldoorlog zich intensief met het apostolaat beziggehouden. Men sprak van een „her-kerstening" van het Nederlandse volk.

Wat er blijkens de gang van zaken van terecht gekomen is, kunnen we vaststellen. Men is zo opgegaan in allerlei wereldse situaties, dat het „eigenlijke" van dat apostolaat uit het oog werd verloren.

Dat is de „prediking van dat V/oord Gods" in het geheel van de samenleving. Er is een boodschap Gods voor volk en overheid.

Deputaatschappen

Alhoewel in de gewone prediking van de gemeente de ontwikkeling in de wereld er zeker wel bij betrokken mag worden, moet toch gezocht worden naar middelen om dat Woord Gods aan de overheid te brengen.

De gemeenten, die in een land in classicale en synodale bijeenkomsten onderlinge gemeenschap oefenen benoemen voor diverse taken deputaatschappen, die het werk, dat elke gemeente onmogelijk zelf verrichten kan, namens en voor hen verrichten. Zo kennen we onder ons een Deputaatschap voor de opleiding tot de dienst des Woords, dat tevens als curatorium van de Theologische School optreedt; we hebben een deputaatschap voor de Zending, voor de Evangelisatie, voor de Jeugdzorg en verschillende anderen. Kijkt U er het kerkelijk jaarboek maar op na.

Maar onder deze is er ook het Deputaatschap voor cle Hoge Overheid. Behalve voor enige administratieve regelingen is dit Deputaatschap er ook om in bijzondere omstandigheden zich namens de kerken tot de overheid te wenden om tegen verschillende ontwikkelingen te waarschuwen, om onze mening kenbaar te maken ten aanzien van bepaalde voornemens van de overheid.

Om tot enkele concrete punten ons te bepalen.

Tegen het voornemen om een film over het liefdesleven van Jezus te maken is ter bevcegder plaatse protest aangetekend; tegen de verwording van het Openbare leven door de verregaande tolerantie inzake de zedelijkheidswetgeving heeft het Deputaatschap zich gekeerd; ook wordt bij bepaalde wets-voorstellen de mening van de Kerken wel gevraagd. De kerk gaat hier natuurlijk zich niet als een politieke partij gedragen. Gelukkig is er een S.G.P., die in de verschillende vertegenwoordigende lichamen ook cle gedachten, die onder ons leven, uitspreekt.

Het meest eigenlijke van het werk van het Deputaatschap is in deze het „prediken van het Woord Gods" aan cle overheid. Ook via andere middelen kan dit doel nagestreefd worden. We denken aan publicaties in uitgegeven boeken; in aangeboden rapporten; in persartikelen.

Wij moeten in deze doen wat onze hand vindt om te doen. Predikend het Woord Gods.

Ook diakonaat

Ook diakonaat Toch beperke zich dit getuigen niet slechts daartoe. Het „Uw licht laten schijnen" betrekt zich ook op de werken. Daarom is het getuigen door middel van hulpverlening zo belangrijk. We moeten daar het getuigen niet in laten opgaan, maar we moeten ook het getuigen niet slechts tot woorden beperken. Het juiste evenwicht hierin te vinden is niet altijd gemakkelijk. Toch denken we aan de zending. Het Woord sta daarin voorop. Maar ook is er aandacht voor medisch en onderwijskundig werk. Er is een Deputaatschap voor Bijzondere Noden, waarin ook aan hulpverlening in de wereld aandacht wordt besteed. Zo is er aan de opdracht tot „Getuigen" veel verbonden. En in alle werk blijve het grote doel: „Opdat, Uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijkt worde".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.