+ Meer informatie

JAN HENDRIKSEN, boer in Zelhem

De wereld achter het hek

8 minuten leestijd

Om de vier weken krijgen de lezers van het Reformatorisch Dagblad zijn column "Boeren, burgers en buitenlui" onder ogen. Was getekend, „Jan Hendriksen, boer in Zelhem". De blik van vee-houder J.W. Hendriksen heeft altijd al verder gereikt dan het hek van zijn boerenbedoening. Dit voorjaar richtte hij een comité op uit solidariteit met de collega's die zich door de varkens-pest plotseling van hun veestapel beroofd zagen. Ook op andere terreinen was hij actief. Het was een lange weg van het Zelhemse boerenerf via Hoog-Catharijne naar Huize Norel, het woon-werkcentrum van de Stichting Ontmoeting.

„Hoe komt een varkensboer uit de Achterhoek bij Ontmoeting terecht?" Die vraag krijgt Hendriksen vaker te horen. De landbouworganisaties die hem in hun bestuursgelederen opnamen, vergaderden nogal eens in Utrecht. Rond het station en vooral op Hoog-Catharijne zag Hendriksen het aantal zwervers, daklozen en drugsverslaafden toenemen, trieste beelden van de onderkant van Nederland. In plaats van zich als Gallio geen van deze dingen aan te trekken, sloeg de Achterhoekse boer de hand aan de ploeg. „Ik vroeg me af waarom mij zo'n leven bespaard was gebleven. Ik ging me er wat in verdiepen en maakte kennis met het werk van het Leger des Heils. Incognito ben ik een paar keer de steden ingetrokken. Oude kleren aan en toen maar kijken, gewoon kijken." Hendriksen bezocht hulpposten van het Heilsleger in Rotterdam en de Vereniging Tot Heil des Volks in Amsterdam. Hij at soep en brood in de Pauluskerk en Perron Nul in Rotterdam en nam er een kijkje in de gedoogzone.
Tijdens discussies met hulpverleners bleef hij het oneens met de faciliteiten die ze vaak boden: het gratis uitdelen van condooms, het toelaten van drugsgebruik en het beschikbaar stellen van schone spuiten. Wel ontstond er enig begrip voor hun drijfveer: voorkomen dat ziekten als aids zich verspreiden. „Ik herinner me een gesprek met een al wat oudere vrouw die nog steeds in de prostitutie zat. Ze vertelde me over haar leven. Thuis las ik uit Mattheüs 9: „En Hij (Jezus), de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen..." Ook 1 Kor. 1:28 hield me bezig: „En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren...". De Heere bestuurt alles. Juist in diezelfde tijd schreef ds. L.W. van der Meij in het RD dat de gereformeerde gezindte kritiek had op het Leger des Heils, maar ondertussen zelf niets deed. Hij verwoordde exact wat er bij mij leefde. Ik heb hem opgebeld: Wat gaan we doen? Samen met ds. P. de Vries zijn we Amsterdam ingetrokken."

Huize Norel
De Stichting Ontmoeting kwam van de grond. Hendriksen werd secretaris-penningmeester. Toen er in Rotterdam een pand gekocht moest worden, werd hij gebeld door een man die Ontmoeting een bedrag wilde schenken en die vanuit het Westen naar Zelhem wilde komen om het persoonlijk te overhandigen. „Ik kreeg de indruk dat het om een flink bedrag ging. Daarom maakte ik een afspraak bij de Rabobank in Doetinchem, zodat er een getuige zou zodat ik het geld zou kunnen achterlaten. Tot mijn grote verbazing telde de man 275.000 gulden in contanten op tafel uit." Hendriksen droeg later het penningmeesterschap over, maar bleef tot 1 juli 1995 secretaris. „Bij het benoemingsbeleid hanteerde ik wat andere criteria dan de overige bestuursleden. Ik heb niets tegen een keurige presentatie van sollicitanten, maar gaf soms juist de voorkeur aan types in slobbertrui,  ook met het op de doelgroep van Ontmoeting."
Inmiddels had het bestuur besloten een woon-werkcentrum te openen. Tussen Epe en Heerde werd Huize Norel aangekocht. Hendriksen en zijn vrouw vonden er een nieuwe taak. Ze vingen de meer dan tweehonderd vrijwilligers op die in acht weken het totaal verwaarloosde landhuis verspijkerden tot een oord waar daklozen en ex-gedetineerden voorbereid worden op een geregeld leven in de maatschappij. „Er werd in grote saamhorigheid gewerkt. Ook de avonden, als er bij het kampvuur gezongen werd, zijn onvergetelijk."
De bouwers gingen, de bewoners kwamen. Het echtpaar Hendriksen bleef Ze kregen de financiën en de werving en begeleiding van vrijwilligers onder hun hoede en zorgden samen met bewoners en vrijwilligers voor de tuinrenovatie en het onderhoud van de gebouwen. Die laatste taak is inmiddels door werkmeester Van de Werken overgenomen. Hendriksen bestudeerde ook de historie van het pand, dat in opdracht van de latere ds. E. du Marchie van Voorthuysen gebouwd werd. Van buurtbewoners leerde hij dat hij in Huize Nórel werkzaam is, en niet in Norèl. Met zijn vrouw behoort de Zelhemmer tot de begeleiders die regelmatig een weekend bij de acht bewoners blijven. „Er zijn er geen twee hetzelfde. Elke bewoner vraagt om een eigen benadering. We proberen naast ze te gaan staan, niet erboven. Het is een gave om eerlijk, consequent en zelts streng te zijn, maar ook om met Gods hulp iets van de christelijke levenshouding uit te stralen. Je moet je ook weer niet te veel aan de mensen binden, want soms glijden ze terug de goot in. Zijn ze dan voorgoed verloren? Dat weet God alleen. Het kan later terugkomen - gij zult het vinden na véle dagen."

Geduld
Hendriksens nevenfunctie in het bestuur van Ontmoeting was niet de enige. „Ik ben er echter beducht voor dat de mens in het middelpunt komt te staan. Het is God Die ons leven zo leidde. Als we iets mogen doen voor de naaste, is het alleen genade en geen verdienste." Vooral de landbouworganisaties vergden menig uur. „Op den duur was ik er de helft van de tijd mee bezig."

Jan Hendriksen woont nog altijd op de plaats waar hij op 12 april 1933 werd geboren. Zijn vader hield op het Zelhemse boerderijtje vijf melkkoeien, wat varkens en een serie kippen. De melk, aardappelen en bonen werden in Doetinchem verkocht. Jan zag de lagere landbouwschool van binnen en bezocht daarna de landbouwwinterschool, want 's zomers was er geen tijd voor. Na 21 maanden dienstplicht bij de Koninklijke Luchtmacht verbleef hij in Beekbergen anderhalfjaar in een sanatorium voor tbc-patiënten. Vanuit zijn kerkelijke gemeente kreeg hij heel veel bezoek tijdens de gedwongen rustperiode. „Ik leerde er geduld op te brengen; dat had ik voordien nooit zoveel." Hendriksen werkte vervolgens in een Doetinchemse meelhandel, trouwde met een Doetinchemse en keerde later terug naar Zelhem, waar hij met zijn vader een maatschap aanging. Niets bijzonders. Wel bijzonder was dat vader Hendriksen zijn zoon alle ruimte gaf om nieuwe ideeën uit te werken en flinke investeringen te doen. „Veel bedrijfjes die later niet levensvatbaar bleken te zijn, waren klein gebleven omdat vader baas bleef en alles bij het oude wilde houden. Mijn vader schonk me echter vertrouwen toen ik hem ervan wist te overtuigen dat het anders moest." De Hendriksens specialiseerden zich. De koeien gingen weg, de kippen ook. De varkenstak werd uitgebreid. Vader Hendriksen overleed in 1977. Jan trok medewerkers aan, maar vormde acht jaar geleden een maatschap met twee zoons, waarna het bedrijf werd gerenoveerd en uitgebreid. „Verdere groei hoeft voor mij niet, maar er valt misschien niet aan te ontkomen. Schaalvergroting is overal het trefwoord en ook binnen de landbouw is het eind nog niet in zicht. Ik verwacht echter dat er ook weer meer ruimte ontstaat voor kleine bedrijfjes met rechtstreekse verkoop aan de consument."

Varkenspest
Vanuit de Christelijke Boetenen Tuindersbond werd Hendriksen afgevaardigd naar de Stichting Gezondheidszorg voor dieren, het Landbouwschap, het Produktschap Vee en Vlees en het bestuur van het proefstation in Rosmalen. Een vergadertijger is de boer echter nooit geworden. Praktijkwerk, zoals nu bij Ontmoeting, ligt hem beter. De jaren 1993-1995 vormden een barre periode voor de varkenshouders. De prijzen waren ver onder de maat, zodat er dik geld bij moest. 1996 was een zeer goed jaar, maar dit jaar teisterde varkenspest het ene bedrijf na het andere. Brabant was de bakermat. „We ervaren het als een Godswonder dat het zich nauwelijks over de rest van Nederland verspreidde. Dat is onverklaarbaar. In de incubatietijd zijn er ook biggen en sperma vanuit Brabant naar de Veluwe en de Achterhoek gebracht, dus er was alle reden om te vrezen voor snelle verspreiding." Met een aantal collega's deed Hendriksen een oproep uitgaan om de getroffen collega's morele en financiële steun te bieden. Het idee om een fonds voor de gedupeerden te vormen, werd door de landbouworganisaties overgenomen.

Pennenvruchten
Behalve een hooivork en een actetas behoort ook een tekstverwerker tot het gereedschap van de Zelhemmer. „Ik schrijf liever dan dat ik praat, omdat je er eerst rustig over na kunt denken." Voor de plaatselijke zendingscommissie schreef hij het boekje "Van geslacht tot geslacht", over de families die in 1888 de (toen nog Oud) Gereformeerde Gemeente van Doetinchem stichtten. Binnen de SGP-werkgroep landbouw leverde Hendriksen een aandeel aan de nota "Boerenzorgen". Via die werkgroep kwam hij in contact met de economische redactie van het RD. Om de vier weken prijkt nu in de maandagkrant zijn rubriek "Boeren, burgers en buitenlui". „Boeren moeten zich erin herkennen, maar het moet ook interessant zijn voor burgers en buitenlui. Ik krijg voldoende positieve reacties om er nog een poosje mee door te gaan en voldoende kritische opmerkingen om niet overmoedig te worden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.