+ Meer informatie

Een kritischer opstelling

4 minuten leestijd

Vergissen w e ons of zijn er tegenwoordig inderdaad meer dan vroeger kritische geluiden te horen ten aanzien van een supranationaal Europa? Jarenlang werd immers, ook in ons land, de eenwording van Europa gepresenteerd als de oplossing voor vele kwalen.

Een federaal Europa zou de oude tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland, die in het verleden zoveel spanningen en oorlogen veroorzaakte, kunnen overwinnen. Daarnaast zou een verenigd West-Europa niet alleen sterker staan tegenover het communisme, maar er ook toe leiden dat we ons tegenover economische grootmachten als de VS en Japan beter zouden kunnen handhaven.

Inmiddels is een groot aantal stappen in die richting gedaan. Maar terwijl de integratie van Europa toeneemt en zich tot steeds meer beleidsterreinen uitstrekt, klinken toch allerlei kritische geluiden. Soms ook uit de mond van hen van wie men dat niet direct zou verwachten.

Een voorbeeld daarvan is het interview met minister Van den Broek in het CDA-blad CD-Actueel van deze week. Ook hij bespeurt in eigen land een „groeiende aarzeling over een supranationaal Europa met een te steile machtsconcentratie in Brussel". Het supranationale Europa dat de grondleggers van de EG voor ogen stond, blijkt thans meer dan ooit een brug te ver te zijn, aldus minister Van den Broek. Vandaar dat hij een herbezinning op onze Europese idealen gewenst acht.

Hoe is deze toch wat kritischer opstelling te verklaren? Komt dat omdat de meeste winstpunten van de Europese integratie inmiddels verzilverd zijn en, om in economische termen te spreken, het grensnut van verdere integratie beperkt is? De tegenstelling tussen Duitsland en Frankrijk, die alleen al in onze eeuw tot twee wereldoorlogen leidde, is inmiddels overwonnen. Het communisme vormt voor ons geen bedreiging meer en in de wereldeconomie telt Europa volop mee.

Vandaar dat nu in bredere kring de vraag rijst waarom we steeds maar door zouden moeten gaan met het inleveren van onze nationale bevoegdheden aan de Europese bureaucraten. En zelfs al zou het „democratisch tekort" van Europa worden opgeheven door het Europees Parlement veel meer macht te geven, dan nog geldt dat dat Europees Parlement en de door hem gecontroleerde Europese bestuurders ver van de burgers afstaan. De geringe opkomst bij de Europese verkiezingen wijst daar heel duidelijk op.

Zelfs minister Van den Broek zegt nu in het reeds genoemde interview dat we geen Europa nastreven „waarin Nederland, met zijn eigen identiteit, cultuur en taal, straks verdwijnt in een Europese smeltkroes". Er moet volgens de CDA-bewindsman ruimte blijven „voor een royale dosis nationale eigenheid".

Het economische succes van de EG maakt dat allerlei Europese landen zich als lid aanmelden of hun belangstelling tonen. Dat geldt voor landen als Zweden en Oostenrijk die ten tijde van de koude oorlog een zekere neutraliteit tussen Oost en West wilden (of moesten) handhaven en daarom niet tot de EG konden toetreden. Daarnaast zijn er de voormalige communistische landen in Oost-Europa die graag aansluiting zoeken bij het welvarende West-Europa, maar daar qua taal, cultuur en geschiedenis toch aanmerkelijk van verschillen.

Om allerlei redenen zou het niet verstandig zijn om deze landen buiten de Europese samenwerking te houden. Een uitbreiding van de EG in de breedte werkt naar alle waarschijnlijkheid ook remmend op een uitbreiding van de Europese bemoeienis naar allerlei niet-economische beleidsterreinen. 

Dat laatste zou een gelukkige ontwikkeling zijn. Wij willen en mogen immers ons nationale bestaan niet laten opslorpen door een supranationaal Europa. Daarvoor is er te veel gebeurd in de geschiedenis van ons volk. Daarvoor is het ontstaan van Nederland als onafhankelijk land te zeer verbonden met de Reformatie.

Zonder ons op sleeptouw te laten nemen door een verwerpelijk nationalisme, dat naties te gen elkaar opzet en mensen wijs maakt dat zij toch wel beter zijn dan andere volken, willen we vasthouden aan onze nationale zelfstandigheid. Ook al is er van de oorspronkelijke gereformeerde identiteit van onze natie al veel verloren gegaan, toch biedt dat verleden ons nog allerlei aanknopingspunten voor een appèl in het heden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.