+ Meer informatie

Synodaalgetuigenis

7 minuten leestijd

Een enkele week geleden stond het getuigenis van de kerkeraad van Alphen aan den Rijn in „Bewaar het Pand”.

Dit getuigenis werd verzonden aan alle kerkeraden. Lezend dit getuigenis moesten we denken aan het getuigenis, dat de synode van 1953 heeft gezonden aan alle kerkeraden met het verzoek om het als kanselboodschap voor te lezen op zondag 20 september. Daar we een zeker vergelijk constateren met het getuigenis van Alphen, willen we dit eens nader bezien. Daar wellicht vele van onze lezers het synodaal getuigenis niet bezitten, geven we het hierbij aan U door:

„De Generale Synode, die onder de indruk van de ernst der huidige geestelijke situatie in onze kerken en verontrust over de hier en daar zich voordoende verschijnselen van inzinking, vervlakking en zelfs van tegenstand somtijds ten opzichte van de praktijk der godzaligheid, voelt zich geroepen tot de Kerken een getuigeniswoord in alle liefde en vermaan te doen uitgaan. Het modern-religieuze „klimaat” in heel de wereld kenmerkt zich thans door een al meer loslaten van het verleden en het historisch gewordene, gepaard gaande met nog wel een overnemen van de religieuze symbolen, maar om inmiddels haar inhoud te vervagen of los te laten. In dit klimaat (in het algemeen geestelijk wereldproces) komen ook onze Kerken min of meer te staan. Dit roept op tot diep ernstige bezinning. Temeer daar wij helaas ook onder ons verschijnselen constateren, die ons met grote zorg vervullen. Onder welke we als een voorbeeld noemen een soms waar te nemen verslapping van de ernst in de behandeling der ons toebetrouwde zielen. Waarom we allen allereerst oproepen, om op en onder de kansel en in al de ambtelijke arbeid diep doordrongen te zijn van het tijdelijk en eeuwig wel en wee, zowel der bekeerden als der onbekeerden, opdat toch vooral het onderscheid, ontdekkend, onderwerpelijk en bevindelijk element in prediking, catechisatie, huisbezoek etc. krachtig aanwezig zij. Tevens niet minder om de gans algenoegzame rijkdom en levensvervulling, welke in Christus is, zo uit te stallen, dat middelijkerwijs de zielen tot jaloersheid worden bewogen, opdat men onder toepassing des Heilige Geestes Christus zó lere kennen, dat men op Hem betrouwt en uit Hem leeft, tot openbaring van de blijdschap des geloofs en een beleving tot verheerlijking Gods.

Om te beginnen worde daarbij uitgegaan, gelijk ook b.v. in het doopsformulier geschiedt, van ons van nature midden in de dood liggen in een verbroken werkverbond, om alzo de noodzakelijheid en rijke inhoud van het genadeverbond te leren verstaan. Zo blijft zalig worden een wonder en wordt de noodzakelijkheid der wedergeboorte door de Heilige Geest niet uit het oog verloren. Op deze wijze zal men ook bewaard blijven voor een oppervlakkigheid die maar al te gemakkelijk leidt tot wereldgelijkvormigheid, welke vooral hierin bestaat, dat men heden ten dage al meer vraagt: hoever kunnen wij gaan in het uitleven van onszelf in plaats van: hoe dicht moeten wij wel bij de Heere blijven? Hier ligt bijzonder een taak voorde ouderen, opdat onze jongeren tot een goed voorbeeld mogen zijn en het meer dan thans het geval is, aan het licht trede, welk een zielvervuïlende rijkdom er in de waarachtige vreze en gemeenschap Gods is. Tevens wijzen we er op, hoe bij het toch bekeerde volk Gods vaak nog zulk een donkerheid en geesteloosheid heerst en hoe daar de grondoorzaak ook van is, dat het volk Gods al meer schijnt te willen leven uit zijn bekering en niet uit de Bron zelf: een Drieenige verzoende en genaderijke bonds-Jehovah. Hier moeten we al meer nog, bekeerd „worden van onze, zelfgenoegzame bekeerdheid”. Bij al onze leraren, hoogleraren, ouderlingen en leiders willen we met diepe ernst aandringen op een zich steeds meer oriënteren allereerst in de practische Godgeleerdheid. Het is voorts niet te ontkennen, dat met name de verbondsbeschouwing soms ontaardt tot een vervlakking in de beleving, alsof het voldoende ware, dat we door geboorte onder de verbondsbedeling zijn opgenomen of dat we zonder innerlijke wederbarende werkingen des Heiligen Geestes de weldaden des verbonds ons zouden kunnen toeëigenen en deelachtig worden. Geloof en bekering zijn wel noodzakelijk in het licht des verbonds, maar altijd zó, dat goed worde in het oog gehouden, dat ook dit alles genadegift des verbonds is; tevens dat krachtens dit verbond, hoe ellendig wij ook in onszelf ons bevinden, wij een recht hebben om te geloven. Om daarvan gebruik te mogen maken, is het noodzakelijk, dat we in de bevindelijke weg leren, dat we God kwijt zijn en van nature in een verbroken werkverbond liggen, dood door zonden en misdaden en we alleen door een oprecht geloof Christus en al Zijne weldaden deelachtig kunnen worden, waartoe dan ook dit verbond ons de volzalige weg ontsluit. Bij deze voorstelling van het verbond en zijn beleving zal dan ook de toegang tot het Heilig Avondmaal zowel worden beperkt, als op goede gronden ontsloten.

Voorts brengen wij u onder het oog het voorbeeld in de Handelingen der Apostelen vermeld, hoe de eerste gemeente zich kenmerkte niet door een drift tot onschriftuurlijke scheuringen, maar door uit te gaan van het principe, dat Gods Kerk gesticht is om te vertonen het ongedeelde lichaam van Christus. En laten er verstaan, dat ook het instituut der Kerk niet minder een vrucht is van het functionerende werk des Heiligen Geestes, dan de onzichtbare zijde der Kerk. Gelijk dan ook in de zendbrieven bij de toen reeds aanwezige botsingen en kwesties en afwijkingen nooit geadviseerd is om zonder Goddelijk bevel te scheiden. Ten slotte, waar heden de jeugd al meer onze belangstelling vraagt, wekken we op tot uiterste voorzichtigheid. In verband daarmee were men die middelen welke in feite aan wereldse gebruiken ontleend zijn en welke opkomen uit het vlees, om zich dan met ’n godsdienstig vernis te dekken; wie de jeugd behouden wil met middelen aan de wereld of ook wel aan verkeerde jeugdlusten ontleend, zal daardoor de jeugd des te meer voeren in de armen van de jeugdvijand satan. Met namen willen hier noemen: het op jeugdmanier toneelspelen; te ernstiger en wanstaltiger als de z.g. toneelstukken nog met een godsdienstige tint aannemelijk moeten gemaakt worden. Tevens dienen week-end kampen, waardoor de Dag des Heeren wordt ontheiligd, absoluut veroordeeld te worden.

Geliefde broeders en zusters, jong en oud, heel de Kerk en elk der leden in het bijzonder, wij wekken u bij deze op, in de Naam des Heeren, ons voor Zijn aangezicht te verootmoedigen over onze bondsbreuken, om toch de Heilige Geest niet te bedroeven, maar om positief in de vreze Gods te wandelen. De tijden zijn diep ernstig. Alles wijst er op, dat Christus’ wederkomst al meer genaakt. Dit zal worden een zware tijd van benauwdheid voor Jacob, want het oordeel zal beginnen van het huis Gods uit. We horen van verre reeds het geroep: Ziet, de Bruidegom komt. Dit wekt op om meer dan ooit te zoeken de dingen, die boven zijn en niet die op aarde zijn. Waakt en bidt, want de ure der verzoeking, die over de gehele aarde komen zal genaakt. Daarom, gemeente van Christus, wees bereid om de komende Rechter te ontmoeten; wees gereed, opdat Hij u in die dag en ure wakende vinde, staande midden in uw taak; wees gesierd met alle geestelijke sieraad op de dag Zijner heirkrachten, opdat ge uw verheerlijkte, hemelse Bruidegom zult kunnen ontmoeten met de hosanna’s op de lippen en Hij zal u, overwinnares in Zijn Naam, geven: de kroon des levens”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.