+ Meer informatie

EUTHANASIE IN DE PSYCHIATRIE Enkele overwegingen

8 minuten leestijd

De redactie vroeg mij een artikel te schrijven over euthanasie bij psychisch lijden. Mij lijkt dat ambtsdragers geïnteresseerd zijn in praktische antwoorden op vragen in de pastorale en diaconale praktijk. Ik denk dat het goed is om ook te bedenken hoe we tot een houding kunnen komen in de morele dilemma’s die rond dit onderwerp spelen. Daarvoor is ook nodig om iets te zeggen over de discussie die de laatste tientallen jaren onder Nederlandse psychiaters gaande is omtrent suïcidaal gedrag en een euthanasieverzoek als uitingsvorm daarvan.

HOEZO EUTHANASIE IN DE PSYCHIATRIE? DAAR ZIJN WE TOCH TEGEN!

Onder ons zullen weinigen enthousiast worden van het onderwerp euthanasie. Weinigen zullen een fervent voorstander zijn van euthanasie, waarschijnlijk zijn de meesten van ons gewoon regelrecht tegenstander van euthanasie. Als het over euthanasie in de psychiatrie gaat, zal dit niet anders zijn. Het onderwerp van tafel vegen met een verwijzing naar het gebod dat we niet mogen doden, is echter net iets te gemakkelijk. De voorstanders van euthanasie zien de zelfbeschikking van de mens als een belangrijk argument om euthanasie te legitimeren. Wie God wil dienen, zal van dat argument niet onder de indruk zijn. Maar er is meer.

Euthanasie in de psychiatrie kan in de ogen van voorstanders een functie hebben in het voorkomen van meer schokkende methoden van zelfdoding. Zelfdoding kan een schokgolf te weegbrengen in families en naasten van degene die zichzelf van het leven berooft. En de geleidelijke weg van een euthanasieverzoek kan die schok verminderen.

Dat argument verdient wat bedenktijd. De achtergronden kunnen heel divers zijn. Families kunnen totaal onverwacht geconfronteerd worden met het einde van een moeizaam leven, maar hadden geen rekening gehouden met een zelf gekozen dood. Sommige families kunnen een gevoel van opluchting maar met moeite onderdrukken. Verpleegkundige teams, teams van andere hulpverleners kunnen volstrekt uit het lood geslagen zijn. Hoewel ik collega’s ken die een casus van suïcide beschouwen als een ‘bedrijfsongeval’, (andere dokters verliezen ook ernstig zieke patiënten door overlijden) voor velen ligt dat anders. Mijn eigen ervaring is dat bij iedere zelfdoding de vorige gevallen weer in herinnering gebracht worden. Van de jonge vrouw die aangaf voor de dood te kiezen op een gesloten afdeling en ik in mijn onervarenheid nog dacht, dat zoiets in zo’n intensive care setting niet mogelijk zou zijn. De gevallen waar collega’s de signalen van een naderende suïcide onvoldoende serieus namen en ik machteloos toe keek. De casus waarbij een vader eerst zijn zoon om het leven bracht en daarna zichzelf van het leven beroofde. Precies op het moment dat onze oudste zoon gedoopt werd. De kerkelijk betrokken man die zich op Paasmorgen ophing. De studente die de diagnose schizofrenie te horen kreeg en in een impuls naar het dichtstbijzijnde spoor rende. De zwakbegaafde vrouw die een been verloor en niet stierf, maar haar beperkingen wel vergrootte…

Ik moet u eerlijk bekennen dat in een niet gering aantal gevallen een euthanasieprocedure de schokgolf door de wereld om de betreffende patiënt heen verkleind zou hebben. Daarmee wil niet gezegd zijn dat euthanasie dus een goede oplossing is; wel dat we ons de ernst van suïcide goed moeten realiseren als we toch op Bijbelse gronden euthanasie blijven afwijzen.

DE ACTUALITEIT VAN HET ONDERWERP

Als de bekende voorvechter voor euthanasie in de psychiatrie, psychiater Chabot, in de Volkskrant van 2 juni van dit jaar betoogt dat de richtlijnen voor euthanasie in de psychiatrie te ruim zijn, dan is er wel wat gaande. Ooit was er een jaar met veel gevallen van euthanasie in de psychiatrie, namelijk 14, maar het afgelopen jaar 2013 telde 42 gevallen. Opnieuw in de Volkskrant (22 mei 2014) pleiten de hoogleraren Denys en Aleman voor meer wetenschappelijk onderzoek om suïcide te voorkomen. Wie de stand van wetenschap wil verkennen op het terrein van suicidologie kan terecht op de gratis toegankelijke website van het tijdschrift voor psychiatrie (TvP) en op de website van de Nederlandse vereniging voor psychiatrie (NVVP). Op de website van TvP treft men dan bijvoorbeeld een artikel uit 19941. Zo nieuw is het onderwerp dus ook weer niet!

De richtlijn van de NVVP2 leert bijvoorbeeld dat er geen deugdelijke test voorhanden is om de mate van de neiging tot zelfdoding vast te stellen. Er zijn voor psychiaters alarmsignalen genoeg, maar meer niet. Er zijn twee met name genoemde medicijnen (lithium bij stemmingsstoornissen en clozapine bij psychotische stoornissen) waarvan lijkt te zijn aangetoond dat de neiging tot zelfdoding er mee zou kunnen verminderen. Medicamenteus zijn er dus niet zo heel veel mogelijkheden die wetenschappelijk getoetst zijn, maar toch meer dan menig psychiater in zijn praktijk toepast. De winst van een euthanasieverzoek kan dan ook zijn dat deze middelen een kans krijgen om de kwaliteit van leven zodanig te verbeteren dat het euthanasieverzoek ingetrokken kan worden. Maar let wel, de kans van slagen is geen 100% en de medicijnen zijn middelen met veel bijwerkingen die specialistische kennis vereisen. Tot slot weten we dat de moedeloosheid in het leven van een psychiatrische patiënt kan toeslaan juist als er ook lichamelijke ziekten optreden. Die laatste zo mogelijk goed behandelen is ook van belang.

WAT BETEKENT DIT VOOR AMBTSDRAGERS?

Hopelijk is er in iedere kerkenraad een ambtsdrager die raad weet met de bijzondere eisen die gesteld worden aan pastoraat in de psychiatrie. Een ambtsdrager die niet als hulpverlener maar als dienaar van God psychiatrische patiënten bezoekt en bemoedigt en vermaant al naar gelang nodig is. Niet veroordelend, maar ook niet recht pratend wat krom is. En die niet vergeet dat in elk pastoraal bezoek de ene zondaar de andere ontmoet, waarin het aangezicht van de Vader in de hemel gezocht wordt en waarin Zijn Woord gelezen wordt. Niet iedere ambtsdrager hoeft dat te kunnen, net zo goed als niet iedere ambtsdrager affiniteit hoeft te hebben met jeugdwerk, met ouderen in de gemeente, met verstandelijk beperkte mensen, met mensen met autisme, etc. Een ambtsdrager als Elia die van zichzelf weet dat er omstandigheden en ziekten in zijn leven kunnen komen waardoor hij de Here vraagt om hem weg te nemen (I Kon. 19:4 Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen). Een ambtsdrager die het niet altijd zo maar even uit zijn mouw schudt en alles beter weet.

Als zich dan in het pastorale contact de vraag voordoet of er een weg is naar euthanasie, hulp bij zelfdoding dan kan ik me voorstellen dat dit emoties op roept. Die kunnen heel divers zijn. En die zullen eerst onderkend, doorleefd, besproken moeten worden voor er inhoudelijk gereageerd kan worden. Niemand hoeft zich te groot te houden, iedereen mag aangeven te schrikken van de vraag alleen al. En dat achter de vraag waarschijnlijk grote lijdensdruk ligt, grote nood, mag ook bevestigd worden.

In mijn eigen praktijk vraag ik ook altijd wat mensen nog aan het leven bindt: de kinderen of kleinkinderen, ouders, vrienden om voor te leven. Een huisdier. Een doel om naar toe te leven. De pijn in het leven is overigens soms het sterkst voelbaar als er (bijna) niets meer is om voor te leven.

Ik denk dat het niet goed is om daarbij te betrekken of iemand na zelfdoding wel of niet in de hemel komt, zoals elders wel gepropageerd is. Het laatste oordeel is niet aan mensen en laten we dan ook niet doen alsof. Ik kan me er persoonlijk als menselijke vader al aan ergeren als mijn kinderen zich bemoeien met wat ik hier of daar van moet vinden. Het laatste oordeel laten we dus aan de hemelse Vader. In mijn praktijk probeer ik ook altijd verbinding te zoeken met naasten, dat kan een ambtsdrager ook. Ik zou ambtsdragers ook adviseren professionele psychiatrische zorg te realiseren als dat nog niet het geval is. Misschien kan het zelfs geen kwaad om mee te gaan naar een psychiatrisch consult en te vragen wat de mogelijkheden van behandeling zijn. Misschien dat de psychiater wel zal vragen of er steunbronnen in de gemeente zijn. Dat kan steun van diverse aard zijn. Financiële nood kan wanhopig maken, eenzaamheid, werkeloosheid.

Ik heb patiënten gehad die op een gegeven moment wekelijks een poging tot zelfdoding deden en dan moeten we ook reëel zijn. De kans dat, dat een keer fout gaat, is groot. Wat mij betreft moeten we ook al bij voorbaat bedenken hoe we de naasten, als die er zijn, opvangen na de dood van de betrokkene. Een nare gedachte, dat zeker.

TOT SLOT

Het is niet gemakkelijk geconfronteerd te worden met vragen rond hulp bij zelfdoding, ook bij patiënten in de psychiatrie is dat moeilijk. Ook voor ambtsdragers. We blijven, denk ik, als christenen tegenstander van autonome keuzes voor een zelfgekozen dood. Maar laten we de schaapjes van de kudde die met dit soort vragen rond lopen ook niet in de kou laten staan.

Dr. Otter werkt als psychiater in Zutphen en Veenendaal en tevens aan de Universiteit Maastricht als promovendus op de afdeling Psychiatrie en Psychologie. Hij is lid van de kerk te Bennekom.

1 Ziehttp://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/assets/articles/articles_1045pdf.pdf (van der Lijn, Nolen WA, Schudel. Hulp bij zelfdoding aan psychiatrische patiënten Rechtvaardigingsgronden en zorgvuldigheidscriteria.TvP 1994;36(6)).

2 Zie (http://www.nvvp.net/publicaties/richtlijnen/: Richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag (2012))

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.