+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

6 minuten leestijd

43

Vorst Immanuël maakte de heer Kennis ook registreerder, doch dat niet uit minachting van de oude heer Consciëntie, die eertijds dat ambt bediende, maar omdat het in Zijn prinselijk gemoed was, de heer Consciëntie een andere dienst op te leggen van welke Hij beloofde de oude edelman later meer te zullen meedelen.

Vervolgens beval Hij, dat het beeld van Diabolus zou weggenomen en geheel vernield, ja tot gruis geslagen en buiten de poort geworpen worden. En dat in plaats daarvan het beeld van Zijn Vader El - Schaddai en van Hemzelf opgericht zou worden boven de poorten van het kasteel, als ook dat men het sierlijker maken zou dan ooit, daar Zijn Vader en Hijzelf nu in meer genade en barmhartigheid tot Mensziel gekomen waren dan voor dezen. Hij wilde ook, dat Zijn naam zeer sierlijk gegraveerd zou worden aan ’t hoofd van de stad en dat wel in het beste goud, alles tot vreugde van Mensziel. In afhankelijkheid van de genade des Heeren heeft Mensziel de nieuwe mens aan te doen die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld desgenen die hem geschapen heeft. De nieuwe mens die naar Gods beeld geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid. „Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd den heelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn”. Opdat Mensziel heilig en onberispelijk voor Hem zou zijn in de liefde. „En zij zullen Zijn aangezicht zien en Zijn naam zal op hun voorhoofden zijn”.

Na al deze dingen gaf Immanuël een gebod uit, dat die grote Diabolisten, te weten, de twee laatste majoors Ongeloof en Begeerlijkheid, alsook de registreerder Goedvergeten, gevangen genomen zouden worden.

Majoor Ongeloof zegt: „Ik kan niet geloven”. Majoor Begeerlijkheid schuilt weg achter zijn aangeboren verdorvenheid en beweert: „Alle mensen zijn zo, daar kan ik niks aan doen”. Registreerder Goedvergeten heeft het altijd over een lek in zijn geheugen. Voor hem is vergeten een geweldige uitkomst. Meent zelfs daarmee voor God zich te kunnen verontschuldigen. Maar Ongeloof, Begeerlijkheid en Godvergeten behoren in hun natuur en afkomst tot het Godvergetende geslacht dat uitgeroeid zal worden. Mogen in Mensziel niet ontzien, niet geduld en veel minder gestreeld worden om zich zo met zijn onmacht te dekken. Naar het bevel van Immanuël moeten deze booswichten rechterlijk behandeld worden, want zij spannen saam en hebben de ondergang van Mensziel ten doel. Krenkend is hun werk voor Vorst Immanuël, onterend voor Zijn Vader en smartelijk voor Zijn Geest. Behalve dezen werden er ook enigen van degenen die Diabolus tot schepenen en bestuurders in Mensziel gemaakt had, door de hand van de nu kloekmoedige en recht edele heer Wil in bewaring genomen, als Atheïst, Hardhart, en Valsevrede, gelijk ook Onwaardig, Onbarmhartig, Hoogmoedig en dergelijke lieden. Bekijk ze maar één voor één en u zult het bemerken dat de vijandschap tegen God en Zijn dienst allen uit de ogen straalt. Want het oog toch is de spiegel der ziel.

Deze allen werden in een nauwe gevangenis opgesloten onder de cipier Getrouw, één der mannen die Immanuël met zich gebracht had van Zijns Vaders hof, toen Hij de strijd aanving tegen Diabolus in de stad Mensziel.

Toen nu de ongerechtigheid die door de gevangenen bedreven werd, was vastgesteld na een grondig onderzoek, besloot de rechtbank eerst vonnis te vellen, waarop de president zijn medeleden aldus aansprak: „Mijne heren, gij zijt hier geweest en hebt deze lieden gezien, hun beschuldigingen en verantwoording gehoord, alsook ’t geen de getuigen tegen hen getuigd hebben, wat blijft ons nu over dan onszelf een weinig af te zonderen en te overwegen op welke wijze wij in waarheid en gerechtigheid vonnis zullen vellen voor onze Koning tegen deze lieden”.

Daarop gingen de rechters een weinig alleen, te weten behalve mijnheer Doerecht, de heer Geloof, de heer Waarachtighart, de heer Oprecht, de heer Kwaadhater, de heer Godliever, de heer Dankbaar, de heer Ootmoedig, de heer Goedwerk en de heer IJver voor God, om de zaak te overwegen en te beraadslagen, welk vonnis zij hierover zouden uitspreken.

Al deze getrouwe lieden waren van ganser harte verbonden aan de wettige Koning in Mensziel zodat zij op grond van waarheid en gerechtigheid het vonnis des doods kwamen uit te spreken over de Diabolisten en dat in de naam des Heeren. Toen zij het aldus eens geworden waren over het vonnis, kwamen zij weder in de rechtszaal en zeiden, dat zij allen eenstemmig dachten over het vonnis en dat zij, heren des gerechts, door de Koning verkoren om Hem te dienen in een zaak waar leven en dood aanhingen, het onderzoek der beschuldigden hadden gehoord en niet anders konden zien, dan dat zij schuldig waren aan de misdaad, die hun ten laste was gelegd, waarom dan ook alle beschuldigden ter dood werden veroordeeld. Een uitspraak die de Koning ten volle welbehagelijk was.

Daarop werden de gevangenen de cipier aanbevolen; dit was in de morgen en ’s middags ontvingen zij het vonnis des doods, volgens de wet des Heeren. De cipier, deze last ontvangen hebbende, zette hen allen in de binnenste gevangenis, om hen te bewaren voor de executie, die op de volgende morgen bepaald was.

Zo stond Mensziel met beslistheid des harten tegenover de tegenstanders van de Koning die het heerlijk werk van Zijn genade zoveel mogelijk zochten te onderdrukken. En nooit mag van deze regel afgeweken worden, want zodra er enige soepelheid ontstaat tegenover het kwade, verzwakt dat het geestelijke leven daar de Koning er Zijn aangezicht voor komt te verbergen. Maar zie wat er gebeurde. Een van de gevangenen, met name Ongeloof, wist uit de gevangenis te breken, juist in die tijd die verlopen moest tussen de uitspraak en de voltrekking van het vonnis. Hij vluchtte uit de stad Mensziel en verstak zich hier of daar in een hol of spelonk, loerende op een gunstige gelegenheid om Mensziel weder enig leed toe te brengen over ’t geen hem nu overkwam.

Tot op de dag van heden staat Mensziel hier voor een raadsel. Hoe de burgers ook zochten met de geestelijke speurzin, niets mocht baten. En denk er om dat Ongeloof naast Diabolus de grootste vijand is van Mensziel.

Wij weten dat Geloof scherpzinnig van aard is en het geheim daarvan is wel dit, dat deze held altijd denkt vanuit Gods ondoorgrondelijke wijsheid. Vanuit die wijsheid put held Geloof zijn geweldige denkkracht en wilskracht.

En nu is Ongeloof niet in het minst familie van de held Geloof, ze staan regelrecht tegenover elkander. Maar in het denken hebben zij wel enige overeenstemming. Ongeloof is als een eerstgeborene van satan sluw slim en zo gaat hij in zijn slechtigheid alle berekening te boven, hij kan alle kanten uit. Hij was, al weten wij niet hoe, vanwege zijn slechtigheid de cipier te gauw af. En als ik cipier geweest was, en dat beken ik met schaamte, ik zou het er niet beter afgebracht hebben.

Alleen met de hulp van de grote Koning kunnen wij het tegenover die booswicht staande houden. Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.