+ Meer informatie

Duistere machten ontdekt – I

16 minuten leestijd

Mededeling

De Christelijke Blindenbibliotheek, Postbus 131, 3850 AC Ermelo, is gestart met de uitgave van „De Wekker” en „Contact”, het maandblad van de Chr. Geref. Vrouwenbond. De abonnementsprijs bedraagt resp. f. 40,— en f. 15,—.

Via een cassette zijn deze bladen te beluisteren. We willen ambtsdragers graag attent maken op deze uitgave. Het is belangrijk dat blinde of slechtziende gemeenteleden van de inhoud van deze bladen kennis kunnen nemen.

Mochten er financiële bezwaren zijn, dan zouden diaconieën wellicht kunnen helpen. Laat dit in iedere gemeente overwogen worden. Het telefoonnummer van de bibliotheek is: 03417–51014.

Inleiding tot een gesprek op de conferentie van jeugdouderlingen van de Chr. Geref. Kerken op zaterdag 26 maart 1988 te Amersfoort.

Inleiding

„Als je geesten gaat oproepen, kun je aan achtervolgingswaan gaan lijden. Het was bij ons op school een rage om geesten op te roepen via een spelletje met glazen”, zo vertelt Anja, die ik straks verder aan het woord zal laten als vijfdeklasser van het atheneum. Van de letters van een alfabet vorm je een kring en in het midden zet je een glas. Je gaat geesten van overleden mensen aanroepen. Je stelt ze een vraag en door middel van het glas worden letters aangewezen, waar je dan een antwoord uit kunt vormen (aldus Visie, 14 oktober 1984). Ik laat Anja even aan het woord:

„Bij ons deden er erg veel aan mee. We riepen dan een geest aan en het eerste wat je moest vragen was of het een boze geest of een goede geest was. Als het omgekeerde glas aanwees dat het inderdaad een boze geest was, dan moest je zo snel mogelijk het glas kapot gooien. Dat gebeurde regelmatig. Ze stonden dan met een heel stel scherven te stampen en te springen.

Natuurlijk deden we dat allemaal voor de lol en probeerden we de geesten uit. We wilden weten of het echt was. We vroegen die dingen waar geen van ons allen iets vanaf wist. Zo vroeg ik waarom een vriend van mij niet op visite kwam. Het antwoord was dat hij gek op Ilse was. Dus ik ’s avonds opbellen of hij een of andere Ilse kende. Hij wist echter van niets.

Toch ga je op het laatst overal wat achter zoeken. Het blijft je bezighouden. Je praat en denkt erover en raakt er steeds dieper in verzeild. Je wordt er onzeker van, want je weet niet of het antwoord waar is of niet.

Op een gegeven moment moetje ermee stoppen, anders gaat het je hele leven beheersen. Er zijn allemaal geesten van overleden mensen om je heen. Je kunt hun de toekomst vragen, maar daar moet je nooit aan beginnen”, zegt Anja, die er intussen van genezen is. Ze wijst op de angst die dit leven meebrengt. En dan knijpt de duivel in zijn handen. Niet alleen op school gebeuren dergelijke toestanden, waar soms iemand uit deze wereld gevraagd wordt „onderwijs” te geven in dit soort zaken en van degene die voor de klas staat (N.B. op een opleidingsinstituut waar je dit nooit zou verwachten) toestemming krijgt om het als klas eens te proberen!

Ook via de moderne media komen de duistere machten in onze belangstelling en juist zij die regelmatig aan de beeldbuis verkeren, behoeven geen uitleg te ontvangen wat „Het zwarte gat” van Veronica is of hoe de „Boven m’n pet show” van de KRO met Ted de Braak als presentator op zaterdagavonden aandacht vroeg voor zaken als magie, illusie en toverkunst, waarbij het publiek zich kon aanmelden met hun „bovennatuurlijke ervaringen”. De hoge kijkcijfers van deze programma’s spreken boekdelen.

Vandaag gaan velen naar congressen en beurzen over het paranormale. Er schijnt een goede markt voor te zijn. Trouwens, het blad Paravisie mag zich ook in een toenemend aantal abonnees of lezers verheugen.

Elsevier, bepaald geen christelijke uitgever, wilde „neutrale” informatie bieden in een speciale encyclopedie voor het occultisme en de parapsychologie. Het is ondoenlijk de stroom lectuur te noemen over het onderwerp dat ons vandaag bezig houdt. U bent daarvoor ook niet naar hier gekomen.

U weet waar het over zal gaan. We komen in aanraking met allerlei machten, die bepaald niet uit het rijk van het licht komen. Te denken is aan seances, aan oujaborden, aan toverij en hekserij, aan helderziendheid en hypnose, aan magie en horoscoop en aan allerlei occulte zaken als de angst voor het getal dertien, aan vrijdag de dertiende vooral, aan het een zwarte kat tegemoet lopen, aan een mascotte en aan klopsignalen.

Bovendien zijn we intussen in een nieuw tijdperk na het christendom terechtgekomen, zegt men. Maar daarover straks iets meer.

Het is voor iedereen wel duidelijk op welk terrein vandaag onze bezinning dient plaats te vinden.

Het is niet mijn bedoeling al deze zaken uitputtend te behandelen en u met passende omschrijvingen van bovengenoemde toestanden naar huis te laten gaan. We zijn vandaag bijeen omdat we rechtstreeks te maken hebben met onze eigen jeugd, die al meer blijkt niet op een eilandje te leven. Als ouderlingen ontmoeten we hen, spreken met hen, luisteren naar hen. Zó ontdekken we waar ze mee bezig zijn en weten de meesten van ons ervan dat ook ònze jongeren meer van duistere machten weten dan u en ik samen, omdat ze er middenin zitten of er van hun vrienden zoveel over gehoord hebben dat het niet bij een eerste kennismaking gebleven is.

Wat moeten we doen? Dit bagatelliseren? Ons er maar wat van afmaken? Of eigentijds pastoraat beoefenen en ook deze jongeren leiden naar de grote Herder der schapen? Ook al weten diversen van onze jongeren heel veel, soms lijfelijk, van duistere machten, zij zijn verbondskinderen en behoren de duisternis niet toe. Omdat zij gedoopt zijn, zijn ook zij verplicht de wereld te verlaten en hebben we voor hen in de kerk gebeden dat zij vroom mogen strijden tegen de duivel en zijn ganse rijk om tenslotte met de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt gesteld te mogen worden.

Het gaat erom dat deze jeugd, die met het merk- en veldteken van Jezus Christus getekend is, nooit het teken van het Beest zal dragen. Welke taak hebben wij voor hen en hoe leiden we hen in deze tijd? Daarom zal het accent vandaag vallen op het pastoraat aan hen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd.

Vanwaar deze belangstelling?

Hoe komt het toch dat jongeren, ook onze jongeren, in de ban raken van dit gebeuren om ons heen? Onze jeugd leeft in deze tijd, midden in deze wereld, ook al volgt men nog christelijk onderwijs. Want de wereld komt niet pas op hen af wanneer ze gaan studeren of in dienst moeten. Ze ademen elke dag de levenssfeer om hen heen, in een hoe langer hoe meer geseculariseerde wereld, in.

Een wereld die het beu is. Een wereld, vooral van jongeren, die niet zo gelukkig is met de huidige ontwikkeling. Een jeugd die uitgekeken is op het materialisme, dat geen geluk bracht, en het rationalisme dat de ziel niet bevredigt. De aandacht voor de duistere machten is onlosmakelijk verbonden met een algemene reactie op het materialisme en rationalisme, dat vooral sinds de laatste wereldoorlog velen in z’n greep had. Men is van mening dat de mens toch meer „geest” is dan menigeen vermoedde. Ook in de wereld van de gezondheidszorg komt als een reactie op de aandacht voor (elk onderdeel van) het lichaam een grotere waardering voor de ziel van de mens. Zelfs gaat men de wetenschap wantrouwen en geeft men zich gemakkelijker over aan wat niet bewezen kan worden als een „heerlijk” gegeven. Het gevoel wil ook wat!

In de tweede plaats is er met name bij jongeren een afkeer waar te nemen van heel de westerse cultuur. Men ziet het niet meer zo zitten met „onze” verworvenheden. Een boek dat „Oostwaarts” heet, tekende deze trend niet ten onrechte. Deze aandacht voor het oosten werd nog versterkt door de komst van buitenlandse arbeiders, die evenals de gereformeerde gezindte een minderheid van onze samenleving uitmaken, maar die niet nalaten hun invloed te doen gelden. Voeg daarbij het veel meer reizen en trekken van jong en oud naar waar ook ter wereld en het is voor de hand liggend dat vele vragen op ons afkomen, wanneer we zien hoe anderen leven. En zonder reizen krijgen we via de moderne media uitvoerige reportages van een en ander.

In de derde plaats moet worden genoemd de teleurstelling van menigeen in het christendom. Wat heeft dit de eeuwen door opgeleverd, vraagt men zich af. Wat stelt het voor? Zou het christendom de pretentie mogen voeren dat Jezus de enige Weg is? Lopen niet vele wegen naar wat men „God” noemt? En wordt een oud liedje niet erg actueel: kinderen van één Vader zijn we allemaal?!

Niet alleen in het christendom, in de kerk vooral, is men teleurgesteld - het is duidelijk dat velen de kerk verlaten (in onze kerken elk jaar een gemeente van ongeveer 600 leden, nu al twintig jaar lang!) - men werd ook niet bevredigd door de vele „cults”, nieuwe religieuze stromingen, die in de laatste twintig jaar zoveel aandacht gevraagd en gekregen hebben van menigeen. Wat is er van Baghwan over? Met het „genot” is ook het geld verdwenen!

Duistere machten zijn aantrekkelijk geworden, omdat de media daar zoveel aandacht aan hebben besteed in diverse programma’s. Want het zijn niet allereerst de boeken en bladen, maar met name de televisieuitzendingen, die zoveel kijkers en belangstellenden trokken. Ik spreek nu niet over (bepaalde vormen van) popmuziek. Dit zou een onderwerp apart vergen.

Vervolgens moet worden genoemd het zoeken naar een zekere vulling. Wanneer men de kerk achter zich heeft gelaten, wanneer een mens leeft zonder God, leeft hij ook zonder hoop en daarom overgegeven aan de zinloosheid, de leegheid. Nu zoekt men dit „gat” te vullen met de gedachte dat we temidden van dit individuele tijdperk, dat we aan het afsluiten zijn, niet alleen staan, maar verbonden zijn met zovele geesten (van overledenen). We treden met hen in gemeenschap en leren van hen hoe het moet, schrijven hun boodschappen op en trachten hun stemmen te horen en te gehoorzamen, met alle spanning die dit geeft, want welk „geluid” zal naar je toekomen? Er is daarbij een grote nieuwsgierigheid voor het onbekende.

Daarbij ontkomt men er niet aan veel angsten te kennen, werkelijk doodsangsten. Op een hele andere manier worden woorden begrepen die we in Psalm 116 tegenkomen: „daar de angst der hel mij alle troost deed missen; ik was benauwd, omringd door droefenissen.” Maar dan houdt het op, want in plaats van „en riep de Naam des Heeren aan”, komt er het aanroepen van geesten. Er is angst gekomen voor de toekomst. Er is ook zoveel op drift. Wat zal er gebeuren? Welke oordelen zullen over de aarde gaan? Als alles loskomt, wat wij niet zien?

De mens is ongelooflijk en ongeneeslijk religieus en zoekt daarom een antwoord op levensvragen, wanneer hij deze niet meer hoort van de kerk of niet meer wil horen. Er moet toch wat àchter de dingen zitten. Er moet toch iets zijn!

Voor ik tenslotte inga op het verschijnsel New Age, moet opgemerkt worden dat de hang van velen naar duistere machten eenvoudig (ook) te verklaren is uit een modebewustzijn. Je moet niet achter lopen. Dan kun je nergens meer over meepraten. Er is behalve nieuwsgierigheid ook een geweldig brok moderne gulzigheid waar te nemen. Zoals men soms van alles en nog wat eet en er geen rem op is, zo „geniet” men van weer nieuwe impulsen, want men wil wat „beleven”, iets heel bijzonders „ervaren” in een nieuw soort bevinding.

Zo komt er ook zoveel aandacht voor de New Age Movement. Men meent dat we al te lang al geleefd hebben in het Vissen-tijdperk (van de christenen). Nu breekt de tijd van de Waterman aan, of beter gezegd, is deze tijd al gekomen. De tijd van Aquarius, zoals men deze ook wel noemt als tegenhanger van het koude Vissentijdperk, een zachte, weldadige tijd, een tijd waarin geloof en wetenschap geen tegenstellingen meer zullen zijn. Een tijd van een keerpunt in de geschiedenis, want nu wordt de kosmos gezien als één groot geheel in plaats van dat deze in allerlei onderdelen uiteenvalt en daarmee talloze verwoestingen aanricht. We gaan nu, zegt men, een tijd binnen van de eenheid van het levend organisme, van het harmonieuze vlechtwerk. Het teken van deze tijd is de regenboog en dit teken symboliseert de overbrugging van allerlei tegenstellingen. Men noemt het daarom ook wel de tijd van het „synthetisch principe”. Er zijn nu geen tegenstellingen meer tussen goed en kwaad, tussen God en mens, tussen man en vrouw. We gaan een tijdperk binnen waarin elk mens het goddelijke in zichzelf ontdekt, waarin het natuurlijke het goede is en waarin de man zijn eigen vrouwelijkheid ontdekt en de vrouw haar eigen mannelijkheid en zo worden alle grenzen uitgewist, want alles is goddelijk in zichzelf. We zullen in deze tijd ontdekken dat de mensen een „transformatie” ondergaan, dat in deze nieuwe tijd hun bewustzijn zal vernieuwd worden en dat de mensheid in staat zal zijn zulke krachten in zichzelf aan te boren, dat we leven in harmonie met de natuur en in harmonie met onszelf en er zo van overleven sprake zal zijn. Er is hoop! Met het symbool van de regenboog! Binnen 20 tot 50 jaar zal een volkomen nieuwe tijd aangebroken zijn, zeggen de profeten van het New Age Movement.

Een van deze profeten, de Nederlander ir. A. Stikker, is ervan overtuigd „dat de mensheid op het punt staat een nieuwe belangrijke sprong in het evolutieproces te gaan maken.” Volgens hem is het Taoisme (want deze oosterse filosofie staat op de achtergrond) belangrijk wijzer dan het christendom, want het taoisme handhaaft de eenheid in verscheidenheid, om het met een citaat van hem te zeggen.

Ik noem deze beweging uitdrukkelijk in dit verband omdat deze een weg baant naar de astrologie, in de mening dat het in de sterren geschreven staat. Het opent een weg naar het occultisme. De New Age Beweging neemt christendom, boeddhisme, islam, occultisme, theosofie, parapsychologie, astrologie en alles wat maar even „spiritualiteit” heeft, op in haar nieuwe synthetische wereldbeschouwing. In wezen kom je terecht bij het pantheisme. Duistere machten trekken ons van God en Zijn Woord af. Dat is dé list van de satan.

Nu moeten we niet denken dat slechts in deze nieuwe tijd duistere machten worden ontdekt. Als we teruggaan in de geschiedenis, zie je al in de oude tijd aandacht voor allerlei duistere zaken. De eeuwen door is deze aandacht er geweest, zij het soms in een soort golfbeweging. De Egyptenaars wisten ervan en vanuit het oude Babylonië komen heel wat verhalen. Sprak Socrates niet over de „daemon”? In het begin van deze eeuw kwam er een hernieuwde belangstelling voor deze duistere machten, die in de Middeleeuwen ontzaglijk groot was en door de Reformatie wezenlijk werd aangetast. Wie kent niet het boek dat onze professor Wisse schreef over het spiritisme. En dat is bepaald niet zijn enige publikatie over allerlei occulte zaken. Ging hij niet het land door met „een nacht in het logement van de duivel”?

Wanneer wij vandaag een nieuwe vloedgolf van duistere machten over ons heen krijgen, althans van een levendige belangstelling daarvoor, is er in wezen niets nieuws onder de zon, zij het dat vrijwel meteen iedereen ervan op de hoogte is door de moderne communicatiemiddelen.

Wat zijn duistere machten?

We kunnen het nu samen wel hebben over duistere machten, maar waarover spreken we eigenlijk? Hebben wij het wel over dezelfde verschijnselen of praten we langs elkaar heen. Ook in dit opzicht is het goed, onze kerken eigen (althans zo was het) om onderscheidenlijk te spreken.

We kunnen denken aan machten, die uitdrukkelijk met name in het Nieuwe Testament worden genoemd. Meer dan eens spreekt Paulus daarover. We hebben daarmee een strijd te voeren. Want er doen zich allerlei machten voor, die als een soort virus infecteren. Ze doen hun invloed gelden. Wie denkt niet aan de macht van het geld en aan de macht van het genot? Aan de macht van allerlei ideologieën, die mensen in hun greep houden, soms levenslang? Is er geen sprake van roddelzucht en drankzucht, dingen die als machten aan het werk zijn? En zo zou ik door kunnen gaan. Hoeveel is daarin niet van de vorst der duisternis, die hoe dan ook invloed wil uitoefenen op de geest van de mens en op heel het wereldgebeuren. We moeten deze machten maar niet onderschatten. Daarnaast hebben we vooral te maken met specifieke duivelse machten, wanneer het gaat om de invloed van boze geesten in deze wereld. Al zien we ze niet, ze zijn er wel degelijk en laten zich gelden. Er zijn demonen aan de gang in het domein van de slang, zoals Ouweneel heel dit terrein noemt. Boze geesten gaan uit en zijn werkzaam.

Achter al deze machten gaat de duivel schuil. Hij is de slimme verleider! Hij is de Vorst der duisternis en de Vader der leugens en daarmee is hij getypeerd. Daarom zijn er de werken der duisternis en gebeurt er veel dat het daglicht niet kan verdragen. Opereert hij niet liever bij maanlicht in schaamteloze dansen dan midden op de dag?

Al is niet alles aan de duivel toe te schrijven, omdat er op dit terrein veel bedrog is en overal mensen te vinden zijn die aan trendvolgers het een en ander willen verdienen en er een goede business aan hebben, (we kunnen niet alles noemen, maar prof. Wisse noemt niet ten onrechte het voorbeeld van de rat in een doodshoofd en hoevele goochelaars voeren niet ontzaglijk slimme trucjes uit!), we hebben te maken met machten die vanuit hem werkzaam zijn.

Laten we een paar terreinen even voor onze aandacht halen.

Daar is het occufte, het verborgene. Oorspronkelijk betekent dit het geheime, slechts aan ingewijden bekende godsdienstige gebruik, met name in de Perzische en Grieks-Romeinse mysterieën. Men werd via allerlei occulte ceremonieen ingewijd in de geheimen van de leer. Zoals er vandaag ook zoveel is dat geheim moet blijven in de sfeer van de hekserij en toverij.

Tegenwoordig is dit niet meer zo’n exclusieve zaak van priesters, al kunnen er weer nieuwe ontstaan onder andere benamingen, maar we komen wel in aanraking met de verborgen wereld. Bv. door het dragen van amuletten, de horoscoop, het belezen, bezweren, kaartleggen, pendelen en letten op voortekenen, om maar iets te noemen van dit uitgebreide terrein.

In de tweede plaats is te noemen het spiritisme, dat is het geloof dat de bewoners van deze aarde, zij het ook slechts door middel van een medium, in contact kunnen treden met de geesten van overledenen, daar men ervan uitgaat dat deze geesten voortleven. Deze geesten kunnen in ons aardse leven ingrijpen en het beinvloeden. Zij zijn om ons heen en via mediums kunnen we dan in contact met hen treden. Deze geesten hebben een astraal lichaam, dat als voertuig dient. Via magie is er een poging om de gang van het gebeuren te beinvloeden. De mens roept dan geheimzinnige krachten te hulp.

Als het over geheimzinnige krachten gaat, dient eveneens genoemd te worden de magnetiseur. Prof. Tenhaeff, jarenlang hoogleraar in de parapsychologie, zegt in zijn boek „Magnetiseur, somnabules en gebedsgenezers” (als niet gelovig persoon!): „Tientallen jaren is de beoefening van het magnetisme gekoppeld geweest aan de beoefening van het spiritisme en ook in onze dagen behoort een groot deel der magnetiseurs nog tot de leden van de een of andere spiritistische of theosofische beweging.” We houden het ons voor gezegd.

Maar genoeg over dit onderdeel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.