+ Meer informatie

De handelingen der apostelen

3 minuten leestijd

Nu wij eerst met elkaar de vier Evangeliebeschrijvingen behandeld hebben, willen we vervolgens gaan spreken over het daaropvolgende Bijbelboek, namelijk de Handelingen der Apostelen.

Dat boek der Handelingen begint als volgt: „Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, van al hetgeen dat Jezus begonnen is beide te doen en te leren, tot op de dag op welke Hij opgenomen is."

Dat „eerste boek", waarover hier geschreven wordt, is het Evangelie naar Lucas, dat immers ook opgedragen was aan deze Theofilus.

De schrijver van „de Handelingen" is dus Lucas. Lucas ziet dus „de Handelingen" als een vervolg op zijn Evangeliebeschrijving

In het eerste boek, het Evangelie, heeft Lucas geschreven over al hetgeen wat Jezus begonnen is te doen en te leven. Nu zal hij gaan schrijven over de voortgang van Jezus' daden.

Het eerste boek ging over Jezus' daden en leer, „tot op de dag, op welke Hij opgenomen is." Het tweede boek zal gaan, over wat Jezus gedaan heeft nadat Hij was opgenomen in de hemel, nu Hij verheerlijkt is aan de rechterhand des Vaders.

De kerk heeft al vrij vroeg boven dit tweede boek van Lucas het opschrift „Handelingen der Apostelen" geplaatst, maar uit het voorafgaande is wel duidelijk, dat deze naam in de grond van de zaak niet goed is en de inhoud van dat boek niet dekt.

Het gaat hier immers niet over de handelingen der Apostelen (er is trouwens in heel dit boek maar van een paar Apostelen sprake), maar het gaat hier over de handelingen van de verheerlijkte Christus. Er wordt hier beschreven Zijn toepassing nu Hij in de staat der verhoging is, van Zijn werk, dat Hij op aarde in de staat der vernedering volbracht had. De handelende Persoon in dit boek is de verheerlijkte Christus.

Ga maar na: ls Petrus op de Pinksterdag aan de toegestroomde menigte de Pinkstertekenen verklaart, zegt hij: Hij (Jezus) dan door de rechterhand Gods verhoogd zijnde en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat Gij nu ziet en hoort." (Hand. 2 : 33).

Als de kreupele bij de schone poort des tempels genezen is, gaat Petrus uitvoerig aan het volk verklaren, dat niet hij met Johannes dit wonder der genezing verricht heeft, maar dat Christus het gedaan heeft. (Hand. 3 : 12—16 en Hand. 4 : 10).

Als Aeneas, een geraakte, hersteld wordt zegt Petrus: Aeneas, Jezus Christus maakt U gezond." (Hand. 9 : 34). Altijd weer, is het Jezus Die handelt, Hij verlost de apostelen uit de gevangenis. Hij opent voor Stefanus de hemel, Hij velt Paulus neer op de weg naar Damascus. De grote inhoud van heel dit boek is:

„Hij, de levende Christus werkt." Hij breidt Zijn gemeenten uit, eerst in Jeruzalem (hoofdstukken 2—7), dan in Judea en Samaria (hoofdst. 8—12) en tenslotte onder al cle volkeren, (hoofdstukken 13-28).

Het zijn dus de Handelingen van de verheerlijkte Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.