+ Meer informatie

Een proefschrift over kerk en industriearbeider (vervolg van artikel in maartnummer)

5 minuten leestijd

Tenslotte, wanneer de auteur ons de jongste publikaties van dr. H. Berkhof en met name zijn referaat voor de vergadering van Hervormde predikanten 1962 (verschenen in Kerk en Theologie 1962) niet onthouden had, zou hij zijn eerste hoofdstuk onmogelijk zo hebben kunnen opzetten. Dan had hij in elk geval tegenover een geheel ander standpunt positie moeten kiezen. Tot onze vreugde wijst juist dr. Berkhof er op, dat de kerk het lichaam van Christus is. Daarmee wordt het fundament van de nieuwere apostolaatsgedachte ondergraven.

Is dit nu zo erg?

Is het nu werkelijk zo erg, dat dr. de Vries op dit punt schreef, gelijk hij deed? Ja ter dege! Het betekent, dat men in de praktijk voor het gemeentelid zelf en zijn geestelijke opbouw te weinig of in het geheel geen oog heeft. Men is zo naar buiten, naar de mens in de wereld gekeerd, dat men voor de gelovige zelf geen aandacht meer heeft.

Hieruit verklaar ik ook, dat de Vries schrijft: wij moeten „onze dienst onvoorwaardelijk en zonder bijbedoelingen verrichten. Zij mag geen voorportaal voor de bekering worden.” (27) Neen, terecht geen voorportaal, maar zij moet op de bekering zelf gericht zijn. Als onze dienst dat niet meer is, heeft ze het aspekt van Koninkrijksdienst verloren. Kan men zonder wedergeboorte en bekering het Rijk Gods binnengaan? Ik vind dit een ontstellende opvatting. Ik denk aan een andere zin: Het gaat niet om het persoonlijk behoud, maar om de overtuigende demonstratie van Christus’solidariteit met de wereld, (47). Alsof die een tegenstelling zijn! Welke boodschap houdt men toch over als ze niet bij de persoonlijke redding en bekering begint?

In deze samenhang past het ook, dat niet duidelijk wordt of de schrijver nu het oog heeft op de industrie-arbeider-kerklid, of-niet-kerk-lid. De uiteindelijke tendens van het geschrift raakt vooral de laatste. De eerste wordt slechts in zoverre in het gezichtsveld betrokken als hij aan de laatste zijn dienst moet vervullen. Ik acht het niet duidelijk onderscheiden tussen deze beide een wezenlijk te kort.

Ambt en Instituut

Het is duidelijk, dat het instituut v. d. kerk er bij dr de Vries niet te best afkomt. Hij heeft er weinig sympathie voor, al weet hij tegelijk, dat het onmisbaar is. Het lijkt me bezijden de waarheid, dat de kerk op één lijn met andere instituten komt te staan, wanneer de dienst van de kerk als instituut uitgaat. Ik wil er niet voor pleiten, dat de ambtsdragers alleen deze taak moeten vervullen, en dat er daarbij geen werk zou zijn voor de gelovigen zelf. Dat is stellig wel het geval. Maar het instituut van de kerk wordt toch niet daardoor gelijk aan andere instituten, dat de ambtsdragers allen het werk doen? Ook het instituut hoort toch tot het eigene van de kerk en is opgenomen in dat grote geheel, dat de kerk tot iets anders maakt dan alle instituten van deze samenleving, omdat ze van de Here der kerk is! Ik zie hierin een miskenning van het institutionele aspekt van de kerk.

Keerzijde hiervan is weer, dat dr de Vries voor het bijzondere ambt allerlei taken reserveert, die me beslist niet tot zijn opdracht schijnen te behoren. Moet de kerk strijden voor al die zaken welke in hoofdstuk twee genoemd worden, b.v. hoe de industrie-arbeider zonder vrees en angst in zijn omgeving leven kan; of voor de bevordering van de integratie van de industrie-arbeider in de onderneming of moet zij bevorderen de sociale democratisering van de wereld van de industrie-arbeider? Ik noem maar enkele dingen. Het lijkt me ver buiten de taak van de taak in prediking en ambtelijke arbeid te liggen, dit van haar te vragen. Hier haalt men dooreen wat duidelijk onderscheiden moet worden.

In heel deze conceptie van dr de Vries zit nog een merkwaardige tegenstrijdigheid. Hij beweert, dat de mondigheid van het kerklid duidelijk uitgekomen is in de arbeid van de vakbeweging, maar tegelijk heft hij een klaagzang aan over het gebrek aan voorlichting en beinstrumentering van de industrie-arbeider door de kerk. Hoe is dit mogelijk? Waar is die mondigheid van de industrie-arbeider dan aan te danken? Heeft die zich ontwikkeld los van wat in de kerk gebeurde? En hoe moeten we dan de huidige situatie beoordelen, waarin de vakbeweging — naar het oordeel van de schrijver — juist meer naar het materiële overhelt en op de geestelijke aspekten te weinig de nadruk legt? Het is jammer, dat er zo weinig op deze fundamentele problemen wordt in gegaan.

Solidariteit.

Men vindt in dit boek een onkritisch gebruik van het woord solidariteit, zoals dat ook geschiedt in de apostolaatstheologie. Is Christus totaal solidair met de zondaar? Ja en neen! Ja, in zoverre Hij in alle schuld van de zondige mens wilde afdalen en die wilde dragen. Neen, inzoverre Hij een zondaar vernieuwt door zijn Geest. Daardoor worden de zijnen andere mensen, en kan men eenvoudig niet zeggen, dat Christus tegenover gelovigen precies zo staat als tegenover ongelovigen. Neen, ik bedoel niet, dat Hij ongelovigen niet tot bekering zou roepen. Dat doet Hij juist wel. Maar zijn volk heet in het Nieuwe Testament een ander volk-het is geheiligd. Dit onderscheid wordt miskend door de wijze waarop dr. de Vries over de solidariteit schrijft.

Ik ben van mening, dat de theologische onderbouw van dit boek beslist te kort schiet.

In verschillende praktische opmerkingen kan ik me vinden. Er zal meer aandacht gegeven moeten worden aan het element van de gemeenschap. Maar vanuit de miskenning van het bijzonder ambt en van het instituut der kerk komt er veel in de lucht te hangen. Op een steviger basis opgetrokken zou dit beter tot zijn recht komen. Het spijt me, dat ik niet positiever kan zijn in mijn oordeel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.