+ Meer informatie

Weinig animo voor historische verkiezingen op de Antillen

Stakende leerkrachten eisen alle aandacht voor zich op

6 minuten leestijd

WILLEMSTAD - Met uitzondering van St. Maarten, waar de aan de macht zijnde Democraten en de oppositie fel tegen elkaar van leer trekken, bestaat er op de overige vier eilanden van de Nederlandse Antillen niet veel animo voor de parlementsverkiezingen van aanstaande vrijdag. Óp het belangrijkste eiland, Curasao, trok de staking van de leerkrachten de afgelopen weken meer aandacht dan de verkiezingscampagne.

Toch gaat het om verkiezingen die van historisch belang zijn: het is wellicht de laatste keer dat op alle vijf de Antilliaanse eilanden wordt gestemd over een nieuw nationaal kabinet. Als gevolg van de te verwachten staatkundige veranderingen, die in de komende regeerperiode hun beslag moeten krijgen, wordt immers zowel het nationale parlement als het kabinet in de zeer nabije toekomst overbodig.



Dat de huidige structuur zal worden gewijzigd, staat vrijwel vast. Daar wordt door minister Hirsch Ballin (Antilliaanse en Arubaanse Zaken) op aangedrongen. Maar vooral de sterkere roep van de politieke partijen op Curasao om het eiland af te scheiden van de rest van de Antillen maakt dat ingrijpende wijzigingen in het huidige staatsbestel niet meer te vermijden zijn. Die wijzigingen zijn noodzakelijk geworden sinds Aruba in 1986 uit het Antilliaanse staatsverband stapte.



Oeverloos



Ondanks het feit dat er na 1986 diverse discussies over de staatkundige verhouding tussen de vijf Antilliaanse eilanden plaats hadden en er tal van lijvige rapporten over werden geschreven, is nooit overeenstemming bereikt over een nieuwe opzet van de Antillen-van-Vijf. Er werd oeverloos over het onderwerp gedebatteerd, elk eiland wilde een andere richting op, op geen van de vijf eilanden bestond zelfs unanieme overeenstemming over de weg, die de Antillen-zonder-Aruba op moesten gaan. Over één kwestie was men het wel eensgezind eens: de Antillen moesten niet onafhankelijk worden.



Nadat Claude Wathey twee jaar geleden plotseling aankondigde, dat het onder zijn leiding staande eiland St. Maarten onafhankelijk moest worden, hadden alle partijen er genoeg van, in het bijzonder Curasao, dat bergen werk had verzet om de herstructurering een feit te doen worden. Sindsdien is aan de herstructurering niets meer gedaan. Over de staatkundige herstructurering heerst op de Antillen overigens nog steeds een Babylonische spraakverwarring. De nieuwe Bonaireaanse groepering Paboso is de enige van de 18 politieke partijen die aan de verkiezingen meedoen. die de onafhankelijkheid van de Antillen-van-Vijf voorstaat. Die moet volgens Paboso echter pas tot stand komen als bij referendum een twee derde meerderheid van het Antilliaanse volk de onafhankelijkheid wenst en als daarna een voorbereidingsperiode in acht wordt genomen.



Provincie



Op Curacao staan drie van de zes partijen, die aan de verkiezingen meedoen, waaronder de grootste twee, de status aparte van dit eiland voor.



De nieuwe Curagaose partij Nos Patria wenst een opdeling van de Antillen in drieën; hiertoe zou, behalve de instelling van een apart Bovenwinds rijksdeel, aan Curagao en Bonaire de status aparte moeten worden toegekend. De pressiegroep Kousa Komun, die streeft naar hervormingen van het volgens haar niet-functionerende kiesstelsel, wil voor elk van de vijf Antilliaanse eilanden de status aparte. De drie maanden geleden opgerichte partij Pro-Provincie Antillen wil Curasao een provincie van Nederland doen worden en deelt de drie kleine Antilliaanse eilanden de rol van gemeenten toe.



Op het Bovenwindse eiland Saba wil de leidende politieke partij een directe band met Nederland. Op een ander Bovenwinds eiland, St. Eustatius, willen de politieke partijen niet onder één dak met Claude Wathey van de St. Maartense Democratische Partij en wijzen derhalve het plan van Hirsch Ballin eveneens radicaal af.



Eilandsraad



Het Antilliaanse parlement, dat het gehele volk van de Antillen vertegenwoordigt, telt 22 afgevaardigden. Sinds Aruba in 1986 de status aparte verkreeg, werd tussen de overige vijf eilanden een nieuwe verdeling van het aantal zetels in het Antilliaanse parlement, ook wel de Staten genoemd, van kracht.



Als grootste eiland levert Curasao ook het grootste aantal afgevaardigden, namelijk veertien. Bonaire en St. Maarten kregen elk drie zetels in de volksvertegenwoordiging toegewezen, Saba en St. Eustatius elk een.



Op Curasao, Bonaire en St. Maarten worden de volksvertegenwoordigers gekozen volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging. Op de twee kleinste eilanden, Saba en St. Eustatius, geldt het meerderheidsstelsel.



Naast het nationale parlement en de regering, die wordt gevormd door de gouverneur en de raad van ministers, heeft elk eiland tevens een bestuur, bestaande uit de eilandsraad, het bestuurscollege en de gezaghebber. Met tussenpozen van twee jaar wordt afwisselend het parlement en de eilandsraad gekozen. Een gevolg van de dubbele bestuurslaag is derhalve, dat de bevolking van de Antillen elke twee jaar naar de stembus moet.



Zowel regering als eilandsraad wordt voor vier jaar gekozen. Tussentijdse verkiezingen voor een nieuw parlement zijn mogelijk, voor de eilandsraad echter niet.



Machtsstrijd



Op Curasao is er van verkiezingskoorts nauwelijks sprake. „Dat is niet zo verwonderlijk", zegt een oud-politicus. „Het plaatje is goeddeels al ingevuld. Hier en daar kan het een zetel schelen, maar radicale verschuivingen van de politieke macht zijn niet te verwachten". De verkiezingen op Curasao worden ditmaal doorkruist door sociale onrust. Sinds 20 februari voeren de onderwijzers actie, vooral voor de gelijktrekking van de lonen van ongehuwden en alleenstaanden naar het peil van de gehuwde leerkrachten. Het is een kwestie, die niet alleen gevoelig ligt, maar ook verstrekkende gevolgen heeft. Beide overheden, zowel de regering als de eilandelijke besturen, hebben immers in de loop der jaren verzuimd de discrepantie in de lonen weg te werken. Als dit nu ineens moet gebeuren, kost dat per jaar tientallen miljoenen.  Op St. Maarten wordt een verbeten machtsstrijd gevoerd tussen de al bijna 40 jaar regerende Democratische Partij en de oppositie, de Patriotic Allliance, die voor het eerst de krachten gebundeld heeft. Hierdoor, maar vooral vanwege de steeds sterker wordende kritiek op het beleid van de Democraten, heeft de oppositie ditmaal een reële kans haar eerste parlementszetel te behalen. 

Hard werken


De Democratische Partij bezet nu alle drie voor St. Maarten bestemde zetels in de Staten. Zelfs als een zetel naar de oppositie gaat, wordt de invloedrijke positie van Claude Wathey aanmerkelijk verzwakt. „Het totale politieke plaatje van de Antillen verandert als de oppositie op St. Maarten wint", zegt een zakenman in Philipsburg.  Voor het eerst in haar bestaan moet de Democratische Partij hard werken om de oppositie in toom te houden. Er wordt daarom erg veel geld besteed aan propaganda, vooral op de televisie. Opvallend is echter, dat elke kandidaat van de Democratische Partij een eigen campagne voert en probeert zoveel mogelijk persoonlijke stemmen te vergaren. Van partijsolidariteit is helemaal geen sprake.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.