+ Meer informatie

ROSS-MEEUWEN aan de Hudsonbaai

Toendra's en taiga's rond Churchill zijn rijk aan vogels

4 minuten leestijd

Het toerisme in het voorjaar is voor het plaatsje Churchill aan de Hudsonbaai in Canada voor een groot deel afhankelijk van de Ross-meeuwen (Rossgulls), die sinds 1979 met enkele paren op de naburige toendra broeden. En omdat dit de enige bekende en bereikbare plaats op het Amerikaanse continent is waar deze vogels zich ophouden, trekken veel vogelaars uit de VS, maar ook uit Europa, ernaartoe.

De meertjes waar de Ross-meeuwen vanaf begin juni bijna dagelijks komen foerageren, liggen vlak achter de reusachtige graansilo's waaraan Churchill zijn bestaan te danken heeft. Het stof van het graan zorgt ervoor dat de meertjes bijzonder voedselrijk zijn, en dus aantrekkelijk voor allerlei vogels. Het is de enige plek waar men deze vogels rustig kan gadeslaan en fotograferen. Ook voor ons was de aanwezigheid van de meeuwen een van de redenen om in juni een bezoek aan het gebied aan de Hudsonbaai te brengen. Een meevaller was dat de Rossmeeuwen zo nu en dan hun baltsgedrag vertoonden. Het mannetje, dat in het begin een roseachtige gloed over z'n verenpak heeft, zwemt daarbij om het vrouwtje en verheft zo nu en dan zijn achterlijf uit het water omhoog.

IJsberen
Churchill ligt aan de mond van de Churchillrivier (genoemd naar een voorvader van Winston Churchill) en heeft ongeveer 800 inwoners. Ze bestaan van de graansilo's, de haven, het toerisme, de jacht en de visserij. Het plaatsje is alleen per trein vanuit Winnipeg (1690 km, 36 uur reizen) of per vliegtuig (3 1/2 uur) te bereiken. Churchill bezit een communitycentre met onder meer een gezondheidscentrum, een hospitaal, een school, een zwembad, een bibliotheek en een kantine. Het heeft verder een paar goede motels. Vooral in oktober en november is Churchill toeristisch in trek. Dan zwerven overal in de buurt ijsberen rond. Grote bussen op reusachtige wielen rijden dan naar plaatsen in de toendra waar beren zijn te bewonderen. Er is zelfs een ijsberengevangenis. Daar wil men ijsberen afleren in Churchill zelf te komen. Het weer was tijdens ons bezoek zeer wisselvallig. Mooie zonnige dagen en snijdend koude en winderige dagen, met temperaturen rondom het vriespunt, wisselden elkaar af. Bij warm weer belaagden horden muggen (midges) en vliegen (blackflies) onze huid op alle blote plekjes.

Subarctisch
Churchill diende voor ons niet alleen als uitvalsbasis om de Ross-meeuwen in ogenschouw te nemen. We wilden ook de subarctische omgeving verkennen. Op loopafstand van het plaatsje ligt, aan de mond van de Churchillrivier, de haven. Tussen de drijvende ijsschotsen zwemmen allerlei duikers (roodkeel- parelduikers) en ijseenden. Even voorbij de haven ligt Cape Merry, waar de rivier de Hudsonbaai in stroomt. Omdat de baai een flink getijdeverschil heeft, drijven bij opkomend en bij afgaand tij reusachtige ijsmassa's langs, richting Churchill of richting baai. Ook hier fourageren flinke aantallen vogels, zoals noordse sterns, die het ijs vaak als rustplaats gebruiken. De steeds wisselende luchten maken de voorbijdrijvende ijsschotsen, soms zo groot als een huis, nog spectaculairder. Bij laag water kun je tussen de gestrande ijsschotsen doorlopen. Slechts twee a drie maanden per jaar, in de zomer, kun je per schip via de Hudsonbaai (in 1610 ontdekt door Hudson) de Atlantische Oceaan onder Groenland bereiken. De rest van het jaar ligt er ijs.

Mostapijten
Om de wijde omgeving te kunnen verkennen hadden we een auto gehuurd. Er is rond Churchill 25 km geplaveide weg en zo'n 80 km verharde grindweg, zodat de actieradius beperkt is. Het is echter genoeg om een indruk te krijgen van de uitgestrektheid van dit deel van de wereld. De omgeving bestaat uit toendra's, met veel meren, en taiga's (naaldbossen), met een grote verscheidenheid aan dichte mostapijten. Deze mossen verhinderen dat de permafrost (altijd bevroren grond die zich onder de oppervlaktelaag bevindt) smelt. De toendra begint direct buiten Churchill. Ze biedt een rijke vegetatie met kortbloeiende lage planten en broedgelegenheid aan allerlei vogels. Wij vonden er nesten van een velduil, een goudplevier, een ons fel belagende kleine jager en verscheidene restanten van nesten van Canadese ganzen en sneeuwganzen. De ganzen hadden overal al jongen. Ze drukten zich als er mensen in de buurt kwamen of vluchtten met hun gouddonzige jongen een meer op. Hoewel er in de trektijk veel gejaagd wordt (we vonden overal patronen), zijn de meeste vogels in vergelijking met de Europese vogels vrij tam.

Zuivere lucht
Ook de naaldbossen (taiga), met sparren, larixen en dwergberken, herbergen vogels. We vonden er het dennenhoen (sprucegrouse), het sneeuwhoen, gaaien en haakbekken. Eenmaal in zo'n bos, moet je heel goed oppassen dat je de weg niet kwijtraakt. Het lijkt namelijk allemaal veel op elkaar en je hoort er haast niets. Prachtige mostapijten, waar je tot je enkels in wegzacht, bedekken de grond en ook de bomen hangen vol met mossen, een teken dat de lucht er erg zuiver is. Toen we weer in het vliegtuig zaten en boven de onafzienbare en bijna ongerepte vlakte met de duizenden glinsterende meertjes vlogen, op weg naar het overvolle en drukke westen van ons land, voelden we ons wel wat weemoedig. Maar er permanent wonen, nou, nee, dat toch niet!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.