+ Meer informatie

Een getuigenis

6 minuten leestijd

2. Gewaardeerd verzet

We hebben reeds enkele opmerkingen gemaakt over het getuigenis, dat door vooraanstaande figuren uit de Nederlandse Hervormde Kerk verzonden is. Dit stuk heeft inmiddels zoveel bekendheid verkregen - en zoveel beroering verwekt -, dat het niet nodig is om het nader aan te duiden. In vele dag- en weekbladen is er over geschreven. Vele duizenden hebben het opgevraagd tot eigen bezit of om door te geven aan anderen. Zeer veel sympathie-betuigingen zijn ontvangen op het adres van de opstellers. Vooral in de kringen van de Gereformeerde Bond heeft men met instemming dit getuigenis begroet en begeleid, hoewel een enkele kritische stem niet heeft ontbroken. We komen in een ander artikel wellicht op deze kritiek terug. In bredere kring heeft van een andere zijde de critiek geklonken. Uiteraard was deze het meest afkomstig van hen die hun portret door de inhoud van het getuigenis getekend zagen. Het viel daarbij op, dat de tegenstanders graag spreken van overdrijving en vertekening van de toestand. Als je hen geloven mag, zou het zo’n vaart nog niet lopen met de invloed van de moderne theologie in de Hervormde Kerk. Zoals gewoonlijk verkleint men het verval om daarmee tegelijkertijd eigen afdwalingen als niets voor te stellen. Het valt nooit mee eigen ongelijk te bekennen.

Nu willen we graag tot een nadere bespreking komen van dit getuigenis. Daarbij laten we ons niet leiden door de grote aandacht, die er aan besteed wordt. Het is niet ongewoon in onze tijd veel drukte te maken over een bepaalde zaak, terwijl daarna de hele zaak weer in de doofpot gaat. Het gaat ons om het belang van het stuk zelf. De vorige keer hebben we aan het einde van ons artikel aangegeven in welke richting onze bespreking zal gaan. We stelden toen de vraag: Is dit het getuigenis, dat we nodig hebben in 1971? Wellicht heeft deze en gene gedacht, dat we met die vraag gelijk al onze kritiek lieten horen. Dat was onze bedoeling niet. Vanuit die vraag willen we wel proberen te komen tot een eerlijke bespreking. We doen dan ook recht aan de bedoeling der opstellers.

Het is niet moeilijk uit het stuk zelf aan te wijzen, dat het wil spreken in onze tijd. Direct al in het begin is dat overduidelijk. De aanhef spreekt van de „huidige” geestelijke verwarring. Even verder wordt geschreven van „deze” jaren. We kunnen in dit verband ook denken aan deze passage „Het is overduidelijk dat de huidige kerkelijke crisis een geloofscrisis is en het wordt met de dag duidelijker, dat de veranderingen in theologie en prediking een volledige breuk met het verleden der Kerk kunnen gaan betekenen, gesteld dat het mogelijk zou zijn”. Heel duidelijk dient dit getuigenis zich aan als tegen wat zich in onze tijd aandient tegen het oude belijden.

Een eerlijke beoordeling moet dan zeker waarderen het verzet tegen de geest van deze tijd, dat in geheel dit stuk aanwezig is. Allereerst is hier de toon van het geschrift, die regelrecht ingaat tegen de geest van de tijd. In alle bewogenheid wordt toch zonder omwegen gesproken. De benadering van de dingen gebeurt niet heel omzichtig. In onze tijd bemint men de duidelijkheid niet, vooral niet als het verval wordt aangewezen. Graag bedient men zich van de uitdrukking „ergens”. Vaak blijkt het dan dat we met ergensmensen nergens terechtkomen. Ook is het mode om in kerkelijke stukken veel te spreken van „enerzijds” en „anderzijds”. We zeggen daar in alle gevallen geen kwaad van, maar menigmaal dient deze stijl om de waarheid in het midden te laten. Van deze manier van spreken is hier niets te vinden. En dat alleen kan al weldadig aandoen. Waardigheid is een goede zaak ook in de strijd, maar van geen getuigenis kan kracht uit gaan als er niet duidelijk en ronduit gesproken wordt. Het gaat om de ontmoeting in het strijdperk en niet in de salon.

Het verzet tegen de tijdgeest blijkt ook uit de inhoud... Ook daarvan kunnen we zeggen, dat het één protest is tegen de doorwerking van de moderne theologie. De schrijvers zijn niet bang om daarin ook krachtige woorden te gebruiken. Zij spreken onomwonden van een hoogmoedige en onverdraagzame mentaliteit, waardoor het Evangelie verbasterd wordt tot een puur aardse verwachting. En een wel heel sprekend voorbeeld van het verzet tegen de tijdgeest is te vinden in het gedeelte dat spreekt over het onrecht in deze wereld en de maatschappij. Het is bekend dat het tegenwoordig „in” is om het onrecht in de samenleving op de kansel te brengen. In de ontvangst ter synode - en tevoren al in de pers - is het wel goed uitgekomen, hoezeer of deze prediking hoogtij viert, die het Woord van God verwisseld heeft voor wat opmerkingen over Vietnam of Zuid-Afrika, zonder dat het enige nodige wordt bekendgemaakt. Tot vervelends toe moeten de hoorders dergelijke dingen aanhoren. Met het begrijpelijke gevolg, dat men zijn heil elders gaat zoeken. In dat opzicht zij de leegstromende kerken geen probleem. Graag beroepen de predikers tegen het onrecht in de samenleving zich op de profeten van het Oude Testament. Vooral de profeet Amos heeft hun speciale voorliefde. Voor de opstellers is dit geen vreemde zaak. Ze laten ook in dat opzicht een helder geluid horen: „Wel klinkt in de Bijbel het protest tegen duidelijk aanwijsbaar onrecht in de samenleving, maar steeds in verband met de innerlijke verhouding tot God en de mede-mens in geloof en bekering. Men kan Amos 8 niet lezen zonder ook te luisteren naar Amos 4.” In Amos 8 wordt inderdaad door de profeet gewezen op de onrechtmatige verrijking van hen, die de nooddruftigen opslokken. Maar terecht wordt door dit getuigenis geprotesteerd tegen het misbruik van een dergelijke schriftplaats door de onrechtbestrijders van vandaag. Ze gaan voorbij aan Amos 4, waarin de Heere de onbekeerlijkheid van Israël als de oorzaak van alles openbaart.

Het is niet moeilijk om nog verder uit de inhoud van het getuigenis aanhalingen te doen, die blijk geven van een sterk verzet tegen wat vandaag al meer en meer de toon aan gaat geven. Wij doen het niet. Feitelijk is het geheel één afwijzing van de horizontalistische instelling van deze tijd.

In dit verband is het sprekend dat de schrijvers dit stuk naar de Hervormde Synode gestuurd hebben om behandeld te worden. Wij weten ondertussen al dat dit gebeurd is. Ook daarop hopen we terug te komen. Het gaat er ons nu om dat ze zich niet met een kluitje in het riet wilden laten sturen. Men wist het wel, dat in onze dagen het gesprek in de mode is. Zo wordt de waarheid bij voorbaat uitgeschakeld en de dwaling veilig gesteld. Met kracht werd van tevoren gesteld: geen praatstuk maar een getuigenis tegen de moderne theologie, dat behandeld moet worden. U zult het verstaan, dat er daarom in dit getuigens veel is dat aanspreekt. Er ligt voor ons ook onderwijs in om te waken tegen de gevaren, die overal zo dichtbij zijn. Niemand behoeft zich te verhovaardigen op het kerkelijk erf.

Toch zijn we nog niet klaar met de beantwoording van de vraag, die we gesteld hebben. Daarover een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.