+ Meer informatie

Moreel niveau gevraagd! Op welke basis?

5 minuten leestijd

Op een onderwijscongres van de PvdA zei minis ter Ritzen onlangs dat de school zich in de jaren negentig niet alleen moet gaan bezighouden met het doorgeven van kennis en vaardigheden, maar ook met het doorgeven van normen en waarden. Dat is een hoogst merkwaardige uitspraak. Althans, als we haar bezien in het licht van wat tientallen jaren lang gezegd is. Nu gebeurt wat altijd werd afgewezen: de staat treedt weer op als zedenmeester! Maar in het licht van de huidige alarmerende ontwikkeling is de hartekreet van minister Ritzen helemaal niet merkwaardig. Ik noem ter illustratie slechts enkele feiten. Onderzoek op een aantal mavo-scholen bracht aan het licht dat vele scholen een broedplaats van kleine criminaliteit zijn: een ontstellend groot deel van de leerlingen bleek zich o. a. wel eens schuldig te maken aan winkeldiefstal. En onlangs besloten docenten van een middelbare school of hboinstelling tijdens een werkweek te weigeren de verantwoordelijkheid voor de rest van de week te dragen, omdat de leerlingen na een nacht "feestvieren" in de stad 's morgens niet bereid waren hun bed te verlaten om hun medewerking te geven aan het voor die dag opgestelde programma.

Blij zijn?
Mogen we nu blij zijn dat de minister eindelijk recht gesproken heeft? Zou het tij keren? De minister stelt als eis aan toekomstige leerkrachten dat ze naast voldoende kennis en vaardigheid ook een hoog moreel niveau hebben. Zulke leerkrachten, zo verwacht hij, kunnen de leerlingen weer fatsoens- en omgangsnormen bijbrengen. Ik vrees echter dat de minister zich schromelijk vergist. Dat men de put dempt, nu het kalf verdronken is. Ja zelfs dat men de put niet werkelijk dempt. Toen ik het verslag van het congres las, kwam iets in me op dat ik in militaire dienst heb gehoord. Er was vroeger zoiets als een rouwpas: bij een militaire begrafenis liep men telkens twee stappen vooruit en één stap achteruit. Zo vrees ik dat de huidige ontwikkeling zich onherroepelijk zal doorzetten. Niet in de goede richting, maar in de verkeerde.

Geen fundament
Waarom zo pessimistisch? Wel, omdat het fundament onder Ritzens opmerking ontbreekt. Stel dat het al lukt leerkrachten te krijgen van een hoog moreel niveau. Maar zullen die leerkrachten voldoende uitstralen om de verwoestende krachten te bedwingen van onze moderne cultuur, die gekenmerkt wordt door ikzucht en genotzucht? Fatsoens- en omgangsnormen die alleen een wat veredeld egoïsme ("Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet'') tot fundament hebben, houden het in deze tijd niet. Evenmin als de steeds meer van haar christelijke wortels losgeraakte burgerlijke moraal bestand was tegen de in de jaren zestig losgebroken crisis. Ook de zeer recent door CDA-minister Hirsch Ballin uitgesproken wens dat de kerken hun leden weer moeten oproepen tot burgerzin, snijdt geen hout, naar we vrezen.

Overheidstaak
Typerend in het betoog van Ritzen was dat hij een mogelijkheid en een taak zag voor het onderwijs, nu de invloed van de traditionele kaders van gezinnen en kerken aan het afnemen is. Merkwaardig is hierbij dat hij de maatschappij en de als eerste daarvoor verantwoordelijke, de overheid, niet noemde. Pas als de overheid weer haar taak als dienares Gods verstaat en schuld belijdt aan de verzieking van de maatschappij, is er verwachting. Dan pas zal ze ook haar taak ten aanzien van de kerk kunnen verstaan. Dan zullen Ritzen en Hirsch Ballin de kerk kunnen en mogen vragen het enige te doen wat de kerk staat te doen: overheid en onderdanen terug te roepen tot het houden van al Gods geboden. Dan pas krijgt de opvoedende taak van het onderwijs — niet plaatsvervangend, maar aanvullend— een fundament en ruimte. Dan pas zal aan de verwoestende krachten in de samenleving een werkelijk halt worden toegeroepen. Dan mag de overheid van de kerk vragen niet alleen aandacht te hebben voor de eerste tafel van de wet, maar ook voor de tweede tafel: aandacht voor samenlevingsvragen en voor sociale gerechtigheid. Maar dan zal er in wetgeving en beleid ook heel wat moeten veranderen. Maar dan zal er ook zegen verwacht mogen worden. De Heilige Schrift is vol van oordelen over een volk en een samenleving die zich afwenden van Gods geboden. Maar ook vol van beloften voor hen die daartoe terugkeren!

Nood
Intussen is het zinvol ons af te vragen wat dit alles ons te zeggen heeft in de kleine kring van gezin en school waarin wij leven en werken. Pessimisme ten aanzien van de samenleving in het groot behoeft niet te leiden tot defaitisme, tot een gevoel van zinloosheid van al ons handelen. De christelijke kerk aan het begin van onze jaartelling stond in een misschien veel meer verworden samenleving dan de onze. Toch benam haar dit niet alle moed. Tegenover de machtsaanspraken van de Romeinse keizers —die vele christenen het leven kostten! - beleed ze dat haar Heere dè Kurios is: Degene Die alle macht heeft in hemel èn op aarde. Die Heere is ook nu nog de Kurios. Deze belijdenis alleen kan moed en troost geven, ook in deze tijd. Dan mogen we zaaien zonder ons te laten afschrikken door de wind of de storm. Maar dit zal dan wel een belijdenis van het hart moeten zijn. En misschien moeten we nu wel zeggen dat de nood van eigen kring net zo groot is als de nood in de wereld. Wie in onderwijs of ambtelijk werk veel omgaat met jonge mensen, weet dat ook onder ons steeds meer jonge mensen gedesintegreerd raken, het stuur kwijtzijn, "hetnietmeer zien zitten". Komt dit niet mede doordat ze in eigen kring zo weinig identificatiefiguren hebben, ouders en leerkrachten die hun de vreze des Heeren voorhouden en voodeven, aan wie ze zich kunnen spiegelen en optrekken? Het is te vrezen dat een godsdienstigheid en een rechtzinnigheid die niet wortelen in de vreze des Heeren evenmin bestand zijn tegen de nood van de tijd als een burgerlijke moraal die niet geworteld is in de Wet Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.