+ Meer informatie

DE GENERALE SYNODE VAN 1992

15 minuten leestijd

Inleiding

Onlangs sprak ik iemand die toen nog lid was van een Chr.Ger. Kerk, maar nu niet meer, omdat ze zich aansloot bij een evangelische gemeente. Ze had veel kritiek op onze kerken, met name ook op de generate synode. Volgens haar bestaat de generate synode vooral uit een stel dominées die de zaken regelen naar eigen inzicht, zonder dat er echt gerekend wordt met het Woord van God. Het lukte mij niet om haar ervan te overtuigen dat dit een volstrekt verkeerd beeld van een synode is. Zo’n beeld hebben sommigen blijkbaar wel (gekregen). Ik vrees dat velen die niet zo’n vertekend beeld van een synode hebben, er toch een verkeerd beeld van hebben. Ik vermoed dat dat zelfs sommige ambtsdragers geldt. Daarbij is het de vraag in hoeverre synoden zelf een verkeerd beeld hebben opgeroepen. Daarom is het goed om in dit nummer van Ambtelijk Contact dat vlak voor de generale synode van 1992 verschijnt een artikel over de generate synode te schrijven ter informatie en bezinning.

De synode is een corset

In zijn boek “Kinderen van één moeder”, waarin het gaat om Calvijns visie op de kerk, vergelijkt prof.dr. C. Graafland de synode met een corset. Voor Calvijn zijn een landelijk kerkverband en een synode niet onbelangrijk, maar het gaat hem bovenal om (de verkondiging van) het Woord. Waar het Woord is, is de kerk. Dat is het criterium voor de kerk. Daarom legt Calvijn alle nadruk op de (verkondiging van het Woord in de) plaatselijke gemeente. Een landelijk verband en een synode dienen te leiden tot een dieper en beter verstaan van de Heilige Schrift, om sémen de liefde van Christus te kennen die alle kennis te boven gaat. Alle synodale arbeid moet aan dat grote doel dienstbaar zijn. Alte besluiten die genomen worden, dienen aan de Heilige Schrift getoetst te worden. Ze moeten met Gods Woord overeenstemmen en tot heil van de gemeente zijn. Ze zullen alleen tot heil van de gemeente zijn als ze met Gods Woord overeenstemmen.. Daarbij dient beseft dat de eigenlijke beslissingen niet op een synode vallen, maar daar waar het Woord verkondigd wordt.

Deze visie van Calvijn op synoden lijkt me Schriftuurlijk en vruchtbaar met het oog op de aanstaande generale synode. Niet alleen voor ambtsdragers en andere leden van de gemeente, maar vooral ook voor de afgevaardigden. Niet alleen hoe we tegen de synode moeten aankijken, maar vooral ook hoe de afgevaardigden hun werk ter synode moeten doen. Het gaat in dat werk om de Here, om (de verkondiging van) Zijn Woord, om Zijn gemeente. Daarom kan het er op een synode nooit om gaan om te heersen, om eigen mening op te dringen en eigen zin door te drijven. Het gaat er om - sémen - de Here te dienen, om, door de verkondiging van het evangelie, Zijn gemeente(n) te dienen. Als een synode in die gezindheid werkt, is ze als een corset in de goede zin van het woord. Zoals een corset aan het lichaam steun geeft, kan ook een synode voor de kerken tot steun zijn. Een corset kan echter ook knellen. Zo kan ook een synode een hindernis zijn om het lichaam van de kerk goed te doen funetioneren. Dat gevaar is niet denkbeeidig. In onze tijd is het trouwens ook zo dat mensen al spoedig iets als knellend ervaren. Daarbij komt ook nog dat wat de één een knellend juk vindt, de ander helemaal niet als knellend ervaart. Met die verschillen zullen we op de generale synode ongetwijfeld te maken krijgen. En niet alleen met die verschillen. Dat is niet zo erg, als alle broeders maar buigen onder het Woord van God, door de Here zich laten gezeggen en door Zijn Geest zich laten leiden. Als er maar veel gebed is op en voor de synode. Op het gebed wil de Here Zijn zegen over de vergaderingen geven en wil Hij de synode tot een zegen voor de kerken doen zijn. Hij wil Zijn kerk zegenen, want Hij heeft beloofd met haar te zijn tot aan de voleinding der wereld. Dat woord is vol bemoediging, maar bemoedigt lang niet altijd. Want wij leven in een bezeten wereld en de kerken worden lang niet altijd en alleen door de Heilige Geest bezield. Er is veel verwarring en strijd, veel onheilig vuur en doodsheid. Hoe kunnen we zo kerk zijn? Hoe moeten we in 1992 onze generale synode houden?

De situatie in de wereld

We leven in een wereld vol oorlog en honger, vol ongerechtigheid en haat. In die zee van ellende lijkt het alsof wij op een schateiland leven. Toch is dat meer schijn dan werkelijkheid. In toenemende mate worden we bij het hele wereldgebeuren betrokken. Niet alleen omdat we direct van alle catastrofen op de hoogte zijn. Daardoor dreigen we juist voor rampen afgestompt te raken. De ernst en eilende van een dergelijke afstomping moeten we niet onderschatten. Maar ook blijkt steeds meer hoe nauw alles in de wereld met elkaar samenhangt. Een ramp blijft steeds minder beperkt tot een bepaald gebied, maar heeft een wijde weerslag. We leven in een apocalyptische tijd, waarin maar heel weinig vaststaat. Het is de vraag of we daar diep genoeg van doordrongen zijn. Soms lijkt het alsof het ons nauwelijks raakt. We hebben het zo druk met ons werk en besteden zoveel tijd aan ontspanning dat we er nauwelijks aan toekomen om ons bezig te houden met de situatie in de wereld. Terwijl het toch juist de kerk is aan wie God Zijn Woord heeft toevertrouwd, dat Woord waarin profetisch onze tijd doorlicht wordt. Gods Woord wijst richting. Het spreekt over de komst van Gods Koninkrijk. Dwars door de weeën van onze tijd heen breekt dat Koninkrijk zich baan. Wie dat gelooft, gelooft in Hern, Die de Koning van het Rijk is en zal daaruit leven en daarvan spreken. Een kerk die werkelijk kerk is, zal als een licht in het duister schijnen, getuigen van dat licht. Dat zal ook doorklinken op haar synodale vergaderingen. Het is de vraag of dat op onze synode(n) voldoende doorklinkt. Ook al is het de bedoeling dat op de synode kerkelijke zaken op kerkelijke wijze behandeld zullen worden, dan zal toch moeten doorklinken in welke tijd wij leven. In onze tijd zal de synode een getuigenis moeten zijn. De kerk moet getuigen van haar Heiland en Here.

De situatie in eigen land

Economisch is de situatie in eigen land veel beter dan in de meeste delen van de wereld. Dat betekent niet dat het goed met ons gaat. We leven in een gecompliceerde maatschappij en een verwarde tijd. Velen kunnen het tempo niet bijhouden. Ze kunnen niet tegen alle Problemen op. Ze kunnen het leven niet aan. Dat komt vooral ook omdat velen de zin van het leven niet zien. Waar leven we eigenlijk voor? We kunnen wel eten en drinken, maar dat betekent nog niet dat we vrolijk zijn. We kunnen wel eigen baas speien en Gods geboden negeren en overtreden, maar ook dat brengt geen geluk. Maar wat dan wel? Wie kan het verteilen? Moet de mens van 1992 letten op wat er op onze generale synode gebeurt, luisteren naar de kerk? Kent de kerk de waarheid wel? En de andere godsdiensten dan, de islam bijvoorbeeld? Heeft de islam ook Abraham niet tot vader en dient zij ook God niet? Als (alleen) de kerk de waarheid kent, welke kerk kent dan de waarheid (het best)? Kennen wij de waarheid? Blijkt dat, doordat we uit de waarheid leven? Hoe komt het dan dat onze kerken kleiner worden? Dat het bijna met alle kerken zo gaat? Is dat uit vijandschap tegen de waarheid of wordt het Woord niet bewaard? Gebeurt dat wel of beter in (evangelische) gemeenten die groeien? Of kan daar een andere verklaring voor gegeven worden? Betekenen volle kerken, buiten en binnen ons kerkverband, altijd geestelijke groei? Zijn lege kerken niet altijd een teken van armoe, een teken dat de volle raad Gods niet meer verkondigd wordt? Zijn theologen niet bezig om het Woord Gods zo voor de mens van vandaag te vertolken dat er geen boodschap van Godswege meer overblijft? Wat is ons antwoord daarop? Hoe proberen wij de mens van 1992 met Gods Woord te bereiken? Hoe functioneert Gods Woord in ons eigen (kerkelijk) leven? En de belijdenis? Zien we dat ook anderen op de grondslag van Schrift en belijdenis willen staan? Zien we alleen of vooral de verschillen met hen of zien we ook en vooral de overeenkomst?

Deze vragen zouden met vele vermenigvuldigd kunnen worden, maar geven een indruk van de Problemen waarvoor we in deze tijd staan. Dat klinkt ook door op de synode bij de behandeling van verschwende rapporten. Toch is het mijn indruk dat we deze vragen niet ernstig genoeg nemen; niet genoeg doordrongen zijn van de ernst van de situatie. Anders gezegd, we leven niet genoeg van de genade van de Here en als burgers van Zijn Koninkrijk. We zijn niet genoeg kerk. Dat blijkt niet hieruit dat we geen antwoord kunnen geven op alle vragen. Het blijkt uit alle verdeeldheid en verwarring, gebrek aan eenheid en liefde binnen onze kerken. Er zijn groepen en partijen. En een ieder acht zichzelf uitnemender dan de ander, is overtuigd van eigen gelijk. Anderen worden aansprakelijk gesteld voor wat verkeerd is. Zelden of nooit ontmoet ik iemand die schuld zoekt bij zichzelf. In onze kerken wordt wel veel over schuld en zonde gesproken, maar de vraag is of we de inhoud van deze woorden nog kennen. Wie de inhoud kent, wordt ootmoedig voor God.

Waar is de ootmoed?

Er wordt veel over elkaar gesproken, maar er is weinig echt gesprek met elkaar. Er is waarschijnlijk weinig gebed voor elkaar. We menen elkaar te kennen en menen bij voorbaat te weten dat wij gelijk hebben. Wie in zo’n gezindheid naar de generale synode gaat, mag niet verwachten dat hij tot zegen van de kerken bezig is. Ook niet als hij overwinningen weet te behalen, met geestverwanten. Het gaat erom dat alle afgevaardigden Geestverwanten zijn, vergaderen in de gezindheid van Christus. Het gaat erom dat er in die gezindheid met de generale synode wordt meegeleefd en voor alle afgevaardigden wordt gebeden.

Soms hoor je zeggen dat het een moeilijke synode zal worden, omdat er in de samensprekingen met de Nederlands Gereformeerde en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) beslissingen moeten vallen; omdat het jeugdwerk op een cruciaal punt aangeland zou zijn. Vanuit deze optiek worden over deze en andere zaken allerlei voorbeschouwingen gehouden. Hoe begrijpelijk dat is, het lijkt me niet juist. Het kan de bespreking over deze zaken onnoclig moeilijk maken. Bovendien is het beschamend dat er op zulke wezenlijke punten niet meer overeenstemming onder ons is. Wie zijn wij eigenlijk? Wij zijn van 1834 en 1892.

Synode in 1992

Honderd jaar geleden gingen de christelijk gereformeerden niet met de Vereniging tussen Afgescheidenen en Dolerenden mee. We hadden daar goede redenen voor. We menen nog steeds dat het een verantwoorde beslissing was. Maar hoe is het verder gegaan? Zijn we, bij alle veranderingen, dezelfde gebleven? Waarin zijn we veranderd? Liggen die in de lijn van 1892 of zijn we daarvan afgebogen? Als dat zo zou zijn in welk opzicht en waarom? Dat zijn vragen die op de generale synode - op de achtergrond - ongetwijfeld zullen meespelen, vragen waarop in onze kerken geen eenstemmig antwoord wordt gegeven, vragen waarvoor bij velen geen belangstelling bestaat, omdat men niet meer) uit volle overtuiging christe-lijkgereformeerd is; sommigen omdat ze lauwe christenen zijn, anderen omdat zij menen dat het niet belangrijk is van welke kerk men lid is.

Bij al die vragen, verscheidenheid en vaagheid is het goed te bedenken dat het in onze kerken altijd ging om de vreze des Heren, de verborgen omgang met God, dat de Heilige Geest ons toeëigent wat we in Christus hebben. Het gaat erom heel persoonlijk zondag 1 van de Heidelberger te kunnen beamen. Dan ben je christelijk-gereformeerd. Dan ken je het leven met de Here. Je mag verwachten dat de afgevaardigden naar de synode dat leven kennen; dat ze vervuld zijn van verlangen om de Here en Zijn kerk te dienen. Zo kan het voor de broeders een zegen zijn elkaar te ontmoeten. Zo is het een zegen voor de kerken als er een generale synode gehouden wordt. Dan is het geen vergadering waarop een aantal heren de dienst uitmaken, naar eigen inzicht aan de kerken regels opleggen die een knellend corset zijn, maar een vergadering die bedoeld is om de kerken te steunen, om ze bij het Woord te bewaren, om de verkondiging van het Woord blijvend mogelijk te maken. Want alleen daaraan hebben de kerken hun (voort)bestaan te danken.

De agenda

Hoewel in het voorgaande enkele zaken die aan de orde komen, al zijn genoemd, lijkt het me goed iets meer te zeggen over de agenda en de gang van zaken op de synode.

Op donderdag 10 September wordt om 19.30 uur in de Barnabaskerk te Apeldoorn een bidstond gehouden, geleid door ds. M.C. Tanis, de voorzitter van de vorige generale synode. Op vrijdag 11 September komt de synode voor het eerst in vergadering bijeen. Na de opening door de voorzitter van de roepende kerk, ds. CA. den Hertog, wordt het moderamen gekozen: een praeses, twee scriba’s en een assessor. Het moderamen verdeelt alle afgevaardigden in commissies. Elke commissie krijgt een aantal stukken om die te bespreken en aan de synode voorstellen te doen hoe die afgehandeld moeten worden. Gepland is dat de gezamenlijke behandeling van de stukken zal plaatsvinden in week 40, 43 en 46.

Er zijn vier soorten stukken, de punten 8, 9, 10 en 11 van de agenda. Bij punt 8 komen de instructies aan de orde, zes deze keer. Een instructie is door een gemeente bij een classis ingediend; de classis heeft haar doorgezonden naar de particuliere synode, die haar heeft doorgezonden naar de generale synode. In een instructie wordt gevraagd om een regeling te treffen die voor het geheel van de kerken van belang is. Zo vraagt de particuliere synode van het Westen om aan artikel 6 van de kerkorde toe te voegen dat voor bijzondere arbeid, zoals bedoeld in artikel 6, een kerkeraad ook een kandidaat die in de kerken beroepbaar gesteld is, kan beroepen. De instructie is voorzien van een uitvoerige toelichting.

Punt 9 van de agenda behelst 33 rapporten. in die rapporten wordt versiag gedaan van heel veel arbeid in en door de kerken geschied en van de plannen voor de toekomst. De generale synode heeft opdracht tot die arbeid gegeven. Zij beoordeelt of haar opdracht goed uitgevoerd is en of de plannen voor de toekomst haar goedkeuring kunnen wegdragen. Ze geeft opdracht om het werk voort te zetten (of te stoppen). Dikwijls geeft ze ook nieuwe opdrachten opdat de verkondiging van het evangelie in en door de kerk voortgang hebbe.

Laat ik enkele rapporten noemen, zonder daarmee aan andere tekort te willen doen. Van groot belang zijn de rapporten die de Theologische Universiteit betreffen, omdat daar de dienaren des Woords worden opgeleid. Een aantal rapporten gaan over het werk in de kerken, zoals dat van deputaten voor het contact met de kerkjeugd. Andere gaan over het werk dat de kerken naar buiten doen, zoals evangelieverkondiging onder Israël, zending, evangelisatie, Adma en hulpverlening in binnen- en buitenland. Zeer omvangrijk is het rapport van de deputaten voor eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland en de correspondence met buitenlandse kerken. Dit rapport zal ongetwijfeld veel aandacht krijgen. Dat is ook nodig, als het maar niet in mindering komt op alle andere belangrijke arbeid die gedaan wordt. Als we er maar van doordrongen zijn dat het er in alle arbeid om moet gaan dat we kerk zijn. Het gaat erom te leven in de enigheid van het ware geloof. Dat geloof overwint de wereld. Het kan bergen verzetten, ook bergen synoderapporten. De synode moet bij punt 10 twaalf ingekomen stukken behandelen. Het zijn o.a. afschriften van brieven van het moderamen van de vorige generale synode, een schrijven van de generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en een schrijven van de landelijke vergadering van de Ned.Ger. Kerken.

Tenslotte zijn er zeven bezwaarschriften die als punt 11 op de agenda staan.

Na de behandeling van al deze stukken volgen de benoemingen voor het werk van de kornende drie jaar. Zo wil de generale synode voortgang geven aan ons kerkelijke leven. Het gaat om de onbelemmerde voortgang van het evangelie in en door de kerken. Het is de bedoeling dat de generale synode daaraan haar bijdrage levert. Als ze daar niet of nauwelijks in slaagt, ligt dat aan de afgevaardigden. Dan ligt het aan de kerken. Een synode is een afspiegeling van de kerken. Heerszucht en verdeeldheid in de kerken betekenen heerszucht en verdeeldheid op de synode. Geestelijke lauwheid en gebrek aan broederliefde werken door. Als de vreze des Heren gemist wordt, kan de generale synode niet tot zegen zijn.

We moeten trouwens als kerken niet op de synode zien of die tot zegen zal zijn. We moeten zien op de Here. Alleen Hij kan ons zegenen. We moeten zien op onszelf. leder moet op zichzelf zien, in ootmoed tot de Here gaan, Hem niet laten gaan voor Hij Zijn zegen geeft. In de weg van het gebed mogen we zegen van de Here verwachten. Dan mogen we verwachten dat Hij de afgevaardigden naar de generale synode met Zijn Geest bezielt en leidt, dat Hij hen zegent om tot een zegen te zijn. Dan mogen we verwachten dat Hij de generale synode van 1992 tot een zegen stelt voor de kerken, opdat de verkondiging van Zijn Woord voortgang mag vinden. Alleen aan Hem de eer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.