+ Meer informatie

HET LIED IN DE EREDIENST

7 minuten leestijd

13

Is de nieuwe berijming een verbetering? 5.

Wanneer er een gesprek is over de nieuwe berijming, dan wordt ook de opmerking gemaakt: voor onze jeugd is het noodzakelijk, dat er een nieuwe berijming komt. Onze taal is een levende taal en de jeugd van vandaag verstaat en begrijpt alleen maar het „nederlands” van heden. Nu wordt dit wel eens sterk overdreven. Ons taalgebruik is sinds 1945 wel enigszins gewijzigd, maar niet zo geweldig, dat er een grote tegenstelling is tussen vóór en na de oorlog. Wanneer we letten op de psalmberijming van 1773, dan komen daar zeker uitdrukkingen in voor, die niet begrepen worden of verkeerd geïnterpreteerd zouden kunnen worden. Echter moeten we niet menen, dat daarom die berijming niet meer te gebruiken is. Om archaïstische woorden of uitdrukkingen mag die berijming niet afgewezen worden. Die woorden treffen we zelfs aan in de nieuwe berijming. In een vorig artikel hebben we er enkele genoemd. De taalkundige argumenten, hoe belangrijk ook, mogen niet op de eerste plaats gesteld worden. Primair is de beoordeling van de mate van overeenstemming met de onberijmde tekst.Een berijming van de psalmen staat of valt met de mate van haar overeenstemming met de onberijmde tekst. Dit laat in de nieuwe berijming nog wel eens te wensen over. Met voorbeelden hebben we dit aangetoond. Ook valt het ons op, dat de sterke bewogenheid van de psalmist in tijden van strijd en twijfel gemist wordt. Over het algemeen ontdekken we dit meer in de berijming van 1773.

Ook zijn er woorden, die tot het karakteristieke bijbelse taaleigen behoren en deze komen niet geheel of slechts maar gedeeltelijk tot hun recht. Hoevele malen komt het woord „goedertierenheid” niet voor in het boek der psalmen en in de berijming treffen we het maar een enkele keer aan. Hier hebben we een symptoom van de geest van onze tijd. Een spoor van onze tijd ontdekken we ook in de nieuwe berijming. Het „eigentijdse” mogen we niet voorbij zien. Nu moet inderdaad de prediking gebracht en het lied gezongen worden m een verstaanbare taal. Dit is geboden. Dit is eis. Echter kunnen en mogen nimmer bepaalde typisch bijbelse woorden en uitdrukkingen gemist worden. Woorden en uitdrukkingen, die de mens van vandaag niet meer kent en die in zijn denkschema niet passen, maar die het wezen van het Woord het Evangelie uitmaken en niet weggelaten kunnen worden, zonder het Woord, het Evangelie te verminderen en van de kracht die het bevat, te beroven. Woorden en uitdrukkingen die ook niet door andere te vervangen zijn en die, gezien de heel andere denkwereld van de hedendaagse mens, niet in zijn taal te omschrijven zijn. We mogen niet vergeten dat er ook vandaag twee tegengestelde denkwerelden op elkander botsen en dat het Woord, het Evangelie, niet is in te passen of aan te passen bij zo’n andere denkwereld. Zulk pogen gaat altijd ten koste van het Woord. Ook mag er geen ergernis zijn aan specifiek bijbelse woorden en uitdrukkingen als zonde en genade, wedergeboorte, bekering, gerechtigheid, rechtvaardigheid en heiliging, alsmede aan alle bijbelse uitdrukkingen, welke met deze begrippen samenhangen. Al deze woorden en uitdrukkingen moeten altijd gehonoreerd worden. En wie ze niet begrijpt of verstaat, moet daarvan de schuld bij zichzelf zoeken. In bepaalde takken van arbeid en op sportgebied gebruikt men toch ook uitdrukkingen, die buiten de taalschat van menige Nederlander ligt.

Maar niemand is er, die zich daaraan ergert of zich daarover opwindt. Maar nu moet u eens horen hoe sommigen kunnen uitvallen als het gaat over bepaalde uitdrukkingen op het gebied van de godsdienst, die volgens hen „door geen sterveling in onze tijd begrepen worden”. Het emotionele karakter van deze reaktie wijst er op, dat de oorzaak dieper ligt en dat de weerzin niet zozeer die woorden en gezegden geldt maar bijzonder de bepaalde vorm van geloofsleven. Een vorm, die men niet meer accepteert of niet meer voor „waar” houdt. Het accent valt niet meer op het vertikale, maar op het horizontale. De gerichtheid op de wereld.

Onder ons volk zijn er velen, die niet meer weten van zonde en genade, van schuld en vergeving, van wedergeboorte en bekering. Van het recht Gods, de deugden Gods en de bijbelse vrijheid in Christus. Met dit voor ogen moeten we zeer kritisch staan tegenover een nieuwe berijming. We zijn ook niet klaar met de opmerking: „De nieuwe berijming is toch beter dan de staatsberijming, dus..... Het gaat uiteindelijk niet om een betere berijming, maar om een berijming, die zeer goed is en de bestaande ver overtreft. Een onverantwoordelijk besluit kan een geweldig gevolg hebben. Daarbij moeten we dit niet vergeten, dat de bestaande berijming van zeer grote invloed geweest is voor het geestelijk leven van de kerk. Met de woorden hebben geslachten geleefd. In nood heeft men de woorden gezongen en in dagen van uitkomst heeft men met de psalmen de lof des Heeren bezongen. En nog zijn ze voor het persoonlijk leven van zeer velen een onuitsprekelijke troost. Als nu in de nieuwe berijming zonder o.i. steekhoudende argumenten vele rijke psalmen zijn afgedankt, dan betekent dit geen verrijking, maar een verarming. Iemand schreef eens: „We mogen dit onze gemeenten niet aandoen en wij mogen dat onszelf niet aandoen”.

Ondanks alle bezwaren en tekortkomingen van de berijming 1773 moet onze eindkonklusie zijn: zolang er geen berijming is die schriftuurlijk geestelijk en dichterlijk boven de staatsberijming uitkomt, mag geen enkele andere berijming in de eredienst gebruikt worden. Invoering van de berijming van 1967 betekent geen vooruitgang, maar een stap terug voor de kerken. De eenheid der kerken zal er ook ernstig door geschaad worden. En die eenheid behouden en bevorderen is een bijbelse eis. Laten we leven bij wat in de Confessie staat: „Zo nemen wij dan alleen aan, hetgeen dienstig is om eendrachtigheid en enigheid te voeden en te bewaren en alles te onderhouden, in gehoorzaamheid Gods”, Art. 32, N.G.B. Wie meent, dat zij, die de Statenvertaling als de Bijbel zien en alsnog de berijming van 1773 willen handhaven, een stel malcontenten zijn, is er naast. Zij willen Schriftuurlijk-konservatief denken en leven. En zij komen tot de konklusie, dat alle verandering nog geen verbetering is. Dit zien we in de kerk, in de politiek, in het onderwijs en ekonomische leven. Dit onze jongeren aan te tonen is geboden. Opdat zij zich niet voegen bij hen, die alleen maar deze leus laten horen: „Het roer moet om”. Ter overdenking, tot bezinning of tot ontwaking geven we door wat we in een studentenblad lazen. Het artikel gaat over de Generale Synode van 1968/69.

„Teleurstellend is, dat met zoveel nadruk werd gesteld, dat wij geen behoefte hebben aan de vrouw-in-het-ambt. Is dat werkelijk zo? En àls we werkelijk daar geen behoefte aan hebben, gebeurt dat binnenkort wel. Waarom geen studiekommissie ingesteld om over drie jaar met voorstellen te komen?

De kwestie blijft open, mede doordat er duidelijk onderscheid gemaakt werd tussen kiesrecht der gemeente en de vrouw-in-het-ambt. Terecht en gelukkig. Maar de laatste kwestie werd bij voorbaat voorlopig afgekapt, Jammer.

Vreemd vind ik het, dat de nieuwe psalmberijming nu nóg niet definitief is vrijgegeven. We weten, dat ze er tóch komt. We weten ook, dat het dwaas zou zijn om op eigen houtje nog veranderingen aan te brengen. Waarom dan uiteindelijk de zaak zonder brede bespreking niet afgehandeld? We zijn er al vele synoden mee bezig. We moeten nu de „bruikbaarheid in de praktijk gaan toetsen”. Laat ieder goed zijn best doen, want stel je voor, dat het resultaat onbevredigend zou zijn.....”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.