+ Meer informatie

Laat Westerse kerken hand in eigen boezem steken

Potter over schending „mensenrechten"

5 minuten leestijd

GENÈVE — Donderdag heeft het Centraal comité van de Wereldraad van kerken zich uitvoerig beziggehouden met het lang verwachte rapport van secretaris-generaal Potter over de toepassing van de „mensenrechten" in de staten die de overeenkomst van Helsinki inzake Europese veiligheid hebben ondertekend. In zijn rapport verwees Philip Potter naar een consultatie van ongeveer 30 vertegenwoordigers van Europese lidkerken die in juli in Montreux over deze kwestie gehouden is.

Deze consultatie werd belegd in verband met het verzoek van de vorig jaar gehouden Nairobi-assemblee om meer aandacht te besteden aan de mensenrechten in hhet algemeen en de godsdienstvrijheid in het bijzonder. De assemblee sprak bij resolutie uit dat de secretaris-generaal op de eerstvolgende bijeenkomst van het Centraal comité met een eerste rapport hierover zou komen.

Dit rapport, dat gisteren werd uitgebracht, wekte weinig beroering. De verhitte discussies welke over dit onderwerp in Nairobi zijn gevoerd, zijn tot dusverre uitgebleven. Wel is het mogelijk dat tijdens de besprekingen in de progranuna-eenheid over „gerechtigheid en dienst" en de daarop volgende plenaire vergadering nog spannende momenten zullen volgen.

Geen origineel!

Potter maakte in zijn rapport geen melding van de vele brieven en klachten die hem sinds de afsluiting van de Helsinki akte en de Nairobi assemblee vanuit de Sowjet-Unie hebben bereikt. Op een zojuist afgesloten persconferentie merkte hij op dat deze brieven en klachten de Wereldraad vaak via omwegen bereiken en dat de originelen lang niet altijd Geneve bereiken. Hij suggereerde zelfs dat enkele van deze brieven uitgaan van een propagandistische campagne. De belangrijkste brieven welke de Wereldraad in de afgelopen periode hebben bereikt zijn een drietal.

De eerste is een uitvoerige brief van de russisch-orthodoxe priester Gleb Jakoenin en de leek Lev Regelson, gedateerd 6 maart 1976. Deze beide Russisch-orthodoxen hadden met een eerdere brief de discussie in Nairobi over de godsdienstvrijheid in Rusland aan het rollen gebracht. In deze tweede brief wijzen Jakoenin en Regelson erop dat er sinds 1975 een nieuwe wet inzake de godsdienst van kracht is geworden, met behulp waarvan de controle op de kerk door de staat is versterkt. Voor 1975 kon elke kerk bij de plaatselijke overheden worden geregistreerd, maar nu kan dat alleen nog maar geschieden via de raad voor godsdienstzaken. Kerken die nog volgens het oude systeem zijn geregistreerd moeten zich opnieuw laten registreren.

De tweede en meest recente brief (29 juli) is die van de 26-jarige Alexander Ogorodnikow, vooral belangrijk omdat daarin wordt ingegaan op "het diepe verlangen onder de Russische jongeren naar geloof en geloofsonderricht en naar een leven gebaseerd op geloofsprincipes".

De derde brief is die van leden uit zes verschillende Russische kerken en kerkgemeenschappen, waarover wij eerder bericht hebben.

Als klap op de vuurpijl werd afgelopen dinsdag een uitvoerig rapport over „de Wereldraad van kerken en de USSR" bekend. Dit rapport bevat talloze documenten over de geloofssituatie in de USSR en is afkomstig van drie nauw met elkaar samenwerkende instituten (Keston College van Michael Bourdeaux, Interuniversitair instituut voor missiologie en oecumenica, Utrecht en het instituut ,,Glaube in der zweite welt".

Gistermorgen reageerde de russisch-orthodoxe gedelegeerde Alexej Buyewski (secreraris van het bureau voor buitenlandse betrekkingen van het Moskouse patriarchaat) in de plenaire vergadering op de publikatie van deze stukken met de opmerking dat niemand door de arbeid van deze drie instituten moet worden misleid, omdat zij „anticommunistisch" georiënteerd zijn.

In zijn rapport aan het Centraal comité stelde Potter voor te komen tot de instelling van een instrument waarbinnen men zich met de mensenrechten en met de godsdienstvrijheid moet gaan bezighouden, alsmede een adviesgroep binnen de huidige commissie voor internationale zaken van de Wereldraad van kerken, CCIA.

Dit ontlokte aan de Noorse bisschop Per Loenning de opmerking: Wanneer de duivel wil voorkomen dat er iets gebeurt, dan stelt hij een commissie in". Loenning meende dat het rapport van Potter te vaag en te algemeen was en dat het Centraal comité er beter aan zou doen wanneer het zich niet zou beperken tot de instelling van een adviesgroep over deze zaken.

Deze mening werd gedeeld door de Zwitserse predikant Jacques Rossel die meende dat er in Montreux maar weinig concreets is gezegd over de beperkingen van de geloofsvrijheid in de USSR. De Russen verklaarden zich bij monde van Buyewski eveneens tegen de instelling van een dergelijke adviesgroep over mensenrechten en godsdienstvrijheid. Zij willen het liefst blijven opereren via de (door hen beter te controleren) CCIA.

Volgens de Sowjetologe prof. dr. Helene Posdeeff, met wie ik gistermiddag een uitvoerig gesprek hierover had zou de instelling van zulk een adviescommissie de Oosteuropese kerken in een bijzonder moelijk parket brengen. Zouden zij het er niet mee eens zijn, dan is het ieder duidelijk dat zij dit doen op strikte aanwijzing van de Sowjetregering of dat ze iets hebben te verbergen. Daarmee zouden zowel de Oosteuropese kerken als de Sowjetregering worden gecompromitteerd.

Zouden zij wel in zulk een adviescommissie willen zitting nemen dan komen deze kerken tussen twee vuren te zitten: de druk van de Sowjetregering enerzijds en de druk van de Westeuropese kerken anderzijds. Teneinde de Sowjetregering ten dienste te blijven zullen ze moeten liegen en openlijke Sowjetpropaganda moeten bedrijven. Maar dat zou hun geloofwaardigheid bij de kerken van het Westen verder aantasten.

De enige mogelijkheid is te trachten de nieuwe adviesgroep om te vormen tot een soort propaganda-apparaat van de Sowjet-Unie of als die niet gelukt, uit de Wereldraad van kerken te treden en via de Christelijke vredesconferentie een eigen „alternatieve wereldraad" uit te bouwen. Tot zover prof. Posdeeff in een eerste commentaar.

Philip Potter stelde vanmiddag tijdens zijn persconferentie dat de kerken in West-Europa en Noord-Amerika maar eens de hand in eigen boezem moeten steken, alvorens over andere situaties, met name in Oost-Europa, te spreken. Er is een veel te sterke tendens tot zelfrechtvaardiging bij deze kerken, aldus Potter; De vele „schendingen" in en door Europa mogen niet worden vergeten, want „wij zijn allen zondaars". Potter omzeilde opnieuw de binnengekomen brieven met klachten en meende dat openlijke verklaringen nog niet altijd tot een verandering zijllen leiden.

Hiermee is de houding van deze secretaris-generaal in het bijzonder en van de leiding van de Wereldraad in het algemeen wel getypeerd. Waar het Zuid-A£rika en Noord-Amerika betreft schreeuwt men moord en brand, maar waar het Rusland betreft wordt erover geklaagd dat er geen originele afschriften van de brieven met klachten over de geloofsbeperkingen in Rusland bij het secretariaat zijn binnengekomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.