+ Meer informatie

Een bijbelvertaling in de omgangstaal : Groot Nieuws voor U II

12 minuten leestijd

Een hoofdstuk uit de brief aan de Romeinen

In het voorgaande artikel werd. het voor en tegen van de nieuwste vertaling van het Nieuwe Testament overwogen. Wij gingen o.m. na, hoe verschillende Schriftwoorden erin zijn weergegeven. Een bloemlezing van teksten zegt echter nog niet alles.

Er is nog een andere mogelijkheid. Wij kunnen een hoofdstuk uit de brieven van Paulus kiezen en vragen, of de boodschap van de apostel niet alleen op een begrijpelijke, maar ook op een verantwoorde wijze in onze taal is overgebracht. Ik dacht aan Rom. 8.

Wie „Groot Nieuws voor U” zelf niet bezit, krijgt er meteen een indruk van, als het eerste gedeelte van Rom. 8 eerst letterlijk wordt geciteerd.

Rom. 8 : 1–17: Leven door de Geest Maar de situatie van nu is dus anders: wie één zijn met Christus Jezus, worden niet meer veroordeeld. 2. Want er zijn twee machten in ons bestaan: de Geest en de zonde. Maar de Geest die ons leven brengt door onze eenheid met Christus Jezus, heeft ons bevrijd van de zonde, die ons de dood bracht. 3. Wat de wet van Mozes niet kon, omdat ze machteloos stond door ons van God vervreemde bestaan, dat deed God. Hij heeft zijn Zoon in datzelfde zondige bestaan gestuurd als een offer voor de zonde, en daarmee de zonde juist binnen dit zondige bestaan zelf veroordeeld. 4. Zo kunnen we nu volbrengen wat de wet van ons eist; want we leven niet meer volgens ons zondig „ik”, maar volgens de Geest van God.

5. Wie zich laten leiden door het zondige „ik”, zijn uit op wat dat zondige „ik” wil. Maar wie zich laten leiden door de Geest, zijn uit op wat de Geest wil. 6. Uit zijn op wat het zondige „ik” wil, heeft de dood als resultaat; uit zijn op wat de Geest wil, heeft als resultaat leven en vrede. 7. Wie uit is op wat het zondige „ik” wil, staat dus vijandig tegenover God. Hij onderwerpt zich niet aan de wet van God en kán dat ook niet. 8. Wie zich door het zondige „ik” laten leiden, zijn bij God niet gezien.

9. Maar u laat u niet leiden door het zondige „ik” maar door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Wie de Geest van Christus niet heeft ,behoort Christus niet toe. 10. Als de Christus in u leeft, is uw lichaam wel ten dode opgeschreven omdat het onder de macht van de zonde staat, maar uw geest leeft omdat God u gerechtvaardigd heeft. 11. Maar God heeft Jezus van de dood opgewekt. Welnu, als de Geest van God in u woont, zal God, die Christus Jezus van de dood heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u woont. 12. We hebben dus verplichtingen, beste broeders, maar niet tegenover ons zondig „ik”, zodat we volgens dat zondige „ik” moeten leven. 13. Als u leeft volgens het zondige „ik”, zult u zeker sterven. Maar als u door de Geest een eind maakt aan uw zondige praktijken, zult u leven. 14. Allen die zich laten leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God. 15. Want de Geest die God u gaf, maakt geen slaven van u, zodat u weer in angst moet zitten; nee, de Geest heeft u kinderen van God gemaakt en door die Geest roepen wij tot God: „Vader, mijn Vader!” 16. De Geest van God zelf valt onze geest bij en verklaart dat wij kinderen van God zijn. 17. Zijn we kinderen, dan zijn we ook erfgenamen; erfgenamen van God namelijk samen met Christus. Want als we delen in het lijden van Christus, zullen we ook delen in zijn heerlijkheid.

Wij zien bij de eerste verzen al een aanmerkelijk verschil met de Statenvertaling (St. V.) en de Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (N.V. ) Misschien valt dan het eerst op, dat de woorden „die niet naar het vlees wandelen maar naar de Geest” in vers 1 ontbreken. Dat is daaruit te verklaren dat de oudste Griekse handSchriften deze woorden in vers 1 ook niet hebben - wel in vers 4. Op dat punt kan men dus gerust zijn. In vers 2 hebben wij te maken met een kleine tekstkritische kwestie. Sommige handschriften hebben „u”, sommige „mij” en sommige „ons”. Tussen „u” en „mij” kan men aarzelen, „ons” is waarschijnlijk niet de juiste lezing.

Het is de vraag, of Rom. 8 : 1 wel begint met de gedachte, dat de situatie van nu anders is. Anders dan in het slot van hoofdstuk 7 gezegd wordt ? Dat sluit een bepaalde opvatting in van Rom. 7 : 14–25, die wel door velen wordt voorgestaan, maar niet voor ieder aanvaardbaar is. Dan doet een vertaling er goed aan zich te houden aan wat er staat en de interpretatie open te laten. Er staat: Zo is er dan nu geen (eigenlijk: in het geheel geen) veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn.

De vertaling van vers 2 heeft iets van een parafrase. Ze is ongetwijfeld duidelijker dan een vertaling die de Griekse tekst letterlijk volgt.

Bij vers 3 merken wij op, dat het Griekse woord voor „vlees”, dat hier driemaal voorkomt, vertaald is als „van God vervreemd bestaan” en „zondig bestaan”. Wie enigszins thuis is in de brieven van Paulus, weet dat dit inderdaad de bedoeling van het woord is en zeker hier (vgl. vers 6, 7 en 8). Maar men heeft in vers 3 iets weggelaten of verkeerd vertaald. Terwijl de St. V. ons zegt wat er letterlijk staat en de N.V. het goed weergeeft met „in een vlees, aan dat der zonde gelijk”, valt in „Groot Nieuws” weg, dat er onderscheid is tussen het menselijk bestaan van Christus en het onze. Het Griekse woord waarom het in dit verband gaat, bewaart ons voor de conclusie, die Paulus niet getrokken wil hebben, dat Christus aan de macht van de zonde onderworpen geweest zou zijn. Of de vertaling „als een offer voor de zonde” juist is, laat ik nu maar rusten.

Bij vers 4 hebben de St. V. en de N.V. zich gehouden aan het Grieks, dat een lijdende vorm heeft: opdat vervuld zou worden. „Groot Nieuws” maakt het actief: Zo kunnen we nu volbrengen. Dat is jammer, want de passieve vorm geeft duidelijk aan, dat het bij de vervulling van de wet niet gaat om een eigen prestatie van ons.

In vers 5 heeft men de zin van de tekst wel weten te benaderen. Toch is het oorspronkelijke sterker. Het is niet alleen zich laten leiden door, het is zijn overeenkomstig „het vlees”. Tweeërlei bestaanswijze wordt hier tegenover elkaar gesteld.

Een ernstige verzwakking van de kracht van de uitspraken van Paulus treffen wij in vers 8 aan: zij zijn bij God niet gezien, in plaats van: zij kunnen God niet behagen.

Bij vers 10 is het merkwaardig, dat St. V., N.V. en „Groot Nieuws” het woord „geest” met een kleine letter schrijven. Maar het verband en het zelfstandig naamwoord „leven” - er staat geen werkwoordsvorm - wijzen erop dat de Heilige Geest bedoeld wordt. Men zal via „Groot Nieuws” nog minder op deze gedachte komen dan via de N.V. Het lichaam van de gelovigen is „dood”. Is het ten dode opgeschreven? Het is eerder aan de dood onderworpen.

Over de volgende verzen behoef ik weinig opmerkingen te maken. Alleen iets over vers 15 en vers 16. In vers 15 spreekt Paulus over de Geest van de aanneming tot kinderen, de Geest van het zoonschap, die de gelovigen ontvangen hebben. Zo wordt de Heilige Geest niet genoemd, omdat Hij ons tot kinderen van God maakt - dan is te denken aan het werk van Christus, Gal. 4:5-maar omdat Hij het kinderlijk vertrouwen in de harten werkt en doet zeggen: Abba, Vader. En valt de Geest onze geest bij ? Zou onze geest eerst zelfstandig gaan getuigen en zou er een getuigenis van de Heilige Geest bijkomen om het te bevestigen? Zo is het toch als de een de ander bijvalt ? Paulus zegt hier dat de Geest getuigt met onze geest. Met Calvijn verstaan wij daaronder dat de Geest van God ons zulk een getuigenis geeft, dat door Zijn leiding en onderwijs onze geest tot het inzicht komt, dat de aanneming tot kinderen van God zeker is.

Het voert ons te ver om tekst voor tekst te bespreken. Er kan ook aanmerking gemaakt worden op de vertaling van de verzen 25 en 32, maar ik wil mij beperken tot de verzen 28 en 29. Ze luiden in ”Groot Nieuws voor U”:

Wij weten dat God alles tot een goed einde brengt voor wie Hem liefhebben, voor hen die Hij besloten had te roepen.

Want wie het zijn, weet God van tevoren, en Hij heeft ze voorbestemd om het evenbeeld van zijn Zoon te zijn, zodat die de oudste zou zijn van een groot aantal broers.

Hier stapelen de bezwaren zich op. 1. Hen heeft God besloten te roepen is niet hetzelfde als: zij zijn naar Zijn voornemen geroepen. Dat God besloot te roepen, houdt minder in dan dat het een roeping volgens Zijn besluit is. Dat laatste zegt niet alleen iets van het feit, maar ook van de aard van de roeping. De apostel bedoelt de roeping die uit de verkiezing voortvloeit, zoals ook uit de verzen 29 en 30 blijken kan. 2. Want wie het zijn, weet God van tevoren. Men zou het griekse woord — waar ons woord ”prognose” van komt — in een ander verband wel zo kunnen vertalen, maar op deze plaats niet. Ridderbos schrijft in zijn commentaar terecht, dat het niet slechts een goddelijk vooruitweten is, bv. van het toekomstig geloof of van de grondrichting van het hart, waaruit dan het ”van tevoren bestemmen” verklaard zou moeten worden, maar dat het op de goddelijke verkiezing ziet. 3. Het slot van vers 29 luidt hier: zodat die de oudste zou zijn van een groot aantal broers. In gewoon Nederlands wordt de eerstgeboren zoon de oudste genoemd. Maar het is beter het woord ”eerstgeborene” hier niet te vervangen door ”oudste”, omdat het hier een rangorde betreft. De allesbeheersende plaats van Christus als de Eerstgeborene (vgl. Col. 1 : 15, 18), aan Wiens beeld de gelovigen gelijkvormig zullen zijn, komt beslist niet tot zijn recht in een vertaling waarin Hij de oudste heet van een groot aantal broers.

Conclusie

De aanleiding tot het schrijven van deze artikelen over ”Groot Nieuws voor U” was de vraag van verschillende ambtsdragers: Hoe moeten wij over deze vertaling denken ?

Als ons oordeel afhangt van de weergave van Rom. 8 kan het niet anders dan ongunstig zijn. Dit hoofdstuk laat zich in deze vorm wel uitstekend lezen en soms komt de bedoeling van de tekst in de vrijere vertaling ook wel goed naar voren, maar op essentiële punten moeten wij er afwijzend tegenover staan. Bij Rom. 8 zijn dat punten die direct van belang zijn voor ons geloof en voor de geloofsleer. Ook kan door woordkeus en taalgebruik een vervlakking in de hand gewerkt worden.

Er zijn verscheidene bladzijden waarover weinig kritische opmerkingen gemaakt behoeven te worden, maar als belangrijke gedeelten van een vertaling zoveel tegenspraak oproepen, moet dat gewicht in de schaal leggen. Als dit symptomatisch is — en ik dacht dat dit het geval was — slaat de balans door in het nadeel van deze vertaling.

Wij moeten ons op Gods Woord kunnen beroepen en is dat bij een vertaling als ”Groot Nieuws voor U” mogelijk ? Het lijkt mij dan ook ondenkbaar, dat een van onze kerkeraden het besluit zou nemen om er in de kerkdienst gebruik van te maken of dat een van onze predikanten er op de catechisaties van zou uitgaan.

In het kwartaalblad van het Nederlands Bijbelgenootschap van maart 1973 staat, dat ”Groot Nieuws voor U” door veel kerkelijke gezinnen voor het lezen aan tafel wordt gebruikt — wat niet de bedoeling was. Men moet er meer een zendingsbijbel, een elementaire inleiding tot het Woord in zien, die niet voor andere vertalingen in de plaats is gekomen.

Toch mag het Bijbelgenootschap er zelf wel op bedacht zijn, dat door de snelle opeenvolging van diverse uitgaven (bijbelgedeelten in het Nederlands van nu, zoals ”Waar .’”, ”Macht”, ”Vrij !” en ”Licht”; ”Groot Nieuws voor U” en binnen afzienbare tijd wellicht in samenwerking met de Katholieke Bijbelstichting een gemeenschappelijke bijbelvertaling, die eveneens dynamisch-equivalent wordt) niet de vraag zal rijzen, wat de Bijbel nu eigenlijk zegt. De bedoeling is de Bijbel dicht bij de mensen te brengen. Men is bijzonder actief en vindingrijk. Maar men zal vooral niet uit het oog mogen verliezen, dat het bij een vertaling van de Bijbel in de eerste plaats aankomt op betrouwbaarheid. Daar hangt de bruikbaarheid van af.

Volgens de laatste gegevens zijn er 140.000 exemplaren van ”Croot Nieuws voor U” gedrukt. Wij hopen dat tienduizenden mensen de boodschap van het heil in Jezus Christus werkelijk hebben gehoord. Het zou een hulpmiddel kunnen zijn voor hen die van het geloof vervreemd zijn en die de Bijbel maar een moeilijk boek vinden. Als zij er dan maar niet bij blijven staan ! Het zou te betreuren zijn, wanneer de Bijbel in een betere vertaling een gesloten boek voor hen bleef.

Is de taalbarrière wel het grootste probleem ? Zo zag dr. Nida het. Hij heeft school gemaakt. Maar met dr. De Ru beseffen wij, dat de kloof van bijna 2000 jaar, van een ander mens- en wereldbeeld en een geheel andere verwoording van een totaal andere werkelijkheid niet door de nieuwste vertaling wordt overbrugd, maar door de Heilige Geest, Die het wonder tot stand brengt, dat de mens van vandaag de woorden van Jezus, de brieven van Paulus hoort als regelrecht tot hem gesproken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.