+ Meer informatie

Voor wie stierf Jezus? (6, slot)

7 minuten leestijd

GELOOFSLEER

Een achterhaalde discussie?

Alvorens we komen tot een afsluiting van deze artikelen over de (reikwijdte van de) verzoening, wil ik eerst nog nadrukkelijk een vraag naar voren halen, die in het eerste artikel al werd genoemd: is hier geen sprake van een achterhaalde discussie? Doen we er eigenlijk wel goed aan om ons uitvoerig bezig te houden met de vragen die hier liggen? Is het in onze dagen van kerkverlating en secularisatie niet volstrekt heilloos om een gevbehg onderwerp als de reikwijdte van de verzoening ter sprake te brengen? Het gesprek met de evangeUschen wordt er ook al niet gemakkelijker door. En in de geschiedenis blijkt dat in de bezinning over deze dingen de gemoederen meermalen verhit raakten. Het gevaar is toch immers aanwezig, dat we terechtkomen in een filosofische haarkloverij? !

Dergelijke vragen en gedachten verdienen onze aandacht. Ze kunnen echter naar m'n stellige overtuiging niet aantonen, dat de bezinning over de reikwijdte van de verzoening overbodig, misschien zelfs wel schadelijk is. Ik heb daarbij niet alleen het oog op het feit dat er op de Synode van Dordrecht zo intens en langdurig over deze kwestie is gesproken. Dat zegt op zich ook wel het één en ander. Het valt immers moeilijk aan te nemen dat men zoveel kruid verschoten heeft op een sphnterige bijkomstigheid.

Ook aan het einde van de twintigste eeuw moet erkend worden, dat we in de verzoening en de reikwijdte ervan te doen hebben met een zaak die, bijbels en pastoraal bezien, van de grootste betekenis is. Kunnen we, als we staande houden dat de hele discussie achterhaald is, ontkomen aan de conclusie dat een deel van de belijdenis achterhaald is? Is toch ook niet het karakter van het heil, dat Christus verworven heeft, in het geding? En hebben we niet van doen met de genade van de drieënige God en de roem in deze genade, met de rijkdom van het werk van Christus?

Met dat alles is nog niet ontkend het gevaar van een puur rationeel, verstandelijk bezig-zijn met deze belangrijke dingen. Natuurlijk is er de dreiging dat we de zaken verstandelijk onder de knie hebben en onderbrengen in sluitende systemen, terwijl alle honger naar de gerechtigheid van Christus en alle verwondering over de waarde van Zijn offer verre van ons zijn. Deze dreiging wordt echter niet weggenomen door een dogmatische onverschiUigheid, een relativeren van de inhoud van het christelijk geloof. Het is terdege wel belangrijk waar we aan denken als het gaat over Christus en Zijn werk, wat we voor ogen hebben als gesproken wordt over de genade van de drieënige God, wat we bedoelen als we spreken over het behoud van verloren zondaren! Ook de situatie op het kerkelijk erf wordt niet beter als de verwarring op deze punten toeneemt.

Enkele slotopmerkingen

Graag wil ik komen tot een afsluiting in de vorm van een aantal samenvattende slotopmerkingen.

- de Schrift leert ons niet dat Christus voor alle mensen, hoofd voor hoofd, verzoening heeft verworven en in de plaats van ieder is gestorven. Ook wanneer sommige teksten in deze richting schijnen te wijzen, geeft een uitleg in deze zin de grootste problemen wanneer we deze Schriftwoorden in hun verband of in het geheel van de Schrift bezien. Er is een sterke, onlosmakelijke band tussen het offer van Christus en de zaligheid van de gelovigen.

- bij een algemene verzoening wordt het in feite onmogelijk om het offer van Christus als een volkomen genoegdoening te zien. We komen uiteindelijk voor deze keuze te staan: óf tenslotte moeten toch allen behouden worden, óf Christus verwierf alleen de mogelijkheid tot behoud en niet het behoud zelf. Ik acht deze keuze in het licht van de Schrift en de belijdenis een onmogelijke.

- de voorstanders van de algemene verzoening zijn niet allen over één kam te scheren. Er zijn wel theologen geweest die een tussenpositie, een middenweg hebben gezocht. Toch kan in het algemeen gesteld worden dat de hoofdstukken I en II van de Dordtse Leerregels een innerlijke samenhang met elkaar hebben. In de strijd over de verkiezing en de genade Gods kon het punt van de reikwijdte van de verzoening niet achterblijven. Is het mogelijk dat je als aanhanger van de leer van de algemene verzoening het bijbels spreken over de verkiezing, zoals dat vertolkt wordt in onze belijdenis, aanvaardt? Ik kan de mogelijkheid daartoe niet zien.

- de zaak is wel zo naar voren gebracht: Christus stierf voor ieder mens, bracht verzoening aan voor ieder, maar het heil wordt niet bij ieder toegeëigend. Is hier geen sprake van een geweldige spanning tussen het werk van Christus en het werk van de Geest?

- wellicht is de aard van Christus' werk het meest kardinale punt in alle overwegingen. Daarbij kan vooral gedacht worden aan de volkomenheid van Zijn offer, het volkomene van Zijn genoegdoening. Augustinus bracht het op indringende wijze zo onder woorden: , , Christus wil bezitten wat Hij kocht, en Hij kocht het met zo'n prijs dat Hij het bezitten zou. ( ) Hij Die ons kocht met zo'n prijs, zal niemand laten verloren gaan die Hij kocht". Door Zijn enige offerande, aan het kruis geschied, worden de gelovigen in eeuwigheid volmaakt.

- het voorafgaande doet mets af van de ernst waarmee allen die onder het Evangelie verkeren, worden geroepen. Het aanbod van Gods genade blijft staan.

- allen die de leer van de algemene verzoening verwerpen, denken nog niet op dezelfde wijze over de reikwijdte der verzoening. Duidelijk kwam dat naar voren op de Synode van Dordrecht. In de formulering zoals wij die kennen vanuit hoofdstuk II - het offer genoegzaam voor allen, maar de levendmakende kracht strekt zich uit over de uitverkorenen - konden alle partijen zich verenigen. Voetius noemt drie verschillende standpunten die hij alle gereformeerd wil noemen, drie posities die binnen de grenzen van de Schrift blijven. De één legt meer nadruk op de krachtige uitwerking in de gelovigen, de ander op het genoegzame voor de zonden van de ganse wereld. Hier ligt een bepaalde ruimte die vandaag intussen niet door ieder erkend wordt. Onderzoek van de gang van zaken op de Synode van Dordrecht zou nog weleens verhelderend kunnen werken. Onze belijdenis is duidelijk in zijn afwijzen van het remonstrantse standpunt, maar tegelijk heel voorzichtig in zijn spreken over de betekenis van Christus' offer. Men wil beslist niet de ruimte van de evangeheverkondiging en de ernst van de evangelienodiging beperken.

- weergaloos rijk is het verlossend werk van Christus. Hij opent niet alleen door Zijn offer een deur, maar Hij verwerft ook volkomen zaligheid en brengt dan ook in de kracht van de Heihge Geest binnen door die geopende deur. Hier is een goede tijding voor geketende zondaren. Een reddingsboei wordt uitgeworpen tot drenkelingen die zonder een almachtig Helper de dood sterven!

- niemand kan zeggen: wie zou mij beschuldigen en aanklagen als Christus toch niet voor mij gestorven is? Wat de Schrift ons leert over de verzoening laat geen enkele ruimte voor het verontschuldigen en toedekken van ongeloof en onbekeerlijkheid. Ook aan de meest onverbeterlijke en hard- nekkige zondaar mag verkondigd worden, dat er geen gebrek is in het offer van Christus.

- het kan gebeuren, dat iemand met de vraag , , Voor wie stierf Jezus? " in de buurt komt van de man uit het Evangelie, die aan Jezus vroeg: , , Zijn er ook weinigen die zalig worden? " Met een op zich wel belangrijke vraag, kunnen we onszelf voorbijlopen.

Dan geldt ook ons het antwoord van Jezus: , , Strijdt om in te gaan...".

- Hij Die het Lam Gods is, zal eenmaal betuigen: Zie daar. Ik en de kinderen die Mij God gegeven heeft. Zijn werk roept een machtige lofzang op bij Zijn Kerk: Gij zijt geslacht en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed!

L.

M.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.