+ Meer informatie

SLOTWOORD

12 minuten leestijd

Om gereformeerd te blijven.

Ik wil beginnen met het lezen van enkele verzen uit Efeze: Efeze 3 de verzen 14 t/m 21. Daar staat: Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, opdat Hij u geve naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde zult gij dan samen met alle heiligen in staat zijn te vatten hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is en te kennen de liefde van Christus die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods. Hem nu, die blijkens de kracht welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Dit zijn een paar verzen uit Paulus’ brief aan de Efeziërs. Men heeft deze brief een echte gereformeerde brief genoemd. We kunnen hem onderscheiden van de brief van Paulus aan de Galaten, die men wel eens een echte Lutherse brief heeft genoemd. Luther voelde zich bijzonder aangesproken door deze brief aan de Galaten zodat hij zei: dat is mijn Käthe. U weet dat Luther getrouwd was met Käthe. Maar hij had twee Käthen: De eerste was uit het klooster afkomstig. Met haar was hij getrouwd. De tweede was de brief aan de Galaten. Hij hield bijzonder veel van deze brief, omdat daarin gepredikt wordt de rijkdom van de rechtvaardiging door het geloof alleen. U weet: dat is het hoofdartikel geweest van Luthers belijdenis. En het is overgenomen door Calvijn op de een of andere manier. Hij heeft die belijdenis iets bijgesteld, door haar rechtstreeks te verbinden met de belijdenis van de heiliging. Maar voor Luther was de brief aan de Galaten van de allergrootste betekenis.

De brief aan de Efeziërs daarentegen, zou je kunnen zeggen, is een puur gereformeerde brief. Als u mij zou willen toestaan om die uitdrukking te gebruiken — het klopt natuurlijk niet helemaal, maar je kunt ook niet voor alle dingen rechte woorden vinden — ik bedoel slechts dat hier die geweldige dingen in staan die juist in de gereformeerde traditie van grote betekenis zijn geweest. In de eerste plaats is dat de vertolking van de allesovertreffende waarheid dat er bij God liefde is. En dat er bij God zelfs sprake is van een eeuwige liefde die met zijn wezen samenhangt: eeuwige liefde. En dat je dan ook niet moet aarzelen om te spreken over verkiezende liefde in de Here Jezus Christus. Daar gaat het eerste hoofdstuk over.

En het tweede waarom je deze brief ook wellicht een typisch gereformeerde brief zou kunnen noemen, bijzonder geschikt om te functioneren binnen de gereformeerde traditie, is deze dat we zeggen: daar vind je de gemeente, daar vind je de kerk. Het is de kerkbrief van de apostel Paulus, waarin gezegd wordt wat de kerk naar haar diepste wezen is en ook naar haar structuur. Hij toont de gestalte van de gemeente van de Here Jezus Christus. We zouden dit nu natuurlijk niet kunnen zeggen als we niet wisten dat het juist deze brief is die in de gereformeerde traditie dikwijls en uitvoerig geëxegetiseerd is. Hier zijn de commentaren te noemen van Calvijn, van Bucer, van Zanchius, allemaal namen van knappe theologen die in de gereformeerde traditie van fundamentele betekenis zijn geweest om deze theologie op de katheder, de leerstoel te brengen en tegelijk ook op de kansel, de preekstoel.

Het zijn twee dingen eigenlijk. Als ik spreek over de leerstoel dan gaat het over de theologie. Als ik spreek over de kansel dan gaat het over de vertroosting van de gemeente. En die twee, katheder en kansel, zij moeten altijd bij elkaar gehouden worden -zij moeten ook in de gereformeerde tradie bij elkaar gehouden worden — maar ze mogen nooit vereenzelvigd worden. In de kerkorde wordt gesproken over zaken die op kerkelijke vergaderingen aan de orde mogen komen; theologie hoort daar eigenlijk niet bij dan alleen voor zover die theologie vervat is in de gereformeerde belijdenisgeschriften. U zult kunnen vragen wat is het wezen van de gereformeerde theologie? Dan kun je zeggen: dat is de Schrift, dat is de leer van de genade en dat is ook de werkelijkheid van de gemeente van de Here Jezus Christus in deze wereld. Het zijn bij uitstek juist die punten waarop vandaag op alle manieren kritiek wordt uitgeoefend: de Schrift, de genade en de kerk. Als het gaat om de Schrift dan zegt men sinds lang: men kan de Schrift niet meer lezen als wij niet ons houden aan de regels die sinds de “Aufklärung” in onze wetenschap, ook in de theologie, voor het lezen van welke literatuur dan ook gelden. Als het gaat over de genade dan zegt men vandaag luid en op allerlei manier dat de leer van de genade opnieuw bekeken moet worden. Genade die immers haar centrum vindt in de verzoening, dit is in het vrijmachtige werk van Gods eeuwige liefde, die ook in de Godsopenbaring tot ons komt in de leer van de verkiezing. De belijdenis van de verkiezing ligt theologisch gezien onder sterk en aanhoudend vuur. Ook pastoraal weten we er niet meer zo stellig mee om te gaan. Je wilt liever de mensen niet in onzekerheid brengen. We proberen dit te vermijden, want je wilt niemand een neurose aanpraten, nietwaar? Maar juist wanneer we over de genadige verkiezing Gods spreken, dienen we deze brief te blijven lezen, altijd maar weer opnieuw. En het gaat in de gereformeerde traditie en theologie om de kerk. Het is het laatste punt dat daarom van zo grote betekenis is, omdat de eerder genoemde leerstukken een stellige invloed ondergaan vanuit de kerkelijke positie die wordt ingenomen. Het kerkelijk vraagstuk is naar mijn gedachte juist met de hand op de Schrift het belangrijkste vraagstuk. Als het mogelijk zou wezen om met gereformeerde mensen weer kerkelijk op één gereformeerde lijn te zitten, als het gaat om de gemeente van onze Here Jezus Christus, dan zou er heel wat gewonnen zijn. Want dan zou het niet meer nodig zijn en ook niet meer mogelijk, om iedere kerkelijke denominatie te markeren op een specifiek punt van de prediking van de genade en de belofte en de orde des heils. Dan zouden we veel vrijer tegenover elkaar staan. We zouden ruimte hebben om met elkaar serieus van gedachten te wisselen, of zelfs te debatteren, zonder onmiddellijk te moeten denken: hij zegt dit, want dat moet hij wel gezien zijn kerkelijke achtergrond. Wij vertrouwen elkaar soms in veel opzichten niet omdat het kerkelijke vraagstuk een alles overweldigend vraagstuk is geworden en ook nog steeds zo blijft. Naar mijn overtuiging is dit een van de oorzaken dat wij niet meer vrijmoedig spreken over zoveel andere wezenlijke dingen: waardoor de verkiezing van God, waardoor de Schrift als het Woord van God niet meer kan functioneren zoals dat eigenlijk zou moeten en ook zou kunnen.

Het vraagstuk van de gereformeerde theologie onder ons vandaag was eigenlijk de kwestie of zij het kan volhouden. Eigenlijk is dat misschien (vergeef mij), als je gereformeerd denkt, een wat onwezenlijke vraag. Ik zeg het voorzichtig. Maar als je het goed bekijkt, is het een probleem waarvan je zou kunnen zeggen: hebben we wel goed nagedacht? Want welke gereformeerde theologie bedoelen we als het er op aankomt? Bedoel je de gereformeerde theologie van Bullinger of van Calvijn of van Bucer? Of van Capito of van Oecolampadius… of van wie dan ook? Diversiteit is thuis onder gereformeerden. De Lutheranen zijn er ooit in geslaagd om met elkander in één boek hun belijdenis te scheppen. Dat was de Formula Concordiae. Zij bezwoeren daarmee de veelvormigheid en de strijd. Het was in de jaren tachtig van de zestiende eeuw. Zij zijn erin geslaagd om zich als Lutheranen in één blok te profileren en te openbaren.

De gereformeerden zijn er nooit in geslaagd om hetzelfde te doen ofschoon ze het serieus genoeg geprobeerd hebben. Zij hebben nooit een eenstemmige belijdenis op tafel kunnen leggen. Ze kwamen met een Schotse belijdenis, een Confessio Gallicana, een Nederlandse geloofsbelijdenis, een Zwitserse geloofsbelijdenis en welke al niet meer? En al die geloofsbelijdenissen hebben ze tenslotte in arren moede in een boek samen uitgegeven. En toen hebben ze gezegd: dat is gereformeerd. Daaruit blijkt maar al te duidelijk, dat het denken in verscheidenheid de eenheid niet hoeft te torpederen. En dit zouden we vandaag in praktijk moeten kunnen brengen. Als die principiële verscheidenheid gehonoreerd zou worden, dan zouden misschien ook allerlei dingen vandaag wat nuchterder bekeken kunnen worden. Gereformeerde theologie. Welke bedoelt u? Van welke eeuw? Uit de tijd van de reformatie, uit de tijd van de orthodoxie, uit de tijd van de Verlichting, uit de tijd van het reveil, uit de vorige eeuw, uit de Kuyperiaanse hoek of uit de hoek van Hoedemaker of iets dergelijks? Welke gereformeerde theologie bedoelt u eigenlijk? Die van Schotland, die van Hongarije, die van Frankrijk? Daar is een grote verscheidenheid. Maar u zou stellig eenheid kunnen vinden op het punt van de Schrift, van de genade en van de kerk.

De Schrift, omdat een gereformeerd mens gelooft, zonder dat tot in de puntjes te kunnen uitleggen, dat, als je de bijbel opent, er krachten van de Geest gaan werken. Niet automatisch, niet op een manier dat je zegt: het werkt vanzelfsprekend. Wacht eens even. Je kunt de Schrift niet openen zonder te moeten bidden: Regeer mij door de Schrift, regeer mij door Uw Woord en Geest. God communiceert door de schriften met ons. En als Hij ons inschakelt hebben wij de Schrift uit te leggen zodat, om een woord te citeren van Bogerman op de Synode van Dordrecht, toen voor de eerste keer hier een officiële kerkelijke bijbelvertaling kwam: “opdat de mensen God in hun eigen taal zouden kunnen horen spreken”. God moet aan het woord komen in ons leven. En dat gebeurt niet volgens een theorie die wij theologisch ontwerpen en nachecken. Maar dat gebeurt door het grote wonder van de Heilige Geest. En zo zoekt God gemeenschap, zo communiceert God met ons. Natuurlijk is de vraag van de communicatie een zeer wezenlijke vraag. Je mag die vraag nooit onder de tafel werken. Ik denk dat iemand die ermee bezig is, altijd zal moeten vragen: hoe kan ik de dingen zo naar de mensen toebrengen dat ik die mensen wezenlijk aanspreek en ontmoet, dat ik ze pak. Ik moet ze niet pakken, maar God moet ze pakken. Een dienaar moet echter alles doen om te voorkomen dat zijn persoon, zijn werk, het werk van God in de weg zou staan. Hij mag de zaak doorgeven op een zodanige wijze dat hij wat zichzelf betreft, ook weer vrede in zijn geweten moet hebben. Want als hij het eigenlijke zou moeten doen — ik verzeker u dat ik de preekstoel niet meer opkwam, wanneer ik mensen zou moeten bekeren. Of ik kwam van zijn levensdagen de preekstoel niet meer af. Want dan zou ik zeggen: ik moet dit nog zeggen, ik moet dat nog zeggen, ik moet dit nog toelichten, ik moet die kant nog even wat uitwerken. Als een predikant zijn werk heeft gedaan en op de preekstoel geklommen is, omdat hij zegt: God heeft mij geroepen daartoe, dan kan hij er ook weer afkomen. Soms na drie kwartier -dat was vroeger zo- soms na een half uur. Dat is vandaag ook wel mogelijk als je tenminste wat gezegd hebt. Want het gaat sommige dominees ook wel eens zo, dat men die mevrouw kan naspreken die op een vergadering was en die de spreker een half uur had aangehoord en die toen tegen die spreker zei: ‘U bent al een half uur aan het woord, u praat al een half uur. Wanneer zégt u eens wat?’ Een dominee moet wat zeggen. Maar hij hoeft niet uit te vinden wat hij zelf zegt. Hij mag de Schriften openen. En waar de Schriften opengaan, daar gebeurt tot op de dag van vandaag het grote wonder dat God over een kloof heenkomt krachtens zijn genade in de Here Jezus Christus. En dat is de genade die stoelt in de liefde. Wat wij over liefde zeggen, heeft eigenlijk niets te betekenen. Luther kwam in 1522 van de Wartburg af in een totaal op de kop staand Wittenberg. Er was revolutie. Daar was Karlstadt bezig en deze zei: het moet alles volgens de liefde. En hij praatte over de liefde — intussen was hij zo hard als een mens maar zijn kan, dat komt wel meer voor. Luther klom de preekstoel op en hij zei: Alles wat hier gezegd is over de liefde is eigenlijk niets. Jullie weten niet wat liefde is. Luther zei — ik kan het zeggen omdat Luther het zei-: Als je God opensnijdt, dan sta je voor een bakoven, een vurige bakoven van eeuwige liefde. Dat is wat in de prediking naar ons toekomt. Vandaag moet dat gebeuren. En dat mag en het kan gebeuren krachtens het wonder van Gods vrije genade. En waar dat gebeurt, daar moeten de mensen ook in het ene lichaam van de Here Jezus Christus bij elkaar komen. Daar zal dat ook gebeuren. Wij zien dat vandaag niet. Maar ook wat dat betreft gelden Psalm 42 en 43 waarin staat: Ik hoop op Hem. Want ook inzake die kwestie zal ik Hem nog loven. Er staat niet bij wanneer. Maar je moet wel je best doen om die lofzang ook gaande te houden. En dat is de roeping mede van de gereformeerde theologie.

Ach, er valt natuurlijk een boel méér te zeggen. Ik wil het echter hierbij laten en ik lees nog eenmaal met u dit wonderschone, hoopgevende woord, waarin het Woord Gods, de genade van God en de gemeente van Christus verheerlijkt voorkomen:

Hem nu, die blijkens de kracht welke in ons werkt, bij machte is om oneindig, let eens op, oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten. Ook in die geslachten die nog komen zullen. In alle geslachten van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.