+ Meer informatie

Kerkenraad en avondmaal

8 minuten leestijd

Ze hebben alles met elkaar te maken: kerkenraad en avondmaal. Principieel en praktisch. Maar hoe gaat het in de praktijk? Op welk moment vieren kerkenraadsleden avondmaal? En wat te doen, als iemand aan wil gaan die niet gerechtigd is om de sacramenten te gebruiken? Hebben diakenen ook een (zichtbare) taak bij de viering van het avondmaal?

Principieel

Het is de kerkenraad die het avondmaal ‘belegt’, net zoals de kerkenraad de samenkomsten van de gemeente belegt op de zondag.
Het is ook de kerkenraad die toelaat tot het gebruik van de sacramenten, namelijk via de belijdenis des geloofs. De bepalingen van artikel 61 KO – uitspraken van verschillende synodes in de 19de en 20ste eeuw - zeggen hele mooie en pastorale dingen over belijdenis en avondmaal. Goed om van tijd tot tijd eens na te lezen.
Omdat aan de ouderlingen het opzicht over de gemeente is toevertrouwd, zal ‘de bediening van het avondmaal alleen plaats hebben onder toezicht van ouderlingen (…)’, zie artikel 63 KO.
Bij de viering van het avondmaal krijgt dit concreet gestalte in de tafelwachten, die er op toezien, wie tot de tafel toetreedt. Uiteraard is dit het meest zichtbaar bij het vieren van het avondmaal aan tafels.
De relatie tussen ouderling en avondmaal wordt in de kerkorde ook nog genoemd in artikel 23, waar het gaat over de dienst van de ouderlingen. ‘Zij zullen (…) huisbezoek afleggen (…) onder andere met het oog op de avondmaalsviering’. Vroeger stond er: ‘zowel vóór als na het heilig avondmaal huisbezoek te doen’ – praktisch een onmogelijkheid, maar principieel goed te begrijpen: vóór het avondmaal om te vragen hoe men er tegenover stond en na het avondmaal om te informeren naar de vrucht van de viering.
En tenslotte: wanneer de dingen in de kerkenraad niet goed liggen en dat bij het censura morum (artikel 81 KO) naar voren komt, dan kan er geen avondmaal gevierd worden, voordat opgeruimd is, wat in de weg staat.

Praktisch

Onze kerkorde schrijft niet voor op welke manier het avondmaal in al onze kerken gevierd dient te worden: aan tafels of in de banken, staand of zittend, alleen in de morgendienst of ook in de tweede dienst. ‘Iedere kerk zal het avondmaal op zodanige wijze vieren als naar haar oordeel het meest tot stichting van de gemeente dienen kan (…)’, zie artikel 62.
In de praktijk betekent het, dat de viering van het avondmaal op verschillende manieren plaatsvindt. Wie dus schrijft over de praktijk van het avondmaal, dient die verschillen wel in het achterhoofd te houden.

Kerkenraadsleden aan tafel

In kerken, waar men gewoon is, dat de gemeente het avondmaal viert in de banken, zit (een deel van) de kerkenraad aan de avondmaalstafel. Een gebruik dat zo gegroeid is. Het was natuurlijk nooit de bedoeling om op deze manier afstand te scheppen tussen kerkenraad en gemeente. Toch geeft het me altijd een gevoel van: daar zit de upper ten van de gemeente; de rest kan in de bank blijven zitten.
Wat een onmogelijkheid is: de kerkenraadsleden die op de eerste rij zitten en de voorganger die alleen (!) aan tafel zit, zoals me dat als gastpredikant een keer overkwam. Dan voel je je de roomse priester die het heil bedient.

Kerkenraadsleden aan het avondmaal

In kerken, waar men gewoon is, het avondmaal aan tafels te vieren, is er altijd weer de vraag, aan welke tafel – als er meer dan één is, uiteraard - de kerkenraadsleden plaats nemen. Het is niet verkeerd om er samen als kerkenraad eens over na te denken. Er kunnen in de plaatselijke kerk gebruiken zijn, die zó ingesleten zijn, dat we niet eens meer weten, waarom we het zo doen.
Zullen de kerkenraadsleden aan de eerste tafel plaats nemen? Daar is wat voor te zeggen: ze gaan als herders van de kudde de schapen voor in het gebruik van de tekenen van brood en wijn.
Of aan de laatste tafel? Ook daar is iets voor te zeggen: pas wanneer de schapen verzadigd zijn, is het de tijd voor de maaltijd van de herders.
Toch lijkt mij het mooiste, wanneer de (hele) kerkenraad verdeeld wordt over het aantal tafels, dat men verwacht. Dan gaan de kerkenraadsleden niet voorop en ze komen niet achteraan. Telkens neemt dan een gedeelte van de kerkenraad, als het ware, de gemeenteleden bij de hand naar de maaltijd van het verbond.

Afhouding van tafel

En dan zal het je gebeuren, dat je als ouderling de beurt hebt om tafelwacht te zijn en je ziet iemand naar voren komen die niet gerechtigd is om het avondmaal te vieren: de persoon is geen lid van de gemeente of is nog dooplid of, in het ergste geval, staat onder censuur.
Om met het laatste te beginnen. Het lijkt me verschrikkelijk, als dat gebeurt. Voorkomen is altijd beter. Dus: op de avondmaalszondag ook ouderlingen in de kerk laten zitten, die er op toezien wie binnenkomt en die bij het signaleren van zo’n gemeentelid kunnen ingrijpen voordat de viering plaats heeft.

Toch is de situatie niet ondenkbaar, dat een onder censuur staand lid uit overmoedigheid (‘ze kunnen me nog meer vertellen’) of frustratie (‘waarom mag uitgerekend ik geen avondmaal vieren?’) of provocatie (‘ik zal eens laten zien wat ik durf’) naar voren komt. Probeer dan met zachte hand zo iemand weg te leiden van het avondmaal. Heb oogcontact met andere ouderlingen die eventueel bij kunnen springen. Maar laat het alstublieft geen rel worden. Wat is er nu erger in de kerk dan dat bij de viering van het avondmaal een handgemeen ontstaat? Ik moet er niet aan denken: weg eerbied, weg zegen.
En als iemand nog dooplid is ?
Dan zou ik als ouderling die persoon dat in het oor fluisteren (‘U hebt toch nog geen belijdenis gedaan?’) en als dat dooplid dan terugfluistert (‘Nee, maar ik moet nu avondmaal vieren’), dan zou ik te allen tijde een rel willen voorkomen en na de dienst het dooplid opwachten bij het uitgaan van de kerk en meenemen voor een gesprek in de kerkenraadkamer.
En iemand die geen lid van de gemeente is?
Ik denk dat ik kan verwijzen naar de situatie van het dooplid hierboven.
In elke afzonderlijke situatie zal de afweging gemaakt moeten worden: wat dient het meest tot stichting van de gemeente?

Afhouding zonder tafel

Het is niet moeilijk om te bedenken, dat de hierboven genoemde voorbeelden nog gecompliceerder worden als het avondmaal niet aan tafels, maar in de banken gevierd wordt.
Hoe moet je het dan doen met iemand die onder censuur staat ?
Het lijkt me dan nog meer noodzakelijk om binnen de kerkenraad ouderlingen aan te wijzen die als gastheren bij de ingang van de kerkzaal staan, de gemeenteleden welkom heten nemen en er op letten, wie binnenkomt. Mocht er dan toch een onder censuur staand gemeentelid komen, dan is het verstandig, wanneer één van de ouderling naast die persoon in de bank gaat zitten.
En wanneer een niet-gemeentelid of een dooplid dan van het brood neemt en uit de beker drinkt – naar het waarnemen van de dienstdoende ouderlingen -, dan is een gesprek na afloop al het minste. Daarin kan, als het om een niet-gemeentelid gaat uiteraard in liefde duidelijk gemaakt worden, dat onze manier anders is dan in andere kerken.

De diakenen

Juist omdat de eerste betekenis van het woord diaken is: degene die aan de maaltijd dient, moet er bij de viering van het avondmaal een grotere inbreng zijn van de broeders diakenen.
Helpen zij de koster bij het gereedzetten van het avondmaal op zaterdag en het opruimen op de zondagavond? Prachtig.
Zouden zij het ook niet moeten zijn die het kleed dat brood en wijn bedekt voor de viering van het avondmaal weghalen? En het weer terugleggen nadat de laatste tafel afgelopen is?
Het is ook aan de diakenen om brood en wijn aan te vullen tijdens de viering.
Is het ook niet hun taak om hulpbehoevende gemeenteleden te helpen bij het aan tafel gaan en weer plaats nemen in de kerk? En eventueel het helpen bij het nemen van het brood, het doorgeven van de schaal en het drinken van de wijn en het doorgeven van de beker?
Een mooi voorbeeld van de dienst van de diakenen maakte ik een tijd geleden mee in een grote gemeente met een hele grote tafel – als emeritus kom je nog eens ergens, nietwaar? Recht tegenover me, aan die grote tafel, ging bij de eerste tafel een van de diakenen zitten en hij bleef er bij de verschillende tafels zitten. Op de momenten, dat ik de schalen met brood en de bekers met wijn zou uitreiken aan de broeders en zusters tegenover me, was het die diaken die ze aannam en ze links en rechts uitdeelde. Zodat de voorganger zich niet kon vergissen.

Tenslotte

Zou het niet goed zijn om bovenstaande praktische zaken eens rustig op een vergadering van de kerkenraad te bespreken en dan niet ‘eventjes’ bij de regelingen die getroffen moeten worden met het oog op de komende viering van het avondmaal?
Hebben we allemaal niet te maken met het ‘gewone’, het ‘vanzelfsprekende’ van onze gewoontes, ook als het gaat over het avondmaal? Dan kan een gesprek over het avondmaal, zowel wat de inhoud en zegen van het avondmaal betreft als de manier van vieren en de daarbij behorende gebruiken, nieuw licht werpen op de woorden van artikel 62: … ‘naar haar oordeel het meest tot stichting van de gemeente dienen kan…’.

Ds. Velema is sinds 2006 emeritus predikant en woont in Hoogeveen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.