+ Meer informatie

Velema: erken wettigheid verschuiving in prediking

„Samen strijden tegen illegitieme ontwikkeling"

6 minuten leestijd

AMERSFOORT — De rechterflank hoort er ook bij. Ik wijs het standpunt radicaal af dat die groep terwille van eenwording met de Nederlands Gereformeerde Kerken maar naar de Gereformeerde Gemeenten moet vertrekken. Aldus ds. J. H. Velema uit Nunspeet zaterdag tijdens de Christelijke Gereformeerde ambtsdragersconferentie die gehouden werd in de Ichthuskerk te Amersfoort. Velema bepleitte wel erkenning van de wettigheid van verschuivingen in de prediking in de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Erkenning daarvan zou tot gevolg kunnen hebben een opheffen van het onderling wantrouwen en een bundeling van krachten om illegitieme, niet wettige verschuiving in de prediking te bestrijden. Immers, als het bederf van de gemeente niet in de danszaal begint maar op de preekstoel hebben we daar de wacht te betrekken, aldus de Nunspeter predikant.

Bij de opening van de ambtsdragersconferentie had D. Koole uit Den Haag, voorzitter van het landelijk comité, erop aangedrongen bij alle drukte in het dagelijks werk van ambtsdragers met daarnaast hun bezig zijn voor de kerk de „verborgen omgang" met God niet te vergeten.

Die uitdrukking heeft een wat mysticistische bijsmaak, aldus Koole. Maar ik ben het een beetje met prof. Quispel eens die meent dat de kerk in haar klopjacht op de mystiek in een ander uiterste is vervallen, dat van geestelijke verarming.

Het „hoort wat mij God deed ondervinden" is in onze voorkeursliederen wat achterop geraakt, aldus Koole. Hij bepleitte renovatie van de binnenkamer om zich in deze turbulente tijd daarin geregeld terug te trekken.

Verschuiving
Ds. Velema accentueerde de actualiteit van het onderwerp „verschuivingen in de prediking". De eenheid in de kerk moet levend zijn, mag niet louter kerkverbandelijk worden. Bovendien wordt het bestaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken discutabel als de worsteling van 1892 door verschuivingen in de prediking niet meer terug te vinden is.

Over verschuiving in de prediking moet men praten vanwege duidelijkheid in de kerkelijke verhoudingen. Ds. Velema zei dat tegen de achtergrond van de klacht dat iemand om een gereformeerde preek te horen in bepaalde plaatsen soms beter bij de oude vaderlandse kerk terecht kon dan in een Christelijke Gereformeerde kerk.

Legitiem
Ds. Velema benadrukte dat er legitieme verschuivingen zijn. De woordkeus is veranderd. Soms wordt vastgehouden aan de verouderde tale Kanaans als toppunt van degelijkheid. Men let dan echter meer op de woorden van de zaken dan op de zaken van de woorden.

Vroeger, aldus Velema verder, koos men vaak bij voorkeur een tekst waarin de drie stukken duidelijk te vinden waren. Men legde de tekst een schematiek op. Bewaren van Gods Woord echter, zo prees hij verschuiving op dit gebied, betekent niet dat laten verstarren. Wij moeten oude en nieuwe dingen uit het Woord naar voren brengen.

Legitiem noemde ds. Velema ook die verschuivingen die gevolg zijn van diepere bezinning op Schrift en belijdenis. Mislukte samenspreking met de Gereformeerde Gemeenten heeft die bezinning gediend. Vernieuwd zicht op verbond en doop maakte dat de verkiezing niet meer voorop ging in de preek zoals dat generaal genomen in de Gereformeerde Gemeenten nog wel zo is, aldus ds. Velema. Eenzijdige nadruk op de wedergeboorte leidt gemakkelijk tot een christenprediking, zo stelde hij.

Schriftuurlijk
Ook ten aanzien van de verbrijzeling door de wet, ten onrechte door sommigen gepreekt als voorwaarde voor aanbod van het Evangelie constateerde ds. Velema een Schriftuurlijke verschuiving in de prediking. Het aantal avondmaalgangers is als gevolg van beter zicht op het verband tussen belijdenis en avondmaal toegenomen. Daar ben ik. blij mee, aldus ds. Velema, maar het is een verheugen met beving. Hij vreesde geestelijk automatisme: verondersteld geloof kon wel eens in de plaats treden voor de indertijd bestreden veronderstelde wedergeboorte.

Als er gesproken wordt over een Calvijnreveil in onze kerken, een wending naar de belofte-prediking toe in plaats van de verstarring meebrengende classificatiemethode, betekent dat inmiddels geen beschuldiging van onze oude predikanten, aldus ds. Velema. Dankbare erkenning van hun warme, geestelijke, persoonlijke prediking betekent echter niet dat wij geen kritische kanttekeningen hebben.

Ds. Velema zei geen streep door het verleden te halen maar het in het verleden aanwezige nader uit te willen werken. Wel waarschuwde hij voor een doperse onderstroom die vanuit de Kruisgemeenten na 1892 door bleef werken, voor de scholastiek en voor een dualisme dat nog altijd doorwerkt in begrippen als uitwendig en inwendig.

Erkenning
Het is te betreuren dat we het over de wettigheid van de genoemde verschuivingen niet eens zijn, aldus ds. Velema, hoewel het nauwelijks uitgesproken wordt. Dat oneens zijn kwam wel tot uitdrukking in de oprichting van een blad als „Bewaar het pand", tot handhaving van de „aloude gereformeerde beginselen".

Maar we moeten ons wachten voor het scholastieke wedergeboortebegrip van Kuyper en bedenken dat Voetius de eerste was die dankzij de strijd tegen de remonstranten een apart hoofdstuk over de wedergeboorte schreef. We moeten elkaar niet beoordelen naar het „aloude" maar moeten elkaar houden aan Schrift en belijdenis, aldus Velema.

Als allen die het pand willen bewaren, georganiseerd in een blad en met aparte toogdagen nu ook zonder aparte organisatie het pand wilden bewaren zou er veel gewonnen kunnen zijn. Onderling wantrouwen opheffen zou krachtenbundeling kunnen betekenen om niet-legitieme verschuivingen te bestrijden.

Want die zijn er ook, zo hield ds. Velema in niet mis te verstane bewoordingen zijn hoorders in de stampvolle Ichthuskerk voor. Als het in de Gereformeerde kerken regent drupt het bij ons. Nieuwere gedachten als ,,de mens is Gods partner", die van de „medelijdende" God, van het revolutionaire Evangelie met maatschappijkritische noties, zijn terug te vinden in het gemeentelijk leven. Zou de prediking er dan hermetisch voor gesloten blijven?

In de gemeentebeschouwing wordt onvoldoende rekening gehouden met het feit dat er ook ongelovigen en hypocrieten in de kerk zitten. De doodstaat van de bondeling komt onvoldoende aan de orde. We missen soms de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen die dwars door de gemeente loopt. Classificatie afkeuren betekent niet dat onderscheidenlijk preken niet meer nodig is, aldus ds. Velema. Het wonder lijkt soms uit de liefde van God die zo bejubeld wordt.

Sleutelen
Beseft de predikant dat hij geen gezellige causeur of conferencier is maar dat hij de geweldige verantwoordelijkheid draagt van de bediening van de sleutelen van het koninkrijk der hemelen? In de preken van Wisse en Van der Schuit gebeurde iets, aldus ds. Velema: je zag de deur van het koninkrijk opengaan of je hoorde hem dichtklappen. De crisis van de Christelijke Gereformeerde Kerken is de crisis van de prediking, aldus Velema die het betreurde als een ambtsdrager de vlotte jongen uithing.

Er wordt bij tijden goedkope genade gepresenteerd, genade zonder wet, liefde zonder recht. Ik beweer niet dat er onwaarheden worden gezegd, aldus Velema. Ele prediking behoort echter te preludiëren op het eeuwige oordeel dat komt. We lopen het gevaar dat waar de hemel niet verkwikt en de hel niet verschrikt ons dan maar op de aarde te richten.

Ds. Velema drong aan op indringend gesprek, niet alleen in de persoonlijke sfeer, maar ook op kerkelijke vergaderingen, indien de genoemde illegitieme verschuivingen of zelfs maar de tendens ervan gesignaleerd wordt. Hij wees ook op de noodzaak van toezicht op de prediking door de ouderlingen.

Discussie
De discussie behandelde punten als gemis van maatschappelijke betrokkenheid in de prediking en de wens tot richtlijnen voor het dagelijks leven in de preek. Anderen benadrukten dat de predikant als hij spreekt over het Bacadal er toch zelf geweest moet zijn. Gaat de prediking er niet teveel vanuit dat de gemeente wel weet wat het betekent om zondaar te zijn? Is de kloof nog wel te overbruggen? Is de belofteprediking ondanks goede bedoeling niet debet aan overwaardering van het verbond en aan de verdwijning van het onderscheid in de prediking, waren andere kwesties die besproken werden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.