+ Meer informatie

Dittie en Jorieneke

^póteLlvtutida u/eeUt

6 minuten leestijd

,,Ha heerlijk vakantie", legt Dittie tegen Jorieneke, ,,en we gaan lekker bij m'n 3ma logeren". „Ja leuk ik heb sr ook erge zin in". ,,Nou," segt Dittie, ,,ik kom je morgenochtend om acht uur optialen". „Goed". ,,Daag". ..Tot ziens".

Het is zomervakantie. Dittie en Jorieneke gaan bij Dit:ie's oma logeren, ze gaan tien Jagen. Oma woont in een dein stadje midden in het 30S, daar kunnen Dittie en Joieneke heerlijk spelen. Dit:ie en Jorieneke zijn allebei ;lf jaar en ze zitten in de vijfde

„Mooi hè?" Vol trots loudt Paul zijn mouw )mhoog en laat Bram het lorloge zien, dat hij voor zijn /erjaardag kreeg. ,,Kijk, als e op dit knopje drukt, gaat er jen lampje branden en met lit knopje krijg je de datum. Bn ik mag het elke dag om, vant ik ben er toch zuinig )p." Voorzichtig doet Paul üjn mouw weer omlaag. >amen lopen ze naar school :oe, de twee vrienden. Bram :egt niet veel, hij is een beetje aloers. O, hij zou ook wel :o'n horloge willen hebben! -lij is twee dagen na Paul jarig ;n bovenaan zijn /erlanglijstje staat ook een lorloge. Maar of hij dat zal crijgen? Toen moeder het las, :ei ze: ,,Dat is me nogal een iuur cadeau! Trouwens, daar ,'ind ik je nog te jong voor )ok." Maar Paul heeft het wèl jekregen en die is nu ook legen jaar geworden. Maar a, Paul wordt ahijd zo /erwend, hij is enig kind. Als e z'n speelgoedkast ziet! Toch is Paul geen vervelende ongen, hij kan altijd alles nissen en schept nooit op. \lleen praat hij nu toch wel ,^ol trots over zijn horloge. Dat komt omdat hij er zo blij nee is. Maar Bram, die aloers is, vindt dat dat jpschepperig klinkt. Daarom :egt hij niet veel terug. Paul nerkt het niet en praat jpgetogen verder: „En ik heb ;r een jaar vakantie op!" .Vakantie?" vraagt Bram. ,Ook raar!" ,.Helemaal niet. 3at betekent, dat als er iets lan kapot is, dan maken ze iet, zomaar voor niets." Tjonge, dan zal het wel een iuur horloge zijn. Maar als hij lu eens een horloge vraagt, ;onder vakantie, die zijn nisschien veel goedkoper. Toch eens tegen moeder /ertellen vanavond... klas. Ze zijn dikke vriendinnen. Jorieneke kan erg goed leren, maar Dittie gooit er met de pet na. Dittie's ouders hadden gezegd, als je niet goed je best doet en als je blijft zitten dan ma^ je niet naar oma. Dat zou Dittie heel erg gevonden hebben, al mocht ze niet naar oma. Daarom heeft ze heel hard gewerkt. Ze is nu op het nippertje over, met twee onvoldoendes voor rekenen en aardrijkskunde.

Verder had ze allemaal zessen, behalve voor godsdienst en gym, daar had ze allebei een negen voor. Ze is zo lenig als een aal. Het is negen dagen later. Het is zondag., Dittie, oma en Jorieneke zijn naar de kerk gegaan. Er werd een kindje gedoopt. Het is een fijne dienst, 's Avonds gaan ze weer naar de kerk. Uit de kerk moeten Jorieneke en Dittie gelijk naar bed, want de volgende dag worden ze 's ochtends al vroeg door opa «thuisgebracht. In bed zei Jorieneke tegen Dittie: „Het is een heerlijke vakantie geweest. We hebben heel njn gespeeld en ook veel beleefd. Maar ik ben toch wel blij dat we naar huis gaan. En volgend jaar mogen we weer konien." ,,Ik ga nu slapen want morgenochtend gaan we al vroeg weg". ,,Welterusten". „Slaap lekker". Er waren nog geen twee minuten om of ze sliepen al. zeker jaloers", plaagt Joke. „Helemaal niet", houdt Bram zich flink, ,,dat ben je zelf!",,Ik? O nee hoor, al ' kreeg ik een horloge van goud en..." „Maar toen Marleen een nieuwe fiets kreeg, was jij boos, omdat jij er geen één kreeg!",,Jongens, geen ruzie", zegt vader. ,,Wees blij met wat je hebt en kijk nooit naar mensen, die meer hebben." ,,Maar alleen naar mensen die minder hebben, zei de juf pas", maakt Erica vaders zin af. ,,Precies! "zegt moeder,,,laten we dat allemaal goed onthouden! Maar kom Bram, welterusten zeggen, en naar bed, 't is hoog tijd!"

40. „Wij moeten hen opzoeken, vader," meent Evert. „Geen tijd," zegt Gnodde daarop. „Wij moeten vissen in plaats van een eind het land in lopen." Zo blijft dat een poosje en moeder Gnodde dringt niet liard aan, want ze kan met hetgeen ze als ruilwaar heeft geltregen, weer een poosje voort. Doch als de voorraad mindert en slechts stroperig' wordt aangeviQd, dringt ze weer sterker aan en dan zegt Evert tot zijn vader: ,„'t Is helemaal niet nodig dat wij ver lopen naar de boeren. Wij kunnen met de botter naar hen toe." „Welja," lacht Gnodde om die grap. „Het Noordzeekanaal op zeker, of de Zaan, of wou jij soms de Usel op?" Zover wil Evert het echter helemaal niet zoeken. Ze vissen tegenwoordig dikwijls in de noordwestelijke hoek van het Uselmeer, een paar mijl boven Medemblik, dicht bij de strakke d^Jk van de Wieringermeer. Daar boven uit Inm je de hoge rode en rieten daken van de boerderijen, zien. Bij kalm weer Itun je de botter best tegen de glooiing van de 62. Eindelijk vloog de kat de trap op naar boven. Vader Orijsjas danste en schaterde van de pret. De tranen liepen hem over de wangen, zo moest hij lachen. „Dit is de mooiste dag van mijn leven. Hier heb ik altijd al van gedroomd", zuchte hij. „Jongens, jongens, wat een mooie voorstelling was datt Kom mee, dat gaan we moeder vertellen." We sleepten met ons drieën het stuk kaas mee. Vijf keer moesten we onderweg stilstaan. dijk aanleggen, en dan is het maar een wipje naar een boerderij. „Laten we het daar eens proberen," stelt hij voor. ,4)aar zeg je wat," zegt Gnodde. Hieraan heeft hy nog niet gedacht. De Wleringermeerboeren hebben vast tarwe in overvloed. De eerste keer de beste dat ze weer in de noordwesthoek vissen, stuurt bij de botter in de wal en met Idompen en kousen uit en de broek hoog "'opgestroopt, stapt Evert het water in en waadt met een zakje paling over de schouder naar de dijk. Hij klautert langs de glooiing naar de kruin. Het vlas golft in de polder en de tarwe rijpt en de hoge daken van de boerderijen rijzen hoog uit boven singels van jonge bomen, die ferm gegroeid zijn ia dit vruchtbaar land, waarover twaalf Jaar geleden Everts vader nog het sleepnet trok om haring en ansjovis te vangen. Op de brede binnenberm van de dijk graast jong vee; daarachter is een weg en aan de overkant daarvan, misschien een kUometer naar het noorden, staat een grote boerderij. Niet omdat we zo moe waren, maar omdat vader Orijsjas steeds zo erg moest lachen. Samen vertelden we het hele verhaal aan Snuffels moeder. Toen ze hoorde hoe ik de kat weggelokt had, gaf ze me een zoen op beide wangen. Ik kleurde ervan. Ze had ook erge pret om die muizeval aan de staart van de gestreepte. ,4>ie komt voorlopig niet meer in de kelder", zei ze.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.