+ Meer informatie

BIJZONDER ONDERWIJS

3 minuten leestijd

Er is een indrukwekkend boek verschenen. De heer Ronald de Graaf, docent aan de PABO van de Christelijke Hogeschool Ede en aan de lerarenopleiding van Driestar Educatief, heeft met een keur van medewerkers een diepborende studie op tafel ge-legd, waar velen uit doelgroep waarop hij mikt (zie de ondertitel van het boek) hun winst mee zullen kunnen doen.

Terecht zegt hij in het voorwoord dat de titel feitelijk te breed is: het gaat ‘slechts’ om het christelijk onderwijs. Nu is dat wat ons betreft ook wel voldoende; als de vraag zou rijzen waarom dan toch voor deze titel gekozen is, zal het antwoord liggen (denk ik na kennis genomen te hebben van de inhoud) in het feit dat juist christelijk onderwijs heel bijzónder onderwijs is: het wordt immers geënt op de openbaring van God in de bijbel en in de natuur en in de ontmoeting met de medemens. Vervolgens merk ik op dat er in het boek nog een aspect buiten beeld is gebleven: er wordt nauwelijks ingegaan op de multiculturaliteit. Nu zegt de auteur (blz. 11) dat dit een dermate belangrijk onderwerp is dat een aparte studie erover gerechtvaardigd is. Die wordt in het vooruitzicht gesteld. Toch heb ik er wel een vraag bij: is dit verschijnsel misschien in ‘onze kringen’ toch nog niet zo sterk doorgedrongen dat wij eerst een aparte studie als deze kunnen laten verschijnen? Ik meen dat er onderwijsinstellingen in Nederland zijn waar men zich dat niet (meer) kan indenken.

Terug naar de inhoud: die laat zich opdelen in verschillende kringen, die als een spiraal steeds dichter bij de dagelijkse praktijk komen. En dat is bepaald een gouden greep te noemen. Allereerst kunnen we kennisnemen van een aantal essays over hoofdzaken bij geloofsoverdracht; wat is christelijke pedagogiek? Hoe zien wij het kind? Mensen als Bavinck, Waterink, maar ook Miedema en Van den Beukei passeren de revue. Van wezensbelang is de uitspraak: scholen zijn geen kennisinstituten, maar lerende gemeenschappen (Borgman, blz. 176). Onthullend is overigens diens spreken over de ‘protestantse postprotestantse school’, wanneer hij nadenkt over het einde van de protestantse school (of juist de toekomst ervan).

Daarna komen we bij de onderscheiden vakken zoals die op de scholen gedoceerd worden en andere aspecten van het leven die lering verdienen. Dat moet natuurlijk in twee lagen gebeuren: die van het basis- en die van het voortgezet onderwijs. Zo komt bijvoorbeeld het rekenen op een christelijke basisschool aan de orde (blz. 277), en daarna (blz. 284) de wiskunde in het voortgezet onderwijs. Ook is in de opzet van dit deel van het boek rekening gehouden met onderscheid tussen ‘hoofd en hart’. Allereerst komen zaken aan de orde die de geest en de tong met name beroeren (godsdienst in het basisonderwijs — met de speelse titel de leerkracht als TomTom — en in het voortgezet onderwijs, filosofie, sociale en morele vorming, drama, CKV, muziek). Vervolgens is er aandacht voor ‘de hersenen’: exacte vakken en aardrijkskunde o.a.

Echt een handboek!

n.a.v. Ronald de Graaf (red.), Bijzonder onderwijs. Christelijk geloof in de dagelijkse praktijk van basis- en voortgezet onderwijs. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2006, 416 blz., € 24,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.