+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

6 minuten leestijd

V De stedelijke besturen bestonden uit de schout, schepenen, burgemeesters en de vroedschap of raad.

De vroedschappen waren vaste colleges; de leden zaten voor het leven. Ontstond er een vacature, dan vulden sommige (bv. in Amsterdam) zichzelf aan. Meestal werd een dubbeltal opgemaakt, waaruit de stadhouder een keuze deed. Ook burgemeesters en schepenen werden op deze manier aangewezen. Een uitzondering vormde weer Amsterdam, waar de regeling als volgt was.

Er waren daar 4 burgemeesters. Van deze werden er jaarlijks 3 gekozen door de regerende burgemeesters en schepenen samen met degenen, die vroeger deze ambten hadden bekleed.

De 3 gekozenen namen als 4e man een der aftredenden in hun college op.

Men heeft de steden wel eens een soort republiekjes genoemd. Inderdaad. De vroedschappen maakten keuren, hieven belastingen en verbanden lastige burgers. Alles geschiedde in comité generaal, waar dus Jan Publiek buiten bleef.

Hoewel schepenen, burgemeesters en vroedschap zogenaamd de burgerij vertegenwoordigden (de schout vertegenwoordigde de souvereiniteitsdrager) zal ieder begrijpen, dat dit systeem uitliep op een familie-regering, met een vreemd woord oligarchie geheten.

Vanuit de vroedschappen beheersten deze regentenfamilie weer de staten der gewesten, tenminste in Holland en Zeeland.

Kareis afstand. Op 25 Oct.. 1555 is de Staten-Generaal te Brussel in vergadering bijeengekomen. De heer der Nederlanden zal afstand doen van de regering. Zijn lichamelijke en zijn geestelijke gesteldheid dwingen hem daartoe.

Het is in zijn leven steeds bergafwaarts gegaan en na een 40-jarige regering ziet men hem daar; wat het lichaam betreft een wrak; en het hoofddoel, de uitroeiing der Hervorming, gemist.

Nog maar 55 jaar, is hij een afgeleefd grijsaard, verlamd aan handen, knieën en enkels, geplaagd door duldeloze pijnen, (jicht)

Die lichaamstoestand was hoofdzakelijk eigen schuld; gevolg van zijn vraatzuchtig leven. Wat denkt u van het volgende?

„Hij ontbeet 's morgens om 5 uur met gevogelte, in melk gezonden en toebereid met suiker en specerijen en ging dan weer rusten. Hij middagmaalde om 12 uur en at altijd van een twintigtal schotels (gerechten). Hij gebruikte tweemaal een avondmaaltijd: de eerste kort na de vesper, de tweede te middernacht of om 1 uur, welke maaltijd de stevigste was van de vier. Na het gebruik van vleesspijzen, at hij een grote hoeveelheid pasteitjes en suikergebak en bevochtigde elk maal met fikse teugen bier of wijn."

Maar geestelijk drukte hem neer de mislukking de meeste zijner plannen. van

Tevergeefs had hij, schrijft Groen, in de waan misschien de Godsdienst en de Staat te beschermen, het Evangelie vervolgd.

„Indien dit werk echter uit God is, kunt gij dat niet breken, opdat gij niet misschien bevonden wordt ook tegen God te strijden."

En wat zijn oorlogen betreft: hij zag op 't eind van zijn regering in één oorlog met Frankrijk verloren gaan, wat hij in 4 oorlogen gewonnen had.

Met Karei zijn zijn zuster, landvoogdes Maria, die nu ook heengaat en zijn zoon Filips, aan wie hij de regering zal overdragen, binnengekomen.

Philibert de Bruxelles, lid van de Geheime Raad houdt vooraf een redevoering, waarin hij gewaagt van 't keizers genegenheid voor deze gewesten, waar eenmaal zijn wieg had gestaan en van diens voornemen afstand te doen van de regering. Dan staat Karei zelf op, leunend met de ene hand op zijn krukje, met de andere op de schouder van zijn jeugdige vriend en vertrouweling, Willem van Oranje, voor deze plechtigheid expres ontboden van het franse front.

Hij geeft een overzicht van zijn regering, van zijn oorlogen, overwinningen en onderhandelingen. Het welzijn der onderdanen en de handhaving van de katholieke godsdienst is altijd zijn streven geweest. Maar zijn plicht gebiedt voor een afgeleefd man een jeugdig gebieder in de plaats te stellen. Hij bezweert de staten en de natie hun nieuwe vorst gehoorzaam te zijn, het katholiek geloof te handhaven en hem alle dwalingen en beledigingen te vergeven. Dat de aanwezigen diep bewogen zijn, laat zich denken. Ook Karei kan zijn tranen niet inhouden.

Zijn zoon Filips knielt nu neer en aan deze hij de regering over. draagt

Het was zielig hoe de nieuwe heer slechts enkele woorden en nog wel in het Spaans sprak. Antonius Perenot, de latere kardinaal Granvelle moest voor hem een lange redevoering houden.

Op enige afstand van hen stond hun toekomstige tegenstander Willem van Oranje.

Een belangrijk tijdperk was afgesloten. Goede wetten en verordeningen tegen bedelarij, dronkenschap, woekerwinsten, overmatige weelde waren gemaakt. De armenzorg werd beter geregeld. Zo ook het muntwezen door invoering van de gouden en zilveren carolusguldens (Carolus — Karei) teneinde eenheid van munt in de verschillende gewesten te krijgen. Ook het dijkwezen werd geregeld. Wel nodig, want vreselijke watervloeden teisterden in onderscheiden jaren onze lage landen.

Karei was vóór alles Nederlander, die Vlaams sprak en zo nog wel gewaardeerd werd; al keurde men zijn optreden tegen de Hervorming sterk af. Ook zijn streven naar absolute macht, de zware belastingen tijdens zijn bewind, waren zijn landgenoten ver van aangenaam.

Op 15 Sept. 1556 vertrokken hij en zijn zuster met een vloot van 56 schepen uit Vlissingen naar Spanje.

Hij gaat wonen in een villa, tegen het klooster San Cust aangebouwd, gelegen in een streek, schitterend door haar natuurschoon.

De hofhouding is „keizerlijk" en kost ontzettend veel geld. Men mene echter niet, dat Karei zijn verdere levenstijd in ledigheid heeft doorgebracht.

Het was daar een politiek centrum. Hij bemoeide zich volop met de staatszaken van zijn erflanden en trad feitelijk op als minister van financiën voor zijn zoon. Hij had meer koeriers in zijn dienst dan het hof van Frankrijk!

Op 21 Sept. 1558 is hij overleden. Wat hij stervende nog aan zijn testament liet toevoegen is ontzettend. Hij bezweert zijn zoon „iedere ketter in zijn gebied te vervolgen en te straffen zonder uitzondering, verschoning of genade voor iemand en — de Heilige Inquisitie lief te hebben. Dan zult gij mijn zegen hebben en de Heere zal al uw ondernemingen begunstigen." Kan het erger? ^

Aanvankelijk begraven in de kloosterkerk, liet Filips zijn gebalsemd lijk in later jaren overbrengen naar het Escuriaal, zijn kloosterpaleis in de omgeving van Madrid en bijzetten in de grafkelders.

Schitterend waren de uitvaarten, zowel in Spanje als in Rome. Maar Brussel, waar Filips nog altijd vertoefde, spande de kroon. Het zou te veel plaatsruimte vergen daarvan een beschrijving te geven.

Wanneer wij het alles lezen, zo moeten wij tot de slotsom komen: Indien de Heere niet ware opgestaan, wij waren verzonken in een grondeloze poel van bijgeloof.

Soli Deo Gloria.

Dat Nederland zijn geschiedenis toch niet vergete en terugkere tot der Vaderen God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.