+ Meer informatie

Rumoer om ons Psalmboek

3 minuten leestijd

(4.)

We eindigden ons laatste artikel met de mededeling, dat er heel wat te doen is geweest om de korte zingtrant. Achtereenvolgens zullen we dat gaan bezien in de plaatsen Axel, Vlaardingen, Westkapelle en Maassluis. Dit houdt natuurlijk niet in, dat er in andere plaatsen geen rumoer geweest is, maar daar de geschiedenissen veel overeenkomsten met elkaar vertonen, leek het ons het beste, deze te behandelen.

Axel.

In de dagen van de invoering der nieuwe of korte zingtrant was hier Josias Paulus burgemeester, een man die niet helemaal van muzikaliteit verstoken was. Deze had van horen zeggen, dat men in verschillende plaatsen van ons land zuiverder en vooral „korter" zong, dan dat men dat gewend was in de stad zijner inwoning. En daar hij graag verandering in het Kerkgezang, naar hij meende ten goede wilde hebben, besloot hij daarvoor te doen wat in zijn vermogen was. Hij ging eens praten met predikant en kerkeraad en niet zonder succes. Toen hij enige dagen later een vergadering belegde met deze heren, was het al gauw in kannen en kruiken. Men besloot om bij monde van de predikant de gemeente er kennis van te geven, dat de korte zingtrant ingevoerd zou worden. De voorzanger werd gelast er aan mede te werken. Toen de proef genomen werd, viel de uitkomst bitter tegen. Verscheidene gemeenteleden stoorden zich niet aan de dominee, noch aan de voorzanger, maar bleven op de oude slepende wijze doorzingen. De situatie werd zo, dat een grote groep het psalmvers uit had, terwijl het andere deel der gemeente nog enkele regels te zingen had en dit ook rustig deed. De toestand werd zo onhoudbaar, dat burgemeester Josias Paulus meende in te moeten grijpen. Er volgde een nadere publicatie van hem, die door de predikant Abram Ruysch werd voorgelezen van de preekstoel. Zij behelsde een herhaling van het genomen besluit, een vernieuwd bevel om korter te zingen en vooral de zangregels en noten niet langer te rekken dan de voorzanger met de bedreiging er bij dat elk, die aan dit bevel niet gehoorzaamde, vervallen zou in een boete van twintig guldens voor de eerste maal enz. Gerechtsdienaars waren in de kerk aanwezig om proces-verbaal te kunnen opmaken, 't Gebod werd echter overtreden en het zingen, zo het scheen, opzettelijk doorgezet en uitgerekt, nadat de voorzanger met zijn aanhang klaar was. Toen de laatste uitgezongen was en de stilte in het kerkgebouw weer was gekeerd, vroeg Abram Ruysch, wie het daar geweest was die zolang had nagezongen. Doodse stilte. Niemand zei een woord. Midden in de vrouwenzitplaatsen ontstond enig gestommel. Aller ogen vestigden zich op een jonge dochter der gemeente, die van haar stoel was opgestaan, één van de schuldige met de vinger aanwees en met een ietwat bevende stem zijn naam noemde. Men voelde a.h.w. de ontspanning, die hierdoor intrad. Gemompel van stemmen vervulde het gebouw en hier en daar hoorde men een onderdrukt gegichel, want het meisje had haar eigen verloofde aangewezen en zijn naam genoemd. Hij moest dus de boete van twintig gulden betalen.

De historie vermeldt niet, of de liefde tussen beide jongemensen is gebleven of een ontijdig einde heeft gevonden door dit voorval.

Op de duur kregen Josias Paulus en Abram Ruysch tfchter hun zin en werd ook in de gemeente te Axel gezongen volgens de korte zingtrant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.