+ Meer informatie

COLUMN: GEVATTE RESPONS

3 minuten leestijd

Enige tijd geleden ontving ik een brief waarin de schrijver te kennen gaf het met een door mij ingenomen standpunt niet eens te zijn. Zijn goed recht natuurlijk, maar de toonzetting waarin dat gebeurde, ging de grenzen van burgerlijk fatsoen en christelijke betamelijkheid nogal te buiten. Ik heb mijn broeder laten weten, dat ik met hem graag verder van gedachten zou willen wisselen, op voorwaarde dat het wederzijds respect en de christelijke broederschap daarbij in acht zouden worden genomen. Ik moest na het lezen van de brief denken aan al die dominees en andere ambtsdragers die door de tijden heen, naast veel waardering en blijken van zegen op hun werk, ook veel over zich heen en naar zich toe kregen, waaronder ze wel eens hebben gezucht en op voor hun gezondheid schadelijke wijze hebben geleden. Wat is het een zegen als men onterechte kritiek en onheuse bejegening weet te relativeren en na het avondgebed vóór het bed kan loslaten om vervolgens vredig in te slapen. Een extra zegen is het, als iemand over het charisma beschikt om in situaties van onheuse bejegening op gevatte en geestige wijze te reageren, zonder de ander direct met gelijke munt terug te betalen. Want dat past christenen nu eenmaal niet. Twee voorbeelden in deze column, bij één waarvan ik zelf getuige ben geweest.

Wel eens gehoord van de Engelse dominee Beecher?Van hem is bekend dat hij het nogal eens te kwaad had met malcontente leden van zijn gemeente. Zo gebeurde het op een zondagmorgen, vlak vóór aanvang van de dienst, dat de koster hem op de kansel nog snel een briefje aanreikte waarop maar één woord stond: idioot. Beecher had de tegen-woordigheid van geest zijn gemeente de volgende verklaring te geven. “Gemeente,” zei hij, “in de voorbije jaren ontving ik heel wat brieven waarbij men vergat zijn naam eronder te zetten; ik heb er hier één waaronder de afzender wel zijn naam heeft gezet, maar vergeten heeft de brief te schrij-ven…”

Na zijn periode als zendeling op Celebes (Sulawesi) is wijlen ds. A. Bikker predikant in Amsterdam-West geweest. De prediking van ds. Bikker was altijd heel persoonlijk gericht, praktisch, appellerend en gunnend van aard. Voor een enkeling soms te gunnend. Zo gebeurde het op een zondag na de dienst in de consistorie dat een broeder ouderling/banketbakker zijn misnoegdheid over de prediking lucht gaf met de opmerking: “Dominee, als ik mijn koekjes zou bakken zoals u preken maakt, hield ik geen klant over.” Waarop ds. Bikker in volstrekte zelfbeheersing tegenwierp: “Broeder, ik moet u zeggen dat uw koekjes de laatste tijd ook niet meer zijn wat ze vroeger waren.” Deze “gelijkmaker” hief alle moeite van het moment op. Iedereen verliet opgelucht en ontspannen de consistorie. Zelfs de broeder-banketbakker, die een koekje van eigen deeg meekreeg. Zonder humor zou het kerkelijk leven onleefbaar zijn. Als men er gevoel voor heeft, kan men veel doorstaan. Gevoel voor humor zou bij alle dominees en andere ambtsdragers een aangeboren eigenschap moeten zijn… Er zou in de kerken minder stukgaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.