+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

BESTE JONGELUI!

Gideon 20 (Richt. 6 :25, 26)

En het geschiedde in dienzelfden nacht dat de Heere tot hem zeide: Neem een var, van de ossen, die van uw vader zijn, te weten de tweede var van zeven jaren; en breekt het altaar af van Baäl, dat van uw vader is en houw het bos af, dat daarbij is. En bouw de Heere uwen God een altaar, op de hoogte dezer sterkte, in een bekwame plaats; en neem de tweede var en offer een brandoffer, met het hout der haag, die gij zult hebben afgehouwen”.

Gideons vader was gezinshoofd en ook dorpshoofd. Hij had dus een leidende positie in een dubbele zin. Daar gaat ook een sprake van tot ons uit. Want Joas, zo heette hij (ter herinnering), was een slappe figuur. Hij gaf in zijn gezin en omgeving geen leiding overeenkomstig het Woord van God. We krijgen uit alles de indruk, dat hij zich maar aangepast heeft. Hij voerde een echt democratisch beleid. Dan beslist altijd de helft plus één. De meerderheid geeft dan de toon aan. De volkswil komt dan boven de wil van God te staan. Ik geloof dat een ieder nu voor zichzelf wel de nodige lijnen trekken kan. Want deze dingen komen voor in de gezinnen. Het woord Gods is geen norm meer voor het leven. De ouders gaan tegen de dingen, die in strijd zijn met het Woord, niet meer in. Men houdt meer van een valse vrede, dan van een heilige oorlog. Zo is het ook met de leidinggevende figuren op het terrein van de kerk. Waar zijn nog degenen, die, desnoods tegen alles in, durven te zeggen: Alzo zegt de Heere? Men past zich maar aan bij de massa. Want men wil de massa op de hand hebben. Men geeft daar mee te kennen, dat men zich aan de kant van de massa veiliger voelt dan aan de kant van God. Zodoende wordt het kwaad niet bestreden, maar bevorderd. En nu moeten we maar niet gaan kijken naar links of naar rechts, met de gedachte: Wie zou deze schoen passen? Want als we dat gaan doen, dan vergeten we om hem zelf aan te trekken. En ik geloof dat dit nodig is. Doch we komen daar meestal niet aan toe, omdat we liever een ander in het zonnetje zien gezet, dan dat we zelf voor het licht komen. En dat laatste is nu altijd het werk van God. Wie met God te doen krijgt, houdt geen uitweg meer over, om de schuld af te schuiven op een ander, maar die komt zelf in de schuld terecht. Want het beginsel „van het vlees te sparen”, is elk mens van nature eigen. Wie daaraan ontdekt is, komt er achter dat hij meer een liefhebber is van zichzelf dan van God en Zijn Woord. Ten diepste gezien, schiet ik dan met mijzelf als „de afgod” over. Ik buig dan voor mijn „eigen ik” en niet voor God.

Als God ons in ons leven tegenkomt, zoals dit bij Gideon het geval geweest is, dan moet er wat gaan gebeuren. Dan moeten de afgodsbeelden worden afgebroken, dan moet de dienst des Heeren worden hersteld. Want dat is toch de opdracht die Gideon kreeg. Ik kan het ook zo zeggen: Dan moet met het zondige verleden worden gebroken, om het leven te gaan richten naar de wil van God. Er moet bekering plaats hebben! Het woord „bekering” is een heel woord. Het klinkt deze of gene misschien wel wat ouderwets in de oren. Maar dat is het in geen geval, althans wanneer men zich nog wil laten leiden door het Woord Gods. Dat wordt ook steeds schaarser gevonden. Want het woord „bekering” is in vele kerkelijke kringen echt niet meer zo „in”. O zeker, men gebruikt dat woord nog wel eens, maar dan in toepassing op de heidenen. Die moeten bekeerd worden. Doch voor christenen (!) schijnt dat niet meer nodig. Die zijn bekeerd. Daar gaat men althans gemakshalve maar van uit. Want men gaat toch naar de kerk. De dienst moet niet te lang duren. Dat is helemaal niet nodig. De dominee kan het in een half uur ook wel zeggen. Natuurlijk ! Hij kan het nog veel korter zeggen. Hij kan het wel met één tekst zeggen. Maar jullie begrijpen wel, wat we begrijpen wel, wat we bedoelen. Men wil door de „kortere en steeds korter wordende kerkdiensten wat meer ruimte scheppen voor recreatie, zoals dat met een mooi eigentijds woord genoemd wordt. En nu zal ik niet zeggen, dat een mens in deze jachtende tijd geen recreatie nodig heeft, maar als dit moet gaan ten koste van de dienst des Heeren, dan is dit niet tot eer des Heeren. En al wat niet tot eer des Heeren is, dat blijft Vergeet daarom niet, becte vrienden, dat kerkeen kwalijke zaak.

mensen ook bekeerd moeten worden. Jonge kerkmensen ook! Er moet gebroken worden met het verleden. En dan maar dicht bij huis beginnen. Dat moest Gideon ook. Hij moest het altaar van Baäl afbreken en ook die paal (bos), aan de godin gewijd. De gelegenheden tot zondigen moesten worden weggenomen. Zijn die in jullie huizen ook aanwezig? Kijk de boekenkast eens na. Misschien staat er dan wel veel tussen, waarvan je zeggen moet: Dat is al wat keren een aanleiding voor mij geweest om kwaad te doen. Zij het dan nog niet in de daad, maar dan toch zeker in gedachten. Want kwade gedachten mozijn ze het niet. Want Hij verstaat van verre gen voor de mensen verborgen zijn, voor God onze gedachten. Eer er een woord op onze lippen is. Hij weet het alles. Daarom, zoekt uit je God en Zijn dienst zoekt af te trekken. Ik dacht leven en omgeving weg te doen, alles wat je van dat dit wel duidelijk in de opdracht besloten lag, die Gideon kreeg. Ik geef daarom die opdracht maar door aan jong en oud, in de hoop dat hij niet voor kennisgeving zal worden aangenomen, maar dat men hem ter harte zal mogen nemen. Ik weet heel goed, dat God dit werken moet, daar een mens er van zichzelf nooit aan beginmens een vijand van bekering. Doch dat neemt nen zal. Want als het er op aan komt, is de zijn persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover niet weg, dat de roeping er ligt en dat een ieder God behoudt.

Gideon moest nog meer doen. Want bekeren is nooit half werk. God vraagt een „volkomen” werk. Gideon moest een altaar bouwen, aan God gewijd, op de hoogte dezer sterkte, dat is op een uit-stekende rotshoogte. Het moest gebeuren in een bekwame plaats, dat is op een daartoe geschikte plaats. Het altaar moest zo gebouwd worden, dat men het kon zien. Dit wijst op de herverborgen zaak. Die mocht ook niet verborgen stelling van de dienst des Heeren. Dat was geen blijven. O neen, die moest in z’n openbaarheid naar buiten treden. De omgeving moest het kunnen zien, dat er wat gebeurd was. Nu zo is het nog. Als een mens bekeerd wordt, dan komt dit naar buiten openbaar. Het kan bij de één wat langer verborgen blijven dan bij de ander, maar dat er nooit iets van gezien wordt, dat is een onmogelijkheid. Je omgeving merkt dan echt wel, dat er wat gebeurd is. Dat je op de oude voet niet meer verder kunt en dat er een beginsel van een nieuw leven tot stand is gekomen. Dat is een leven dat zich gaat openbaren in een vragen naar de wil van God: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?

Bekering is dan geen zaak van een beschouwing, die heel rechtzinnig wezen kan, doch waar in de praktijk niets van gemerkt wordt.

Daar moeten we ook voor waarschuwen, want dat komt niet weinig voor. De ouderen weten dat wel, doch bij de jongeren moet ik nog al eens konstateren, dat ze er nog niet zo veel van begrijpen. We nemen hen dat natuurlijk niet kwalijk. Want de ouderen hebben het ook allemaal moeten leren. Zo kunnen we b.v. heel goed weten, wat er allemaal gebeuren moet. Dat kunnen we dan een ander nog heel netjes zeggen ook. Maar er gebeurt in ons eigen leven niets. En dat is het waar ik jullie nu maar op wilde wijzen. De bekering met konkreet gestalte krijgen in je leven. En wat dat dan inhoudt, is met twee woorden te zeggen: Afbraak en opbouw !

En daar heb je dan ook je hele leven werk mee. Dit komt, omdat als een mens bekeerd wordt, dat gaat dan van God uit, dan is er een begeerte in hem ontwaakt om naar de wil van God te leven. Maar dan is er ook nog een ander deel in de mens, dat is „het oude deel, dat nooit bekeerd wordt. Paulus noemt dit het „boze vlees”. Dat wil nooit wat God wil. Daarom is het leven van een christen, een echte christen dan, een strijdend leven. Ik hoop dat jullie die leven allemaal zullen kennen. Ik zou dan met Paulus jullie willen zeggen, wat hij schreef aan zijn „jeugdige” vriend Timotheus: Strijdt de goede strijd des geloofs.

We gaan nu weer eindigen, om de volgende keer wat over het offer te schrijven, wat Gideon brengen moest. Deze geschiedenis biedt zo nog al wat stof ter overdenking. Dat jullie gedachten maar veel geleid zullen mogen worden door de Heilige Geest. Dan zullen jullie zeker zeggen: Dominee, er zit nog veel meer in! Als dit jullie reaktie is, kan ik er alleen maar blij mee wezen.

Weest voor ditmaal weer hartelijk gegroet van jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.